Over de hoogvlakte

Etappe: 7

Van: l’Abbaye Notre-Dame-des-Neiges

Naar: Chasseradès

Aantal km: 18

Aantal meters stijgen: 422

Aantal meters dalen: 348

Weer: half bewolking / half zon


Na zijn verblijf bij de trappisten van Notre-Dame-des-Neiges vertrekt Stevenson met gemengde gevoelens: hij bewondert hun toewijding, maar is ook opgelucht weer de vrijheid van het pad op te zoeken. Ook wij zijn blij dat we weer de vrijheid en de stilte van het pad opzoeken, want hoewel wij graag onder de mensen zijn is het ook weer heerlijk om met z’n tweeën te zijn, zonder al die Fransen om ons heen. Ook nu waren we de enige niet-Fransen tijdens dit verblijf op de abdij. En net als in 2018 ervaren we hoe de Fransen toch enorm naar elkaar toe trekken. Aan de lange eettafels voelen we ons een beetje het buitenbeentje. Niet dat we worden genegeerd, maar we horen er nét niet bij.

We vertrekken als een van de laatsten en dwalen nog wat over het immense abdijterrein. Dat heeft zelfs een eigen vliegveld, zo afgesloten zijn ze van de buitenwereld. Het vliegveld is weliswaar niet meer dan een grote, groene weide met een windzak, maar toch.

Stevensons tocht voert hem over bergachtige paden en open hoogvlaktes, met weidse uitzichten en een groeiend gevoel van ruimte en onafhankelijkheid. We kunnen het gevoel helemaal beamen. Wat een adembenemend landschap! Soms is het zo stil dat we alleen onze eigen voetstappen horen. En de koekoek. Die lijkt al de hele week met ons mee te wandelen – elke dag laat ie wel van zich horen.

We hebben geluk met het weer. Fris, maar zonnig genoeg om in ons shirt te lopen. Vannacht heeft het geregend en we slalommen om de plassen heen, die omzoomd zijn door geel stuifmeel. De klim van vandaag is lang en brengt ons boven de 1.300 meter. Je kunt merken dat deze wandeltocht voor de geoefende wandelaar is. Maar ons lijf – en met name de voeten – is in prima conditie, en we kunnen het goed aan.

Deze etappe markeert een overgang naar het ruigere en nog bergachtiger deel van de Cévennes.

In Chasseradès, een klein en levendig dorp, vindt Stevenson onderdak en rust. De dorpsbewoners zijn nieuwsgierig naar de reiziger met zijn ezel, en Stevenson voelt zich er welkom.

Bij ons is het minder levendig. Op straat slechts een paar wandelaars en verder vooral veel gesloten – en niet te vergeten compleet afgebladderde – luiken. We slapen in een klein appartement dat van alle gemakken is voorzien, inclusief wasmachine en wasmiddel. We zijn om 15 uur al binnen, dus er is nog volop tijd om een klein wasje te draaien en deze in de volle wind buiten te drogen. We eten wat we bij de kleine epicerie in dit dorp gekocht hebben. Na het avondeten maken we nog een wandelingetje om “alle” geocaches in dit dorp te loggen. In de avond dalen de temperaturen flink, maar binnen is het gelukkig warm en behaaglijk!