Finish

Etappe: 50

Van: Zubiri

Naar: Pamplona

Aantal km: 22

Weercijfer: 8


Vandaag begint onder een grijs wolkendek dat zich hardnekkig vasthoudt. Geen zon die ons uitzwaait op deze laatste wandeldag.

We vertrekken zonder ontbijt. We gaan het op z’n Spaans doen: ontbijten in een barretje. Gelukkig zijn die hier al vroeg open. Het wordt pan con tomate – geroosterd brood met tomaat en een royale scheut olijfolie -, een populair ontbijtgerecht in Spanje.

En dan: wandeldag 50. De allerlaatste etappe van onze tocht. Met een dubbel gevoel lopen we weg. Enerzijds kijken we ernaar uit om naar huis te gaan. Anderzijds… na 1.115 kilometer zitten we zó in het ritme dat we zonder moeite nog 700 kilometer door zouden lopen tot Santiago de Compostela. Elke dag opnieuw verrast worden door landschappen, slaapplekken en vooral door ontmoetingen – met mensen die je gisteren nog niet kende, maar die vandaag al vertrouwd voelen.

Na Zubiri passeren we eerst een kleine industriële zone, maar al snel verandert het decor. Bossen, glooiende heuvels en kleine Navarraanse dorpen nemen het over. De rivier de Arga wandelt met ons mee. Het geluid van stromend water – soms kabbelend, soms kletterend. Heerlijk.

In Zabaldika wacht een keuze: rechtdoor naar Pamplona, of nog even omhoog voor een bezoek aan de Iglesia de San Esteban. Een Spaanse vrouw, gezeten in een stationair draaiende auto, fungeert als een soort pelgrimsverkeersleider en stuurt iedereen resoluut de heuvel op. Dus ja… wij ook.

Boven worden we warm ontvangen door een vrijwilliger, die ons – na de vraag waar we vandaan komen – direct een geplastificeerd A4’tje in het Nederlands in de handen drukt. Ook is er een smalle stenen wenteltrap die naar de bel leidt. En wat een geluid heeft die bel! Zelfs bij een voorzichtige slag laat de bel zich indrukwekkend horen.

Daarna mogen we weer afdalen over een bergpad dat parallel loopt aan de snelweg richting Pamplona, de hoofdstad van Navarra. Over een oude stenen brug komen we Pamplona (Iruña in het Baskisch) binnen. Wat een mooie binnenkomst, zonder eerst over een industrieterrein te hoeven lopen! Het valt meteen op hoe schoon deze stad is. Er is nauwelijks straatvuil te ontdekken.

Langs de imposante stadsmuren – de Murallas de Pamplona, ooit gebouwd om indringers buiten te houden – lopen we het centrum in. Het contrast met de afgelopen dagen is groot. Waar de wereld eerst vooral bestond uit pelgrims met rugzakken, verdwijnen we nu in de drukte van Pamplonezen en toeristen. Het is levendig, rumoerig en… gezellig.

Onze laatste nacht brengen we door in een hotel midden in het centrum, op loopafstand van de plek waar morgenavond de bus naar Parijs vertrekt. Rugzakken af, schoenen uit, slippers aan en de stad in. We lunchen laat met een stukje tortilla bij Bar La Mandarra, zó lekker dat we ’s avonds terugkomen.

Als we rond half tien teruglopen naar het hotel, kijken we onze ogen uit. De stad bruist. Pratend, lachend, etend, drinkend – Spanjaarden lijken ’s avonds pas echt tot leven te komen en hoe!

Dankbaar voor:

  • een meer dan geslaagde pelgrimstocht
  • de lekkerste inktvis ooit
  • ELKAAR