Zondag 4 augustus
Een “uitdagende” etappe zal het gaan worden geeft onze wandelgids aan. We zijn benieuwd… Na een heerlijk ontbijt met onder andere huisgemaakte havercrackers beginnen we meteen al met een lekkere klim door de bossen, die zich steeds dichter om ons heen bevinden. En dat is heel aangenaam, want het is weer warm (ca. 20 graden) en dan is het heerlijk om in de verkoelende bossen te lopen. Het pad wordt smaller en smaller en ook steeds meer modderig. Kunnen we eindelijk eens de wandelstokken gebruiken; scheelt weer gewicht om te dragen.

Het smalle bospad komt uit op een ‘grusvei’ (gravelweg), waar we gewaarschuwd worden voor voorbijkomende langlaufers. Op deze weg komen helaas ook auto’s langs, die vervolgens een grote stofwolk achterlaten. Nou ja, douchen moeten we toch…

Na de stoffige grusvei gaan we weer de bossen in. Nou, dat hebben we geweten! Klimmend en dalend over een smal, modderig paadje met veel stenen en boomwortels kruipen de kilometers voorbij. We steken kleine stroompjes over en begroeten af en toe een schaap. Er gaat geen dag voorbij of we komen schapen tegen, vaak in groepjes van 3: moederschaap met een flinke bel om haar nek en 2 lammeren.

Het moeilijk begaanbare pad blijft duren en duren en ik ben het eigenlijk meer dan beu. Het vereist zo’n concentratie! Eindelijk bereiken we Troset Gård, een supermooie plek met een paar grote gebouwen, waarvan er 1 een pelgrimshuis is. Inmiddels zijn we met een min of meer vaste groep van 9 pelgrims: 2 Catalanen, 1 Duitser en 6 Nederlanders. Gastvrouw Heidi heeft besloten om pizza voor ons te halen, en daar heeft niemand bezwaar tegen! We hebben het vandaag dubbel en dwars verdiend.
Maandag 5 augustus
Vandaag hebben we 23 km voor de boeg, maar over een hele andere ondergrond dan gisteren. We lopen over een ‘bomvei’, een grindweg waarvoor auto’s tol moeten betalen. Het is nog zwaarbewolkt als we met z’n zessen vertrekken vanaf Troset Gård.

De route is mooi glooiend en laat ons weer genieten van het prachtige, weidse landschap. We lopen langs graanvelden en 2 grote, donkere meren. We eten omze lunch bij een picknickbank waar de frambozen welig in het wild groeien. Ze zijn niet groot van stuk, maar wel erg lekker.

Ondertussen weet de zon zich tussen de wolken door te wringen en maakt zich daarmee eigenlijk voor vandaag onze grootste tegenstander. Het is minstens 25 graden, om te zitten prima, maar om te lopen aan de warme kant. We eindigen vandaag op een boerderij, gerund door een oude dame die alleen Noors spreekt. Inmiddels is ze niet meer mobiel en neemt haar (ook oude) zoon haar honneurs waar. Het is een klein mannetje, die wel wat Engels spreekt, maar met een flink Noors accent. Hij is allround: doet onze check-in, brengt de 3 jongeren van onze groep naar het meer, wacht daar geduldig en taxiet met z’n oude Mercedes weer terug om vervolgens met z’n grote lieslaarzen weer de tractor in te springen. En wij vermaken ons intussen prima in de grote tuin, fijn genietend van de zon.

Het is zo heerlijk om te ervaren hoe vredig en organisch alles verloopt. Ieder pakt – zonder vooraf af te spreken – z’n eigen rol in de ‘huishouding’ die we met z’n negenen vormen. Livet er godt!
Dankbaar voor:
het mantra van Manfred: “nicht denken, laufen! “
de tussenkomst van Heidi voor onze overnachting van woensdag
dat Stijn de laatste 8 km mijn rugzak heeft gedragen (en ik zijn dagrugzak)
de verkoelende waterbron op onze weg
het prettige gesprek met Kees
de saamhorigheid binnen de groep

