Op weg naar Chablis

Donderdag 19 april

Gehuld in haar fluwelen zuurstokroze peignoir ontbijten we met madame Noble. Het traditionele Franse ontbijt met maar liefst keuze uit 3 soorten jam. Om 09:00 u zeggen we haar gedag en stappen we weer de warmte tegemoet. Eerst nog even langs de bakker die voor ons een sandwich met tonijn maakt.

We lopen terug naar de Voie Vert, de groene weg langs het kanaal. Je kunt of aan de linkerkant van het kanaal lopen door het gras of aan de rechterkant over het geasfalteerde pad. Deze ochtend kiezen we voor de kant met de meeste schaduw, de graskant. Na een kaarsrecht stuk van 11 km komen we aan in de bebouwde kom van een voorstadje van Troyes. Het is rond het middaguur en het is flink warm, zeker nu we over asfalt lopen. In de nabijheid van een kerk lunchen we. Even de schoenen uit om de voeten weer wat lucht te geven.

We lopen verder naar het centrum van Troyes. In Troyes zijn vele kerken te vinden én een kathedraal. Voor een bezoek aan de kathedraal wijken we even af van de route. In de kathedraal is het heerlijk koel. Het is een imposant bouwwerk met talloze dikke grijze pilaren in neo-gotische stijl.We treffen er ook glaskunst aan, waaronder een prachtig gekleurde kubus.Het voelt als een warmtegordijn wanneer we weer buiten komen. Oef, dat is weer even wennen… We lopen wat verloren de grote stad in. Het is overweldigend groot, op elke hoek staat wel een prachtig (kerk)gebouw. Opvallend is in wat voor kapitale panden de Kamer van Koophandel gehuisd zijn in Frankrijk. Ook in Troyes heeft het de allure van een ambassadegebouw. Voor het eerst eten we een ijsje. Mmm, maar kan niet tippen aan Italiaans ijs.

Onze overnachtingsaccomodatie is ADPS, een sportcomplex. Ondanks dat het pelgrimsboekje aangeeft dat je voor deze 6 km de bus beter kunt nemen, gaan wij lopen. Het is inmiddels 35 graden, er zijn veel stoplichten en het asfalt en de auto’s geven nog eens extra warmte af. Dit is vervelend lopen, elke keer stoppen en dan weer aanzetten. We lopen door naar ons overnachtingsadres en zetten de dagafstand op 30 km. Daar aangekomen is de ‘Accueil’ inmiddels gesloten. Na telefonisch contact blijkt er toch nog een mevrouw op ons gewacht te hebben. Ze leidt ons naar onze slaapcellen – ieder krijgt z’n eigen 1-persoonskamer. Hmm… klein, zwaar verouderd en niet bepaald schoon zijn onze kamertjes. Om vervolgens nog maar te zwijgen over de douche en de WC. Om bij de WC-pot te komen moet je na het openen van de deur eerst naast de pot gaan staan (ken net… ), dan de deur dicht doen en voor de pot zien te komen. De doucheruimte heb ik niet meer aan nadere inspectie onderworpen. Die stoot mij zo af, dan maar zonder douchen naar bed. Het restaurant van ADPS zou bekend staan als een plek waar je ongegeneerd zo vaak kunt opscheppen van het zelfbedieningsbuffet. Nou… dit ligt toch even anders. We treffen een ongezellige ruimte aan waar de kok (die duidelijk geen zin had om te gaan werken) ons min of meer dwingend verzoekt snel een keuze te maken tussen de 2 menu-opties. We kiezen voor de erwtjes met kippenboutje. De salade mogen we zelf opscheppen, en meteen je toetje uitkiezen. Eéntje maar! Tijdens het eten komen de jongens van de sportopleiding met veel lawaai binnen. Wat een haantjes! Maar wel stuk voor stuk perfect geknipt en geschoren naar de coupe van hun grote voetbalheld! Daar verdienen die kappers hier een fortuin aan. Binnen het uur moeten we klaar zijn, dus van nog even natafelen is geen sprake. We zitten nog even bij elkaar in de cel van Leo en besluiten dan maar te gaan slapen.

Vrijdag 20 april

Het ontbijt is tussen 7 en 8 uur, dus wij staan om 7 uur in het restaurant. Maar helaas, er is ons een’ petit déjeuner amélioré’ beloofd, maar het is gewoon het traditionele Franse ontbijt: stokbrood met jam. Op verzoek kun je 1 cupje Nutella krijgen. Die is op de bon. Ook nu worden we omringd met de Franse jongeren, waarbij het testosterongehalte ‘s morgens beduidend lager is dan’ s avonds. Er is één jongen die binnenkomt met een rugzakje en wat haalt hij daar uit?… z’n eigen maxipot Nutella!

We zijn blij om dit complex te verlaten. Daar gaan we weer, onder een strakblauwe hemel. We lopen eerst zo’n 10 km langs drukke wegen om Troyes definitief achter ons te laten. Gelukkig staat er een snelheidskast langs de weg, zodat de auto’s hun snelheid erop aanpassen. Worden we in ieder geval niet van de sokken gereden, want het randje waarop we lopen is maar smal.

Maar dan… eenmaal van de drukke weg af komen we in een landschap dat ons nog lange tijd zal heugen, zo mooi! Hier begint de Othe, een sprookjesachtige, bosrijke streek. We verlaten hiermee weer de bewoonde wereld. Op de weg die ons het bos in leidt komen we met 5 minuten verschil 2 mensen tegen, één die al luid toeterend en zwaaiend ons een ‘bon camino’ toeroept en een man op een tractor die met een norse uitdrukking ons gebaart aan de kant te gaan. En dat terwijl er voor hem een zee aan ruimte is om ons te passeren. Zoals mijn broer zou zeggen: tja, je hebt mensen en je hebt potloden…

Het bos waar we van 12 tot 16 uur doorheen wandelen is heerlijk koel en vooral goed begaanbaar. We genieten ervan met volle teugen. Als we er eenmaal uitkomen worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over het dal waar het plaatsje Sommeval zich bevindt. En, er is een speciale hut voor pelgrims, waar we heerlijk water kunnen tappen! Tegen 18 uur bereiken we ons overnachtingsadres, een B&B met aanliggende camping. Wow, wat een prachtig gebouw en wat een prachtige kamer hebben we! We kunnen er nu terecht, 1 dag later had niet meer gekund. We hebben een lange, snikhete tocht achter de rug. We kunnen er niet eten, maar de eigenaresse heeft voor ons gereserveerd bij het plaatselijke restaurant, zo’n 700 meter terug de heuvel op. Ze biedt aan om ons erheen te brengen met de auto nadat we gedoucht zijn en ons wasje gedaan hebben. We worden hartelijk verwelkomd in het restaurant en met liefde en zorg wordt ons het menu uitgelegd en dito bereid. We eten er heerlijk! Het is een superzachte avond, dus ideaal om buiten te eten. Het is dan ook geen straf om na het eten op onze slippertjes langzaam de heuvel af te dalen naar daar waar ons bed zich bevindt. Een zware dag, maar een topdag!

En dan te bedenken dat we op deze dag slechts € 15 pp duurder uit zijn dan de misère van de dag ervoor…

Zaterdag 21 april

Straaltjes zweet lopen over ons gezicht. Weer een snikhete dag. Het parcours van vandaag is ook nog niet eens makkelijk. Of over asfalt in de brandende zon, of door een moeilijk begaanbaar bos. Het bosonderhoud gaat hier op z’n Frans: met grote stappen snel thuis. Met zwaar materieel worden bomen gekapt, maar die machines laten zulke diepe sporen na dat het water niet meer weg kan zakken. Het is af en toe één grote modderpoel. Zie daar maar eens omheen te komen. Bovendien is het funest voor onze snelheid. Op deze manier ben je in 1 uur maar 2 km verder. En dat schiet niet op, als je weet dat er voor die dag meer dan 30 km gepland staat.

Rond 11 uur verlaten we zo’n stuk bos met een op hol geslagen koekoek en komen we weer op een weg uit. Een auto stopt en maar liefst 3 mensen stappen uit. Of we pelgrims zijn? We hebben nog geen ‘oui’ gezegd of we worden overladen met pelgrimsadviezen. En we moeten vooral over 200 m even iets gaan drinken bij het huis met de schelp op de muur. Heel hartelijk bedoeld maar we moeten nog wel de bakker zien te halen in het dorp 4 km verderop. Het is zaterdag, dus dan gelden weer aparte sluitingstijden. Maar, dit is de Camino en die leert je vooral in dankbaarheid te aanvaarden wat er op je pad komt. Heerlijk onder de parasol drinken we een kop thee met een droog Marie-koekje. Mevrouw (die telefonisch ingelicht was door haar man) heeft voor onze komst nog speciaal haar beste tafelkleed uitgezocht. Bij navraag blijkt de bakker pas om 13 uur te sluiten, dus dat gaan we nog wel redden. Ze vraagt ons welke route we in Spanje nemen. Gelukkig belopen we niet de Camino Frances, want naar haar zeggen is dat de Champs Elysees van Spanje, zo druk.

Bij de bakker kopen we onze lunch en deze peuzelen we op een bankje in de schaduw op.

Het gaat hard in de natuur. De bloesem die we aan het begin van de week aan de bomen zagen komen dwarrelt nu al weer als sneeuw naar beneden.

De tocht in de middag valt ons zwaar. Het is veel lopen in de directe zon en dan lijkt bij mij zo’n rugzak zich met lood te vullen. Ik probeer hevig te visualiseren dat ik een zak met veertjes draag, maar ergens zit er teveel scepsis in me en popt het elke keer in me op dat het toch echt 10 kg is. Na zo’n 20 km begin ik m’n rug te voelen en daar wordt mijn humeur niet beter op.

Ik ben dan ook blij dat we uiteindelijk bij onze B&B van deze avond aankomen. Als de rugzak eenmaal af is, is alle leed weer geleden. We worden heerlijk verwend met een bescheiden diner onder de parasol. Ook nu weer een heerlijk windstille, zachte avond!

Zondag 22 april

Voor de derde achtereenvolgende dag staat er een etappe van ruim 30 km op de rol. Maar, hét grote verschil vandaag is dat er een heerlijk verkoelend briesje staat! Bovendien hangt er voor de zon nagenoeg de hele dag een licht wolkendek, dat scheelt bergen energie!

We lopen eerst naar Chablis, zo’n 19 km. Vanuit de wijngaarden van de Grand Cru’s komen we Chablis binnen, prachtig! We verwennen onszelf met onze eerste croque madame (en voor Leo een glas Chablis uiteraard) op een gezellig terras. Bij de toeristeninformatie halen we nog een mooie stempel op voor in ons pelgrimsboekje. Om 14:30 uur verlaten we het sjieke stadje vol wijnboeren en trekken we verder het platteland in. We besluiten iets van de route af te wijken en pakken de meest directe weg, over het asfalt.

Tegen 18:00 uur bereiken we onze slaapplaats voor vanavond, wederom een B&B met speciale pelgrimstarieven. Blij dat de rugzak weer af mag. We hebben een kamer zo groot, dat je er kunt dansen. De eigenaresse maakt een heerlijk avondmaal voor ons klaar.

En zo is onze 725e kilometer een feit!