Plastic kaas

Brrr… het is nog goed koud als we Estaing verlaten. Ik heb m’n fleecevest aangetrokken. Aan het einde van de brug kunnen we kiezen of we via de GR65 blijven lopen of de route over de GR6 nemen. We kiezen voor het laatste, want deze weg kennen we nog niet. Meteen begint er een flinke klim met een hoog stijgingspercentage. Het lijkt wel 45 graden, maar dat zal het (net) niet geweest zijn. Bovenaan kan het fleecevest weer uit, want hier krijg je het warm van! Daar hebben we een prachtig uitzicht over Estaing en de rivier de Lot, die er omheen meandert.
We lopen boven over een plateau en snoepen van de talrijke bramen die erom vragen geplukt te worden. Ook enkele blauwe pruimen lachen ons zodanig toe, dat we ze niet kunnen laten hangen.
Het lijkt alsof niemand ervoor kiest om deze variant te lopen, want heel de dag komen we geen mens tegen.
Het is 10 uur als we bij een prachtig kapelletje met picknickbankje komen. Te vroeg voor onze pain au chocolat-pauze, maar het zou te jammer zijn om er toch niet even te stoppen. Wat een prachtplek!
We lopen over landelijke asfaltweggetjes waar we een 360 graden uitzicht hebben tot kilometers ver. Wat een rust hier! Dan weer gaat de route door het bos waar grote kastanjebomen en veel varens te vinden zijn.
Lunchen doen we traditioneel bij de kerk, die we gelukkig rond lunchtijd tegenkomen. We hebben kaas gekocht in Estaing bij de versafdeling van de supermarkt. Ik vroeg of ze deze voor ons in plakken kon snijden. De Franse mevrouw kijkt me onbegrijpelijk aan. ‘Zoals ze in Nederland ook doen’, zeg ik er ter verduidelijking nog bij. Ze begint te lachen en zegt: “kaas in Nederland? Ja, die is te snijden want dat is plastic!”
En nu wij deze kaas proeven kan ik me voorstellen dat een Fransman/-vrouw zo denkt….
Na de lunch hebben we nog heel wat kilometers te lopen, want het zijn er vandaag in totaal tegen de 30.
Gelukkig voor de snelheid zit er ook redelijk veel asfalt bij. Tegen half 5 komen we aan bij een christelijke pelgrimsopvang in Le Soulié. Le Soulié bestaat uit 1 geheel van kleine gebouwtjes en dat is dit. Één gebouwtje is ingericht als kapel. Daar wordt iedereen om 18 u verwacht voor een nadere toelichting op de timpaan van de kerk van Conques. Leo laat de uitleg aan zich voorbij gaan, omdat hij er te weinig van begrijpt. Achteraf bezien een wijze beslissing want de zeer extraverte geestelijke Michel gooit een stortvloed van Franse woorden over ons uit. Ik zit, samen met 9 Fransen op een houten bankje (zonder rugleuning). De uitleg blijft maar duren, en wanneer Michel aangeeft dat we “zo” aan tafel gaan, duurt het voor mijn gevoel nog een half uur voordat we echt aan tafel gaan. Ik merk dat ik goed moe word van het ingespannen luisteren. Maar de Fransen blijven maar praten en praten, waarbij Michel zeker 80% van de tijd aan het woord is. Ook nu zitten we op een houten bankje zonder rugleuning, en mijn rug vindt het welletjes geweest voor deze dag. Naarmate de avond vordert, schakelen we helemaal af. Leo laat de kakofonie van Franse klanken over zich heen komen en geniet stilletjes van de heerlijke wijn. We willen ontzettend graag gaan slapen, maar pas om 22:30 u wordt het desert geserveerd. Het eten is werkelijk verrukkelijk. Alleen heeft deze avond heeft ons meer energie gekost dan dat er aan energie is ingegaan…

Het wonder van Conques

We zijn als een blok in slaap gevallen. Deze gîte is een fijne plek, met name voor Fransen. In hun communicatie zijn ze niet ingesteld op mensen buiten de Franse grens.
Vandaag zullen we na een kleine 16 kilometer Conques gaan bereiken. Michel biedt op een opdringerige manier aan om de rugzakken er naar toe te brengen omdat hij naar de mis van 11 uur gaat. Wij zijn even klaar met de Franse afhankelijkheid, dus wij vertrekken met onze vertrouwde rugzak op de rug.
Afgelopen donderdag heb ik gebeld met de abdij in Conques om onze overnachting vast te leggen. Overnachten in deze abdij vormt voor ons een hoogtepunt op deze reis. We hebben vanuit vorig jaar zulke fijne herinneringen aan ons verblijf in de abdij. Het verbaast me dat reserveren niet mogelijk is. We moeten ons maar op tijd melden als we aankomen bij de abdij. Zo gezegd, zo gedaan. Rond 13 uur wandelen we vanaf grote hoogte Conques binnen. Prachtig hoe dit kleine plaatsje met z’n indrukwekkende abdij en kerk in een dal van omringende heuvels ligt. Het ontvangstbureau gaat pas om 14:15 u open, dus besluiten wij op de binnenplaats ons brood te eten. We zien enkele hospitaliers lopen en zij wensen ons stuk voor stuk met een lieve lach “bon appetit”. Er is nog 1 andere pelgrim, een oudere Fransman. Hij spreekt wel iemand aan en regelt daarmee (weten wij nu achteraf) zijn overnachting. Tegen 14 uur druppelen er meerdere pelgrims binnen en wij besluiten ons bij hen aan te sluiten. Geen van hen heeft een reservering. Zij blijken hun naam op een lijst geschreven te hebben. Op het moment dat wij dat ook willen doen zegt de hospitalier die erbij staat, dat ze geen bedden meer hebben. Alle bedden zijn vergeven. Ik heb me zo erop verheugd om hier weer te mogen overnachten dat spontaan de tranen in mijn ogen springen op het moment dat ons verteld wordt dat ze niets meer voor ons kunnen betekenen. Ze geven ons wel een alternatief adres. Wow, dit is een flinke les in ‘omgaan met teleurstellingen’…
Het lukt ons om een nieuwe overnachtingsadres te regelen. We zetten er onze rugzakken neer en gaan het prachtige plaatsje in. We zoeken en vinden een paar geocaches en drinken koffie/thee bij een Nieuw-Zeelandse die een hotelletje runt onderaan het dorp. Dit doet me mijn teleurstelling bijna vergeten. We lopen weer terug naar boven, naar “het centrum” en we komen daar de oudere Fransman tegen. Hij zegt ons dat enkele hospitaliers van de abdij ons aan het zoeken zijn. Hij heeft bij hen ons verhaal nogmaals gedaan en als een “geschenk van de camino” bleken er nog 2 bedden vrij gemaakt te kunnen worden voor ons. Uit een andere straat komt een hospitalier met armen wijd op ons afgelopen, zo blij is ze dat ze ons gevonden heeft na overal gezocht en gevraagd te hebben. Dat is toch wel heel lief dat ze zoveel moeite voor ons gedaan hebben. Met de hospitalier lopen we terug naar de abdij en we worden nu met voorrang behandeld. Ze annuleren ook onze huidige overnachting. We halen er onze rugzakken op en installeren ons slaapzaal 1. Oh, wat is het weer heerlijk om de sfeer van deze bijzondere abdij te proeven!

La Vita è Bella

Met een big smile kom ik de eetzaal van de abdij binnen. Ik heb niet bijzonder goed geslapen vanwege een snurkende man in het stapelbed naast ons, maar dat weegt niet op tegen de energie die deze abdij mij geeft. Na een heerlijk ontbijt met onder andere ‘fromage blanc’ (mijn vertaling: bloempap) bedanken we de vriendelijke hospitaliers en gaan op pad. We lopen nog 1 keer langs de immense kerk waar frère Jean-Daniel gisteravond weer indrukwekkend op het orgel heeft gespeeld. We zakken af naar de rand van het dorp. De lucht is volledig onbewolkt en de opkomende zon verlicht net de torens van de kerk.
We lopen over de Romaanse brug en beginnen aan de klim richting de kapel, hoog in de heuvels. Een lekker opwarmertje voor ons lichaam, want de dag start met zo’n 4 graden op de thermometer.
Na de lange klim kunnen we van bovenaf ontzettend ver weg kijken. Het lijkt zelfs of we de toppen van de Pyreneeën kunnen zien, maar dat zal toch net niet het geval zijn. We lopen veel aan de zijkanten van de smalle asfaltwegen. Daar zijn voor de pelgrims grintpaden aangelegd.
Ongeveer halverwege de route hebben we een bijzonder momentje. Daar bevindt zich namelijk de splitsing van de Via Podiensis (GR65) met de GR62B, de weg richting Toulouse. Op dit punt zijn wij vorig jaar, als enigen, afgeslagen om onze weg zuidwaarts te vervolgen. Nu blijven we op de GR65. We doorkruisen voornamelijk weilanden en komen dan aan bij Decazeville. We maken nog een klein ommetje langs de kerk van deze middelgrote stad om er een geocache mee te pakken. Daarna gaan we weer pittig klimmen om deze stad achter ons te laten. En zijn we boven, dan duurt het niet lang meer of we zetten de afdaling in naar Livinhac-le-haut. Daar gaan we slapen in de bio-gite La vita e bella, een gite gerund door 2 pelgrims, die elkaar op de Camino hebben ontmoet. Hij, Andrea, komt uit Italië en zij, Jani, uit Frans Baskenland. We worden warm onthaald door de charmante en goodlooking Andrea.
Met de muziek keihard aan is Andrea een heerlijke Italiaanse maaltijd aan het bereiden. Er is een lange tafel met Fransen én een ronde tafeltje met niet-Fransen, 2 Oostenrijkers (Herbert en Elisabeth), 2 18-jarige Duitse meisjes (Clara en Anna) en wij. Alles klopt deze avond: het heerlijke Italiaanse eten en vooral het erg aangename gezelschap! Dit geeft ons heel veel energie!

Sociale gastheren

Hoe klein kan de wereld zijn… Andrea is een enthousiast zeiler en kent de Nederlandse Oesterdam! Het is een man met een groot sociaal hart. Het avondeten is op donativobasis geweest. Dus elke pelgrim geeft wat hij kan missen of wat hij wil geven. Aan Clara en Anna, die naar Santiago de Compostela lopen, heeft hij de maaltijd geschonken. Een hele mooie uitvoering van het draagkrachtprincipe.
Vandaag starten we met onze regenjas aan. De bewolking hangt laag. Het is vooral miezerregen dat valt. De herfst lijkt langzaam zijn intrede te doen. Bij sommige bomen begint het blad al te verkleuren van groen naar rood of geel.
We lunchen onder het afdak bij een kerk. We kunnen het niet nalaten om ook even een kijkje binnenin te nemen en zien prachtige glas-in-loodramen. We hebben tot op heden nog niet meegemaakt dat kerkdeuren gesloten waren, hoe klein het gehucht ook is. En dat geldt ook voor de talrijke kapellen die we gepasseerd zijn en waar we zelf een stempel in onze credencial kunnen zetten.
We zien vandaag voor het eerst een klein meer, waar de zwaluwen laag over het water scheren.
Na zo’n 25 km komen we bij onze gîte, vlak voor de bebouwde kom van Figeac. Gelukkig kunnen we er terecht. Ik heb de afgelopen dagen wel 7 of 8 adressen afgebeld voordat ik “beet” had.
Patrice (een man) runt de gîte en vangt ons hartelijk op. We liggen op een slaapzaal met 6 bedden.
Op de bonnefooi komt de Amerikaanse Erin aangelopen. Ze heeft niet gereserveerd en Patrice geeft aan dat hij vol zit. Hij helpt haar om een ander adres te vinden, maar heel Figeac zit vol. Dan biedt hij haar een stretcher in de eetkamer aan, waarvoor ze heel dankbaar is. Zij is een pelgrim, die graag “spontaan” wil pelgrimeren, oftewel daar stoppen waar het je leuk lijkt of omdat het genoeg geweest is voor die dag. Dat lukt hier in Frankrijk moeilijk, want de Fransen zelf (zo’n 95% van de pelgrims) hebben al tijden vantevoren hun accomodatie geboekt.
Patrice zorgt voor een goede maaltijd, met zowaar een behoorlijk aandeel groente en een lekker toetje. Heerlijk!

3 Cols

“Profitez de votre jeunesse”, roept Patrice ons na als we de verdere afdaling naar Figeac inzetten. Nou, dat is toch niet verkeerd als we nog zo “jeugdig” overkomen. Nog geen enkele blaar of ander ongemak zit ons in de weg. Elke ochtend starten we weer met veel zin en energie.
De bewolking van gisteren is helemaal weg en boven ons is een strakblauwe hemel te zien.
We lopen eerst wat rond in het stadje Figeac. Figeac heeft een heel oud centrum met smalle steegjes en prachtige gebouwen, waaronder 2 hele grote kerken. We vinden 2 geocaches en verlaten dan de stad om ons pad noordwaarts te vervolgen. We gaan nu de GR6 volgen, richting Rocamadour. Dat betekent dat we de vertrouwde pelgrimsgezichten niet meer zullen zien, want óf ze stoppen in Figeac óf ze blijven op de GR65 richting Saint-Jean-Pied-de-Port aan de Spaanse grens.
We lopen over smalle asfaltweggetjes door lommerrijk gebied. Het is nog frisjes, maar de zon doet goed haar best.
We klimmen naar Cardaillac, waar we bij een Middeleeuwse tuin een bankje vinden om ons brood te eten. Na een kwartiertje verhuizen we naar de schaduw, zo warm is het inmiddels.
Na de lunch klimmen we verder door een schitterend bos, waar het koeler en vooral heel stil is. Het leidt ons naar een mooi meertje met rode waterlelies. Aan het eind van het meertje staat een mooie houten overkapping, mét wifi-router. Bijzonder, zo midden in de natuur!
Er staat geen zuchtje wind en de zon schijnt intenser en intenser. Dat zorgt ervoor dat de derde en laatste klim heel zwaar voelt. Het geeft prachtige uitzichten zeker met zulk helder weer als vandaag!
En zijn we bijna klaar met de laatste klim, dan wacht daar ons een klein paradijs! Een bankje met koel drinken én een hangmat! Wat een welkom burgerinitiatief! Oh, ik zou wel uren in de hangmat willen blijven liggen!
Maar er zijn nog 6,5 kilometers te lopen, naar Lacapelle-Marival. Iets na 5-en komen we aan bij de bijzonder lieve, 77-jarige weduwe Chantal, die zich over pelgrims ontfermt. Haar plek is alleen bekend bij de burgemeester, de toeristeninformatie of via mond-op-mond. Wij hebben haar adres via Sabine, onze Franse pelgrimsvriendin van vorig jaar.
We worden in de watten gelegd; wat een verschil met een verblijf in een gîte, waar je met z’n 6-en een wc of badkamer deelt. Haar kookkunsten zijn onovertroffen en voor Leo haalt ze haar beste wijn tevoorschijn. Een mooie afsluiting van een zware dag!

Geluk

Chantal wenst ons alle geluk toe op onze verdere (levens)weg en ook vandaag mogen we weer ervaren dat het geluk met ons is.
Enkele dagen geleden heb ik het grote klooster (met 80 kamers) in Gramat gebeld om te vragen of we er kunnen overnachten. “Complet” is helaas ook hier weer het antwoord. Ik krijg een telefoonnummer van de tegenover gelegen gîte. Ook hier vertelt de aardige hospitalier dat ze vol zitten. Maar ze vraagt me om haar een kwartier later terug te bellen. Zo gezegd, zo gedaan. En ja! We kunnen komen. Ik begrijp dat ze iets speciaals heeft moeten regelen, maar het fijne ervan ontgaat me tijdens het telefoongesprek.
Vandaag arriveren we bij de gîte, en wat blijkt? Een hospitalier heeft haar (grote) kamer met privé badkamer aan ons afgestaan!
We voelen ons erg dankbaar, zeker na weer een pittig dagje wandelen.
Het zware zat ‘m vandaag niet zozeer in de niveauverschillen, maar in de lengte én de warmte. Het is hier rond de 30 graden (zonder wind) en zeker als je over een stukje asfalt loopt, lijkt het alsof je smelt. De rugzak wordt dan voor het gevoel eens zo zwaar.
In de vroege ochtend wandelen we eerst langs het kasteel van het plaatsje Lacapelle-Marival. Tegenover het kasteel is een pleintje met een bakker en een kleine supermarkt, waar we onze lunchinkopen doen. Bij de toeristeninformatie halen we nog een stempel op.
Daarna gaan we verder door het landelijk gebied. We zien nauwelijks een pelgrim lopen. Elke keer als we een fijn bankje in de schaduw zien staan, zouden we wel willen stoppen om er even lekker te gaan zitten, maar dat schiet natuurlijk niet op.
We steken het water van de L’Ouysse over, over een klein bruggetje met een Limburgs stechelke (een draaiboompje).
‘s Middags lopen we gelukkig veel over een bospad waar veel schaduw is. Het pad is aan beide zijden afgeschermd door een stenen muur. Het loopt vlot en zo schieten de kilometers lekker op.
Halverwege de middag schieten we nog een kerk in om er voornamelijk afkoeling te zoeken. We zien er hoe het felle zonlicht door de prachtige glas-in-loodramen schijnt. Zo mooi!
En zo bereiken we tegen half 6 onze gîte. Na het gebruikelijke ritueel van douchen en spulletjes wassen genieten we op een klein terrasje van de laatste zonnestralen van vandaag.
Rond 19:30 u gaan we aan tafel met maar liefst in totaal 21 personen. Een gezelschap van hoofdzakelijk Fransen, een Belgische, een Noorse, 2 Russen, 2 Zwitsers en wij. De hospitaliers hebben een geweldige maaltijd voor ons bereid waar we de rest van de avond over doen. Wij kunnen om 22:00 u fijn naar ons privé onderkomen.

Rocamadour

Om 8:00 u nemen we afscheid van hospitalier Dominique en lopen het stadje in voor onze lunchaankopen. Als we weer aanhaken op de route komen we Kristien uit het Noorse Oslo tegen. We lopen de eerste kilometers met elkaar op. Ons gesprek gaat van de Noorse olie tot schaatser Johann Olav Koss en van de elektrische auto’s in Noorwegen tot het feit dat Noorse automobilisten een flinke boete krijgen als ze niet heel erg tijdig stoppen voor een overstekende voetganger op een zebrapad.
Vandaag lopen we 13 kilometer naar Rocamadour, voornamelijk door een prachtige en heerlijk koele kloof. We dalen veel af en volgen de droge bedding van de rivier L’Alzou. We lopen zelfs door een voormalige watermolen, waarvan nu nog slechts resten zichtbaar zijn. De hoge rotswanden om ons heen zijn imposant en laten je hier heel klein voelen. Wat een overweldigende natuur! Als we de kloof uit zijn, lopen we in de volle zon richting Rocamadour, nog steeds met de hoge rotswanden om ons heen.
En zo beginnen we aan de beklimming van de eerste treden naar het centrum van het stadje Rocamadour, waar de grote basiliek Saint Sauveur met een bijbehorend heiligdom en kasteel tegen een hoge rotswand is aangebouwd. Het plaatsje trekt heel veel toeristen. Op Lourdes na is Rocamadour de meest bezochte bedevaartplaats van Frankrijk.
Het is vandaag ontzettend warm (boven 30 graden) en het beklimmen van alle treden met een zware rugzak kost ons veel energie. Gelukkig mogen we boven bij het heiligdom onze rugzak stallen. Het is nog maar net rond het middaguur als wij op een bankje lekker onze lunch gaan gebruiken. De rest van de middag verkennen we het stadje en hoppen van schaduwplek naar schaduwplek. Er zijn zoveel mooie elementen te ontdekken hier! Een kruisweg, de zwarte Madonna, oude Romeinse stadspoorten. Je valt van de ene verwondering in de andere.
In de tweede helft van de middag gaan we bij de christelijke pelgrimsopvang onze “Rocastella” ophalen. Als je kunt aantonen dat je minstens 100 kilometer bent komen lopen naar Rocamadour, krijg je dit attest. Precies dezelfde regel als waarvoor je in Santiago je “Compostela” kunt ontvangen. We hadden graag hier bij de zusters op de top van Rocamadour overnacht, maar toen ik enkele dagen geleden belde kreeg ik weer “complet” te horen. Nu geeft de beste man die ons de Rocastella uitreikt ons aan dat hij nog plaats heeft. Er heeft namelijk een groep geannuleerd. Wij hebben inmiddels een hotelletje gereserveerd voor onze laatste nacht in Frankrijk. Het hotel ligt tegenover het treinstation. Wij reizen met de trein terug naar Nederland, dus hoe ideaal kun je het hebben. Het treinstation (en dus ook het hotel) ligt een kleine 5 kilometer van Rocamadour vandaan. We lopen deze kilometers liever nog vandaag dan morgenochtend, in alle vroegte.

Op naar de beste gîte

We hoeven alleen de weg over te steken en we staan op het verlaten station van Roc-Amadour. We hebben 4 treinreizen in het vooruitzicht: van Roc-Amadour naar Brive, van Brive naar Parijs-Gare d’Austerlitz, van Parijs-Gare du Nord naar Antwerpen (met Thalys) en van Antwerpen naar Tilburg-Reeshof.
In Parijs hebben we 5 uur de tijd om van het station in het zuiden naar het station in het noorden te lopen.
Tegen 14:30 u binden we de rugzak weer om en starten we met het lopen langs de brede Seine. Ook hier in Parijs hebben we fantastisch mooi weer, wat een bofkonten zijn we toch. Al vrij snel wordt onze aandacht getrokken door de Notre Dame die flink in de steigers staat. We blijven nog even langs de Seine lopen en passeren enkele bruggen, waaronder Pont Neuf. Het is druk op het water met rondvaartboten, die stuk voor stuk overvol zitten.
Ik had geen idee (meer) dat Parijs zoveel moois te bieden heeft! Ik blijf foto’s maken… Indrukwekkend is de binnenplaats van museum het Louvre met zijn glazen pyramidedak. Alleen al voor de buitenkant is een bezoek aan dit museum het waard. Er vlakbij staat de Arc de Triomphe, weer zo’n imposant bouwwerk.
Het lopen door Parijs gaat veel makkelijker dan ik op voorhand had ingeschat. Je moet goed bij elkaar blijven vanwege de drukte; van het autoverkeer hebben we nauwelijks last.
We lopen met een ommetje door naar de Sacre Coeur bovenop een heuvel. Onze beenspieren zijn inmiddels zo getraind dat we de trappen moeiteloos beklimmen. Met ons gezicht naar de kerk zien we een prachtig gebouw, met onze rug naar de kerk kijken we uit over de miljoenenstad. Wat een stad, zo groot!
Rond half 18:30 u zijn we bij Gare du Nord. Voordat we om half 8 met de Thalys naar Antwerpen snellen, eten we eerst nog een lekkere vegetarische pasta buiten op het terras van een restaurant in de buurt.
Iets na 22:30 u stappen we uit op station Tilburg-Reeshof. Nog ruim 3 kilometer lopen en dan komen we aan bij de (voor ons) beste “gîte” die we kennen: THUIS!