More crazy

Dinsdag 22 mei

De kok van La Margeride weet inderdaad wat wandelaars nodig hebben. Aan lange tafels in een eetzaal kregen we een prima 4-gangen diner geserveerd. We zaten midden tussen de Fransen. Inmiddels is onze ervaring met Fransen dat ze onderling sterk naar elkaar toe trekken en het dan niet makkelijk is om contact te maken. En aangezien ik nog altijd m’n concentratie nodig heb om (voor mezelf en Leo) in mijn hoofd de vertaalslag te maken, heb ik daar na een dag lopen ook niet altijd zin meer in. Dan laat ik de Franse klanken maar over me heen komen, zonder dat ik er iets mee doe. Dan kruipen we als het ware in onze Nederlandse cocon. De Franse generatie die hier rondloopt (veelal onze leeftijd) spreekt geen andere taal dan Frans.

Het is prachtig weer vandaag en het belooft een relatief makkelijke etappe te worden. Bij ons vertrek wijst Saint Jacques ons de weg.

We wandelen met uitzicht over prachtige dalen. Wat een ongelooflijk mooi stuk Frankrijk is dit. We passeren 2 Noren, herkenbaar aan de vlaggetjes in hun rugzak. Ik wil graag in het Engels het gesprek aanknopen over “hun” Alexander Rybak, maar helaas ze glimlachen alleen. Ook zij blijken enkel hun eigen taal machtig. Later hoor ik “in het pelgrimscircuit” dat ze via de telefoon alles in het Noors inspreken en mevrouw Google het in het Frans laten uitspreken.

We pauzeren bij een uitspanning waar we onze Mexicaanse caminovrienden tegenkomen. We zijn hen sinds Le-Puy-en-Velay al diverse malen gepasseerd. Enthousiast laten we ze elke keer onze zeer beperkte Spaanse vocabulaire horen, wat ze breedlachend ontvangen. Het allochtoon zijn schept een band;). We bevragen elkaar tot hoever onze reis gaat. Zij wandelen van Le-Puy-en-Velay naar Saint-Jean-Pied-de-Port, de laatste Franse plaats voor je Spanje binnenloopt. Als zij horen waar wij naar toe gaan én waar we vandaan komen, springen hun mooie bruine Mexicaanse ogen bijna uit hun kassen. “They say we’re crazy, walking 750 km, but you are MORE crazy!” Ze vinden het overigens wel fantastisch dat wij zo’n avontuur aangaan.

Terwijl we daar verpozen gaan de hemelsluizen weer open. We zitten gelukkig lekker droog. We trekken op ons gemak onze regenkleding aan en vertrekken. Het regenpak heeft nauwelijks een druppel meer gevangen, dus na een half uur trekken we dit weer uit. Al dat aan- en uitkleden is vermoeiender dan het lopen zelf…

Bijna op ons eindpunt voor vandaag staat een prachtige kapel, gewijd aan Saint Roch. Een oudere dame deelt in het portaal aan een tafeltje stempels uit voor de credencials. Mooi dat zo’n dame dit vrijwillig doet.

We logeren in een gite in een gehucht zonder telefonisch bereik of internet. Het is een mooi pand met kamers met 4-6 bedden. Wij liggen op een kamer met 4 bedden op een rij, samen met een ander (Frans) echtpaar. In deze gite overnacht o.a. ook een groep van 6 vrouwen, nichtjes van elkaar. Een sympathieke groep. Wanneer ik vertel dat we uit Nederland komen, dat ik wat Frans spreek en Leo geen Frans spreekt, verruilt 1 van de nichtjes die zowaar de Engelse taal goed beheerst, spontaan haar plaats om tijdens het avondeten naast Leo te kunnen zitten. Een erg sympathiek en sociaal gebaar! Wanneer ze vernemen dat wij al 60 dagen aan de wandel zijn en er 1.300 km op hebben zitten weten ze niet wat ze horen. Zij wandelen een week, met bagagetransport. Mede dankzij het verkleinen van de taalbarrière hebben we een gezellige avond!

Woensdag 23 mei
We zijn lekker bijtijds weer op pad. Het is nog voor 8 uur. De dag start met bewolking en het voelt wat broeierig warm aan. En dat hebben we geweten!

Aan het einde van de ochtend breekt er een onweer los, wordt het ineens heel koud en komt er hagel en regen met bakken uit de hemel! Wat een pittige bui! Wij kunnen op dat moment net schuilen in de kerk van Saint-Alban-sur-Limagnole. We trekken daar ons regenpak aan en stappen de regen in, die dan heel wat minder is. Zo loop je met 4 lagen dik kleding aan en nog geen half uurtje kan alles weer uit en lopen we in ons shirtje verder onder een blauwe lucht. Heel bijzonder, die weersomslagen.

Het landschap is weer adembenemend mooi. Veel fris groen (dankzij de pittige buien van tijd tot tijd) en ontzettend veel gele brem, een hele mooie kleurcombinatie. Prachtig ook, hoe de boomwortels natuurlijke trappen vormen tijdens onze beklimmingen.

Als we pauzeren tijdens onze lunch, vragen voor ons onbekende pelgrims ons of wij die 2 Nederlanders zijn die helemaal uit Nederland zijn komen lopen? De ‘chapeaus’ en ‘bravo’s’ worden over ons uitgestort…, onze reputatie snelt ons al vooruit. 

Om 16 u lopen we het stadje Aumont-Aubrac binnen. Het is er druk, zo druk zelfs dat er in de talrijke gites geen slaapplek meer is. Gelukkig is er ook een hotel, dus verwennen we onszelf met een comfortabele kamer. 

Tegenover het hotel zit een kapper, en aangezien het voor Leo weer 3 weken geleden is… Omdat vandaag net de haak van de GPS is afgebroken loop ik ondertussen naar een winkel voor randonneurs, om te vragen of ze een karabiner hebben. Ik word verrast door het assortiment Osprey rugzakken. Leo is inmiddels terug van de kapper en weet hoeveel moeite ik heb met mijn rugzak van 66 liter. Aan het einde van de dag weet ik niet hoe snel ik de rugzak af moet doen, omdat ik dan zo ongeveer op breken sta. We nemen de beslissing: ik ga veranderen van rugzak. Van 66 liter terug naar 36 liter! Het enige dat met de rugzak terug naar huis gaat zijn mijn tekenspullen en 1 lange broek. Alles past in mijn nieuwe rugzak, maar door zijn compactheid draagt deze vele malen lekkerder. Alles is nu gestapeld en hangt niet meer aan mijn rug, maar steunt op mijn heupen. Het is geen makkelijke beslissing, maar het lot heeft beslist. Waar kom je zo’n speciaalzaak tegen? Het heeft weer eens zo moeten zijn…