Door de Aubrac

Donderdag 24 mei

Vanwege het ompakken naar de nieuwe rugzak en de gereedmaken van de verzending van de oude rugzak starten we laat, pas om 10 uur. En dat terwijl er 27 kilometer op het programma staat. Dat wordt dus flink doorsloffen vandaag. We verlaten het groene bosgebied met de grote hoeveelheden brem en komen op een soort plateau terecht. Wow, dit is weer een volledig ander landschap en weer zo mooi! De onverharde wandelpaden worden aan één kant gemarkeerd door grote stenen en strekt zich uit zover wij kunnen kijken. Het landschap doet haast Schots aan. Aangezien wij vandaag de hekkensluiters zijn komen we nauwelijks andere wandelaars tegen. We zien wel veel kuddes koeien vandaag. Zo’n kudde bestaat uit een stier met z’n harem en kinderschare.

Opvallend is ook de diversiteit aan bloemen, van purperrode anemoon tot aan witte narcissen, velden vol. Ook zien we veel mini viooltjes, in allerlei kleurschakeringen. Dit fleurt het landschap mooi op. Prachtig om uitgerekend in dit seizoen hier te lopen.

En vandaag bereiken we weer een mijlpaal: het 1.400 km-punt!

We pauzeren weinig en stappen flink door om toch nog voor zessen aan te komen bij de gite voor vandaag in Lasbinals.

We slapen in gite NADA [Nasbinals Accueil Découverte en Aubrac], een groot gebouw met slaapzalen en kamers. Wellicht ooit een internaat geweest. Wij hebben een kamer voor 2 personen. De douches zijn op de gang. Een prima plek. Om 19 u kun je beneden gaan betalen. De alleraardigste mevrouw van de Acceuil vraagt of we wel eens ‘aligot’ gegeten hebben. “Non”. Geen flauw idee wat dit kan zijn. Ze legt uit dat dit een specialiteit van de streek is: aardappelpuree met kaas erdoorheen. Klinkt als goed wandelaarsvoedsel. In het plaatsje Nasbinals bezoeken we restaurant ‘Les Sentiers de l’Aubrac’. En daar hebben we geen spijt van. Zelden zo lekker gegeten en hun aligot is zalig!

Vrijdag 25 mei

Het traject dat we vandaag lopen, tussen Nasbinals en Saint-Chély-d’Aubrac, staat sinds 1998 op de werelderfgoedlijst van Unesco. En niet voor niets! 

Over prachtige paden gemarkeerd door stenen muurtjes stijgen we weer naar de prachtig groene plateaus met zeer weids uitzicht. We stijgen tot zo’n 1.370 meter. 

Onze etappe vandaag is maar 17 km. Halfweg komen we in Aubrac, het Middeleeuws gehucht waar heel de streek naar vernoemd is. We zien podia en grote partytenten. Het blijkt dat aanstaande zondag “Aubrac en transhumance” plaatsvindt. Wat ik er van begrijp is dat er een grote processie van koeien rondtrekt. Deze runderen zijn dan getooid met takken die weer versierd zijn met bloemen. Het is een happening, dat heel veel mensen trekt. Dat is de reden dat er nauwelijks een overnachting te reserveren valt deze dagen. Voor vanavond hebben we nog 1 bed in een gemeentelijke gite kunnen krijgen met daarbij een matras op de grond. Beter dan niets…

Aubrac ligt op het hoogste punt in deze regio, dus daarna gaan we weer dalen, naar maar liefst 850 meter. Met de nieuwe rugzak is dit zo veel aangenamer dan eerst! De paden zijn modderig en vol stenen, maar er valt heel goed overheen te lopen. Tijdens het dalen krijgen we weer prachtige vergezichten op ons netvlies.

Om 16 uur komen we aan in Saint-Chély-d’Aubrac. We lopen naar de gemeenteherberg toe en worden niet blij wanneer we de donkere, kleine slaapzaal zien. Er staan 2 stapelbedden, 1 los bed en 1 los matras tegen de zijkant. Alleen een bovenbed is nog beschikbaar. Hmm… Hier worden we niet vrolijk van. Tijd voor actie! We zijn ook langs een hotelletje gekomen. We gaan daar eens vragen of ze nog een kamer hebben. Nee, tot en met maandag zijn ze volledig volgeboekt. De receptioniste is ons erg welwillend en belt nog een andere accommodatie. Helaas, ook daar is alles vol. We bedanken haar voor haar hulpvaardigheid en stappen nog eens bij de plaatselijke VVV binnen. Er staan 2 jongedames achter de balie. Ik leg haar uit in welke situatie we ons bevinden en vraag haar of zij nog een alternatief weet. We moeten het maar eens bij restaurant Relais St. Jacques vragen. Die hebben ook een gite, weliswaar niet aansluitend aan het restaurant maar vlakbij de kerk. De andere VVV-medewerkster vertelt precies ditzelfde verhaal tegen een andere wandelaar, die nog helemaal geen bed heeft. Ha! Ik zie een mooie kans om 3 mensen tegelijk blij te maken. Onze VVV-medewerkster belt het restaurant en we horen dat er plaats is voor een ‘couple’! Meteen halfpension, dus het eten is dan ook geregeld. Ik spreek de wandelaarster aan en vraag of ze interesse heeft in ‘ons’ bed in de gemeenteherberg. “Heel graag!” Zij blij, wij blij.

De kamer in deze gite is lichter en veel groter. We delen de kamer met een Amerikaanse (New-Mexico) en een Duitser. En deze gite heeft een waslijn in de zon – daar word je als pelgrim heel blij van!