Weersovergang

Gisteren bedacht ik me dat ik 1 shirt teveel bij me heb, een thermoshirt met lange mouwen. Ik kon me er geen voorstelling van maken dat ik deze nodig ga hebben. Maar vandaag ben ik o zo blij dat ik het bij me heb. De temperatuur is haast gehalveerd ten opzichte van gisteren!
We starten de dag met een bezoekje aan de bakker. Van vorig jaar weten we dat we vandaag na zo’n 15 km een uitspanning tegen gaan komen waar je heerlijk kunt zitten lunchen. Gisteren zijn we langs hun reclamebord gelopen waarop staat dat ‘Chez Jérôme’ 7/7 open is. Maar het is Frankrijk; ze kunnen zoveel op die borden schrijven, dat hoeft nog niet te betekenen dat het klopt. Gisterenavond nog even gebeld met Jérôme, en nee… ze zijn dicht…
Dus dat betekent ervoor zorgen dat je voldoende eten bij je hebt vandaag!
De route van vandaag is lang (28 km), maar niet moeilijk. Zeker ook als gevolg van de gekelderde temperatuur, gaan we als een speer. Halverwege de ochtend begint het wat te regenen. Oh, wat voelt dat weer vertrouwd om met regenkleding en regenhoes door Frankrijk te lopen. Het stelt niet veel voor gelukkig, en het zorgt wel lekker voor veel zuurstof in de lucht.
We zien veel dennenbos, bremstruweel en graslanden omheind met grijze granietblokken als palen. Hierover spant men dan prikkeldraad. Ook de huizen zijn gemetseld van grijze granietblokken. Doordat zich in dit gebied ondoorlatend graniet bevindt, hoor je overal het water stromen in de slootjes.
We stijgen langzaam van 1.000 m naar een pas op 1.300 m. Aan weerszijden van die pas zijn er zelfs ruggen van 1.450 m hoog. Hier is een een granieten picknicktafel, dat mooi opgaat in het landschap. Daar gebruiken we onze lunch, met fleecevest aan.
Aan het einde van onze tocht treffen we een vrijwilliger aan bij de kapel van Saint Roch, die een stempel in onze credencial zet. Het verrassingseffect bij het zien van deze kapel is weg, maar het blijft een schitterende kapel. Voor ons zijn de ramen met St. Roch en St. Jacob bij elkaar zo bijzonder.
We logeren vandaag in een hotel in het gehucht Les Faux. Langs dit sfeervolle pand zijn we vorig jaar voorbij gewandeld en toen had ik al meteen het idee dat ik hier ooit nog eens zou willen overnachten. We hebben er een fijne kamer.
Er zijn nog twee pelgrims, een Française en een Brit, die hier ook verblijven. Met geen van beide personen voelen we connectie. De Française wil echt graag op zichzelf zijn en de Brit wil erg graag contact maken. Bij het aan tafel gaan voor het diner, zie ik een gezellig gedekte tafel voor twee. Ik wil daar graag gaan zitten, maar de Brit stelt voor om met z’n allen aan een grote tafel plaats te nemen. “No, thank you, we like to sit by ourselves”. Weer een zelfoverwinning! @Eline, het boek “Stop met pleasen” dat je onlangs bij de bieb voor mij hebt opgehaald, kan ongelezen terug. Ik weet het inmiddels in praktijk te brengen 😉

Feest van herkenning

We hebben een heerlijke nachtrust gehad. Optimistisch ga ik in korte broek en shirt met korte mouw van start. Maar oh, wat is het koud… Zolang je loopt is het te doen, maar als je stil staat, staat het kippenvel op je armen. Het is een pinteressante lucht boven ons, variërend van donkergrijs tot wit met af en toe een stukje hemelsblauw. Het eerste stadje waar we doorheen komen is Saint-Alban-sur-Limagnole, waar een mooi kasteel staat met een prachtige poort. Laat daar nu ook een geocache liggen… die pikken we even mee! We willen hier onze lunchinkopen doen. We denken te weten waar de supermarkt zich bevindt, maar de supermarkt blijkt te zijn verhuisd. Was het eerst nog een klein winkeltje in een smal straatje van het stadje, nu zijn ze onderaan het dorp gehuisvest in een groot modern pand.
De route is een feest van herkenning. “Weet je nog dat we hier ons regenpak hebben uitgetrokken?” “Weet je nog dat we hier een foto gemaakt hebben voor die 2 meisjes?” “Weet je nog dat we in deze kerk zo’n 3 kwartier geschuild hebben voor die stortbui?” “Weet je nog dat…?” En zo lopen wij van herkenningspunt naar herkenningspunt. We klimmen weer omhoog op het Margeride-plateau. Als ballerina’s lopen we door de smalle goten van de holle paden, ontstaan door regenstromen. Dan weer klimmen we via boomwortels omhoog, die mooi als traptreden dienen. Eenmaal boven lopen we door een heel open bos met hoofdzakelijk grove den en rozenbottelstruiken. Op de tussenliggende graslanden grazen de koeien, die zich kenmerken door wallen onder de ogen. Het lijkt net uitgelopen mascara.
We hebben een mooi uitzicht over het Limagnoledal, dat er na het middaguur steeds zonniger bij komt te liggen. Echt ‘wintersportweer’: koele omgevingslucht, maar in het zonnetje lekker warm.
Nog voor 15 u dalen we af naar het stadje Aumont-Aubrac, waar we in hetzelfde hotel gaan slapen als vorig jaar. Daar hebben we zulke goede herinneringen aan. Toen hebben we er alleen geslapen, niet gegeten. Achteraf hebben we van onze Mexicaanse pelgrimsvriend gehoord dat hij nog nooit zo lekker gegeten had als hier. Dat willen we dit jaar wel eens uitproberen.
En hij heeft gelijk gehad; het eten is uit de kunst!

Blauwe lucht

Ik doe de gordijnen open en wat zie ik… een strak heldere hemel! Dat belooft een heerlijke dag te worden.
Het ontbijt is heerlijk, niet zomaar een paar sneetjes stokbrood, maar keuze uit croissants en pains au chocolat. We laten het ons goed smaken.
Voor onze lunch halen we een sandwich op bij de bakker en verlaten Aumont-Aubrac.
Enkele kilometers na onze start is Leo veel op zijn telefoon aan het kijken. Geen idee waar hij mee bezig is. Op een bepaald moment roept hij mijn naam. Ik kijk om en hij maakt een foto. Laat dit nu bij exact dezelfde boom zijn als waar hij vorig jaar een foto van mij en m’n nieuwe rugzak maakte! Je bent met een nerd getrouwd, of niet… Heel toevallig heb ik exact dezelfde kleren aan. Zoek de verschillen ;)!
De omgevingstemperatuur is zalig, lekker frisjes, terwijl de zon ons verwarmt. Wel “gevaarlijk” weer, op deze manier gaat het verbranden snel. Zeker op deze hoogte. De hele dag hebben we prachtig blauwe lucht boven ons, met soms een wolkje als een witte veer.
We lopen eerst door veel bosrijk gebied, maar daarna gaan we het typische landschap van de Aubrac in. Daar kun je alleen als wandelaar komen. Het is een uitgestrekte vlakte dat wordt begraasd door koeien, veel koeien. Typerend zijn de vele granieten stenen in het landschap. Magnifique!
Regelmatig draaien we ons om om het landschap nog een keer goed in ons op te nemen. Het is zo onbeschrijflijk mooi! Zeker ook daar waar de heide het landschap paars kleurt.
De laatste kilometers van de 26 kilometer naar Nasbinals zijn pittig. Toch kan ik het niet nalaten om bij de oude brug nog een geocache op te pakken. Onze triomf is groot als we ‘m aantreffen, want vorig jaar lukte het ons niet om deze te vinden.
Eenmaal in Nasbinals lopen we meteen door naar de supermarkt om onze lunchinkopen voor morgen te doen en iets lekkers te drinken te halen. Dat hebben we wel verdiend, vinden we. Daarna lopen we naar de oude kostschool die nu als gîte dient. Ook dit is een bekend adres van vorig jaar. Heel sober, maar goed. In de koelkast in de gemeenschappelijke keuken zetten we onze spulletjes weg voordat we gaan douchen en ons wasje gaan doen.
Eten doen we bij restaurant Les Sentier d’Aubrac, ook daar een herhaling van vorig jaar. We gaan weer voor hun ‘aligot’, dé specialiteit van de regio Aubrac. Het is een voedzame aardappelpuree gemengd met kaas. Zó lekker!

Door de Aubrac

Niet alle bakkers blijken al om 6 uur hun winkel te openen. Daar kom ik achter als ik om 7:15 u voor een gesloten deur sta. Gelukkig is het maar een kwartiertje wachten; kan ik mooi de zon vanachter de heuvels op zien komen.
De 17 kilometer lange route tussen Nasbinals en Saint Chely d’Aubrac behoort tot Unesco werelderfgoed. En dat in combinatie met een volledig onbewolkte hemel is het lopen vandaag één groot feest.
De eerste helft lopen we over een zwak glooiend en weids landschap. Regelmatig moeten we door poortjes en hekjes die we elke keer goed achter ons moeten sluiten. We komen ontzettend veel kuddes koeien tegen, die zich tegoed doen aan de groene, kruidenrijke weides. Eén keer moeten we ze van heel dichtbij passeren, maar ze kijken niet op of om. Ze zijn waarschijnlijk veel pelgrims gewend. De sprinkhanen springen af en aan om onze voeten. Er zitten flink grote exemplaren tussen.
We bereiken bijna 1.400 m hoogte en daarmee het hoogste punt van de totale route.
Ongeveer halverwege onze route van vandaag komen we aan in het plaatsje Aubrac. Hier nemen we onze ‘pain au chocolat’ – pauze. We nemen ook nog even een kijkje in de kerk uit de 13de eeuw.
Na Aubrac is het nog zo’n 8 km dalen naar Saint Chely d’Aubrac. Ik krijg er pijn van in mijn nek, om zo naar de grond te kijken bij het dalen. Het zijn meestal paden met veel (losse) keien. Zeker als het wat steil daalt is het oppassen waar je je voeten neerzet.
Tegen 15 uur lopen we het zeer zonnige Saint Chely binnen. We hebben een 2-persoonskamer gereserveerd met halfpension bij de dame die ons vorig jaar ook van onderdak heeft voorzien.
Ik zit eigenlijk nog zo vol energie dat ik in de 2e helft van de middag nog een wandelingetje ga maken. Leo houdt z’n gemak en ik ga, nu zonder rugzak, weer op pad. Hemelsbreed tweeënhalve kilometer verderop zou een geocache moeten liggen. Dat wordt m’n doel. Uiteindelijk blijkt het een lange klim van vierenhalve kilometer te zijn, maar ik geniet ervan. Zeker van de wandeling terug, dat gaat makkelijk bergafwaarts.
Om 19 uur worden we aan tafel verwacht. Het wordt geserveerd op het miniterras achter het pand. Daar hebben we wel een fleecevest bij nodig, want als de zon achter de heuvels verdwijnt is het frisjes.
Na een smakelijke maaltijd doen we nog een klein rondje dorp. Na alle kilometers vandaag zal het slapen wel goed lukken (alsof dat anders een probleem is….)
.

De mooiste dorpen van Frankrijk

We zeggen ‘au revoir’ tegen de schitterende Aubrac. Geen loddige koeienogen meer die ons aanstaren, en geen klingelende koeienbel die in onze oren meer klinkt. We gaan een bosrijk gebied in waar volledige stilte heerst. Het zijn al dagen dezelfde pelgrims die elkaar om en om passeren. We ‘re-bonjouren’ wat af.
In tegenstelling tot gisteren zien we vandaag veel wolken aan het zwerk, maar de zon weet er goed doorheen te breken.
We lopen door een hellingbos met beuken en we volgen daarbij precies de hoogtelijn. We komen uit in een open gebied, waarna we afdalen door een kastanjebos naar Saint-Come-d’Olt. Dit mooie plaatsje heeft onder andere nog middeleeuwse poorten. Het is er ongelooflijk mooi en staat dan ook op de lijst van mooiste dorpen van Frankrijk.
We eten daar onze lunch op. Dit keer stokbrood met knakworst in plaats van stokbrood met kaas. Bij de toeristeninformatie gaan we (bij dezelfde kleurrijke mevrouw als vorig jaar) een stempel halen voor onze credencial. Ook brengen we nog even een kort bezoek aan de prachtige kerk.
In de tweede helft van de middag leggen we de laatste 6 kilometer af naar Espalion, de plaats waar we overnachten. We volgen hiervoor de rivier de Lot, maar dan over de heuvelrug die ernaast ligt. Het is flink klimmen, zeker als je helemaal het beeld van ‘Vierge de Vermus’ wilt bereiken. En dat willen wij. Eenmaal boven hebben we een prachtig zicht op het plaatsje Espalion. Wat geeft dat toch elke keer weer een machtig gevoel dat je zo op de top van een heuvel staat en binnen een uur weer helemaal beneden loopt. Je kunt het bijna niet geloven dat een mens tot zoveel in staat is.
Tegen half 6 komen we aan bij de gîte waar we vanavond slapen. We hebben een 4-persoonskamer en toevallig zijn we ingedeeld met een Frans koppel waarmee we de 2e nacht ook op een kamer lagen.
Aan een lange eettafel wordt het avondeten geserveerd. Tegenover ons gaan de 2 Duitse dames uit München (Eva en Marion) zitten en we hebben weer een erg gezellig gesprek. Dit is de laatste keer dat we hen zullen zien, omdat zij morgen verder lopen dan wij. Wij hebben morgen een korte route gepland, dat ons zal leiden naar Estaing, ook 1 van de mooiste dorpen in la douce France.

Estaing

We zijn vanochtend al vroeg op pad. De vrijdagmarkt in Espalion is nog aan het opbouwen. Vorig jaar markeerde deze dag een overgang van droog weer naar een periode van veel regen.
We herkennen onderweg de plaatsen waar we geschuild hebben. Zoals bijvoorbeeld het oude Romaanse kerkje uit de 11e eeuw. We weten van vorig jaar ook dat het een pittige tocht was én dat we halverwege de dag langs het schilderachtige Estaing kwamen. Dit jaar besluiten we om in Estaing te verblijven, een korte etappe van 12 kilometer. De weersomstandigheden zijn fantastisch, een helderblauwe lucht met wat witte donzige wolkjes. Rond lunchtijd komen we aan in Estaing. We halen bij de bakker onze lunch op en gaan dit bij de oude Romeinse brug over de rivier de Lot lekker oppeuzelen.
We kunnen pas vanaf 15 uur terecht bij onze gîte, dus hebben we nog tijd voor een geocache. Deze brengt ons naar een prachtig uitzichtspunt over Estaing.
In de mooi verzorgde gîte hebben we een 2-persoonskamer. Estaing is vrolijk versierd met linten vanwege de jaarlijkse Middeleeuwse feesten die dit weekend plaatsvinden.
We bezoeken de kerk en het kasteel, waar de stichting van voormalig Frans president Valéry Giscard d’Estaing nu eigenaar van is. In de kerk doe ik een bijzondere ontdekking. Er is een expositie over pelgrimeren en laat dit nu dezelfde expositie zijn als wij vorig jaar in basiliek Saint-Sernin in Toulouse gezien hebben. De teksten van deze expositie wilde ik zo graag hebben, maar ik heb deze niet meer op het wereldwijde web kunnen achterhalen. En nu, nu krijg ik ze alsnog op een presenteerblaadje! Weer zo’n kenmerk van de Camino…
‘s Avonds eten we bij de pizzeria annex snackbar op de hoek. Een lekkere pizza, en dat in Frankrijk!

Plastic kaas

Brrr… het is nog goed koud als we Estaing verlaten. Ik heb m’n fleecevest aangetrokken. Aan het einde van de brug kunnen we kiezen of we via de GR65 blijven lopen of de route over de GR6 nemen. We kiezen voor het laatste, want deze weg kennen we nog niet. Meteen begint er een flinke klim met een hoog stijgingspercentage. Het lijkt wel 45 graden, maar dat zal het (net) niet geweest zijn. Bovenaan kan het fleecevest weer uit, want hier krijg je het warm van! Daar hebben we een prachtig uitzicht over Estaing en de rivier de Lot, die er omheen meandert.
We lopen boven over een plateau en snoepen van de talrijke bramen die erom vragen geplukt te worden. Ook enkele blauwe pruimen lachen ons zodanig toe, dat we ze niet kunnen laten hangen.
Het lijkt alsof niemand ervoor kiest om deze variant te lopen, want heel de dag komen we geen mens tegen.
Het is 10 uur als we bij een prachtig kapelletje met picknickbankje komen. Te vroeg voor onze pain au chocolat-pauze, maar het zou te jammer zijn om er toch niet even te stoppen. Wat een prachtplek!
We lopen over landelijke asfaltweggetjes waar we een 360 graden uitzicht hebben tot kilometers ver. Wat een rust hier! Dan weer gaat de route door het bos waar grote kastanjebomen en veel varens te vinden zijn.
Lunchen doen we traditioneel bij de kerk, die we gelukkig rond lunchtijd tegenkomen. We hebben kaas gekocht in Estaing bij de versafdeling van de supermarkt. Ik vroeg of ze deze voor ons in plakken kon snijden. De Franse mevrouw kijkt me onbegrijpelijk aan. ‘Zoals ze in Nederland ook doen’, zeg ik er ter verduidelijking nog bij. Ze begint te lachen en zegt: “kaas in Nederland? Ja, die is te snijden want dat is plastic!”
En nu wij deze kaas proeven kan ik me voorstellen dat een Fransman/-vrouw zo denkt….
Na de lunch hebben we nog heel wat kilometers te lopen, want het zijn er vandaag in totaal tegen de 30.
Gelukkig voor de snelheid zit er ook redelijk veel asfalt bij. Tegen half 5 komen we aan bij een christelijke pelgrimsopvang in Le Soulié. Le Soulié bestaat uit 1 geheel van kleine gebouwtjes en dat is dit. Één gebouwtje is ingericht als kapel. Daar wordt iedereen om 18 u verwacht voor een nadere toelichting op de timpaan van de kerk van Conques. Leo laat de uitleg aan zich voorbij gaan, omdat hij er te weinig van begrijpt. Achteraf bezien een wijze beslissing want de zeer extraverte geestelijke Michel gooit een stortvloed van Franse woorden over ons uit. Ik zit, samen met 9 Fransen op een houten bankje (zonder rugleuning). De uitleg blijft maar duren, en wanneer Michel aangeeft dat we “zo” aan tafel gaan, duurt het voor mijn gevoel nog een half uur voordat we echt aan tafel gaan. Ik merk dat ik goed moe word van het ingespannen luisteren. Maar de Fransen blijven maar praten en praten, waarbij Michel zeker 80% van de tijd aan het woord is. Ook nu zitten we op een houten bankje zonder rugleuning, en mijn rug vindt het welletjes geweest voor deze dag. Naarmate de avond vordert, schakelen we helemaal af. Leo laat de kakofonie van Franse klanken over zich heen komen en geniet stilletjes van de heerlijke wijn. We willen ontzettend graag gaan slapen, maar pas om 22:30 u wordt het desert geserveerd. Het eten is werkelijk verrukkelijk. Alleen heeft deze avond heeft ons meer energie gekost dan dat er aan energie is ingegaan…

Het wonder van Conques

We zijn als een blok in slaap gevallen. Deze gîte is een fijne plek, met name voor Fransen. In hun communicatie zijn ze niet ingesteld op mensen buiten de Franse grens.
Vandaag zullen we na een kleine 16 kilometer Conques gaan bereiken. Michel biedt op een opdringerige manier aan om de rugzakken er naar toe te brengen omdat hij naar de mis van 11 uur gaat. Wij zijn even klaar met de Franse afhankelijkheid, dus wij vertrekken met onze vertrouwde rugzak op de rug.
Afgelopen donderdag heb ik gebeld met de abdij in Conques om onze overnachting vast te leggen. Overnachten in deze abdij vormt voor ons een hoogtepunt op deze reis. We hebben vanuit vorig jaar zulke fijne herinneringen aan ons verblijf in de abdij. Het verbaast me dat reserveren niet mogelijk is. We moeten ons maar op tijd melden als we aankomen bij de abdij. Zo gezegd, zo gedaan. Rond 13 uur wandelen we vanaf grote hoogte Conques binnen. Prachtig hoe dit kleine plaatsje met z’n indrukwekkende abdij en kerk in een dal van omringende heuvels ligt. Het ontvangstbureau gaat pas om 14:15 u open, dus besluiten wij op de binnenplaats ons brood te eten. We zien enkele hospitaliers lopen en zij wensen ons stuk voor stuk met een lieve lach “bon appetit”. Er is nog 1 andere pelgrim, een oudere Fransman. Hij spreekt wel iemand aan en regelt daarmee (weten wij nu achteraf) zijn overnachting. Tegen 14 uur druppelen er meerdere pelgrims binnen en wij besluiten ons bij hen aan te sluiten. Geen van hen heeft een reservering. Zij blijken hun naam op een lijst geschreven te hebben. Op het moment dat wij dat ook willen doen zegt de hospitalier die erbij staat, dat ze geen bedden meer hebben. Alle bedden zijn vergeven. Ik heb me zo erop verheugd om hier weer te mogen overnachten dat spontaan de tranen in mijn ogen springen op het moment dat ons verteld wordt dat ze niets meer voor ons kunnen betekenen. Ze geven ons wel een alternatief adres. Wow, dit is een flinke les in ‘omgaan met teleurstellingen’…
Het lukt ons om een nieuwe overnachtingsadres te regelen. We zetten er onze rugzakken neer en gaan het prachtige plaatsje in. We zoeken en vinden een paar geocaches en drinken koffie/thee bij een Nieuw-Zeelandse die een hotelletje runt onderaan het dorp. Dit doet me mijn teleurstelling bijna vergeten. We lopen weer terug naar boven, naar “het centrum” en we komen daar de oudere Fransman tegen. Hij zegt ons dat enkele hospitaliers van de abdij ons aan het zoeken zijn. Hij heeft bij hen ons verhaal nogmaals gedaan en als een “geschenk van de camino” bleken er nog 2 bedden vrij gemaakt te kunnen worden voor ons. Uit een andere straat komt een hospitalier met armen wijd op ons afgelopen, zo blij is ze dat ze ons gevonden heeft na overal gezocht en gevraagd te hebben. Dat is toch wel heel lief dat ze zoveel moeite voor ons gedaan hebben. Met de hospitalier lopen we terug naar de abdij en we worden nu met voorrang behandeld. Ze annuleren ook onze huidige overnachting. We halen er onze rugzakken op en installeren ons slaapzaal 1. Oh, wat is het weer heerlijk om de sfeer van deze bijzondere abdij te proeven!

La Vita è Bella

Met een big smile kom ik de eetzaal van de abdij binnen. Ik heb niet bijzonder goed geslapen vanwege een snurkende man in het stapelbed naast ons, maar dat weegt niet op tegen de energie die deze abdij mij geeft. Na een heerlijk ontbijt met onder andere ‘fromage blanc’ (mijn vertaling: bloempap) bedanken we de vriendelijke hospitaliers en gaan op pad. We lopen nog 1 keer langs de immense kerk waar frère Jean-Daniel gisteravond weer indrukwekkend op het orgel heeft gespeeld. We zakken af naar de rand van het dorp. De lucht is volledig onbewolkt en de opkomende zon verlicht net de torens van de kerk.
We lopen over de Romaanse brug en beginnen aan de klim richting de kapel, hoog in de heuvels. Een lekker opwarmertje voor ons lichaam, want de dag start met zo’n 4 graden op de thermometer.
Na de lange klim kunnen we van bovenaf ontzettend ver weg kijken. Het lijkt zelfs of we de toppen van de Pyreneeën kunnen zien, maar dat zal toch net niet het geval zijn. We lopen veel aan de zijkanten van de smalle asfaltwegen. Daar zijn voor de pelgrims grintpaden aangelegd.
Ongeveer halverwege de route hebben we een bijzonder momentje. Daar bevindt zich namelijk de splitsing van de Via Podiensis (GR65) met de GR62B, de weg richting Toulouse. Op dit punt zijn wij vorig jaar, als enigen, afgeslagen om onze weg zuidwaarts te vervolgen. Nu blijven we op de GR65. We doorkruisen voornamelijk weilanden en komen dan aan bij Decazeville. We maken nog een klein ommetje langs de kerk van deze middelgrote stad om er een geocache mee te pakken. Daarna gaan we weer pittig klimmen om deze stad achter ons te laten. En zijn we boven, dan duurt het niet lang meer of we zetten de afdaling in naar Livinhac-le-haut. Daar gaan we slapen in de bio-gite La vita e bella, een gite gerund door 2 pelgrims, die elkaar op de Camino hebben ontmoet. Hij, Andrea, komt uit Italië en zij, Jani, uit Frans Baskenland. We worden warm onthaald door de charmante en goodlooking Andrea.
Met de muziek keihard aan is Andrea een heerlijke Italiaanse maaltijd aan het bereiden. Er is een lange tafel met Fransen én een ronde tafeltje met niet-Fransen, 2 Oostenrijkers (Herbert en Elisabeth), 2 18-jarige Duitse meisjes (Clara en Anna) en wij. Alles klopt deze avond: het heerlijke Italiaanse eten en vooral het erg aangename gezelschap! Dit geeft ons heel veel energie!

Sociale gastheren

Hoe klein kan de wereld zijn… Andrea is een enthousiast zeiler en kent de Nederlandse Oesterdam! Het is een man met een groot sociaal hart. Het avondeten is op donativobasis geweest. Dus elke pelgrim geeft wat hij kan missen of wat hij wil geven. Aan Clara en Anna, die naar Santiago de Compostela lopen, heeft hij de maaltijd geschonken. Een hele mooie uitvoering van het draagkrachtprincipe.
Vandaag starten we met onze regenjas aan. De bewolking hangt laag. Het is vooral miezerregen dat valt. De herfst lijkt langzaam zijn intrede te doen. Bij sommige bomen begint het blad al te verkleuren van groen naar rood of geel.
We lunchen onder het afdak bij een kerk. We kunnen het niet nalaten om ook even een kijkje binnenin te nemen en zien prachtige glas-in-loodramen. We hebben tot op heden nog niet meegemaakt dat kerkdeuren gesloten waren, hoe klein het gehucht ook is. En dat geldt ook voor de talrijke kapellen die we gepasseerd zijn en waar we zelf een stempel in onze credencial kunnen zetten.
We zien vandaag voor het eerst een klein meer, waar de zwaluwen laag over het water scheren.
Na zo’n 25 km komen we bij onze gîte, vlak voor de bebouwde kom van Figeac. Gelukkig kunnen we er terecht. Ik heb de afgelopen dagen wel 7 of 8 adressen afgebeld voordat ik “beet” had.
Patrice (een man) runt de gîte en vangt ons hartelijk op. We liggen op een slaapzaal met 6 bedden.
Op de bonnefooi komt de Amerikaanse Erin aangelopen. Ze heeft niet gereserveerd en Patrice geeft aan dat hij vol zit. Hij helpt haar om een ander adres te vinden, maar heel Figeac zit vol. Dan biedt hij haar een stretcher in de eetkamer aan, waarvoor ze heel dankbaar is. Zij is een pelgrim, die graag “spontaan” wil pelgrimeren, oftewel daar stoppen waar het je leuk lijkt of omdat het genoeg geweest is voor die dag. Dat lukt hier in Frankrijk moeilijk, want de Fransen zelf (zo’n 95% van de pelgrims) hebben al tijden vantevoren hun accomodatie geboekt.
Patrice zorgt voor een goede maaltijd, met zowaar een behoorlijk aandeel groente en een lekker toetje. Heerlijk!