Spaanse gastvrijheid 

Woensdag 25 juli

Gisteravond heeft Leo de blaar aan m’n linkerhiel doorgeprikt nadat de Compeed spontaan losgelaten had. Ik lijk zowaar pijnvrij aan mijn voeten. Wat een fijn gevoel!

We ontbijten bij het barretje aan de overkant en trekken weer verder. Het is vandaag zwaar bewolkt. We lopen een tijdje langs het spoor, zonder enig hek dat ons ervan scheidt. Daarna door een stuk bos, waar we op een bepaald moment een vrolijk geschilderd stenen muurtje passeren. Leuk gedaan!

Sowieso is de bewegwijzering naar Santiago perfect aangegeven. Het moet wel heel raar gaan wil je hier fout lopen.
We passeren het stadje Ribadesella, verdeeld in 2 helften door het water waar een grote brug overheen loopt. Het is er druk met roeiers.

We naderen hier de kustlijn en tot mijn grote verrassing zie ik een ‘Biblioplaya’ vlak voordat we de boulevard oplopen. Een heuse bibliotheek, een container vol leenboeken!

We klimmen daarna weer het binnenland in. Langzaam maar zeker nemen de dagelijkse klim- en daalkilometers toe. Ze gaan ons goed af. Zeker met een muziekje in je oren!

Wanneer we vandaag voor de laatste keer een blik op de zee werpen zitten we op ons 2.600 kilometerpunt. Weer een mijlpaal bereikt!

In de laatste kilometers van onze tocht vandaag komen we door een dorpje met een fanatieke kunstschilder. Het zijn maar een paar huizen, maar het is er prachtig beschilderd.

Zodra we de 27 km gepasseerd zijn, vinden we het genoeg geweest voor vandaag. Onderweg zien we een reclamebord van een albergue. Deze ligt weliswaar iets van de route af, maar is wel de meest dichtstbijzijnde.

Wanneer we er arriveren is de verwelkoming stroef. Man en vrouw spreken alleen Spaans. We willen graag een 2-persoonskamer. Ze laten ons lang wachten en ze geven ons het gevoel niet op pelgrims te wachten. Vreemd, want op de camino doen ze veel moeite om je naar hen te krijgen. Uiteindelijk zijn we op onze royale kamer met opgemaakt bed én handdoek. Op de gang is een badkamer, die er spik en span uitziet. En aan het raam hangt onder de dakrand een droogrek! De was zal er alleen niet droog worden, want het regent inmiddels.

Als we gaan eten doet zich hetzelfde voor. Ze laten ons lang wachten. Het is niet meer mogelijk een dagmenu te krijgen, dus worden we teruggeworpen op een broodje hamburger met een paar frietjes. Dit ondernemerspaar lijkt er echt geen plezier in te hebben.

We slapen er daarentegen heerlijk!

Donderdag 26 juli
We verlaten de albergue zonder ontbijt. Het is wel mogelijk om er te ontbijten, maar vanwege de ongastvrijheid ontbijten we liever elders. Voordat we de kamer verlaten leg ik de 2 handdoeken, die op een haakje achter de deur hingen, nog op bed in het zicht. Dat ze vooral niet denken dat wij die meegenomen hebben…

We lopen terug naar de route, naar het Noorden, en zien hoe het ochtendlicht de zee in de verte met een zalmroze strook omrandt. Er is niemand in velden of wegen te bekennen en zo lopen wij een uur over een  graspad langs de kust. Schitterend!

Dan komen we bij La Isla aan. We naderen een parkeerplaats waar één auto geparkeerd staat en er een bekend gezicht uitstapt: de man van de albergue! “Waar hebben jullie de kamersleutel gelaten?” Huh? … “Op de deur van de kamer!” Dit wordt ons zo vaak gevraagd om te doen. Ok, en hij vertrekt weer. We kijken elkaar aan en snappen er helemaal niets van. Zou hij ons hiervoor speciaal zijn komen zoeken? Valt dit onder het spreekwoord “Zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten”?
Dit is de zoveelste negatieve ervaring met de Spaanse horeca. Ons beeld van Spanje wordt er niet beter op…

Maar…, ze bestaan weldegelijk! Gastvrije en in hun klant geïnteresseerde horecamensen!

Aan de route zit een eenvoudig hotelletje met bar, waar we gaan ontbijten. We worden supervriendelijk benaderd. De hoteleigenaar vraagt waar we vandaan komen en vindt het geweldig dat we uit Nederland zijn komen lopen. Hij maakt van alle pelgrims die bij hem overnachten de volgende dag bij vertrek een foto voor zijn plakboek. Ondanks dat wij er alleen ontbeten hebben wil hij van ons een foto. Dan willen wij van/met hem ook een foto. Hij wil wel! We krijgen nog een handig overzicht van hem mee met alle plaatsen die we totaan Santiago tegenkomen met daarbij de voorzieningen per plaats. Geweldig! Zo iemand gunnen we veel omzet! Ons vertrouwen in de Spaanse medemens is weer hersteld ;).

We lopen weer verder op deze grijze dag. Geen zon, maar ook geen regen. Zo’n weertype dat stil lijkt te staan. Geen zuchtje wind. Daardoor wordt onze was die aan onze rugzakken bungelt, niet droog…

We lunchen bij een prachtige (dichte) kerk en passeren heel veel ‘hórreo’s’.

Ook vandaag houden we het bij een kleine 30 km voor gezien. Het is rond 16:30 u. 

We gaan overnachten bij een dame, Montse, die pelgrims ontvangt op donativobasis. Ze woont bovenop een heuvel. Hier is de ontvangst allerhartelijkst. 3 Poolse meisjes, 2 Duitse jongens en 2 Spaanse jongens weten vandaag ook de weg naar dit adres te vinden. Allemaal jongeren, wij behoren op deze camino tot de ouderen.

Montse vertelt ons dat er zich onderaan de heuvel een grote fabriek bevindt die cider produceert, El Gaitero. 

Dagelijks vinden er rondleidingen plaats met aansluitend een proeverij. We besluiten er heen te gaan. We krijgen er een privé-rondleiding van de Spaanse Raquel, die probeert Engels te spreken. De cider is erg belangrijk voor de regio Asturia. Het bedrijf bestaat sinds 1890 en exporteert over de hele wereld. Aangezien het drinken van cider altijd met vrolijkheid en feest gepaard gaat, is er destijds als beeldmerk gekozen voor de doedelzakspeler.

Na de rondleiding van ruim een uur klimmen we de heuvel weer op. Montse kookt voor ons, een goed gevulde linzensoep met salade. Het is in hoeveelheid niet veel, maar het is uit een goed hart. Na het eten is het voor ons douchen en slapen, terwijl de jeugd buiten nog wat verder chillt. Bij ons “oudjes” gaat het licht uit…