Slapen bij de pastoor

Maandag 25 juni

Het is een kort nachtje geweest. Gisteravond aan het einde van het diner kwam de Franse Chloé nog binnen. Een heel aardig meisje dat hier gaat starten met haar camino. Ze doet een klein stukje, de andere kant op. Ze spreekt goed Engels. Met Chloé en Jean-Louis praten we de avond totaan middernacht vol. Een gesprek met diepgang.

Jean-Louis vraagt ons vanochtend om onze persoongegevens op te schrijven in zijn namenregister. Naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer, leeftijd, nationaliteit. Iedereen doet dit braaf, waarschijnlijk uit het gevoel van ‘I was here’. Wat hij ermee doet, geen flauw idee. Hij lapt de per 25 mei ingegane AVG in ieder geval volledig aan zijn laars. Het is voor iedereen ter inzage…

Via Het Heiligdom willen we Lourdes verlaten. Ik besprenkel m’n benen nog met water. Dit gaat me vast naar Santiago de Compostela brengen en helpt me nu tijdelijk van m’n jeuk af als gevolg van de vele insectenbeten. We lopen over het uitgestrekte terrein om via de achterkant Lourdes te verlaten, maar het is helaas afgesloten met een hek. Je kunt er op 2 manieren af en beide toegangspunten zijn bewaakt. Met al dat rondlopen hebben we de eerste 5 km van vandaag al te pakken, terwijl we op de route nog geen meter opgeschoten zijn. Het is geen straf, want met de onbewolkte hemel vandaag ziet alles er helemaal zo mooi uit!

We lopen veel door lommerrijk bos en langs de rivier Le Gave de Pau. Ondanks dat het flink warm is, is het goed wandelen dankzij de vele schaduw en de verkoeling die van het water afkomt als je er dicht langs loopt.

Voor vanavond hebben we wel kerkelijk onderdak, maar nog geen eten. Het is maandag en dan is veel dicht, zeker in de kleine dorpjes. We komen een kwartier na sluitingstijd binnen in een dorpje waar een kleine supermarkt zit. Op maandagmiddag zijn ze gesloten. We zorgen ervoor dat we bij de lunch nog wat overhouden, voor het geval we echt niets meer tegenkomen. Als er iets is wat we op onze camino geleerd hebben, is het erop vertrouwen dat je altijd op het juiste moment dat tegenkomt wat je nodig hebt. Niet krampachtig zoeken, maar ontvankelijk je pad vervolgen, daarbij alle zintuigen open houdend.

Halverwege de middag besluiten we een kleine pauze te nemen om heerlijk onze blote voeten in het ijskoude, snelstromende smeltwater te laten hangen. Heerlijk! Daar knap je van op!

Rond 16 u lopen we Lestelle-Bétharram binnen en laat daar nu net een heel klein supermarktje zitten, die zojuist weer z’n deuren geopend heeft! We kopen ingrediënten voor een lekkere pastamaaltijd. En zo beginnen we met een nog zwaardere rugzak aan de klim van een prachtige kruisweg. Elke statie is uitgebeeld in een eigen kapelletje. Ontzettend mooi!

En dan zijn we er nog niet… Nog een 7 km te gaan naar Asson met behoorlijk wat klimmen. De dagafstand komt weer boven de 30 km uit en dan zijn die laatste 5 km zo zwaar! Het is warm en we zijn moe. Verstand op nul en blijven doorlopen.
En dan zijn we er. In een gebouw naast de kerk, waar bovenin een klein appartementje met 3 slaapplaatsen is gevestigd. We hebben het voor onszelf. De deur is open, dus we kunnen beginnen met douchen, wassen en koken. Tijdens ons diner komt Laurence langs voor het zetten van een stempel en het innen van het geld. Kort en pijnloos, aldus Leo. Dat betekent dat we na de thee meteen het stapelbed in kunnen. Uitrusten!

Dinsdag 26 juni

Strakblauw is het als we opstaan. Om 8 uur ‘s morgens is het al 24°C. Bij het kleine supermarktje annex pizzaria is de warmte van vandaag het gesprek van de dag. We kunnen daar pas om 08:30 u terecht voor onze ontbijt- en lunchinkopen. Als we klaar zijn met ontbijten, afwassen en inpakken is het al 09:30 u. Eigenlijk veel te laat om met deze warmte te vertrekken. De route van vandaag is veelal vol in de zon. Het is lopen van schaduwplek naar schaduwplek. De Pyreneeën steken kraakhelder af tegen de blauwe lucht. Prachtig!

Ook de koeien in de wei hebben het warm. Hele kuddes staan hutjemutje bij elkaar onder de schaduw die de bomen bieden. Er staat geen zuchtje wind. Het enige dat je hoort is het slaan van de koeienstaarten om vliegen te verjagen.

Als we langs een kerk komen is het eerst water tanken op het kerkhof en vervolgens in de kerk verkoeling zoeken.
De boeren pakken nu hun kans om het kurkdroge hooi op het land in mooie ronde balen te rollen.

En ook vandaag zit het venijn in de staart. De laatste kilometers zijn over het asfalt bergop met nauwelijks schaduw en dat op de warmste uren van de dag. Gelukkig is er op de top nog een waterpunt (eau potable). We slaan weer een bidon water achterover. Wat een uitputtingsslag is dit!

En dan is daar eindelijk Arudy, een langgerekt stadje en wij mogen naar het centrum. We gaan weer slapen in een kerkelijk onderkomen, nu bij de pastoor thuis. Abbé Pierre Sallenave verwelkomt ons met een fles kraanwater uit de koelkast. Heerlijk!

We zijn de enige pelgrims en hebben een eigen kamer. Hij ontvangt per jaar zo’n 600-700 pelgrims. Het is 17:30 u en ik val op bed neer. Ik moet even slapen. Leo weet het nog op te brengen om z’n wasje te doen en te douchen. Ik stap om 18:30 u nog snel onder de douche, want om 19 u gaan we eten. Althans, dat had ik zo begrepen. Als we ons klokslag 7 uur melden in de eetkamer zie ik dat er nog niets klaargemaakt is. Uit beleefdheid vraag ik of ik kan helpen. “Nee, niet helpen, jullie gaan koken!” 

En zo staan we met z’n drieën in een piepklein keukentje waar pastoor Pierre de regie neemt. Vooraf eendenpaté uit een blikje, als hoofdmaaltijd chipolataworstjes met kronkelmacaroni in knoflook en sla, daarna kaas en grote Spaanse kersen na. Oh, oh, wat gebruiken ze een vet in de Franse keuken. Het smaakt allemaal zeer goed en het blinkt allemaal mooi, maar verder moet ik er niet teveel bij nadenken… Onder het eten vertelt pastoor Pierre (waarschijnlijk voor de zoveelste keer) hoe het zo gekomen is dat hij pelgrims ontvangt. Ook vertelt hij het verhaal van de huiskat Tiego, binnen gebracht door de eerste pelgrim. Hij vindt de verhalen over zijn kat zo mooi, dat hij er verhalenbundels over schrijft en publiceert. Daarbij weet hij ook nog eens een hoog eettempo aan de dag te leggen. Als wij aan de kaas beginnen, is hij al klaar met het toetje en begint hij af te ruimen. We wassen gezamenlijk af. Daarna ga ik nog mijn wasje doen. Dat wordt natuurlijk nooit meer op tijd droog, maar dat zien we morgen dan wel weer…