Au revoir la France

Maandag 02 juli

De wekker staat op 05:45 u. Het voordeel van slapen op de overloop is dat je als eerste ‘s morgens in de badkamer bent. En zo staan we al om 06:15 u gepakt en gezakt voor de eetzaal om te gaan ontbijten. Om 7 uur moet iedereen de gite verlaten hebben.

Terwijl alle pelgrims door de porte d’ Espagne lopen om de Camino Frances op te pakken, gaan wij als enigen (voorzover wij kunnen zien) de andere kant op. Wij lopen nog een paar dagen door het Franse land voordat we Spanje binnen zullen gaan voor de Camino del Norte.

Heerlijk om zo vroeg al te starten met lopen. We hebben alletwee prima geslapen en zitten vol energie voor een nieuwe wandeldag. De voeten voelen goed. Wat een feestje is het vandaag weer. Om 10 uur zitten we al op de helft van de kilometers voor vandaag.

De ondergrond is makkelijk, veelal asfalt. We gaan over 2 cols heen, maar die zijn goed te doen. Dat komt ook door het aangename koele briesje, dat we regelmatig in ons gezicht voelen. Dan is de warmte van de zon goed te verdragen.
We lijken vandaag weer alleen op de wereld te zijn. Een prachtige wereld met al die optrekkende mist.

Sinds lange tijd zien we weer wijngaarden. Ze liggen zodanig op de helling dat het machinaal onderhouden ervan nauwelijks mogelijk is.

Wanneer we van de laatste col naar beneden lopen, stroomt er watertje met ons mee, de berg af. We hebben enorm warme voeten, dus zodra we een bereikbaar plekje zien, gaan we met onze (blanke) voeten het water in. Ook de bidon kan mooi afkoelen tussen de stenen waar het steenkoude water langs stroomt. Een ideale lunchplek.
Als we het plekje verlaten kan Leo het niet nalaten om zijn signatuur achter te laten in de vorm van een steenmannetje.

Het plaatsje Bidarray, de eindetappe voor vandaag, is erg uitgestrekt, waardoor het lijkt alsof er rond de kerk haast niemand woont. Er is een restaurant, een klein supermarktje (gesloten op maandag), een gemeentehuis en een gite, én een “fronton” (= kaatsmuur) voor het spel Pelote Basque. Een balspel dat net bezig is tussen 2 teams van jeugdige spelertjes op het moment dat wij ‘s avonds op weg zijn naar het restaurant.

In de onbemande gite kunnen we niet eten, maar slapen we alleen. Er overnachten meerdere personen in de gite of in een tentje op het grasveld van de gite. Toevallig allemaal tussen de 20 en 30 jaar en bezig met een stuk van de GR10, een pittig wandelpad door de Pyreneeën van de Middellandse Zee tot de Atlantische Oceaan. Wij, ouwetjes, zijn de enige Caminogangers.

Ik ga niet met honger naar het restaurant, want ik heb eten gekregen van een Spaans stel met wie ik in gesprek was. Ze boden me couscous aan met gewelde vruchten. Ik zei tot 3x toe “no, gracias”, maar ze schepten toch een kommetje voor me vol. Lief bedoeld van hen.
Na ons restaurantbezoek gaan we ons alvast eens oriënteren op onze Spaanse camino. Er is zowaar wifi in de gite, en nog eens snel internet ook.

En dan gaat de klok rap naar 23 uur, hoogste tijd om te gaan slapen!

Dinsdag 03 juli

We hadden vanmorgen wel weer zo vroeg op willen staan als gisteren, maar het kleine supermarktje opent pas rond 9 uur haar deuren. En aangezien we vandaag geen winkel meer tegen zullen komen, willen we hier op wachten.

Een flink benauwde dag met een hoge luchtvochtigheid. Het is een fijn parcours, slinger-de-slang door het groene heuvellandschap. Een bochtje naar links, een bochtje naar rechts, een beetje omhoog, een beetje omlaag.

We vinden een prachtig lunchplekje bij de ‘Pas de Roland’ (in het Baskisch: Atekagaitz). De legende vertelt dat de doorgang in de rots gemaakt zou zijn door Roland, de neef van Karel de Grote. Hij zou dat met het puntje van zijn zwaard hebben gedaan, genaamd Durandal, in oorlog met de Basken.

Onze lunchtijd is wat vroeg, maar het is goed dat we hier weer flink wat energie tot ons genomen hebben. Er volgt namelijk een pittige klim in de zon, die inmiddels de bewolking heeft weten weg te branden. Op de top hebben we een prachtig vergezicht over de dalen onder ons.
Zo steil als we stegen, nog steiler is het wanneer we dalen. Je krijgt er haast kramp in je tenen van.

We komen verhit aan in Espelette, onze eindbestemming. 

We logeren bij de 74-jarige Andy Le Sauce, die specifiek pelgrims onderdak biedt. Meneer Le Sauce heeft maar liefst 14x een wereldrecord diepzeeduiken op z’n naam gehad. Deze records heeft hij midden in de jaren 90 gehaald in de zee van La Réunion, een eiland en Frans overzees departement in Afrika ten oosten van Madagaskar en ten westen van Mauritius. Hij is nog steeds zo gefascineerd door de blauwe zee, dat hij al enkele jaren schilderijen maakt met als hoofdthema ‘blauw’. Beslist niet onaardig! De benedenverdieping van zijn huis fungeert als galerie.

Deze meneer zal vast een doos voor ons hebben, en ja, dat heeft ie, met tape. We gaan namelijk onze slaapzakken, donsjasjes en thermoshirt terugsturen naar huis. Die verwachten we echt niet meer nodig te hebben.

Op het postkantoor krijgen we van de mevrouw achter de balie enkele ansichtkaarten mee van de Tour de France. We snappen dit niet zo goed, maar bij nadere bestudering blijkt Espelette op 28 juli een aankomstplaats in de Tour te zijn (individuele tijdrit van 31 km). Espelette lijkt er al helemaal klaar voor te zijn. Op elk winkeltje tref je een ludieke raamtekening aan in het kader van de Tour de France.

Espelette is sowieso een gezellig dorp met weer die typische witte huizen met steenrode elementen. En bij vele huizen hangen er rode pepers aan de muren te drogen, want dit plaatsje staat bekend om het kweken van ‘piment’, het poeder van een speciale kleine peper. Het verhaal gaat dat Columbus het plantje meenam uit Mexico, maar dat het nergens kon gedijen, behalve dan in de streek Aquitane, waar Espelette ligt.

Meneer Le Sauce biedt onderdak inclusief ontbijt. Het avondeten moet buitenshuis gebeuren. We hebben zin in pizza. Er is een pizzeria, maar deze heeft geen fijne zitplaatsen. Een hoge statafel met normale stoelen eromheen. M’n neus steekt net boven tafel uit. Daar wil ik niet van eten. De pizzabakker reageert nonchalant op mijn vraag of hij een lagere tafel heeft. Zijn onverschilligheid doet ons vertrekken. Het is graag of niet. En zo komen we terecht bij het restaurant van het plaatselijke hotel. En daar eten we toch lekker! Met dank aan de pizzabakker!

Woensdag 04 juli

Met een lichtere rugzak verlaten we Espelette. En ondanks dat voelt Leo zich niet happy vanmorgen. Na 15 minuten klimmen zijn onze shirts al weer doorweekt. Leo heeft er last van dat hij zich plakkerig en niet schoon voelt. Ook die rugzakken van ons hebben een behoorlijk onaangenaam luchtje inmiddels. Zoveel liter zweet en regenwater dat er al door die schouderbanden en over het rugpand is gelopen in meer dan 3 maanden tijd! Bovendien lopen we ook weer met onze was aan de buitenkant van de rugzak. Deze is niet droog geworden tijdens onze overnachting. Tja, en ook aan die handwasjes zit een grens, zeker als je het net niet 100% droog krijgt. Dat neemt een luchtje aan…

En ondanks dat ik naast hem loop, is hij slecht bereikbaar voor me. Ik laat ‘m maar even; ook dat is onderdeel van de camino…

Wederom is de tocht vandaag schitterend. De vale gieren zweven duidelijk zichtbaar boven ons. Wat imposant!

In de bermen zien we bloeiende paarse hei. Een mooie kleurcombinatie met al dat groen.

Op de top van onze laatste beklimming vandaag, krijgen we een prachtig zicht over het laatste stuk Frankrijk met daarachter de Atlantische Oceaan! Wow, de zee gaat nu echt dichterbij komen…

We dalen af over een prachtig breed pad. Langs de berghelling liggen verspreid kleinschalige varkenshokken. Een heel contrast met de varkensflats in Nederland!

De afdaling brengt ons tot in Ascain, de laatste Franse overnachtingsplaats. In Ascain is geen pelgrimsgite. We weten nog niet waar we slapen, dus brengen we eerst weer een bezoekje aan de VVV. De jongedame weet 1 relatief goedkope chambres d’hotes. We lopen er naar toe en kloppen aan. Helaas… niemand doet open. Dan maar even een telefoontje er naar toe. Tot 2x toe het antwoordapparaat aan de andere kant van de lijn. Hmm, we kijken naar alternatieven, maar deze zijn beduidend duurder. We besluiten op het bankje voor het huis te blijven wachten. Het is nog maar 15 uur en wellicht is het nog siëstatijd. En terwijl Leo naar de supermarkt is om iets te drinken te kopen, bemerk ik activiteit achter de luiken. Ik heb contact! We zijn van harte welkom. Leo is er nog niet, dus de mevrouw des huizes biedt aan om zijn rugzak met stokken en pet alvast mee te nemen naar de kamer. Ik pak de drijfnatte pet van haar over. “Ah, die moet nog drogen?” vraagt de mevrouw. “Nou, die moet eerst gewassen worden…”. En prompt biedt mevrouw aan om onze spullen te wassen en te drogen. We hoeven het alleen maar in een teil te verzamelen en aan haar af te geven. Wat attent! Voor ons een hele zorg minder!
Intussen is het buiten flink donker geworden en nog geen enkele minuten later barst er een hele lange regenbui los. Op tijd binnen!

Het is een fijne chambres d’hotes. Behoorlijk gedateerd, maar royaal. Het komt nog uit de periode dat er op elke kamer standaard een asbak staat. Tot op de dag van vandaag is er niets veranderd…

Nadat we lekker gedoucht zijn lopen we nog het plaatsje in voor Leo’s kappersbezoek (het is weer exact 3 weken geleden) en de lunchinkopen voor morgen.

Dan gaan we nog lekker een uurtje op bed liggen, onder het genot van de alsmaar vallende regen. Om 19 uur terug naar het plaatsje waar we nu wel pizza gaan eten, aan een passend tafeltje;)!