Weersovergang

Gisteren bedacht ik me dat ik 1 shirt teveel bij me heb, een thermoshirt met lange mouwen. Ik kon me er geen voorstelling van maken dat ik deze nodig ga hebben. Maar vandaag ben ik o zo blij dat ik het bij me heb. De temperatuur is haast gehalveerd ten opzichte van gisteren!
We starten de dag met een bezoekje aan de bakker. Van vorig jaar weten we dat we vandaag na zo’n 15 km een uitspanning tegen gaan komen waar je heerlijk kunt zitten lunchen. Gisteren zijn we langs hun reclamebord gelopen waarop staat dat ‘Chez Jérôme’ 7/7 open is. Maar het is Frankrijk; ze kunnen zoveel op die borden schrijven, dat hoeft nog niet te betekenen dat het klopt. Gisterenavond nog even gebeld met Jérôme, en nee… ze zijn dicht…
Dus dat betekent ervoor zorgen dat je voldoende eten bij je hebt vandaag!
De route van vandaag is lang (28 km), maar niet moeilijk. Zeker ook als gevolg van de gekelderde temperatuur, gaan we als een speer. Halverwege de ochtend begint het wat te regenen. Oh, wat voelt dat weer vertrouwd om met regenkleding en regenhoes door Frankrijk te lopen. Het stelt niet veel voor gelukkig, en het zorgt wel lekker voor veel zuurstof in de lucht.
We zien veel dennenbos, bremstruweel en graslanden omheind met grijze granietblokken als palen. Hierover spant men dan prikkeldraad. Ook de huizen zijn gemetseld van grijze granietblokken. Doordat zich in dit gebied ondoorlatend graniet bevindt, hoor je overal het water stromen in de slootjes.
We stijgen langzaam van 1.000 m naar een pas op 1.300 m. Aan weerszijden van die pas zijn er zelfs ruggen van 1.450 m hoog. Hier is een een granieten picknicktafel, dat mooi opgaat in het landschap. Daar gebruiken we onze lunch, met fleecevest aan.
Aan het einde van onze tocht treffen we een vrijwilliger aan bij de kapel van Saint Roch, die een stempel in onze credencial zet. Het verrassingseffect bij het zien van deze kapel is weg, maar het blijft een schitterende kapel. Voor ons zijn de ramen met St. Roch en St. Jacob bij elkaar zo bijzonder.
We logeren vandaag in een hotel in het gehucht Les Faux. Langs dit sfeervolle pand zijn we vorig jaar voorbij gewandeld en toen had ik al meteen het idee dat ik hier ooit nog eens zou willen overnachten. We hebben er een fijne kamer.
Er zijn nog twee pelgrims, een Française en een Brit, die hier ook verblijven. Met geen van beide personen voelen we connectie. De Française wil echt graag op zichzelf zijn en de Brit wil erg graag contact maken. Bij het aan tafel gaan voor het diner, zie ik een gezellig gedekte tafel voor twee. Ik wil daar graag gaan zitten, maar de Brit stelt voor om met z’n allen aan een grote tafel plaats te nemen. “No, thank you, we like to sit by ourselves”. Weer een zelfoverwinning! @Eline, het boek “Stop met pleasen” dat je onlangs bij de bieb voor mij hebt opgehaald, kan ongelezen terug. Ik weet het inmiddels in praktijk te brengen 😉

Feest van herkenning

We hebben een heerlijke nachtrust gehad. Optimistisch ga ik in korte broek en shirt met korte mouw van start. Maar oh, wat is het koud… Zolang je loopt is het te doen, maar als je stil staat, staat het kippenvel op je armen. Het is een pinteressante lucht boven ons, variërend van donkergrijs tot wit met af en toe een stukje hemelsblauw. Het eerste stadje waar we doorheen komen is Saint-Alban-sur-Limagnole, waar een mooi kasteel staat met een prachtige poort. Laat daar nu ook een geocache liggen… die pikken we even mee! We willen hier onze lunchinkopen doen. We denken te weten waar de supermarkt zich bevindt, maar de supermarkt blijkt te zijn verhuisd. Was het eerst nog een klein winkeltje in een smal straatje van het stadje, nu zijn ze onderaan het dorp gehuisvest in een groot modern pand.
De route is een feest van herkenning. “Weet je nog dat we hier ons regenpak hebben uitgetrokken?” “Weet je nog dat we hier een foto gemaakt hebben voor die 2 meisjes?” “Weet je nog dat we in deze kerk zo’n 3 kwartier geschuild hebben voor die stortbui?” “Weet je nog dat…?” En zo lopen wij van herkenningspunt naar herkenningspunt. We klimmen weer omhoog op het Margeride-plateau. Als ballerina’s lopen we door de smalle goten van de holle paden, ontstaan door regenstromen. Dan weer klimmen we via boomwortels omhoog, die mooi als traptreden dienen. Eenmaal boven lopen we door een heel open bos met hoofdzakelijk grove den en rozenbottelstruiken. Op de tussenliggende graslanden grazen de koeien, die zich kenmerken door wallen onder de ogen. Het lijkt net uitgelopen mascara.
We hebben een mooi uitzicht over het Limagnoledal, dat er na het middaguur steeds zonniger bij komt te liggen. Echt ‘wintersportweer’: koele omgevingslucht, maar in het zonnetje lekker warm.
Nog voor 15 u dalen we af naar het stadje Aumont-Aubrac, waar we in hetzelfde hotel gaan slapen als vorig jaar. Daar hebben we zulke goede herinneringen aan. Toen hebben we er alleen geslapen, niet gegeten. Achteraf hebben we van onze Mexicaanse pelgrimsvriend gehoord dat hij nog nooit zo lekker gegeten had als hier. Dat willen we dit jaar wel eens uitproberen.
En hij heeft gelijk gehad; het eten is uit de kunst!

Blauwe lucht

Ik doe de gordijnen open en wat zie ik… een strak heldere hemel! Dat belooft een heerlijke dag te worden.
Het ontbijt is heerlijk, niet zomaar een paar sneetjes stokbrood, maar keuze uit croissants en pains au chocolat. We laten het ons goed smaken.
Voor onze lunch halen we een sandwich op bij de bakker en verlaten Aumont-Aubrac.
Enkele kilometers na onze start is Leo veel op zijn telefoon aan het kijken. Geen idee waar hij mee bezig is. Op een bepaald moment roept hij mijn naam. Ik kijk om en hij maakt een foto. Laat dit nu bij exact dezelfde boom zijn als waar hij vorig jaar een foto van mij en m’n nieuwe rugzak maakte! Je bent met een nerd getrouwd, of niet… Heel toevallig heb ik exact dezelfde kleren aan. Zoek de verschillen ;)!
De omgevingstemperatuur is zalig, lekker frisjes, terwijl de zon ons verwarmt. Wel “gevaarlijk” weer, op deze manier gaat het verbranden snel. Zeker op deze hoogte. De hele dag hebben we prachtig blauwe lucht boven ons, met soms een wolkje als een witte veer.
We lopen eerst door veel bosrijk gebied, maar daarna gaan we het typische landschap van de Aubrac in. Daar kun je alleen als wandelaar komen. Het is een uitgestrekte vlakte dat wordt begraasd door koeien, veel koeien. Typerend zijn de vele granieten stenen in het landschap. Magnifique!
Regelmatig draaien we ons om om het landschap nog een keer goed in ons op te nemen. Het is zo onbeschrijflijk mooi! Zeker ook daar waar de heide het landschap paars kleurt.
De laatste kilometers van de 26 kilometer naar Nasbinals zijn pittig. Toch kan ik het niet nalaten om bij de oude brug nog een geocache op te pakken. Onze triomf is groot als we ‘m aantreffen, want vorig jaar lukte het ons niet om deze te vinden.
Eenmaal in Nasbinals lopen we meteen door naar de supermarkt om onze lunchinkopen voor morgen te doen en iets lekkers te drinken te halen. Dat hebben we wel verdiend, vinden we. Daarna lopen we naar de oude kostschool die nu als gîte dient. Ook dit is een bekend adres van vorig jaar. Heel sober, maar goed. In de koelkast in de gemeenschappelijke keuken zetten we onze spulletjes weg voordat we gaan douchen en ons wasje gaan doen.
Eten doen we bij restaurant Les Sentier d’Aubrac, ook daar een herhaling van vorig jaar. We gaan weer voor hun ‘aligot’, dé specialiteit van de regio Aubrac. Het is een voedzame aardappelpuree gemengd met kaas. Zó lekker!

Door de Aubrac

Niet alle bakkers blijken al om 6 uur hun winkel te openen. Daar kom ik achter als ik om 7:15 u voor een gesloten deur sta. Gelukkig is het maar een kwartiertje wachten; kan ik mooi de zon vanachter de heuvels op zien komen.
De 17 kilometer lange route tussen Nasbinals en Saint Chely d’Aubrac behoort tot Unesco werelderfgoed. En dat in combinatie met een volledig onbewolkte hemel is het lopen vandaag één groot feest.
De eerste helft lopen we over een zwak glooiend en weids landschap. Regelmatig moeten we door poortjes en hekjes die we elke keer goed achter ons moeten sluiten. We komen ontzettend veel kuddes koeien tegen, die zich tegoed doen aan de groene, kruidenrijke weides. Eén keer moeten we ze van heel dichtbij passeren, maar ze kijken niet op of om. Ze zijn waarschijnlijk veel pelgrims gewend. De sprinkhanen springen af en aan om onze voeten. Er zitten flink grote exemplaren tussen.
We bereiken bijna 1.400 m hoogte en daarmee het hoogste punt van de totale route.
Ongeveer halverwege onze route van vandaag komen we aan in het plaatsje Aubrac. Hier nemen we onze ‘pain au chocolat’ – pauze. We nemen ook nog even een kijkje in de kerk uit de 13de eeuw.
Na Aubrac is het nog zo’n 8 km dalen naar Saint Chely d’Aubrac. Ik krijg er pijn van in mijn nek, om zo naar de grond te kijken bij het dalen. Het zijn meestal paden met veel (losse) keien. Zeker als het wat steil daalt is het oppassen waar je je voeten neerzet.
Tegen 15 uur lopen we het zeer zonnige Saint Chely binnen. We hebben een 2-persoonskamer gereserveerd met halfpension bij de dame die ons vorig jaar ook van onderdak heeft voorzien.
Ik zit eigenlijk nog zo vol energie dat ik in de 2e helft van de middag nog een wandelingetje ga maken. Leo houdt z’n gemak en ik ga, nu zonder rugzak, weer op pad. Hemelsbreed tweeënhalve kilometer verderop zou een geocache moeten liggen. Dat wordt m’n doel. Uiteindelijk blijkt het een lange klim van vierenhalve kilometer te zijn, maar ik geniet ervan. Zeker van de wandeling terug, dat gaat makkelijk bergafwaarts.
Om 19 uur worden we aan tafel verwacht. Het wordt geserveerd op het miniterras achter het pand. Daar hebben we wel een fleecevest bij nodig, want als de zon achter de heuvels verdwijnt is het frisjes.
Na een smakelijke maaltijd doen we nog een klein rondje dorp. Na alle kilometers vandaag zal het slapen wel goed lukken (alsof dat anders een probleem is….)
.

De mooiste dorpen van Frankrijk

We zeggen ‘au revoir’ tegen de schitterende Aubrac. Geen loddige koeienogen meer die ons aanstaren, en geen klingelende koeienbel die in onze oren meer klinkt. We gaan een bosrijk gebied in waar volledige stilte heerst. Het zijn al dagen dezelfde pelgrims die elkaar om en om passeren. We ‘re-bonjouren’ wat af.
In tegenstelling tot gisteren zien we vandaag veel wolken aan het zwerk, maar de zon weet er goed doorheen te breken.
We lopen door een hellingbos met beuken en we volgen daarbij precies de hoogtelijn. We komen uit in een open gebied, waarna we afdalen door een kastanjebos naar Saint-Come-d’Olt. Dit mooie plaatsje heeft onder andere nog middeleeuwse poorten. Het is er ongelooflijk mooi en staat dan ook op de lijst van mooiste dorpen van Frankrijk.
We eten daar onze lunch op. Dit keer stokbrood met knakworst in plaats van stokbrood met kaas. Bij de toeristeninformatie gaan we (bij dezelfde kleurrijke mevrouw als vorig jaar) een stempel halen voor onze credencial. Ook brengen we nog even een kort bezoek aan de prachtige kerk.
In de tweede helft van de middag leggen we de laatste 6 kilometer af naar Espalion, de plaats waar we overnachten. We volgen hiervoor de rivier de Lot, maar dan over de heuvelrug die ernaast ligt. Het is flink klimmen, zeker als je helemaal het beeld van ‘Vierge de Vermus’ wilt bereiken. En dat willen wij. Eenmaal boven hebben we een prachtig zicht op het plaatsje Espalion. Wat geeft dat toch elke keer weer een machtig gevoel dat je zo op de top van een heuvel staat en binnen een uur weer helemaal beneden loopt. Je kunt het bijna niet geloven dat een mens tot zoveel in staat is.
Tegen half 6 komen we aan bij de gîte waar we vanavond slapen. We hebben een 4-persoonskamer en toevallig zijn we ingedeeld met een Frans koppel waarmee we de 2e nacht ook op een kamer lagen.
Aan een lange eettafel wordt het avondeten geserveerd. Tegenover ons gaan de 2 Duitse dames uit München (Eva en Marion) zitten en we hebben weer een erg gezellig gesprek. Dit is de laatste keer dat we hen zullen zien, omdat zij morgen verder lopen dan wij. Wij hebben morgen een korte route gepland, dat ons zal leiden naar Estaing, ook 1 van de mooiste dorpen in la douce France.