Hoogtepunt

Donderdag 4 augustus

Het ontbijt is pas om 8 uur en aangezien we de komende 48 uur niets meer tegen komen dan een onbemande hut, nemen we uitgebreid de tijd om hier goed van te genieten. Pelgrim Gaby vergezelt ons en zij vertelt ons dat de overige 5 pelgrims al om 6 uur vertrokken zijn. De onbemande hut kun je namelijk niet vantevoren reserveren. Dan geldt ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Er zijn 8 matrassen beschikbaar. We hebben een afweging gemaakt: óf we vertrekken ook vroeg zodat we zeker zijn van een plek óf we zorgen eerst heel goed voor de inwendige mens en hopen dat we op tijd bij de hut zijn. We kiezen voor de laatste optie.
Het ontbijt is zeer goed verzorgd en we kunnen zelf een lunchpakket samenstellen. Gaby biedt ons ook nog eens haar knäckebröd aan. Zij reist vandaag weer terug naar Duitsland. Met deze gulle gave weten we nu dat we de tijd tot vrijdagavond qua eten kunnen overbruggen.
We lopen eerst 3 km over de “snelweg” (E6), aan de linkerkant. Al het tegemoetkomend verkeer wijkt met een grote bocht om ons uit. Meteen vanaf de 1e minuut is de omgeving adembenemend. Grote, lange watervallen slaan zich te pletter in de woeste rivier die langs de E6 loopt. De massieve rotswanden zijn grof gelaagd. Na 3 km verlaten we de snelweg en gaan we het graspad omhoog. De auto’s onder ons op de E6 worden speelgoedautootjes en het beeld van de trein die langs de rotswand een tunnel induikt lijkt op het diorama uit de Efteling. We lopen nog onder de boomgrens en genieten van al het prachtige groen. Het groen wordt opgefleurd met hele bossen blauw-paarse monnikskap. We stijgen alsmaar totdat we ver boven de boomgrens uitkomen.

Vandaag bereiken we het hoogste punt van de Dovrefjell en daarmee van dit Olavspad: 1.314 meter. Het landschap is onbeschrijfelijk mooi. Weidser dan dit kan ik me niet voorstellen ooit gezien te hebben. Compleet “alleen” op de wereld lijken we te zijn. Op m’n telefoon zie ik dat we inmiddels ook geen bereik meer hebben. Vlaktes met sneeuw komen zelfs onder ons te liggen. Het is hier een paar graden boven het vriespunt, dus we lopen de 21 km van vandaag eigenlijk in 1 ruk door. Pauzeren is met deze temperatuur en vooral met de gure wind niet echt ontspannen.
Net voor vieren en net voordat de regen begint te vallen openen we de deur van de hut in dit verder onherbergzame gebied. Daar zitten ze dan, de 5 vroege vogels. Ieder op hun eigen matras, die op een rijtje naast elkaar liggen. Er zijn er nog 3 over, dus wij passen er nog mooi bij. Meteen vanaf het 1e moment voelt onze entree als “thuis komen”. We kletsen met elkaar, we delen eten met elkaar, we doen de afwas met elkaar en als ik zo om heen kijk zie ik eigenlijk iedereen met een blij gezicht. Dit voelt zo sociaal veilig, zo vertrouwd en het gevoel van saamhorigheid op deze ruige hoogvlakte is zo groot! De organisatie van dit tijdelijke huishouden loopt als een trein, zonder dat we daar eerst afspraken over hoeven te maken. Ik vind het zo fascinerend dat dit kan met “wildvreemden”. Fijn om te constateren dat de mens van nature zo’n sociaal dier is!
We hebben geen internet en geen telefonisch bereik, dus niemand zit op z’n telefoon en dat is zo’n verademing…
De temperatuur daalt deze nacht naar het nulpunt, dus iedereen kruipt diep in z’n slaapzak en sommigen leggen er zelfs nog een extra deken overheen. Van de zeven mensen is er 1 die snurkt, Rick (from Idaho). Maar de beste man heeft veel pijn aan z’n knie en heeft van de Duitse pelgrim Elli medicatie gekregen, die hem helpt ontspannen, dus we zijn blij dat hij eindelijk goed z’n rust kan pakken.
Ik ben sowieso veel wakker (niet moe genoeg?) en herkauw de tocht van vandaag nog een keer goed. Het is bijna een overdosis aan geluk…

Vrijdag 5 augustus

De Duitse pelgrim Tilmann (ongelooflijk, er zijn 2 Duitse mannen met dezelfde ongebruikelijke voornaam…) heeft het “etablissement” al om 6 uur verlaten, dus we zijn nog met z’n zessen. Verder voelt niemand de behoefte om heel vroeg op te staan. Wanneer Leo om 7.15 uur als eerste uit z’n slaapzak kruipt, ontwaakt eigenlijk iedereen. We ontbijten met z’n allen, doen de afwas, vegen de hut schoon en maken ons klaar voor vertrek. De Nederlandse Merlinde (die we nog niet eerder ontmoet hadden op dit pad) loopt met ons mee naar Oppdal (27 km), terwijl de andere 3 halverwege dit traject een overnachting hebben staan. Die zullen morgen in Oppdal arriveren.
We hebben een hele fijne klik met de jonge Merlinde en praten honderduit terwijl de kilometers onder onze voeten voorbij schrijden.
We laten de ruige hoogvlakte achter ons en keren vandaag in 1 hele lange afdaling terug naar de bewoonde wereld. Naarmate we meer en meer dalen wordt de wereld om ons heen steeds groener. En vandaag hebben we ook nog eens het geluk dat de zon ons verwarmt. We lopen het Vinstradal in en met de blauwe lucht en de witte wolken erboven lijken we voortdurend in een reisbrochure van Noorwegen te lopen: ons netvlies wordt zo verwend!

Elf kilometer voor Oppdal passeren we de St. Mikaels Kapell. We betreden het kapelletje en worden betoverd door het lange verticale raam dat een adembenemend uitzicht geeft op het dal.
Rick, Elli en Til zijn dan al snel op hun plaats van bestemming, terwijl Merlinde en wij nog een flink aantal kilometers voor de boeg hebben. Maar dit vinden we geen van drieën een straf. De taal gaat over op Nederlands en dat is ook wel weer eens fijn, alhoewel ik de charme van het pelgrimeren ‘m ook vind zitten in het spreken in het Engels met zowel de Duitsers als de Noren.
Merlinde zal haar tent iets na Oppdal opslaan; wij hebben via AirBnB voor 2 dagen een appartementje gehuurd in Oppdal. Even wat op krachten komen, zowel qua lichamelijke inspanning als qua eten. Ik zie Leo dunner en dunner worden, dus even een pas op de plaats…

Dankbaar voor:

het knäckebröd van Gaby

de lieve medepelgrims met wie we de hut deelden, waarbij vooral Merlinde m’n hart heeft gestolen

dat we zonder noemenswaardige regen de Dovrefjell overgestoken zijn