Op weg naar Fisterra

Vrijdag 18 augustus

Yes! We mogen weer! Na een rustige nacht starten we vanaf de kathedraal de camino de Fisterra y Muxía. We volgen weer de bekende stenen wegwijspaaltjes. Het eerste paaltje geeft aan dat Fisterra (de Gallicische naam voor Finisterre) nog ruim 89 km van ons verwijderd is. Er zijn veel pelgrims onderweg naar het einde van de wereld. Het is een aardige stoet waarin we lopen. We krijgen de indruk dat het vooral veel Spanjaarden zijn die deze tocht lopen.

We lopen door landelijk gebied en passeren vele hórreo’s. Het lijkt wel of de hórreo’s steeds langer worden naarmate we meer westwaarts lopen.

We zien veel huizen met een overkapping van druivenranken. Bij een cafeetje zien we zelfs een overkapping van kiwi’s!

Na een paar uur wandelen merk ik dat ik op m’n linkerhiel een nieuwe blaar mag verwelkomen. Gelukkig heb ik Compeed bij de hand, dus we kunnen verder. Mysterieus hoe na weken probleemloos lopen er toch weer een blaar kan ontstaan…

We lopen over talrijke bospaden en het gaat veel op en af. We zien ook geblakerd bos en dan valt op hoe sterk de varens en de eucalyptusbomen zijn. Je denkt dat de zwartgeblakerde bomen dood zijn, maar toch vormen er zich nieuwe takken met jong, lichtgekleurd blad.

We steken de Rio Tambre over via een prachtige stenen brug, de Ponte Maceira. Alsof je met een tijdmachine terug naar de Middeleeuwen bent gebracht.

Het is heerlijk wandelweer, dus de 23 km voor vandaag zijn vlot volbracht. 

We slapen in albergue San José, de albergue van de vader van de muzikant die we afgelopen zondag ontmoet hebben. 

Het is een heel verzorgde herberg. Ruim van opzet en met een grote tuin. Er is ook een nette keuken aanwezig. En voor het eerst sinds lange tijd kan ik er een lekkere grote mok thee groen-jasmijn zetten. Mijn meegenomen theezakjes van thuis zijn nog steeds niet op:). In de tuin, in het zonnetje, met een stukje chocolade erbij. Paradijselijk…

We kunnen ons wasje in de zonnige tuin ophangen. Met het windje erbij is het zo droog. Leo had in Santiago naar de kapper willen gaan, maar vanwege de 2 achtereenvolgende feestdagen waren alle kappers gesloten. Gelukkig vindt hij er hier in Negreira eentje.

We hebben weer eens zin in paëlla. Het is een eindje lopen, maar we vinden een restaurant die dat klaar kan maken. Het is een goede paëlla. Lekker veel met de handen moeten werken om de langoustines en de garnalen te openen. Het blijft een gevuilak, maar zo lekker!

Het is al donker voor we terugkeren naar albergue San José. Daar aangekomen zit vader achter de receptie. We vertellen hem dat we dankzij zijn zoon hier zijn. Vol trots laat hij via YouTube zien hoe muzikaal zijn zoon Dany en ook zijn andere zoon Diego, zijn. Hij blijft maar filmpjes afspelen en zo wordt het een latertje voordat we ons stapelbed op de slaapzaal opzoeken…

Zaterdag 18 augustus

Vandaag gaan we naar Oveiroa, 34,4 km verderop. We vertrekken met een temperatuur van 15 graden, maar die loopt al snel op. We lopen Negreira uit, een plaatsje waar een paar mooie beelden staan.

De zon schijnt volop en het is veel klimmen en dalen vandaag: 725 m op en 600 m af. De natuur op de glooiende heuvels om ons heen is prachtig. Veel groen en de paden zijn breed. Vaak net te breed om in de schaduw te kunnen lopen. Bij elk waterpunt tappen we water. Het zal rond de 30 graden zijn en er valt haast niet tegenop te drinken.

We hebben brood en beleg bij ons, want we komen nauwelijks iets tegen waar we zouden kunnen eten. Op een grasveld met schaduw planten we onszelf neer. Maar de zon draait zo hard, dat we al na een kwartier mee moeten bewegen om in de schaduw te kunnen blijven zitten.
Regelmatig lopen we over asfalt. Dat schiet lekker op, maar het vreet ook energie. Waarschijnlijk ook omdat dit gewoonweg saaier lopen is. 

Vlak voor Olveiroa zien we voor een grote villa nog een bijzonder beeld van Sint Jacobus op een toegangshek. Zeker een van de mooiere die we gezien hebben. 

Flink moe bereiken we rond 17:30 uur het pension voor vanavond. Wat een zware, lange etappe was dit!

Gelukkig hebben we een fijne kamer met een haast even grote badkamer voor ons tweetjes, dus dan is het leed al snel vergeten. Naast een pension is er ook een albergue en een restaurant op hetzelfde terrein, dus dat is zeker op zo’n zware dag als deze, erg aangenaam. Na een goed dagmenu kunnen we deze keer snel ons bed opzoeken voor een welverdiende nachtrust!