Lange dagen

Vrijdag 20 juli

De zonnebril kan vandaag in de rugzak blijven. Daarentegen kan ons regenpak en -hoes er weer uit. Het is gisteravond begonnen met regenen, dat is vannacht doorgegaan en dat doet het bij ons vertrek nog steeds.

We laten het ons goed smaken bij het ontbijtbuffet. We hebben prima doorgeslapen en zijn helemaal klaar voor een nieuwe wandeldag. Nog even afrekenen bij de receptie en dan kunnen we gaan. Als we de nota onder ogen krijgen zien we dat ze vergeten zijn om in rekening te brengen wat we gisterenavond als avondeten genuttigd hebben. Aanvankelijk willen we het erbij laten, maar we kijken elkaar nog eens goed aan. Dat is niet de wijze waarop wij pelgrims zijn. Op deze manier willen we niet in Santiago aankomen. De beste man aan de receptie spreekt alleen Spaans. We proberen hem duidelijk te maken dat we ‘más’ willen betalen. Dat is hij duidelijk niet gewend. Er komt nog een receptioniste bij, die enkele woordjes Engels verstaat. Zij lijkt ons te begrijpen, al moeten we praten als Brugman. Vanuit de cafetaria worden de bonnetjes erbij gehaald, maar er zit geen bonnetje tussen met ons kamernummer. Dan gaan we in het Spaans opschrijven wat we gegeten hebben en wordt er alsnog een factuur aangemaakt. “Muchas gracias” klinkt het in koor als we het hotel definitief verlaten. Waar het daar mis gaat weten we niet, maar dat daar nog eens een keer naar de administratieve organisatie gekeken mag worden is voor ons duidelijk…

Zo, dat loopt een stuk lichter. Ook al komt de regen met bakken uit de lucht. Het is toch wel vreemd te bedenken dat in Nederland zoveel behoefte is aan regen en hier in Noord-Spanje er veel te veel water is gevallen en nog steeds valt. De waterafvoer kan het nauwelijks aan.

Het is maar stil op de weg. In geen velden of wegen een pelgrim te zien. Het is wel druk met het slakkenverkeer. Je moet er omheen slalommen.

We komen door het schilderachtige stadje Santillana del Mar. Ondanks de naam ligt het niet aan de kust. Het stadje heeft, mede door de bestrating, een Middeleeuwse sfeer en is nationaal erfgoed. Omdat het zo hard regent lukt het bijna niet om er een foto van te maken. 

Aan het eind van het plaatsje bevindt zich een camping met een kleine supermarkt. We gaan er onze lunchinkopen doen. Op het moment dat wij er als verzopen katten binnen komen worden we aangesproken door 2 Nederlandse pelgrims, Rob en Ellen. Ze zijn de eerste Nederlanders die we op de Camino del Norte ontmoeten. Ze drinken er een kopje koffie. Vanwege het weer in combinatie met voetproblemen zijn ze niet gestart. Ze bieden ons koffie/thee aan. Dat slaan we niet af! Even bijkomen van alle regen die al over ons heen gekomen is. We wisselen gezellig wat camino-ervaringen uit. Het ziet er niet naar uit dat het binnen afzienbare tijd minder gaat regenen, dus we zetten de tanden op elkaar en dompelen ons weer onder in de nattigheid. We soppen inmiddels in onze schoenen. Als het regent is het moeilijk om een plek te vinden om te picknicken. Gelukkig treffen wij op ons pad een kapelletje. Leo spant ons waslijntje, zodat we onze druipnatte spullen op kunnen hangen.

Na de lunch lopen we weer verder en wordt het tussendoor zowaar heel even droog.
We lopen weer richting kust, dus af en toe vangen we een glimp van de zee op. We zijn in de veronderstelling dat we net zo nat zijn als dat we in die zee zouden staan.

Na een kleine 20 km komen we aan in Cóbreces, waar we tegen een barretje aanlopen. Leo lust wel wat, dus we stoppen er. Even die natte regenjas uit. De bar wordt bestierd door een sympathieke barman en je blijkt er lekker te kunnen eten. Tegenover de bar zit een grote albergue met maar liefst 158 bedden (2.500 m2). Spontaan besluiten we hier te blijven. We hebben het gehad met het door de regen lopen. Het is rond 16:30 u en we moeten onze spullen (met name onze schoenen) nog droog zien te krijgen voor morgenvroeg. Dat is al haast onmogelijk.

In de albergue kunnen we zelfs een eigen kamer met 2-persoonsbed krijgen. In deze albergue mag je niet je eigen slaapzak/-laken gebruiken. Je krijgt bedlinnen. Waarschijnlijk hebben ze ooit te maken gehad met bedwantsen. Dat wil je als hostelhouder niet nog eens meemaken.

De vroegere bestemming van dit pand is een kostschool. Wij zitten in een ruimte bij de biblioteca, hoe kan het ook anders ;)…

Na het douchen blijkt het buiten op te klaren. Leo gaat op bed wat lezen en ik loop nog even het plaatsje in om de kerk te bezoeken, die tussen 18 en 20 uur open is. Een grote kerk in een opvallende kleurstelling. Een Spaanse dame wil mij een rondleiding geven, maar ik begrijp er helaas niets van van wat ze vertelt. Dan in ieder geval wel de geocache meepakken die er in de buurt ligt ;).

Tegen 20:30 u schuiven we opnieuw in de bar aan tafel aan. Naast een salade bestellen we ‘bonito de la norte a la plancha’, oftewel een moot gebakken tonijn. Die smaakt heerlijk!

Zaterdag 21 juli

Aan de ontbijttafel treffen we Christian, een Duitse pelgrim met Italiaanse roots. Al snel komen we hem onderweg weer tegen en we lopen de eerste 10 kilometer met elkaar op. Dat is ook wel eens gezellig en bovendien schieten al pratende de kilometers lekker snel op. We passeren bij het strand ons 2.500 km punt en daar moeten we toch even stil bij blijven staan. 

In Comillas scheiden onze wegen, want wij gaan even koffie drinken op een terras in het gezellige centrum. We bezoeken er ook de kerk, die net z’n deuren opent. We kunnen er zowaar een echt kaarsje opsteken. Dit in tegenstelling tot de “elektrische” kaarsjes die je ook tegenkomt in Spaanse kerken.

En dan gaat de route weer verder langs de kust. Het is nog flink bewolkt, dus soms is het moeilijk om onderscheid te maken tussen wolkendek en zee. De temperatuur zal net de 20 graden halen, dus het is heerlijk wandelweer.

Na ruim 31 kilometer komen we aan in Serdio, een klein dorp met een algemene albergue. Ben je op tijd, dan heb je een bed. We zijn op tijd. Er zijn nog een aantal bedden beschikbaar. De hospitalero is er nog niet. 

De herberg is maximaal bezet met bedden, dus er is weinig plaats om je te keren. Dat is altijd even wennen. Je kunt nergens zitten. Zo’n slaapplek kost maar € 6 p.p., maar je krijgt er dan ook alleen een plaats in een stapelbed en een koude douche voor. Alleen de eersten hebben nog enigszins warm water. Met koud water heeft wassen op deze dag geen zin, want eenmaal goed en wel binnen is het weer flink aan het regenen gegaan. Je krijgt je was dus niet droog. Dan maar een dag overslaan.

Dan komt de hospitalero de albergue binnen, een kenau 1e klas. Er kan geen lachje af en snauwt alleen maar. Wat jammer voor haar en voor ons dat zij zo verbitterd en met zoveel ongenoegen haar werk doet. Als een kampbewaarster komt ze de komende uren nog een paar keer de bedden controleren of er toch niet iemand ligt, die niet betaalt.

Bar Gloria in het dorpje serveert gelukkig ook een maaltijd, dus daar eten we een hapje. In onze regenjas keren we terug naar de albergue. Niet omdat het regent, maar voornamelijk omdat het zo fris is. Gelukkig liggen er dekens op de bedden, zodat we toch goed in slaap kunnen vallen.

Zondag 22 juli

In alle vroegte vertrekken we, want we hebben vandaag een lange etappe voor de boeg. De langste van onze reis tot nu toe. De eindteller zal op 36 km uitkomen.

In het barretje ontbijten we. Onze tocht begint met een gematigde afdaling, mooi om de spieren langzaam warm te laten worden. Het is veelal asfalt, maar we komen ook overhard pad tegen. Het is weer een kunst hier overheen te komen met die blubber.

Na onze lunchinkopen gedaan te hebben krijgen we een klimmetje. Bijna aan de top staat aan de kant van het pad een kapelletje. Er staat een oude man bij die ons in het Spaans aanspreekt. Hij opent het hek van het kapelletje om ons erin te laten kijken. Meteen pakt hij een kaarslichtje en steekt dit ongevraagd aan. En meteen laat hij zijn mandje met muntjes zien. Hmm, toevallig had ik over deze man gelezen. Hij probeert dit bij elke pelgrim. Ik kan zijn opdringerigheid niet waarderen. Ik vind het haast godslastering. We halen onze schouders op ten teken dat we het allemaal niet begrijpen en trekken verder.

Toch sneller dan verwacht laat de zon zich vandaag zien. We lopen richting kust. Als we landinwaarts kijken zien we donkere wolken tegen de bergen (Los Picos de Europa) hangen. Kijken we richting het noorden, dan zien we strakblauwe lucht van zee.

En dan start er een heel lang grintpad langs de kust. Zo mooi! We passeren prachtige baaien. Het zeewater is ongelooflijk mooi helder en blauw. Het zijn paradijselijke plaatjes. We lunchen aan zee, aan een kiezelstrand. Het zit dan weliswaar niet comfortabel, maar dat wordt helemaal goedgemaakt door het uitzicht. Voordat we gaan bouwt Leo nog een steenmannetje. We zijn goed en wel opgestapt en zien meteen 2 mensen er een foto van maken. Dan heb je “eer van je werk” ;).

We passeren een prachtig natuurverschijnsel, Bufones de Arenillas. Dit zijn spleten in het gesteente waaronder de zee doorloopt. Bij hoog water spuit het water als een geiser door het gesteente wel 20 meter omhoog. Door de druk van het water hoor je een “snurkend” geluid. Dit natuurverschijnsel is nationaal monument, maar wordt volgens ingewijden weinig bezocht, omdat het moeilijk bereikbaar is met de auto. Alleen lopers en fietsers komen er langs.

Door het heldere weer is het prachtig om langs de kustrand te lopen, maar de keerzijde is dat het er flink warm is. De warmte vreet extra energie van ons. 

Zo’n 5 km voordat we de albergue in Llanes bereiken drinken we nog wat op een terrasje. Maar desondanks blijven het 5 zware kilometers. Het is meer jezelf voortduwen dan lopen. Iets na 18 uur zijn we er. We hebben gereserveerd, dus we weten dat we een bed hebben. De extra reden dat we gereserveerd hebben is dat we vanavond een ‘date’ hebben! We gaan Sabine, één van de Franse nichtjes die we in mei ontmoet hebben, weer zien! Zij start morgen hier haar vakantie. We hebben afgesproken om samen te dineren vanavond. We hebben er de afgelopen dagen flink wat wat kilometers voor moeten verzetten, maar het is een ontzettend leuk weerzien!