Etappe: 48
Van: Huntto
Naar: Roncesvalles
Aantal km: 20
Weercijfer: 6
Na een gezellig ontbijt met Eric, Marion en Inez voelen we ons er helemaal klaar voor: vandaag klimmen we naar 1.400 meter, om daarna weer zo’n 400 meter te dalen. Een pittige etappe, maar we hebben er zin in.

Langs onze herberg zien we de vroeg gestarte pelgrims voorbij komen. De vermoeide en ingespannen gezichten spreken boekdelen. Wij liepen dat stuk gisterenmiddag al, en dat voelt als een klein cadeautje. Niet alleen fysiek – 300 meter minder klimmen – maar ook mentaal. Het idee dat wij nét wat meer rust hebben gehad, doet wonderen.

Tegen alle weersvoorspellingen in worden we bij de start getrakteerd op heldere lucht met hoge bewolking. Ideaal wandelweer. Ik begin optimistisch in korte broek en korte mouwen, en al na een half uur gutst het zweet van ons gezicht. Ondertussen blijven we foto’s maken, want het uitzicht is ronduit spectaculair. Al lukt het natuurlijk nooit om vast te leggen wat je echt ziet. Boven ons zweven enorme aasgieren op de thermiek – zo imposant!

Hoe hoger we komen, hoe lager de wolken hangen. Eerst rits ik mijn broekspijpen eraan en trek een vest aan, maar niet veel later volgen ook regenjas en rugzakhoes. Vanaf ongeveer 1.000 meter wordt het serieus: koud, een gure wind en nat van de nevel.

We lopen door een gebied waar paarden vrij rond grazen tussen de stroom pelgrims. Prachtige, krachtige dieren, sommige met een bel om de hals. Het versterkt het gevoel dat we echt in de bergen zijn. Toch is het een vreemde ervaring: je ziet nauwelijks hoogteverschil door de dichte mist, maar je benen weten wel beter.

Zo’n 80 meter onder de top ligt schuilhut Izandorre. We verwachten drukte, maar hebben geluk: net als wij aankomen, vertrekken er pelgrims. We gaan lekker even zitten en eten onze sandwich, die we vanochtend meekregen van de herberg.
En zo bereiken we ontspannen het hoogste punt. Ja, we hebben gewerkt, maar we voelen ons verrassend goed. Deze inspanning valt haast in het niet bij lopen met een temperatuur van boven de 35 graden. Ongelooflijk dat dit nog maar een week geleden het geval was…

Na de top volgt een daling van 400 meter. We kunnen uit twee varianten kiezen: een steile afdaling door het bos of een afdaling over de weg – langer maar geleidelijker. We kiezen voor het bos. Het loopt heerlijk over de verende ondergrond van voornamelijk beukenblad. Het is net alsof we hier onder de bomen de nattigheid ook minder voelen. Het is een mooie test voor de knieën. En die oude knoken van ons houden zich prima.

Op zo’n 300 meter van Roncesvalles komen we het bos uit. De laatste meters zijn steil en glibberig. We hebben dat eigenlijk niet zo in de gaten, en zijn er zo overheen. Beneden zien we een pelgrim tegen een wegwijzer geleund staan, met een pijnlijke blik. “Ça va?” vraag ik. Het antwoord is duidelijk: nee.
De Duitse jongen is uitgegleden en vergaat van de pijn aan zijn voet. De hulpdiensten zijn al gebeld. We blijven bij hem; Leo haalt zijn emergency blanket tevoorschijn zodat hij kan liggen zonder verder af te koelen. Na een kwartier arriveert de ambulance. Wat een geluk bij een ongeluk: dit is precies het punt waar ze nog kunnen komen. In het bos was dat onmogelijk geweest. Voor hem eindigt de Camino hier, al op dag twee.

In het klooster, waar Nederlandse vrijwilligers van het Genootschap actief zijn, voelt het als thuis komen. Na zolang Frans te hebben gesproken en de afgelopen twee dagen Engels kunnen we weer in het Nederlands met de hospitaleros praten. Van de hospitaleros die we zien zit er voor Leo één bij (Angelien) die hij vanuit zijn taak als webmaster kent. Maar al snel voelen onze andere collega-vrijwilligers ook vertrouwd. We belanden in een warm bad.
Elke twee weken staat hier een nieuwe groep van acht à negen vrijwilligers klaar om zo’n 245 (!) pelgrims per dag te ontvangen. Vol bewondering zien we hoe het hier als een geoliede machine werkt. Indrukwekkend, zeker als je ziet in welke staat pelgrims hier binnenkomen na deze zware eerste etappe van de Camino Francés.

We krijgen twee losse bedden op de derde etage toegewezen. Een luxe, als je ziet hoe anderen in stapelbedden dicht op elkaar liggen. We prijzen onszelf gelukkig.
’s Avonds eten we in het naastgelegen hotel. Aan een lange tafel zitten we omringd door Amerikanen. Op mijn vraag waarom ze helemaal naar Europa komen voor de Camino, antwoorden ze dat ze in de VS deze vorm van pelgrimeren niet kennen – met zoveel overnachtingsmogelijkheden – en dat ze dol zijn op geschiedenis dat verder teruggaat dan de 18e eeuw. We houden het gesprek verder lekker bij Camino-onderwerpen en vermijden politiek georiënteerde gesprekken.

Om acht uur kunnen we nog mooi de pelgrimsmis in de kloosterkerk meevieren. Volledig in het Spaans, maar de rituelen zijn vertrouwd.
Nu het grootste aantal pelgrims binnen is krijgen we na de mis nog een privé-rondleiding door het onderkomen van de hospitaleros. En dan is het tijd om ons bed op te zoeken; benieuwd hoeveel van de 37 mensen om ons heen vannacht zullen snurken!
Dankbaar voor:
- de dekentjes van Angelien
- dat ik één van de weinige dames was op de 3e etage, waardoor ik vaak de natte ruimte voor mezelf had
- dat Tonnie zo’n goede slaapplek voor ons geregeld heeft

