Banjeren door de modder

Dinsdag 3 april

Met een mooie stempel van pater Bruno van de abdij van Leffe in ons boekje trekken we weer verder. We lopen door Dinant en daarna langs de steile wanden door het bos langs de Maas.

Er komt een stukje wel heel dichtbij de Maas, maar die is uiteindelijk makkelijk te nemen. Het is vandaag flink regenachtig. We komen in Frankrijk, voor 1 dag! De laatste 7 km gaan moeizaam. Beiden hebben we veel pijn rondom de enkel. Tegen 17:30 u komen we bij de poort van het parochiecentrum in Givet aan. Gesloten. Gebeld en de Iraanse medewerker zegt eraan te komen. Hij laat ons een “hok” zien waar 3 bedden, 4 matrassen, 3 stoelen en een keukenblok staan. Allemaal erg dicht op elkaar en niet bepaald schoon. Met nog 2 pelgrims zitten/liggen met z’n vieren op een paar vierkante meters. Het echte pelgrimeren gaat beginnen, maar wij moeten nog heel erg aan de overgang wennen…

Woensdag 4 april

We besluiten om de dag te beginnen met een geocache bij een mooie toren vlakbij. De benen weten meteen weer wat klimmen is. We vervolgen onze weg langs de Maas over een lang graspad, totdat we langs de weg moeten lopen. Gelukkig niet lang. Dan wordt het een minder drukke weg. We hebben beiden veel last van een opgezette rechterenkel, dus de tocht verloopt zwijgzaam. Ieder bezig met z’n eigen lijf.

We klimmen de heuvels in, met een flink stijgingspercentage en volgen zo precies het lijntje van de GPS. Het lijntje leidt ons op een gegeven moment over een pad, maar we zien alleen een akker met van die plakkerige klei. We worstelen ons er doorheen, maar het gaat heel langzaam. Kilo’s klei blijft er aan de schoenen hangen. We zijn er bijna doorheen tot we bij het riviertje komen. Hmm, de keuze is of terug of door het water. We kiezen voor het laatste…

Daarna verloopt de route zonder verdere ongemakken. Al blijven de laatste kilometers (boven de 20) erg zwaar. We zijn dan ook blij dat we aankomen bij Hotel Le petit Mesnil.

Er lijkt niet meer gestoft te zijn nadat Napoleon vertrokken is. Maar er is warm water en het bed ligt prima. ‘s Avonds eten we beneden in het restaurant een heerlijke forel.

Donderdag 5 april

De eerste kilometers  zijn meteen klimmen geblazen. Hiermee wordt het 26 km naar Rocroy i.p.v. 31. In het eerstkomende dorp kopen we brood, een appelflap en ham. Zo, de lunch is binnen. Door een bosrijk gebied lopen we nu definitief naar Frankrijk. In het bos is het modderig, maar goed te doen.

In een verlaten feestschuur midden in het bos eten we onze lunch op, een mooie schuilplaats voor de regen. Het weer is vandaag halen en brengen, van hagel tot warme zonneschijn. Aan het einde van het bos smikkelen we bij een stapel boomstammen nog lekker onze appelflap op. Aan het einde van het bos staat de grenspaal. Hier eindigt de Via Monastica en begint een nieuw stuk pelgrimsroute, de Via Campaniensis.

Over de verharde weg lopen we rechtstreeks naar het vestingstadje Rocroy. Bij de VVV halen we eerst een stempel en kopen we het boekje van de Via Campaniensis. Hier staan o.a. alle mogelijke overnachtingsadressen in voor de komende 375 km totaan Vézelay.

We logeren op het centrale marktplein bij Hotel Le Commerce, een eenvoudig maar goed hotel.

We blijven hier een dag extra om wat bij te rusten en weer eens goed onszelf en onze spullen te wassen/verzorgen.

‘s Avonds trakteren we onszelf op kaasfondue in het restaurant van het hotel. We zijn de enigen in het restaurant. Daarna gaan we slapen en worden we rond middernacht beiden wakker van de dorst. Dat is de keerzijde van kaasfondue…

Dankbaar voor:

  • het uurtje zonneschijn op een regenachtige dag
  • de heerlijke forel
  • de rustdag in Rocroy