De laatste 100 tot Santiago 

Zaterdag 11 augustus

Brrr… wat is het koud als we weglopen uit het hotel! Je moet echt je vingers bewegen om ze warm te houden. Via de kerk en een standbeeld dat een boerenechtpaar uitbeeldt dat een offer gaat brengen lopen we Vilalba uit. Nu we het standbeeld gezien hebben snappen we steeds beter waarom over het algemeen genomen de Spanjaarden hier zo moeilijk kijken. Als dit het voorbeeld is…

Het is flink mistig en die mist is hardnekkig. En dat heeft 2 grote voordelen: het levert mystieke plaatjes op én het blijft lang lekker koel.

Het is pas tegen 12 uur dat de zon het heeft gewonnen van de mist en hoe! De temperatuur schiet als een speer omhoog. En het is lekkere, droge warmte. Dat is heel goed te verdragen.

We doen onze lunchinkopen in Baamonde en eten deze een paar honderd meter verder bij de kerk op. In de tuin bij de kerk staat een heel bijzondere boom, een levende boom met daarin een kapelletje en houtsnijwerk.

We hebben er nu ruim 18 km op zitten en voelen ons nog heel erg energiek. We kunnen er nog wel 18 km bij hebben.
Als we er goed en wel weggelopen zijn komen we op een heel speciaal punt: de wegwijzer waarop vermeld staat dat Santiago de Compostela nog maar 100 km van ons verwijderd is! Of beter gezegd, op de paal staat 99,994 km. Dus hebben pelgrims zelf maar 6 meter ervoor en hoop stenen gelegd ter markering van het zuivere 100 km punt.

Alle pelgrims die minstens 100 km te voet (of 200 km per fiets) hebben afgelegd kunnen in Santiago hun ‘compostela’ op gaan halen. Als bewijs dat je die 100 km afgelegd heb moet je in je credencial 2 stempels per dag kunnen laten zien.

‘s Middags lopen we vooral door prachtig bosgebied, soms wat stijgend, dan weer wat dalend. We komen langs een Romeinse brug en een kerk, zo maar midden in het bos. Het is warm op een lekkere manier, de omgeving is prachtig, de lucht is helderblauw en wij lopen vol energie. Hoe gelukkig kan een mens zich voelen…!

De route die we nu lopen is nagenoeg onbewoond en het door ons vooraf gereserveerde hostel is de enige slaapplek. 

Het hostel is nieuw (2016) en heeft 2 slaapzalen met stapelbedden én een 2-persoonskamer. Het is ons gelukt om over de 2-persoonskamer te beschikken. En wat voor een kamer! Die komt in de top 3 van de kamers die we tot nu toe gehad hebben. Met een eigen badkamer, waar je kunt dansen zo groot. Wow, dat maakt deze dag tot een absolute topdag!

De enige smet op het geheel is de ontvangst. We voelen ons werkelijk geschoffeerd. Je wordt toegesnauwd door een om en nabij 20-jarige alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Als er een alternatief was geweest, waren we opgestapt.

Na een heerlijke douche doen we ons wasje. Er is wat wind gekomen, maar de zon schijnt ook nog steeds, dus die was is met een uurtje droog. Wat een luxe!

We eten bij de “vriendelijke” dames een goed pelgrimsmenu. We tafelen nog wat na en zoeken dan ons bed op. Na de fikse inspanning van 36,6 km (onze langste dagafstand) is het in slaap vallen geen probleem!

Zondag 12 augustus

We hebben zalig geslapen. Wat een lekker bed was dit!

Na het ontbijt stappen we rond 8 uur weer weg. We zijn de laatsten die het hostel verlaten. Voor vandaag staan er ruim 26 km op het programma. Het is het vervolg op het onherbergzame stuk waar we gisterenmiddag mee geëindigd zijn. Wederom wandelen we door prachtige natuur. We starten met een zonnetje, maar in tegenstelling tot gisteren gaan de wolken het zwerk al snel overheersen. Een voorbode voor de tegenstellingen die vandaag nog meer zullen volgen…

Het lopen gaat prima. Dat we meer en meer pelgrims voor ons zien werkt stimulerend. Het enige dat we vandaag tegen zullen komen zijn 2 barretjes.
Bij barretje 1 nemen we onze koffiepauze, met ‘tarte de Santiago’, een lekkere amandelcake. Wanneer we goed en wel op weg zijn naderen we 3 pelgrims, een vader, een moeder en hun dochtertje. Het meisje wil niet meer lopen en moeder gaat me daar met harde stem tegen haar tekeer! We kunnen het niet verstaan, maar liefdevol kan het niet geweest zijn. Dus dat meisje blijft stil staan en zet het op een jammeren, waarop moeder nog bozer reageert. Ik reik het meisje m’n hand en zowaar accepteer ze die. Samen lopen we richting moeder, die gelukkig haar andere hand pakt. Zo, de rust is even wedergekeerd in pelgrimsland. Maar we hebben nog 13 km te gaan en dat gaat op deze manier en met dit lage tempo natuurlijk niet lukken. Dus na een halve kilometer laat ik haar hand los en laat ze gaan. Hebben ze in ieder geval weer 500 meter overbrugd…

We krijgen daarna een traject over een 70 km weg, oftewel achter elkaar lopen. Niet leuk, maar ook lastig als je een sanitaire stop wil maken. Gelukkig kwam er binnen afzienbare tijd een zijweg waar ik in kon duiken.
Bij het 2e barretje zijn we weer gestopt, want het was lunchtijd. Zo waar! Een vriendelijke barvrouw, die ons zelfs in het Engels probeert te woord te staan! Ze heeft op de bar 2 essentiële “pelgrimsbenodigdheden” klaar staan: een stempel en de wifi-code;). We eten er een lekkere tosti, bedanken haar vriendelijk en gaan verder voor de laatste 5 km.

We lopen op een hoogte van ruim 700 meter. In de komende dagen zal het alleen maar meer en meer dalen.

Na een groot meer vol waterlelies voorbij gelopen te zijn komen we aan in Sobrado dos Monxes. Het geluid van live-muziek komt ons al tegemoet. Dit weekend is er feest in het dorp en het is er gezellig druk. We lopen rechtstreeks door een stenen poort  het kloostercomplex op waar wij zullen overnachten. De aanmelding voor de slaapplek is pas mogelijk vanaf 16:30 uur. We moeten nog 2 uur zien te overbruggen, mét rugzak. Na ruim 26 km willen wij graag wat uitrusten en de schoenen uit. We zijn genoodzaakt het dorp al weer uit te lopen om er een muurtje te vinden waar we kunnen zitten. Het is inmiddels flink bewolkt en er staat een koud windje. Dat voelt niet prettig op onze rug, die nat is van het zweet. En zo slenteren we min of meer doelloos rond, wachtend op 16:30 uur. Je gaat je bijna afvragen waarom mensen toch ‘s ochtends zo vroeg vertrekken.

In het kloostercomplex zijn maar liefst 120 slaapplaatsen. Er verzamelen zich veel pelgrims voor de poort. In het klooster wonen nog monniken. In groepjes van 6 pelgrims worden we binnen gelaten. De ontvangst door 2 zeer goed Engels sprekende monniken is bijzonder hartelijk. Wanneer er tijdens onze registratie tussentijds ongeduldig op een deur geklopt wordt reageert een monnik met een grote lach dat hij er zo aankomt en gaat door met waar hij bezig is. “Dit zullen jullie ook wel geleerd hebben tijdens jullie (lange) camino: neem het leven met een lach en laat je niet meeslepen in de stress van een ander”. Oh, zo waar!

Lopend door de kloostergangen worden we naar één van de vele slaapvertrekken gewezen. Ahum, dat is even slikken… Een vertrek met 12 stapelbedden dicht op elkaar en nauwelijks daglicht. Deze orde van monniken leven sober en dat komt ook hier tot uitdrukking. De sanitaire voorzieningen zijn ook eenvoudig en vooral druk bezet. We kunnen beiden de knop bij onszelf niet omgeschakeld krijgen om in de vieze nattigheid tussen de talrijke andere pelgrims een straal water te gaan bemachtigen. Morgen weten we dat we in een pension zitten en dan lukt het wel.

We zetten onze rugzak weg en lopen door de kloostergangen naar de ruïne van de kerk. Wat indrukwekkend! Geen pracht en praal, maar groen uitgeslagen muren en groene klimop in de kerk!

We lopen daarna weer het stadje in, waar het feest net op de overgang van het middag- naar het avondprogramma zit. En wie komen we tegen? De barvrouw van het 2e barretje! Ze herkent ons en begroet ons hartelijk!

We willen eten, maar ondanks alle reclame over pelgrimsmenu’s worden die vanavond niet geserveerd. Dat wordt ons op onbeschofte wijze duidelijk gemaakt. Waar we wel betaalbaar kunnen eten? Je zoekt het maar uit…

De redding komt van de eigenaar van de supermarkt. Die maakt voor ons een lekkere ham-kaas-baguette warm. En zo komt ook dit weer helemaal goed. We willen nog niet terug naar het klooster en zitten op een bankje nog wat mensen te kijken. Dan stopt er vlakbij ons bankje een grote bus met jonge muzikanten. Knullen in strakke leggings in allerlei kleuren. Ze zijn een “lopende” band, met de naam Mekanika Rolling Band. Ze spelen wat in en dat klinkt me goed! Het lijkt wel de Spaanse Rowwen Hèze! We raken met ze in gesprek en hoe kan het weer… de vader van één van de jongens heeft een albergue in een plaats die nog op onze route ligt. Die gaan we zeker bezoeken!

Helaas spelen zij pas vanaf 23 uur. We hadden er heel graag naar geluisterd! Maar het klooster sluit om 22 uur haar poorten en dan moeten wij dus binnen zijn. Wij zijn en blijven pelgrims…