Naar de grote stad

Vrijdag 19 juli

Oh, oh, we zijn vergeten om ons pakje kaasplakjes bij Sören uit de koelkast te halen. Gelukkig hebben we nog een tube smeerkaas, dus we zijn verzekerd van broodbeleg. Want als er iets is wat wij niet doen, is teruglopen. Hoeveel kilometers we ook afleggen, we lopen nooit dezelfde weg terug. Het is heel even balen, maar het kan mooi symbool staan voor zoals het ook in een mensenleven gaat: achterom kijken in de zin van ‘had ik maar…’ of ‘als ik dit niet zus gedaan had, maar zo….’ heeft geen enkele zin. Of meer populair gezegd: ‘het is zoals het is’ en we richten de blik weer vooruit. Het is mooi om er lessen uit mee te nemen voor een volgende keer in een soortgelijke situatie en zo worden we alleen maar (levens)wijzer.

Alleen blijken wij wat hardleers te zijn, want bij ons vertrek in Pilgrimstad realiseerde ik me na een uur lopen dat ik mijn gaiters (schoenhoezen) vergeten was. “Keren we om?” Nee. “Denk je ook zonder schoenhoezen in Trondheim aan te kunnen komen?” Ja. Het is maar een experiment. Ik had gehoopt m’n schoenen erdoor wat droger te kunnen houden, maar ik merk geen effect. Totdat Leo opmerkt dat hij gelezen heeft dat onze gastvrouw Meja in Östersund in een café werkt. Hmm, wij zijn op weg naar Östersund, dus wie weet kan ze ze meenemen naar haar werk, zodat ik ze daar op kan halen. Wel, een mailtje is zo in elkaar gesleuteld, dus zo gedaan.

We lopen de bebouwde kom van Brunflo uit en komen dan eerst bij het terrein van de kerk aan. Twee gebouwen vallen in het oog, het witte kerkgebouw, omringd door een witte muur met een toegangsboog, waarin een goudkleurige metalen zon is gedecoreerd. Dat is niet de 1e keer dat we die zien. Het lijkt kenmerkend voor deze regio. Naast het kerkgebouw staat een rijzige houten toren, de Kastalen, die tegenwoordig nog dienst doet als klokkentoren. De deur staat uitnodigend open, dus wij klimmen via een heel massieve trap naar de top waar de klokken hangen. De klok wordt geluid kort na overlijden van een dorpsbewoner en bij diens uitvaart. Dus we zijn gewaarschuwd dat we kunnen worden overvallen door heel veel geluid. Gelukkig bleef het vredig stil.

Vandaag lopen we 15 km over 1 gravelpad, met aan onze linkerkant een prachtig groot meer en aan onze rechterkant het treinspoor, dat ons uiteindelijk leidt naar Östersund. Östersund is (op Trondheim na) de enige grote stad die we op ons pad zullen treffen. Het is koud en we zijn bijna geneigd onze donsjasjes aan te doen. Maar als je met een rugzak loopt heb je het al snel warm (met name op je rug), dus we blijven in korte mouw. En weer lopen we constant langs die schitterende bermen. Het lijkt net of we dwars door een zorgvuldig samengesteld veldboeket lopen, maar het is gewoon een speling van de natuur, een compositie van bloemen in allerlei verschillende kleuren, vormen en hoogtes; de menselijke hand had dit niet beter kunnen creëren.

Op het grote meer Storsjön staan de schuimkoppen, zo hard waait het. En aan m’n plukken haar te merken komt de wind recht van voren, want ik heb fijn vrij zicht. Er staan overigens bijzonder aardige pandjes langs het meer. Vaak ook met aardig grote stukken gazon, waar (net als in Noorwegen) vaak een grasrobot z’n rondjes aan het maken is. Husqvarna en consorten hebben hier een mooie afzet.

Tegen 15 uur arriveren we in de oude brandweerkazerne waarin nu een hostel is gevestigd, dichtbij het centrum. Na de incheck lopen we eerst het centrum in op zoek naar een herenkapper, want Leo wil van z’n krullen af. Terwijl hij bij de kapper is en ik in de buurt wat ronddwaal, sta ik toevallig ineens voor het café waar Meja werkt, dus meteen even m’n gaiters opgehaald. Leo is ondertussen klaar en geeft aan dat hij niet kan betalen omdat ze geen buitenlandse bankkaart accepteren. Dus gaan we samen eerst een pinautomaat opzoeken. Al lopende door het talloze winkelpubliek kijk ik ineens in een bekend gezicht. Hé, dat is de Zweedse Maria, de allereerste pelgrim die we hebben ontmoet. Hoe kan die nu hier zijn? Ze heeft inderdaad de Olavsleden voortijdig verlaten en heeft wat andere tripjes in de omgeving gemaakt. Vandaag is ze hier omdat ze vanavond gaat eten met de Zweedse fietspelgrim Gunilla, die zo attent was om haar contactgegevens met ons te delen voor het geval dat. Gunilla woont hier in Östersund. Of we zin hebben om met z’n vieren samen een hapje te gaan eten? Ja, dat willen wij wel! En zo hebben we met totaal onverwacht gezelschap een gezellige avond!

Zaterdag 20 juli

We hebben “vrij” vandaag! Een dagje rust voor de voeten en de rest van het lijf. We maken ’s morgens eerst een ommetje op onze slippers onder een strakblauwe hemel en lopen nog even de stad in voor een nieuw shirt, want in mijn shirt vallen de gaten. Heb ik het ene net met naald en draad gedicht, openbaart zich het volgende gat. Versleten dus.

’s Middags houden we echt rust. We hebben een heerlijk terras, dus ik installeer me eens lekker in een stoel met m’n voetjes in een andere stoel. Leo houdt zich liever binnen op in de huiskamer, waar ze van die fijne (Ikea) leunstoelen hebben. Ik had eerst m’n e-reader bij me, maar toen bedacht ik me thuis, als ik naar het land ga waardoor ik zo geïnspireerd ben geraakt door het breien, wil ik me graag aanpassen aan de cultuur. En dus heb ik 5 kleine sokkennaaldjes + 1 bolletje van 50 gr wol in de rugzak gestopt. Dan kan ik nu weer lekker iets met m’n handen doen! Ik begin aan een klein projectje: sneakers met een voor mij nieuw soort hiel. Maar ik ben niet voor niks in het land van Pippi Langkous: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan.

Breien, lezen, schrijven, het benaderen van komende overnachtingsadressen en ons eigen potje koken. Heerlijk! We zijn weer klaar voor de volgende serie dagen aaneengesloten lopen!

Dankbaar voor:

dat Meja mijn gaiters naar Östersund heeft gebracht

de service van de outdoorwinkel om Leo’s vetereinden dicht te schroeien

de zorg van de lieve mensen voor mijn moestuin

het heerlijke zonnetje

het fijne contact met m’n Oostenrijks (brei)vriendinnetje