Champagne 

Vrijdag 13 april

Vandaag is het feest: ons moedertje is jarig! En naast dat zij attenties ontvangt worden ook wij overladen met kado’s, en dat begint met een bijzondere ontvangst in de basiliek van Reims. Voordat we de stad definitief gaan verlaten lopen we ‘s ochtends vroeg de Basiliek Saint-Remi binnen.

We worden verwelkomd door een enthousiaste man die ons meteen vraagt of we een stempel willen. De stempel is nog niet droog of hij nodigt ons al weer uit om met hem mee te komen. Onze rugzakken mogen we achter z’n tafeltje zetten. Met een grote rammelende sleutelbos opent hij speciaal voor ons de bronzen graftombe van Saint Remi. Zo bijzonder!

De oorverdovende stilte en de indrukwekkende schoonheid van deze kerk maken dit tot zo’n mooi moment! Een schril contrast met de kathedraal waar hordes toeristen met tasjes met champagne worden rondgeleid door gidsen…

Het tweede kadootje van deze dag is de blauwe lucht. Wat schijnt het zonnetje toch lekker op ons!
Zodra we de stad uit zijn lopen we de wijnvelden binnen. Deze bestaan nu nog uit rijen kale takken met voorzichtig doorkomende knopjes. Het laat zich niet lastig raden, dit is de ware champagnestreek. In de dorpjes waar we doorheen wandelen woont de ene champagneboer naast de andere.

Het derde kadootje van vandaag was de aankomst in onze gîte, een knusse studio van alle gemakken voorzien. ‘s Avonds verwent onze gastheer ons met een heerlijk 3-gangendiner en zelfs nog een lekkere koek bij de thee.

Als dit geen feestdag is…

Mijlpaal 500 kilometer

Zaterdag 14 april

In Rocroy hebben we vorige week een boekje van de Via Campanienses gekocht en die maakt dat we op onze route naar Vézelay gemakkelijker een overnachting vinden dan met de variant die wij thuis bedacht hadden. Vandaar dat we op onze oorspronkelijke routelijn hier en daar wat afwijken. We hebben weer een mijlpaal gehaald: de eerste 500 kilometer zitten erop!

“Of we mee willen helpen met het planten van wijnstekken?” Met een mandje vol op asperges lijkende stokjes nodigt een groep Franse landwerkers ons hiervoor uit. Met belangstelling kijken we even mee hoe de Chardonnay in wording in de grond gezet wordt. Pas over 4 jaar gaat ie z’n eerste druiven voortbrengen. Er zit een beschermingslaag omheen ter bescherming voor de konijnen. Mooi om te zien hoe die enorme champagne- en wijnvelden, waar we de zaterdag doorheen lopen, ontstaan. Ook lopen we deze dag door Hautvilles, de bakermat van de Champagne. Een mooie gelegenheid om ook de tombe van Dom Perignon even te bezoeken.

Eerder die dag survivallen weer flink door de modderige heuvels. De wandelstokken en onze jarenlange Nordic Walkingtraining komen ons hierbij goed van pas. Dit maakt het net makkelijker om van het ene naar het andere minder natte plekje te “springen”.

Aan het einde van onze tocht wordt de lucht boven ons flink donker, maar het blijft slechts bij dreigen. Droog komen we in de auberge voor die nacht aan.

Zondag 15 april

We zitten op zondag al om 07:00 u aan het ontbijt, want vandaag ligt onze slaapplaats ruim 30 km verderop. Bij ons vertrek hangt er een flinke nevel in het dal. Eenmaal daar bovenuit geklommen worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht! Meteen komt in mij de Bijbelse zin omhoog: ‘Sta stil en let op Gods wonderen’. Die is hier zeker van toepassing!
We verlaten de wijn- en champagnevelden en lopen weer door flink natte bospaden.

Soms is de situatie zodanig dat we er echt niet door kunnen en dan zoeken we ons heil in het naastgelegen bos. Niet dat het makkelijk is om daar onze weg te vinden, want het ligt er bezaaid met boomstammen en bramentakken. Maar we houden zo wel droge schoenen.

Hier en daar doemt een mooi vennetje op. Het valt ons op dat de kilometers bospad ligt bezaaid met maiskorrels. Ons is onduidelijk wat hier nut en functie van is. We kunnen het ook aan niemand vragen, want we komen geen sterveling tegen.

De training van de afgelopen 3 weken begint z’n vruchten af te werpen, want het lopen gaat bij beiden uitstekend. En zo komen we nog energiek aan in Baye waar de hoteleigenaar speciaal z’n hotel opent voor ons. Normaal is hij op zondag gesloten, maar voor pelgrims maakt hij een uitzondering!

Dankbaar voor:

  • de heerlijke millefeuille van de bakker in Cumières
  • de prachtig gekleurde bloemen in de voorjaarszon
  • mensen die ons spontaan stilhouden (zelfs een groep motorrijders stopten voor ons) en ons bemoedigend ‘bon courage’ toewensen
  • de opvang door de hoteleigenaar in Baye

Een vroege zomer

Maandag 16 april

Vandaag komen we op onze route geen boulangerie of cafeetje tegen. Er is wel een bakker in onze startplaats Baye, maar die is op maandag gesloten. We krijgen van de hoteleigenaar een stuk stokbrood mee, dus dat overleven we wel. Het is volop lente, lieflijk witte bloesem, frisgroene akkers en ontluikende gele koolzaadvelden. We zien die velden met de dag geler worden. Dat steekt zo mooi af tegen de blauwe lucht!
Rond 16 uur lopen we ‘la petite cité de caractère’ Sézanne binnen. Tegenover de kerk eten en drinken we nog wat op een terrasje. We krijgen een sandwich met ham en zure augurkjes geserveerd. Een lekkere combinatie!

Uitgerust gaan we richting het bejaardentehuis, dat bestuurd wordt door de nonnen van de orde van Françoise de Sales Ariat. We worden er heel hartelijk ontvangen en dat alles in een bejaardentempo… We krijgen ieder een kamer toegewezen, tegenover elkaar. In Leo’s ruimte schijnt de zon volop, dus ideaal om ons wasje te laten drogen.

Matthieu is vaste klant in het tehuis. Hij loopt de nodige afstanden, van binnen naar buiten en vice versa. Deze hond is hier echt een allemansvriend. Het opmerkelijke is dat we om de paar meter flessen voor het desinfecteren van de handen zien hangen, maar deze hond is ervan uitgezonderd. Wat ie allemaal wel niet mee naar binnen brengt…
We schuiven aan bij de bejaarden in de eetzaal en krijgen een heerlijk maal voorgeschoteld. Na afloop krijgen alle bejaarden nog een kopje thee Verveine. Deze thee zou rustgevende eigenschappen bezitten. Of we ook een kopje willen? Tuurlijk! Zo’n slaapmutsje slaan we niet af.
Na het eten nog even een wandelingetje door het stadje gemaakt. Daarna heerlijk gelezen en geslapen.

Dinsdag 17 april

We verlaten de nonnen en stappen vandaag zo’n 26 km naar Anglure. Maar oh, wat is het warm! Een strakblauwe lucht en een stralende zon. Er staat geen wind en wij lopen over akkers waarbij we de grond al zien scheuren. Langzamerhand maken de heuvels plaats voor meer vlak land. Onze lunchpauze laten we wat langer duren, heerlijk in het grasland een klein dutje meepakkend.

Met nog een laatste druppel water in onze bidon komen we met maar liefst 31 graden op de thermometer aan bij onze eindbestemming. We dampen eerst even uit op een terrasje onder het genot van een lekker koude consumptie.

Dan stappen we op om naar mevrouw Finot te gaan, onze gastvrouw voor vanavond. Ze is bijna klaar met grasmaaien. Ze biedt ons een consumptie aan in haar tuin, maar moet dan echt eerst weer verder met grasmaaien. Het moet allemaal netjes zijn voor haar ‘pèlerins’. Voor deze dame op leeftijd bestaat het leven voornamelijk uit het opvangen van pelgrims. Gaat de telefoon, dan roept ze meteen “ah, waarschijnlijk een pelgrim!” Ze laat vol trots haar pelgrimsonderkomen op zolder zien. Het is een prachtige ruimte met eigen sanitair. Ze houdt van koken en schotelt ons een heerlijk 4-gangendiner voor. Dat laten we ons goed smaken!

Woensdag 18 april

We beginnen de ochtend met een klein wandelingetje langs de L’ Aube, een mooi watertje door Anglure. En dat is niet het enige water dat we vandaag te zien krijgen. ‘s Ochtends lopen we langs het Canal du Déversoir en’ s middags langs het eindeloze Canal de la Haute-Seine. Rond lunchtijd komen we aan in Méry-sur-Seine waar we bij een boulangerie een lekkere baguette én 2 pain au chocolat kopen. Aangevuld met een pakje kaas en een fles plat water van de nabij gelegen supermarkt hebben we weer een heerlijke lunch bij elkaar gesprokkeld. We eten deze op in de schaduw, want de zon brandt inmiddels op onze ontblote armen.

Na een kleine 30 km komen we aan bij weer een dame op hoge leeftijd, mevrouw Noble. Ze is maar liefst 82 jaar en biedt ook onderdak aan pelgrims. Ook op dit adres krijgen we een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. Het lukt ons zelfs om ons wasje nog droog te krijgen voordat de zon ondergaat. Kortom, weer een prima adres!

Afzien 

De afgelopen dagen en ook de komende dagen is het afzien. De route tot Vézelay is dun bezaaid met overnachtingsplaatsen, dus we maken lange dagen. Lang in de zin van meer dan 30 kilometers en lang in de zin van veel uren. De afgelopen maanden heeft Frankrijk blijkbaar veel regen gehad, dus veel bospaden zijn slecht begaanbaar. Dat is vooral daar waar de houthakkers langs zijn geweest. Zo’n route maakt het heel zwaar en meestal zijn we dan pas na 18:00 uur op de plaats van bestemming. Ook is de temperatuur dicht tegen de 30 graden en staat er weinig wind. We weten dus inmiddels goed wat afzien is en we kunnen er (achteraf) ook goed van genieten.

Op weg naar Chablis

Donderdag 19 april

Gehuld in haar fluwelen zuurstokroze peignoir ontbijten we met madame Noble. Het traditionele Franse ontbijt met maar liefst keuze uit 3 soorten jam. Om 09:00 u zeggen we haar gedag en stappen we weer de warmte tegemoet. Eerst nog even langs de bakker die voor ons een sandwich met tonijn maakt.

We lopen terug naar de Voie Vert, de groene weg langs het kanaal. Je kunt of aan de linkerkant van het kanaal lopen door het gras of aan de rechterkant over het geasfalteerde pad. Deze ochtend kiezen we voor de kant met de meeste schaduw, de graskant. Na een kaarsrecht stuk van 11 km komen we aan in de bebouwde kom van een voorstadje van Troyes. Het is rond het middaguur en het is flink warm, zeker nu we over asfalt lopen. In de nabijheid van een kerk lunchen we. Even de schoenen uit om de voeten weer wat lucht te geven.

We lopen verder naar het centrum van Troyes. In Troyes zijn vele kerken te vinden én een kathedraal. Voor een bezoek aan de kathedraal wijken we even af van de route. In de kathedraal is het heerlijk koel. Het is een imposant bouwwerk met talloze dikke grijze pilaren in neo-gotische stijl.We treffen er ook glaskunst aan, waaronder een prachtig gekleurde kubus.Het voelt als een warmtegordijn wanneer we weer buiten komen. Oef, dat is weer even wennen… We lopen wat verloren de grote stad in. Het is overweldigend groot, op elke hoek staat wel een prachtig (kerk)gebouw. Opvallend is in wat voor kapitale panden de Kamer van Koophandel gehuisd zijn in Frankrijk. Ook in Troyes heeft het de allure van een ambassadegebouw. Voor het eerst eten we een ijsje. Mmm, maar kan niet tippen aan Italiaans ijs.

Onze overnachtingsaccomodatie is ADPS, een sportcomplex. Ondanks dat het pelgrimsboekje aangeeft dat je voor deze 6 km de bus beter kunt nemen, gaan wij lopen. Het is inmiddels 35 graden, er zijn veel stoplichten en het asfalt en de auto’s geven nog eens extra warmte af. Dit is vervelend lopen, elke keer stoppen en dan weer aanzetten. We lopen door naar ons overnachtingsadres en zetten de dagafstand op 30 km. Daar aangekomen is de ‘Accueil’ inmiddels gesloten. Na telefonisch contact blijkt er toch nog een mevrouw op ons gewacht te hebben. Ze leidt ons naar onze slaapcellen – ieder krijgt z’n eigen 1-persoonskamer. Hmm… klein, zwaar verouderd en niet bepaald schoon zijn onze kamertjes. Om vervolgens nog maar te zwijgen over de douche en de WC. Om bij de WC-pot te komen moet je na het openen van de deur eerst naast de pot gaan staan (ken net… ), dan de deur dicht doen en voor de pot zien te komen. De doucheruimte heb ik niet meer aan nadere inspectie onderworpen. Die stoot mij zo af, dan maar zonder douchen naar bed. Het restaurant van ADPS zou bekend staan als een plek waar je ongegeneerd zo vaak kunt opscheppen van het zelfbedieningsbuffet. Nou… dit ligt toch even anders. We treffen een ongezellige ruimte aan waar de kok (die duidelijk geen zin had om te gaan werken) ons min of meer dwingend verzoekt snel een keuze te maken tussen de 2 menu-opties. We kiezen voor de erwtjes met kippenboutje. De salade mogen we zelf opscheppen, en meteen je toetje uitkiezen. Eéntje maar! Tijdens het eten komen de jongens van de sportopleiding met veel lawaai binnen. Wat een haantjes! Maar wel stuk voor stuk perfect geknipt en geschoren naar de coupe van hun grote voetbalheld! Daar verdienen die kappers hier een fortuin aan. Binnen het uur moeten we klaar zijn, dus van nog even natafelen is geen sprake. We zitten nog even bij elkaar in de cel van Leo en besluiten dan maar te gaan slapen.

Vrijdag 20 april

Het ontbijt is tussen 7 en 8 uur, dus wij staan om 7 uur in het restaurant. Maar helaas, er is ons een’ petit déjeuner amélioré’ beloofd, maar het is gewoon het traditionele Franse ontbijt: stokbrood met jam. Op verzoek kun je 1 cupje Nutella krijgen. Die is op de bon. Ook nu worden we omringd met de Franse jongeren, waarbij het testosterongehalte ‘s morgens beduidend lager is dan’ s avonds. Er is één jongen die binnenkomt met een rugzakje en wat haalt hij daar uit?… z’n eigen maxipot Nutella!

We zijn blij om dit complex te verlaten. Daar gaan we weer, onder een strakblauwe hemel. We lopen eerst zo’n 10 km langs drukke wegen om Troyes definitief achter ons te laten. Gelukkig staat er een snelheidskast langs de weg, zodat de auto’s hun snelheid erop aanpassen. Worden we in ieder geval niet van de sokken gereden, want het randje waarop we lopen is maar smal.

Maar dan… eenmaal van de drukke weg af komen we in een landschap dat ons nog lange tijd zal heugen, zo mooi! Hier begint de Othe, een sprookjesachtige, bosrijke streek. We verlaten hiermee weer de bewoonde wereld. Op de weg die ons het bos in leidt komen we met 5 minuten verschil 2 mensen tegen, één die al luid toeterend en zwaaiend ons een ‘bon camino’ toeroept en een man op een tractor die met een norse uitdrukking ons gebaart aan de kant te gaan. En dat terwijl er voor hem een zee aan ruimte is om ons te passeren. Zoals mijn broer zou zeggen: tja, je hebt mensen en je hebt potloden…

Het bos waar we van 12 tot 16 uur doorheen wandelen is heerlijk koel en vooral goed begaanbaar. We genieten ervan met volle teugen. Als we er eenmaal uitkomen worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over het dal waar het plaatsje Sommeval zich bevindt. En, er is een speciale hut voor pelgrims, waar we heerlijk water kunnen tappen! Tegen 18 uur bereiken we ons overnachtingsadres, een B&B met aanliggende camping. Wow, wat een prachtig gebouw en wat een prachtige kamer hebben we! We kunnen er nu terecht, 1 dag later had niet meer gekund. We hebben een lange, snikhete tocht achter de rug. We kunnen er niet eten, maar de eigenaresse heeft voor ons gereserveerd bij het plaatselijke restaurant, zo’n 700 meter terug de heuvel op. Ze biedt aan om ons erheen te brengen met de auto nadat we gedoucht zijn en ons wasje gedaan hebben. We worden hartelijk verwelkomd in het restaurant en met liefde en zorg wordt ons het menu uitgelegd en dito bereid. We eten er heerlijk! Het is een superzachte avond, dus ideaal om buiten te eten. Het is dan ook geen straf om na het eten op onze slippertjes langzaam de heuvel af te dalen naar daar waar ons bed zich bevindt. Een zware dag, maar een topdag!

En dan te bedenken dat we op deze dag slechts € 15 pp duurder uit zijn dan de misère van de dag ervoor…

Zaterdag 21 april

Straaltjes zweet lopen over ons gezicht. Weer een snikhete dag. Het parcours van vandaag is ook nog niet eens makkelijk. Of over asfalt in de brandende zon, of door een moeilijk begaanbaar bos. Het bosonderhoud gaat hier op z’n Frans: met grote stappen snel thuis. Met zwaar materieel worden bomen gekapt, maar die machines laten zulke diepe sporen na dat het water niet meer weg kan zakken. Het is af en toe één grote modderpoel. Zie daar maar eens omheen te komen. Bovendien is het funest voor onze snelheid. Op deze manier ben je in 1 uur maar 2 km verder. En dat schiet niet op, als je weet dat er voor die dag meer dan 30 km gepland staat.

Rond 11 uur verlaten we zo’n stuk bos met een op hol geslagen koekoek en komen we weer op een weg uit. Een auto stopt en maar liefst 3 mensen stappen uit. Of we pelgrims zijn? We hebben nog geen ‘oui’ gezegd of we worden overladen met pelgrimsadviezen. En we moeten vooral over 200 m even iets gaan drinken bij het huis met de schelp op de muur. Heel hartelijk bedoeld maar we moeten nog wel de bakker zien te halen in het dorp 4 km verderop. Het is zaterdag, dus dan gelden weer aparte sluitingstijden. Maar, dit is de Camino en die leert je vooral in dankbaarheid te aanvaarden wat er op je pad komt. Heerlijk onder de parasol drinken we een kop thee met een droog Marie-koekje. Mevrouw (die telefonisch ingelicht was door haar man) heeft voor onze komst nog speciaal haar beste tafelkleed uitgezocht. Bij navraag blijkt de bakker pas om 13 uur te sluiten, dus dat gaan we nog wel redden. Ze vraagt ons welke route we in Spanje nemen. Gelukkig belopen we niet de Camino Frances, want naar haar zeggen is dat de Champs Elysees van Spanje, zo druk.

Bij de bakker kopen we onze lunch en deze peuzelen we op een bankje in de schaduw op.

Het gaat hard in de natuur. De bloesem die we aan het begin van de week aan de bomen zagen komen dwarrelt nu al weer als sneeuw naar beneden.

De tocht in de middag valt ons zwaar. Het is veel lopen in de directe zon en dan lijkt bij mij zo’n rugzak zich met lood te vullen. Ik probeer hevig te visualiseren dat ik een zak met veertjes draag, maar ergens zit er teveel scepsis in me en popt het elke keer in me op dat het toch echt 10 kg is. Na zo’n 20 km begin ik m’n rug te voelen en daar wordt mijn humeur niet beter op.

Ik ben dan ook blij dat we uiteindelijk bij onze B&B van deze avond aankomen. Als de rugzak eenmaal af is, is alle leed weer geleden. We worden heerlijk verwend met een bescheiden diner onder de parasol. Ook nu weer een heerlijk windstille, zachte avond!

Zondag 22 april

Voor de derde achtereenvolgende dag staat er een etappe van ruim 30 km op de rol. Maar, hét grote verschil vandaag is dat er een heerlijk verkoelend briesje staat! Bovendien hangt er voor de zon nagenoeg de hele dag een licht wolkendek, dat scheelt bergen energie!

We lopen eerst naar Chablis, zo’n 19 km. Vanuit de wijngaarden van de Grand Cru’s komen we Chablis binnen, prachtig! We verwennen onszelf met onze eerste croque madame (en voor Leo een glas Chablis uiteraard) op een gezellig terras. Bij de toeristeninformatie halen we nog een mooie stempel op voor in ons pelgrimsboekje. Om 14:30 uur verlaten we het sjieke stadje vol wijnboeren en trekken we verder het platteland in. We besluiten iets van de route af te wijken en pakken de meest directe weg, over het asfalt.

Tegen 18:00 uur bereiken we onze slaapplaats voor vanavond, wederom een B&B met speciale pelgrimstarieven. Blij dat de rugzak weer af mag. We hebben een kamer zo groot, dat je er kunt dansen. De eigenaresse maakt een heerlijk avondmaal voor ons klaar.

En zo is onze 725e kilometer een feit!

Vézelay in zicht 

Maandag 23 april

Met wat vertraging vertrekken we van de B&B. Naast ons zijn er nog 2 “gewone” gasten en we maken gebruik van dezelfde badkamer. Net als wij vlak voor vertrek na het ontbijt nog 1x gebruik willen maken van het toilet, gaat mevrouw onder de douche. Ze neemt er goed de tijd voor en gaat vervolgens ook nog eens uitgebreid haar haren föhnen. Dat vertraagt ons minstens een half uur. Maar voor vandaag is dat geen probleem, want we hebben er maar ruim 20 km op de planning staan.

De ochtend begint met lichte miezerregen. Heerlijk! Het blijft een klein uurtje wat meer regenen, en het is net voldoende om de regenjas tevoorschijn te halen.

We stappen door de velden en zien hoe het landschap verandert naar hogere heuvels. We komen onderweg een boom met een gele schelp tegen waarop meerdere passanten hun naam hebben geschreven. We hebben die van ons erbij gezet.

Na 8 km komen we in een dorpje met bakker en kleine supermarkt. We kopen er heerlijk verse spulletjes. Het stokbrood is zelfs nog een beetje warm. Onder een afdakje van de kerk, in het hart van het dorp, smikkelen we onze pain au chocolat op. Leo haalt er bij het café nog een kop koffie bij. Het is geen probleem om dat mee naar buiten te nemen.

Het is voor vandaag klaar met de regen dus we gaan weer in shirt verder. We klimmen een heuvel op en krijgen weer een prachtig stuk door een goed begaanbaar bos. Beneden ons stroomt de rivier La Cure met ons mee.

Lunchen doen we in het voormalige pottenbakkersplaatsje Accolay op een picknickweide, met bankje met rugleuning én vuilnisbak én watertappunt én een schilderachtig uitzicht op de brug. Wat is het leven eenvoudigweg mooi. We pauzeren een uurtje en trekken weer verder voor de laatste 7 km van deze dag. Van een local krijgen we de aanbeveling om de laatste 3 km over de weg te lopen in plaats van door het bos. Het zou er slecht begaanbaar zijn bij de steile afdaling. Die raad volgen we op en zo komen we bijtijds aan bij onze B&B. Onze van oorsprong Amerikaanse gastvrouw treffen we aan in het aangelegen pand waar ze aan het verven is. Ze laat ons binnen in de grote keuken van de B&B, wijst ons onze kamer en keert weer terug naar haar verfwerk. Een hele andere omgeving en ambiance dan we verwacht hadden.

De kamer is royaal en beschikt zelfs over 2 relaxfauteuils. Leo relaxt met z’n luisterboek op bed en ik pak m’n tekenboekje er weer eens bij.

Rond 19:30 u vergezellen we onze gastvrouw in de keuken. Het is een hele hartelijke vrouw. De liefde heeft haar van de USA naar Frankrijk gebracht. Aan tafel zijn we niet de enigen. Amerikaanse vrienden en Franse buren schuiven mee aan. De voertaal is Amerikaans met een Frans accent. Het is hierdoor wat makkelijker om aan het gesprek deel te nemen. Een bijzonder volkje, die Amerikanen. De ogen vallen bijna uit hun kassen als wij vertellen waar wij mee bezig zijn. Alleen al zulke dagelijkse wandelingen zijn voor hen niet te bevatten. Met zelfspot vertellen ze hoe ze omgaan met hun bewegings- en voedingsgewoontes. Voor elke meter de auto en een lichaam kun je ook voeden met macaroni-ham-kaas van Kraftfood. Beetje kokend water erover en de calorieën zijn weer binnen. Als we ze vertellen over de basisadviezen van het Voedingscentrum in Nederland weten ze niet wat ze horen. De Amerikaanse gastvrouw kan daarentegen geweldig goed koken en verwent ons met een zalig viergangenmenu. Het is erg gezellig en voor we het weten slaat de klok 23:00 u: time to go to sleep!

Dinsdag 24 april

We zijn een maand van huis; wat is de tijd omgevlogen! En wat hebben we al een afstand afgelegd, en dat helemaal op eigen kracht!

Vandaag beëindigen we de Via Campaniensis. De finaleplaats is bergop, op “la colline éternelle”, het pelgrimsplaatsje Vézelay. Met de warme zon op ons gezicht krijgen we na zo’n 16 km ineens de heuvel in ons vizier. Trots toornt de parel van Vézelay er bovenuit: de basiliek van de Heilige Magdalena. Het is nog 6 km klimmen. Dat gaat goed en deze keer zonder rugpijn. Het geheim van de rugzak zit ‘m in de voortdurende afstelling. Door bij Ellen het rugpand te verlengen zit de rugzak nu zoals die bedoeld zou moeten zijn…

Op de top lopen we eerst naar onze gite, waar we 2 nachten verblijven, een prachtig en royaal onderkomen helemaal voor onszelf. Deze 2 dagen weer eens een eigen potje koken, al onze kleding wassen in een machine en ons lichaam rust gunnen.

We bezoeken de basiliek. Deze is momenteel volop onder reconstructie, dus van een stille, serene plek is geen sprake. Er is zelfs een omleidingsroute in de kerk! Waar zijn nu die hordes pelgrims? We zien alleen maar een enkele toerist…

Woensdag 25 april

Wat uitslapen, een boodschapje doen, wassen, een potje Rummikub, een wandelingetje maken zonder rugzak, koken… Zo komen we de dag wel door.

Vézelay is 1 van de 4 Franse vertrekpunten voor de Camino naar Santiago de Compostela en dus hebben ze er een speciaal bemand pelgrimsontvangstbureau. Hier halen we het informatieboekje op voor ons volgende traject: van Vézelay naar Le Puy-en-Velay. Met trots vertelt de vrijwilliger dat hij op z’n 80e voor de 1e keer van Vézelay naar Santiago de Compostela is gelopen. Petje af!Het informatieboekje is gedateerd (2015) en via de uitgever kunnen we de meest recente supplementen per e-mail aanvragen. Dat vergt dus wat voorbereiding om de informatie uit het boekje met de actuele gegevens te verenigen. Het zou toch verrekkes jammer zijn als je denkt naar een slaapplaats te lopen die vervolgens niet meer bestaat.

Het komende traject loopt door de Morvan, een zeer bosrijk gebied, maar ook erg dunbevolkt. We zijn klaar voor deze uitdaging…!

Het bos van Morvan

Donderdag 26 april

We kijken nog een paar keer achterom terwijl we door de velden naar beneden lopen en zien de basiliek op de heuvel steeds kleiner worden. Een strak blauwe lucht erboven maakt dit tot een prachtig plaatje. We hebben ons brood voor de lunch van vandaag én morgen al bij ons, want we weten vanuit ons boekje dat we geen winkel of horecagelegenheid tegen gaan komen.

De grond onder onze voeten wordt meer rotsachtig. We lopen de komende dagen door een schitterend groen landschap, het bosgebied van Morvan. De rivier La Cure meandert nog steeds met ons mee. Regelmatig variëren we van oevers door middel van mooie en leuke bruggen.

Het kost de nodige inspanning, maar onze lunchplek is een prachtig uitzichtspunt. Wat is dit genieten!

De tocht vandaag bestaat uit kleine, maar pittige klimmetjes, vaak met zo’n 12% stijgingspercentage. Het is warm en het water in onze bidons gaat snel op. Gelukkig komen we dan net langs een paar huizen waar iemand thuis is. Leo beheerst inmiddels voldoende de Franse taal om om water te vragen ;). Als de nood maar hoog is…
Tegen 18 uur bereiken we ons overnachtingsadres, een gite à la ferme. Dit klinkt sjiek, maar het komt erop neer dat we slapen in een onverwarmde, voormalige koeienstal waar enkele bedden op een betonnen vloer staan. Eten mogen we bij gratie Gods binnen in de hal van het huis. De gastvrouw doet haar best ons te verwennen en dat wil ze weten ook, want om de paar minuten komt ze vragen: “Ça va?”.

Na het eten terug naar de koeienstal en vanwege de kilte maar snel de slaapzak ingedoken.

Vrijdag 27 april

We zijn blij om weer weg te kunnen uit de stal, fijn lekker weer een eindje wandelen. Vandaag wederom veel klimmen en dalen. Lang en hevig. We hebben geluk dat het al langere tijd droog is en de paden in ieder geval ver droog zijn. Zware regenval heeft de paden uitgesleten. Het zijn “holle” wegen geworden, waarbij het goed uitkijken is waar je je voeten zet.

Het is weer prachtig loopweer, niet te warm en veel zonneschijn. Veel door het bos, zo mooi groen van het gebladerte en de mossen. We zien op de grond ook veel grijze bladvormige korstmos, een teken dat de lucht hier weinig verontreinigd is.

Tegen 12 uur komen we bij de enige horecagelegenheid van deze dag. We zijn verrast, want in de beschrijving van onze gids stond uitdrukkelijk dat we niets tegen zouden komen. We vinden dat we een pain au chocolat met koffie verdiend hebben, dus nemen we plaats op het terras. De uitbater staat te praten met 3 andere Franse dorpsbewoners. Ziet ons wel, maar doet geen poging om contact te maken. We lopen dus maar naar de bar, dan zal hij hopelijk wel komen. Op zijn bar staat een mandje met 2 pain au chocolat en een brood. Het eerste dat hij tegen ons zegt dat het brood gereserveerd is en dat wij dat dus niet kunnen kopen. Vroegen we daar om? Hij pakt de 2 pain au chocolat voor ons in en zet voor Leo een koffie. Intussen bestellen de andere 3 Fransen ook een koffie. Ik sta klaar met m’n portemonnee om af te rekenen maar meneer besluit eerst de Fransen van koffie te voorzien. Als hij zich weer tot mij wendt geef ik hem een briefje van € 20. Ik ben hem € 4,40 verschuldigd. “Of ik het niet kleiner heb” en hij kijkt het geld hierbij bijna uit m’n portemonnee. “Nee, ik heb het niet kleiner”. Het is goed met hem. Pfff… de gastvrijheid is hier ver te zoeken. De broodjes en de koffie smaakten daarentegen heerlijk!

Aan het einde van de middag komen we aan bij de gezellig ogende auberge voor vanavond. Stukken beter dan een koeienstal!

Na zonneschijn komt regen

Zaterdag 28 april

In de auberge in Dun-les-Places hadden we ook ons avondmaal. Het was een bijzondere manier van het presenteren van het eten. In grote schalen werd eten aangeboden, waarvan je je portie kon nemen. Niet culinair hoogstaand, maar de ambiance was erg gezellig, echt een herberg. Het restaurant was volledig gevuld. 

De volgende ochtend vertrekken we terwijl de temperatuur nog laag is, vestjes aan dus. We bevinden ons op zo’n 600 meter en we beginnen met dalen tot op waterniveau. Daarna zetten we weer in voor een flinke, lange klim. Adem in door de neus en uit door de mond, zodat de ademhaling zo laag mogelijk blijft. We wanen ons weer alleen op de wereld, een groene, bosrijke wereld. Na een paar uur passeren we Franse hunebedden, mooi tijd voor iets te eten én een geocache, want bij dit bijzondere natuurverschijnsel ligt er één. Het gebied van de Morvan is sowieso een waar geocache- én MTB-paradijs. Inmiddels zijn de vestjes vervangen door regenjassen. En niet veel later gaan ook de regenbroeken aan. Op het moment dat we ons brood op willen eten is het gelukkig net even droog. Lang blijven we niet zitten, want het is fris. Wat een verschil met gisteren, laat staan met vorig weekend! We lopen verder over paden met grote plassen. Er is een hele alternatieve infrastructuur ontstaan. Het is opgehouden met zachtjes regenen. Het laatste uur van onze tocht voor vandaag lopen we in de stromende regen. We stoppen bij een restaurantje waar we afgesproken hebben met de campingeigenaar van wie vanavond een chaletje huren. We staan aan de bovenkant van het Lac des Settons. De camping bevindt zich bijna onderaan, aan de oostkant van het meer. Dat is lang geleden dat we in een auto gezeten hebben! Her is een hele fijne service, zeker nu het zo regent! Goed nat stappen we het chaletje binnen. Het verwarmingsplaatje heeft een oppervlakte van 50×60 cm en daar moeten wij onszelf én onze spullen zien te drogen. Gelukkig ziet het leven er na een warme douche en een kop thee er snel beter uit. Ons diner genieten we in een restaurant, 500 m verderop. Een gezellige huiskamer met een uitstekende keuken. Bij terugkomst in het chaletje blijkt de temperatuur al aardig opgeschroefd te zijn en gaan we lekker warm slapen.

Zondag 29 april

In alle vroegte verlaten we het vakantiepark. Alleen vissers aan het grote meer zijn actief. Voor vanmiddag is veel regen voorspeld, dus is ons plan om voor de regen binnen te zijn in Anost. Dit lukt. Sterker nog, we arriveren onder een strakblauwe hemel in Anost. De receptie van het hotel waar we vanavond logeren is gesloten. De bakker is wel open, dus eerst maar even lunchinkopen doen voor de komende dagen. Onze ervaring is dat stokbrood van één of twee dagen nog goed te eten is. Uiteindelijk besluiten we te bellen want het hotel blijft dicht. We willen tenslotte voor de regen binnen zijn. Een mevrouw leidt ons naar de kamer. Na een relaxte middag gaan we een pizza eten. Ditmaal geen Franse avondmaaltijd, waarin standaard de ‘plateau du fromage’ is opgenomen. Die komt onderhand onze neus uit!

Twee bergetappes 

Maandag 30 april

In het dorp Anost kom je maar 1 naam tegen: Fortin. Deze familie beheert nagenoeg alle commerciële activiteiten in het dorp, van hotel tot restaurant, van pizzaria, taxi bedrijf tot kruidenierszaak. Bijzonder…

We vertrekken met onze regenpakken aan. Het heeft de hele nacht doorgeregend en het lijkt voorlopig nog niet op te houden. Het is ook goed fris. De temperatuur gaat vandaag niet boven de 10 graden uitkomen. Als we handschoenen bij ons gehad zouden hebben, dan hadden we ze aan gedaan.

Er staat ook een flinke wind en dat is positief, want dat zorgt ervoor dat die grijze regenwolken snel wegdrijven. We zien zelfs de zon nog een paar keer voorbij komen deze dag!

Vandaag stijgen we naar 900 meter, de top van de Haut Folin. Het is een geleidelijke klim en heel goed te doen. Hier wordt in de winter gelanglaufd.

We lunchen op de stoep bij een verlaten huis, maar we stappen al weer snel op vanwege de kou. Deze omstandigheden zijn echt niet prettig en het is beter nu in beweging te blijven.

Vanwege de niet altijd makkelijk lopende ondergrond loop ik relatief veel met m’n blik op de grond gericht. Hé, wat is dat? Een sleutel… Volgens Leo (voormalig lockpicker) kan dit ook nog wel eens een belangrijke sleutel zijn. Hij is in ieder geval niet te dupliceren. Dus GPS-coördinaten genoteerd en sleutel in de zak om later af te geven bij een politiebureau of gemeentehuis.

Na ruim 31 km komen we tegen 18 uur aan bij ‘Aux Sources de l’Yonne’, een camping en B&B gerund door de Nederlanders Josje en Pim in het gehucht Anverse. Ha, eindelijk weer eens Nederlands praten! In hun gezellige huis nodigen ze ons uit om met de familie in hun woonkamer mee aan tafel te schuiven voor een heerlijke paëllamaaltijd. Wat een gastvrijheid!

Dinsdag 1 mei

Dit waren één van de betere bedden tijdens onze reis tot nu toe. We hebben er heerlijk geslapen. En het is helemaal af na een goed verzorgd ontbijt met het zelfgebakken volkorenbrood van Pim. Eindelijk ‘s ochtends weer eens ham, kaas of hazelnootpasta op de boterham in plaats van alleen maar jam.

Met een half volkorenbrood op zak verlaten we dit fijne adres in Anverse en gaan richting de klim van Mont Beuvray. Net voor de top van deze berg, op een plateau, treffen we de opgravingen van een oud klooster. Heel toegankelijk gemaakt voor publiek. We zien zowaar enkele Franse toeristen. Het is immers 1 mei, een dag waarop Fransen niet werken.

Dan volgt er een lange afdaling van ruim een uur. Best inspannend om over zo’n lang pad vol losliggende stenen je concentratie erbij te houden. We dalen maar liefst van ruim 800 m naar zo’n 400 m.

We zijn het bos uit en gaan verder over de weg richting Larochemillay. Het is lunchtijd en we zoeken naar een bankje om ons boterhammetje op te eten. We naderen een huis en zien Nederlandse namen bij de voordeur. Door het raam zien we een vrouw in de weer met een schuurapparaat. We zwaaien en weifelen om te vragen of we op het bistrosetje aan de voorkant van het huis plaats mogen te nemen. De deur gaat open en valt er ons op dat er een schelp bij de voordeur hangt. De dame die opendoet is niet de eigenaresse, maar ze vindt het prima dat we ons boterhammetje bij haar opeten. Ze biedt ons nog een heerlijke kop thee erbij aan en een gezellig gesprek. Lekker om even de handen te warmen, want het is vandaag goed fris. Ze woont sinds 2 jaar in een dorp verderop en heeft samen met haar man het roer omgegooid van druk Nederlands leven met hypotheek naar een sober Frans leven zonder hypotheek. Maar zijn nu zo veel gelukkiger.

Nog een kleine 4 km en we zullen aankomen bij de gemeenteherberg van Larochemillay. Vlak voordat we op het plein aankomen waar de gite zich bevindt horen we een Nederlanders echtpaar achter ons, die ons als pelgrims herkennen. We stoppen en bevestigen dat wij op weg zijn naar Santiago de Compostela. Mevrouw (Francis) ziet mijn buff van Nordic Walking Gilze en Rijen. “Komen jullie uit Gilze?” “Nee, wij komen uit Tilburg, vlakbij Gilze…” En wat blijkt? Zij komen uit Tilburg-Centrum, en een familielid (zus?) woont … in onze straat, te weten 6 huizen van ons vandaan (op het volgende “eiland”)! Francis en Kees zijn 3 maanden op vakantie met de “sleurhut”. We hebben een erg gezellig gesprek en bij het afscheid nemen krijgen we beiden nog een lekker blikje frisdrank mee. Dat is eens wat anders dan water. Wat een fijne ontmoeting weer!

En dit zou nog niet het laatste mooie Camino-momentje zijn deze dag…

Tussen 16:00 en 18:00 u zou bij de gite het ontvangstcomité klaar staan. Wij zijn er om 16:05 uur, maar staan voor een gesloten deur. We gaan bellen. Antwoordapparaat. En dat 3x in het daaropvolgende half uur. Er staat een picknicktafel in het zonnetje, dat veraangenaamt het wachten. We zijn lekker voor ons uit aan het kijken wanneer er een auto stopt. Al zuchtend en steunend stapt een volslanke dame uit en zij heeft de sleutel! We checken in en krijgen de 2e verdieping toegewezen. Een heel eenvoudige maar ruime kamer met zelfs een 2-persoonsbed. Op de gang is een royale badkamer. Niet veel later horen we veel kabaal binnenkomen. Het is een groep van 13 Nederlandse wandelaars. Man, man, wat maken die een herrie! Gelukkig worden zij verdeeld over de 1e verdieping. Nadat we heerlijk opgefrist zijn, ons wasje gedaan en opgehangen hebben, brengen we eerst een bezoek aan de kerk naast ons. Een mooie kerk, doet zelfs qua stijl huiskamerachtig aan. In Larochemillay is een goed aangeschreven betaalbaar restaurantje. Deze zou open zijn om 18:00 u. We staan er iets na half 7 voor de deur, maar de deur is gesloten. Er staat nergens dat ze vanavond niet open zouden zijn, maar ja, het is 1 mei… Er komt een dorpsbewoner aangelopen. Met een hongergevoel en de wetenschap dat we nog maar 4 sneetjes volkorenbrood hebben (voor ons ontbijt morgen), spreek ik haar aan en vraag of zij weet of het restaurant vanavond nog open zal gaan. Ook deze mevrouw blijkt Nederlandse (!). Ze weet het niet, maar  biedt meteen aan om haar huis mee in te lopen om te kijken of ze voor ons iets eetbaars heeft. Met een pakje noedels, een blikje tomatenpuree, een potje koude mossels (uit Yerseke!) en een dik plak kaas lopen we weer haar deur uit. Leo biedt nog aan om eerst te wachten tot 19:00 uur om te kijken of het restaurant niet open gaat en dan de spulletjes op te halen. Maar mevrouw wil heel graag haar bijdrage leveren aan ons, pelgrims.

Na 19:30 uur proberen we het nog eens bij het restaurant. Bij het openen van de deur komt een golf van kabaal ons tegemoet. De groep Nederlandse wandelaars is ook binnen. De akoestiek is zodanig dat het geluid ook nog eens versterkt wordt. Maar we eten er heerlijk! En dat tegen een ongelooflijk lage prijs. De kok vindt het zo vervelend dat wij tegelijk met de groep hebben moeten eten en daardoor misschien iets langer hebben moeten wachten dat hij ons de afsluitende koffie schenkt. Hoeveel Camino-engelen kun je op 1 dag treffen….

Super overnachting

Woensdag 2 mei

Er was eens… een bakker in Larochemillay, maar die is dus vertrokken… Als ontbijt hebben we gelukkig nog 2 kleine sneetjes volkorenbrood van Pim. Maar voor de lunch hebben we niets. Dit betekent een verandering van de route, want de uitgepijlde route leidt ons niet langs bewoonde wereld.

Over een D-weg lopen we naar Luzy, een verharde weg door mooi golvend landschap. Als aanvulling op ons ontbijt eten we in Luzy een crèpe sucré, lekker! Naast de crèperie zit een kapper; het is voor Leo weer tijd;). We stappen om 5 voor 12 uur binnen en om 12 uur start de middagpauze, maar gelukkig wil Sylvie Leo nog even de tondeuse over z’n hoofd heen halen.

In het levendige stadje kopen we bij de bakker onze lunch en smikkelen deze op in het parkje met uitzicht op de bibliotheek.

Voordat we onze route voor vandaag weer vervolgen lopen we langs de mairie om de gevonden sleutel af te geven. Hopelijk komt ie terecht waar tie hoort.

De zon laat zich in de middag nog goed zien. Lekker, want de omgevingstemperatuur is fris. Zagen we vorige week nog prachtig gele koolzaadvelden, nu zijn ze nagenoeg uitgebloeid.

Rond 17 uur komen we aan bij de prachtige locatie van Margriet Wouters, onze gastvrouw voor vanavond. Ze bestiert een sfeervolle B&B in een hoeve met opstallen. We krijgen de “kleine” kamer maar die is groter dan menig kamer die we de laatste tijd hebben gehad. Na een lekker kopje thee op het terras buiten frissen we ons op en schuiven bij de familie aan tafel aan. Margriet komt oorspronkelijk uit Udenhout (gemeente Tilburg), dus dat schept een band. We eten er heerlijk en tafelen nog gezellig na.

Donderdag 3 mei
Na zo’n geweldig adres als bij Margriet ervaren te hebben, ligt de lat hoog voor de overige overnachtingsadressen…

De omgeving wordt langzaamaan wat vlakker. Zo nu en dan hebben we nog een mooi overzicht over een groene kom van akkers en grasvelden, waar met name kleine kuddes witte koeien staan te grazen. Zo’n kudde bestaat uit een grote vaderstier, vele moederkoeien en de nodige kalfjes. Leuk om een kalfje te zien drinken bij moeders, zoals de natuur het bedoeld heeft.

We hebben een lange etappe voor de boeg. De looptemperatuur is prima, maar om stil te zitten is het net te fris. Dat komt dus goed uit als je een grote afstand moet overbruggen. En dan gebeurt ons ‘s middags voor de 1e keer iets wat we nog niet eerder meegemaakt hebben: de route op de GPS blijkt in het echt niet meer te bestaan. Eigenwijs als wij zijn willen we toch per se ons lijntje blijven volgen. Alles beter dan omlopen. Dus worstelen we ons een weg over een pad dat niet meer is belopen sinds Napoleon uit Frankrijk is vertrokken. Uiteindelijk komen we ook nog eens uit op privéterrein. Dat is helemaal al iets waar de Fransen niet van gediend zijn. Maar het lukt! Al denk ik dat we een volgende keer toch voor de extra meters over begaanbaar pad kiezen.

Met dit oponthoud komen we na ruim 34 km aan bij de gite waar we die nacht eten en slapen. De gastvrouw verwent ons met een uitstekende maaltijd. Sfeer is er niet, vermoeidheid bij ons wel, dat zijn de ingrediënten voor een lekkere nachtrust!