Eind goed, al goed

Etappe: 46

Van: Sauveterre-de-Béarn

Naar:  Ostabat

Aantal km: 30

Weercijfer: 9


Het is werkelijk een ontzettend sympathieke gast, die Jérémy. Gisteravond kwam hij pas om half elf thuis van werk en om half zeven deze ochtend heeft hij voor ons een heerlijk ontbijt gemaakt. Hij komt gezellig bij ons aan tafel bij zitten. Hij werpt een blik op onze kaart, geeft nog een goede tip (vooral die routebordjes op één specifiek stuk negeren) en benadrukt dat we onze eigen routelijn moeten blijven volgen.

Even later zwaaien Jérémy en Diogué ons uit. We nemen afscheid, wetend dat we hen allebei niet meer zullen zien. Diogué stopt eerder met zijn etappe dan wij.

En net zo indrukwekkend als het was om Sauveterre-de-Béarn binnen te lopen, zo bijzonder is het om het stadje weer te verlaten. Via de Pont de la Légende – een robuuste stenen brug die vroeger een belangrijke verdedigingsfunctie had – lopen we langzaam weg van het hoger gelegen stadje. Wat een fotogenieke plek!

De etappe van vandaag doet niet onder voor die van gisteren: opnieuw veel klimmen en dalen, zo’n 700 meter omhoog en bijna net zoveel weer naar beneden. We lopen Frans Baskenland in, een regio die meteen herinneringen oproept aan onze tocht in 2018. Die typische witte huizen met roodbruine luiken, in een frisgroen landschap – en natuurlijk die intrigerende Baskische taal. Lange woorden, vaak met een opvallende rol voor de letters U en X. Op elk straatnaambordje staan de namen in het Frans én het Baskisch.

Een hele ochtend miezerregen begeleidt ons tot aan Saint-Palais. Om half twaalf hebben we er dan al zestien kilometer op zitten. We mikken op een lunchplek bij de kerk, maar daar loopt net een communieviering leeg. Het kerkplein vult zich snel; daar gaan we ons niet tussendoor wurmen. Dus wordt het bushokje onze overdekte lunchplek.

Tegen de tijd dat we onze laatste hap doorslikken, is het kerkplein leeg – en nog fijner: de regen is gestopt. We nemen nog even een kijkje in de kerk en beginnen daarna aan het tweede deel van deze lange etappe.

Door de laaghangende bewolking blijven de toppen van de Pyreneeën grotendeels verborgen, maar het landschap verliest er weinig van zijn charme door. Er wacht ons nog een stevige klim naar de Chapelle de Soyartze. En die is het dubbel en dwars waard: een prachtige plek met een panoramisch uitzicht. Bij helder weer zou je hier zelfs de Pic du Midi de Bigorre (2.877 m) kunnen zien.

Na de afdaling bereiken we een bijzonder punt: hier komen drie grote pelgrimsroutes samen – die vanuit Tours, Le Puy-en-Velay en onze eigen route vanuit Vézelay.

En dat hebben we gemerk!

Op onze overnachtingsplek, net buiten Ostabat, zijn alle 25 bedden bezet. We zien hier meer pelgrims dan in de afgelopen 45 dagen bij elkaar. Ze komen allemaal van de populaire route vanuit Le Puy-en-Velay. Omdat wij een lange etappe hebben gelopen, arriveren we pas om half vijf als laatsten.

Bij Alain en Amélie hebben we twee bedden gereserveerd in een vierpersoonskamer. Maar als Alain ons naar de kamer brengt, blijken er al drie bedden bezet. Zijn oplossing: mij verplaatsen naar een andere slaapzaal, zogenaamd ook voor vier personen, maar met vijf bedden, waarvan er nog één vrij is. Daar worden we niet bepaald enthousiast van.

Na het douchen geven we aan dat we hier niet blij mee zijn. Alain lijkt weinig zin te hebben om het echt op te lossen. De administratie – potloodkriebels op een A6-blokje – helpt ook niet bepaald mee. Hij weet niet precies wie waar ligt. Uiteindelijk weet Leo te achterhalen dat het om een Duitse vrouw gaat. Met zichtbare tegenzin gaat Alain haar zoeken op het terras.

Begrijpelijk genoeg staat de Duitse Inga ook niet te springen om te verhuizen naar een kamer met nóg meer potentiële snurkers. Maar na contact met ons pakt ze toch haar spullen, zodat ik haar plek kan overnemen. Uiteindelijk liggen we met twee stellen op één kamer: een Amerikaans koppel en wij.

Door dit voorval nemen we met wat verminderd enthousiasme plaats aan de lange tafel op het terras. Maar eerlijk is eerlijk, het eten dat ze serveren is heerlijk. Het contact met het Amerikaanse stel verloopt ook prima. En als ik dan voor het slapen gaan een glimp van een zonsondergang over de dan zichtbare bergen zie, sluiten we deze mooie dag goed af!

Dankbaar voor:

  • dat ik mijn kam weer teruggevonden heb, onderin mijn rugzak
  • het leuke contact met vier Françaises bij de kapel
  • dat we de rustige Voie de Vézelay hebben gelopen