Vrijdag 15 juli
May the road rise to meet you
May the wind be always at your back
May the sun shine warm upon your face
May the rain fall soft upon your fields
And until we meet again
May God hold you in the palm of his hand
Deze oude Keltische zegenwens zingt Marit voor ons aan het einde van het ontbijt. Het onroert ons alle drie.
Opnieuw is het weer zo bijzonder te ervaren hoe snel je vertrouwd met en bij iemand kunt raken. Gisteravond is ze zelfs nog even weg geweest zodat wij haar hele huis voor ons alleen hadden.
Nadat we haar beloofd hebben dat we haar vanuit Trondheim een kaartje zullen sturen verlaten we deze heerlijke plek. Met z’n drieën dalen we met een warm zonnetje af naar Brandbu en kopen daar boodschappen voor 2 dagen. Eerder zullen we geen winkel of horeca tegen gaan komen.




Daarna gaan we klimmen we van 180 naar 680 meter, één lang stijgend pad – eerst asfalt overgaand in een grindpad. Op de top staan 3 houten kruizen en enkele meters daarvoor is de eeuwenoude Skysstasjonen Høgkorsplassen. Het heeft niets met een ‘skistation’ te maken, maar het is de benaming voor ‘uitspanning voor reizigers’. Hier staan 4 gebouwtjes in een niemandsland. Til loopt door, maar voor ons is dit vandaag ons eindstation. Bij het reserveren van deze accommodatie hebben we een code gekregen waarmee we ons ’tiny house’ kunnen openen. Ons water halen we uit een nabij gelegen bron. Het is kristalhelder! Op een 1-pits gasbrandertje maken we onze thee/koffie en later onze pastamaaltijd klaar. We zijn hier als enigen en is het hier doodstil. Heerlijk om deze rust op je in te laten werken en te genieten van een 360 graden uitzicht dat fenomenaal te noemen is: uitgestrekte groene bossen met in de verte een paar meren. What a way of living…
Zaterdag 16 juli
Vanavond is het mijn beurt om te koken. En dat is een makkie: heet water opgieten in een zak gedroogd voedsel, 8 minuten wachten en klaar is de pasta ai funghi. Dat is alles.
Het is onze 2e dag zonder dat we een winkel of horeca tegen komen. We hebben inmiddels al wat Noorse pelgrimshandigheden bijgeleerd, zoals Polarbrød (lang houdbaar smakelijk brood in ronde vorm), knekkebrød en kaas in een tube (in allerlei smaken).
We vertrekken met een nagenoeg onbewolkte hemel. Overdag haalt de temperatuur de 20 graden bij lange na niet, maar de zon zorgt ervoor dat je huid lekker wordt verwarmd. En die zon schijnt gerust tot 22.30 u, omdat ze zo lang hoog blijft staan. Wat een heerlijk klimaat, zeker tijdens het wandelen. Al dalende zien we het meer dat eerst in de verte een klein blauw plasje was steeds dichterbij komen totdat we er bijna met ons voeten in staan. Het gaat verder over gras- en grindpaden. Zo’n 2.000 pelgrims komen per jaar in Trondheim aan, waarvan het gros in de zomermaanden. Als dit aantal zich goed verspreidt kom je dus slechts een enkele keer een pelgrim tegen op je weg.
Vandaag zien we niemand. Onze slaapplek bereiken we rond 16 uur en we weten haast niet wat we zien: een (onbeheerd) groot gemeenschapshuis helemaal voor ons. Met een cijfercode openen we de deur en komen we in een gigantische verblijfsruimte terecht. Het lijkt wel een balzaal. Er staan heel veel stoelen, een orgel en een (valse) piano en tig banken in en twee van die banken worden onze bedden. Verder een keuken, een toilet, maar geen douche. Het is er zo koud binnen dat we zelfs de elektrische verwarmingselementen even aanzetten. De avond brengen we dan ook lekker buiten door, in het zonnetje. Wie doet ons wat…



Dankbaar voor:
dat we beiden fysiek sterk zijn
de oorverdovende stilte op Høgkorsplassen
de mueslireep uit de koelbox die we aantroffen bij een huis op een heuvel, speciaal als extra energie voor pelgrims
