Maandag 12 augustus
Met enkel het geluid van mijn wapperende Noorse vlaggetje en een rinkelende bel van een schaap in de verre verte lopen wij over één van de mooiste natuurgebieden in Europa, de Dovrefjell. En dat ook nog eens in een niet mis te verstane zonnewarmte. Nooit gedacht dat het mogelijk zou zijn om met zulk zonnig weer deze hoogvlakte te doorkruisen!
Na een superdeluxe ontbijtbuffet lopen we naar het treinstation van Oppdal. Het is nog steeds 10 graden maar de zon heeft de ijzig aanvoelende kou van gisteren al verdreven. In de wachtruimte raak ik in gesprek met een Belgische vrouw die notabene voor haar werk regelmatig in Dongen (of all places) komt. Denk je zo ver weg te zijn, blijkt de wereld toch weer klein… Zij en haar man wachten hier totdat ze opgehaald worden voor de muskusos-safari. Nationaal park Dovrefjell is het leefgebied van de muskusos. Hier werd dit zoogdier geherintroduceerd in de eerste helft van de vorige eeuw. Deze dieren hebben in verhouding tot hun lijf een imposant grote kop. Ze kunnen in bar koude omstandigheden leven en voeden zich met korstmossen, bessen en grassen.

In Kongsvoll (ca. 800 meter hoogte) stappen we uit de trein en beginnen we aan een etappe van zo’n 14 kilometer tot aan Hjerkinn. En elke stap die we vooruit zetten, zou ik het liefst ook weer achteruit zetten om op die manier zo lang mogelijk te genieten van deze immense hoogvlakte met z’n talloze, haast fluorescerende korstmossen.

We klimmen tot 1.210 meter tot we bij de onder de Gudbrandsdalsleden-wandelaars bekende mijlpaal 208 komen. De ijsmuts van 2022 is nu vervangen door een zonnebril! Na de mijlpaal dalen we af naar een kerkje, de Eysteinkyrkja (gebouwd in 1969), dat dicht bij onze overnachtingsplek ligt. We worden hartelijk ontvangen door een mevrouw die ons een en ander vertelt over het bijzondere kerkgebouw. Natuurlijk komt ook de vraag hoever we al op de Gudbrandsdalsleden zijn, waarbij ik haar vertel dat we aan het ‘cherry picken’ zijn van onze tocht in 2022. Echte pelgrims voelen we ons niet meer, zeker niet wanneer we ons onderkomen Hjerkinn Fjellstue betreden. Een heerlijke hotelkamer mét dinerbuffet maakt deze dag tot één van de mooiste dagen uit ons leven!

Dinsdag 13 augustus
“Crazy” en “amazing” is wat we te horen krijgen als we bij de receptie van Hjerkinn Fjellstue vertellen wat we de afgelopen maand gedaan hebben en dit nog steeds met glinsterende ogen van enthousiasme. De receptiemedewerkster biedt ons aan om ons naar het treinstation te brengen, dat 2,5 km verderop ligt. Maar die korte afstand kan er nog makkelijk bij, bij de inmiddels 600 km die we er al op hebben zitten!

Dit kleine stationnetje heeft net zo’n mooi gekleurd stationsgebouwtje als Kongsvoll. Het gebouw is prachtig vormgegeven en de combinatie van donkerbruin, lichtgeel, Zweeds rood en helder blauw maken het tot een plaatje. Terwijl we staan te wachten komt er een trein met heel veel boomstammen voorbij. Die moet even plaatsmaken op dit station op het enkelspoor voor de trein die ons naar Otta brengt. In de trein herbeleven we onze wandeltocht, omdat het dal tussen de bergen heel smal is en autoweg, treinspoor en wandelpad dicht langs elkaar lopen. Een feest van herkenning!

In Otta stappen we over op de lokale bus. Vandaag en morgen ruimen we tijd in voor wat rust. Leo’s achillespees houdt zich tot op heden nog prima, dankzij de oefeningen die hij aan het begin én aan het einde van een wandeldag consequent doet. Maar hij voelt wel dat zijn lijf ontspanning en rust wil. En waar kun je beter tot rust komen dan op de meest “saaie” camping die wij ons nog kunnen herinneren? De Kirketeigencamping in het slaperige plaatsje Kvam!

Maar de locatie is zo mooi! Het is een groene weide, waarbij aan de rand donker houten hutjes staan. Het sanitair bevindt zich in het hoofdgebouw en er is nog een apart gebouw met keuken en extra leefruimte met fauteuils. Én de supermarkt is maar 200 meter van de camping vandaan. De brede rivier Gudbrandsdalslågen maakt hier een mooie grote bocht, waardoor het dal een grote kom vormt waarin het plaatsje Kvam ligt. Wij vinden het prachtig, maar een Noors stel dat ik later op de dag spreek vindt het hier maar niets met die lage heuvels en al dat bos. Tja, zo heeft ieder z’n eigen referentiekader…
Wij vermaken ons ’s middags prima met lezen, breien, naar de supermarkt gaan en thee drinken op onze veranda. Met al dat thee drinken loop ik nogal eens een keertje naar het hoofdgebouw voor een bezoekje aan de WC. En elke keer als ik over het terrein loop wordt ik aangesproken door aankomende pelgrims en toeristen met allerhande vragen. Heerlijk vind ik dat, dat contact en het zoeken met verbinding van mensen!

Zo tref ik onder andere het bescheiden 17-jarige Duitse meisje Linn, dat met een aangeboren gezichtsbeperking sinds 2 dagen (met tent) loopt over de Gudbrandsdalsleden. Onvoorstelbaar! Ze loopt met behulp van Komoot, die haar de weg wijst. De voor ons zo duidelijke markeringen zijn voor haar pas op het allerlaatste moment zichtbaar. Als ik vraag naar haar voeten antwoordt ze me dat ze blaren voelt. “Heb je Compeed nodig?” “Nee, dat denk ik zelf bij me te hebben…”
Na het avondeten krijg ik het gevoel toch nog een keer met haar in contact te komen. Ze is niet in haar tent. Uiteindelijk vind ik haar in de relaxruimte, waar ze met een loep de etappe voor de volgende dag bestudeert. Ze hoeft nog steeds geen blarenpleisters, maar vraagt wel of ik een naald heb om de druk eraf te halen. Aha, laat ik toevallig een zeer ervaren blarenprikker kennen! Dus Leo erbij gehaald en die heeft haar van haar pijn verlost. Linn’s blarenpleisters waren te klein, dus ik hem mooi mijn voorraad Compeed door kunnen geven. Van een andere, zeer aardige, fietspelgrim kreeg ze ook nog eens thee met een flinke plak chocolade aangeboden. Hopelijk gaat ze het daarmee redden. Wij keren terug naar onze hut en met het lied van ABBA, “Does your mother know” val ik in slaap…
Woensdag 14 augustus
We hebben vandaag geen “verplichtingen”, dus kunnen we fijn uitslapen. Vanmorgen schijnt de zon, dus we gaan er lekker op uit. Heerlijk, zonder rugzak, alleen met een zonnebril op.

De geocaches bepalen vandaag onze route. Allereerst lopen we naar de Lågenbrug, een verkeersbrug over de snelweg E6. De brug kruist de rivier Lågen bij de noordelijke opening van de Teigkamp-tunnel bij Kvam en is 273 meter lang. De brug opende in december 2016 en is een zogenaamde tuibrug. Van onderuit hebben we mooi zicht op de constructie. Daarna lopen we een eindje bergop, waardoor we op het pad van de Gudbrandsdalsleden terecht komen.

Tot voor gisterenavond had ik het idee om een stuk van het pad in tegengestelde richting te lopen, zodat ik opnieuw van hoog in de bergen de kromme loop van de prachtige blauwgroene Lågen kan aanschouwen. Maar dat betekent 9,5 km klimmen en ook weer dalen, oftewel 19 km en dat op een rustdag… Bovendien heeft deze ‘camino’ me wat inzichten gegeven, misschien wel meer dan alle voorgaande ‘camino’s’ bij elkaar. Of misschien had ik de voorgaande lange wandelwegen wel nodig om de inzichten van deze ‘camino’ goed bij me binnen te laten komen. Ik doe het vandaag dus ook rustig aan. We kopen bij de supermarkt een magnetronmaaltijd, aardappelpuree met elandvlees.
Rond 16 uur is het klaar met het zonnetje en drijven grote grijze wolken het dal binnen. Bij een temperatuur van 16 graden start het met miezeren, wat later overgaat in regen. En dat zal het blijven doen tot we morgen weer opstaan. De bergen om ons heen verdwijnen achter een dikke wolkenlaag. Op de groene grasmat van de camping verschijnt geen enkele tent; iedereen kruipt in een hut. We doen nog net de verwarming niet aan, maar het scheelt niet veel… We zijn blij met ons dikke dekbed!
Dankbaar voor:
de zon op de Dovrefjell
het heerlijke dinerbuffet bij Hjerkinn Fjellstue
dat Leo ons openbaar vervoer zo voortreffelijk regelt
de gezellige hut
dat ik eindelijk de geocache heb gevonden waarnaar we in 2022 zonder succes naar hadden gezocht
het iets te kunnen betekenen voor Linn
