Dinsdag 9 juli
Met 2 spreekwoordelijke koprollen staan we op het centraal station van de Deense hoofdstad.
Twintig minuten eerder dan op ons treinticket vermeld, treinen we al naar Zweden. De geboekte trein blijkt vandaag niet vanaf station København te vertrekken, maar vanaf station Malmö. Dat is precies aan de andere kant van het water dat Denemarken van Zweden scheidt. Mazzel dat we dus zo ruim op tijd zijn, want we moeten nu nog eerst met de “sprinter” naar Malmö en die vertrekt 20 minuutjes eerder dan onze geboekte sneltrein zou vertrekken. Ik beschouw dat maar weer eens als een wondertje van de camino!
En daar blijft het niet bij… Voor 14 juli dachten wij een overnachtingsprobleem te hebben, maar ook daar treedt de voorzienigheid op en hebben we een slaapplek op de plek die wij wensen. En op het grote station van Stockholm ligt 1 geocache (tradi), uitgerekend exact op de plek waar wij uit de trein stappen! Zo blijven de geluksmomentjes zich opstapelen…

Ik ben weer helemaal overtuigd: de “camino” geeft de pelgrim precies dat wat hij nodig heeft. Ik durf er weer volledig op te vertrouwen.
Ons verdere treinverkeer verloopt tot op de minuut nauwkeurig. Iets voor 18 uur rollen we het zonnige Sundsvall binnen. We kopen een maaltijdsalade en beginnen dan te lopen naar Gaffelbyn vandrarhem, de (jeugd)herberg waar we overnachten. Deze ligt op een berg(je) in een natuurreservaat. Ik boek altijd graag mooie locaties in de natuur. Tja, en daar ben je niet zomaar. Zeker met 10+ kg op je rug, moet je daar wat voor doen. De hoogte bedwingen we via talloze houten trappen die ons een kilometersver zicht geven over de kustlijn waaraan deze stad ligt. Prachtig!
’s Avonds maken we nog een ommetje over het terrein (ff een virtual cache doen) en beklimmen een toren voor een mooi “utsikt” vanwaar we Sundsvall en de Baltische zee kunnen bewonderen.

De houten gebouwen in het kenmerkend Zweeds rood, de hekken met de diagonaal houten spijlen, de aardigheid van de Zweden, de Falukorv (Zweedse worst), de zuiverheid van de lucht, het groene van de omgeving, de stilte, de zon die ’s avonds nog hoog aan de hemel staat – ik word weer helemaal tot in m’n vezels blij dat we hier mogen zijn!
Woensdag 10 juli
Iets na 8-en trekken we de deur van gebouw Eriks Gård dicht om te beginnen aan de meest noordelijke pelgrimsroute van de wereld. Onder een strakblauwe hemel lopen we naar het 7 km verderop gelegen plaatsje Selånger, het officiële startpunt van de Olavsleden. We lopen hoog over door de bossen. Eenmaal in bewoond gebied worden we aangesproken door een Zweedse meneer die ons attendeert op een mooie route langs het water. Met een redelijk groot embleem op mijn rugzak herkende hij ons als Olavsledenlopers. En zo komen wij op een hele mooie manier bij het pelgrimscentrum, waar we een pelgrimspaspoort (stempelkaart) kopen. De 1e stempel is binnen!

Onze ruggen zijn door en door nat, want het is warm en we spannen ons flink in. Het parcours is niet moeilijk. Het gaat wat op en af, maar mag nog geen naam hebben. We ontmoeten een Zweedse pelgrim, een jonge vrouw, die halverwege deze 1e etappe er al over nadenkt om voortijdig te stoppen… Tja het is altijd lastig, zo’n 1e etappe. Wennen aan het lopen met de rugzak en dat urenlang. Er komt ook een fietsende Nederlandse pelgrim voorbij, speciaal voor deze dag gehuld in oranje shirt. We maken een gezellig praatje met de Alkmaarse Marise en zij blijkt ook lid te zijn van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, waardoor we al na enkele minuten erachter komen dat zij een goede kennis is van Carla, onze collega vrijwilliger met wie Leo veel samenwerkt. Ik blijf dit zo wonderlijk vinden! Zo ver van huis, op een route die nauwelijks belopen / befietst wordt, op hetzelfde moment, op dezelfde plek elkaar ontmoeten!
We lopen over asfalt en grindweg (grusvei) met weidse uitzichten over licht glooiende heuvels. Een bloemenpracht van vooral roomwitte spirea, paarse lupine en geel boerenwormkruid fleuren het landschap op. En af toe passeert ons zo’n auto à la de Duke of Hazard, zo’n brandstofslurper met vooral veel kabaal uit de uitlaat. Daar zijn ze hier blijkbaar verzot op. Veel auto’s hebben hier trouwens aan de voorzijde een serie verstralers. Het ziet er hier allemaal wat stoerder uit dan het autobeeld in Nederland.

De lucht trekt dicht en we bereiken nog droog onze accommodatie, een gemeenschapshuis. Weer al zo’n prima uitgeruste locatie dat heerlijk schoon is en waarbij we voor de WC niet naar buiten hoeven!
Dankbaar voor:
de behulpzaamheid van het Zweedse spoorwegpersoneel
het fijne contact met Anna van Borgsjö Strand
het heerlijke bronwater van Gaffelbyn Vandrarhem
de aardige jongen die ons de goed verstopte pinautomaat aanwees
het feit dat we deze 1e etappe van 24 km beiden goed – pijnloos en blaarloos – volbracht hebben
