Contrast

Maandag 30 juli

Nog voor 07:30 u verlaten we stilletjes de hospedaje. Wat is dat een prima plek voor een bezoek aan Oviedo!

Aan het einde van de stad ontbijten we in een barretje. En niet lang daarna zitten we al weer in landelijk gebied. De stad aan de noordwestkant  uitlopen is veel aangenamer dan de stad inlopen door het industrieel gebied aan de oostkant. Het zonnetje schijnt lekker en het is zeker niet te warm.

Regelmatig lopen we door bosrijk gebied, vooral gebied met hoge eucalyptusbomen. Dat ruikt zo lekker om daar doorheen te lopen.

Om aan de kust te komen moeten we een heuvel over, maar deze valt qua beklimming reuze mee.

Wanneer we de heuvelpas over zijn, lunchen we op een stenen trapje in de schaduw van een huis, want in de zon is te warm. We leggen wel onze gewassen en ongewassen sokken in het zonnetje, zodat het vocht sneller verdampt.

We eindigen vandaag in Avilés, een tocht van 29 km. De laatste 11 km zijn oninteressant, want dit is één rechte streep langs een autoweg. Gelukkig wel met een aparte voetgangersstrook. Maar het is niet leuk lopen, zo achter elkaar met naast je het voorbijrazende autoverkeer.

Net voordat we de albergue bereiken kunnen we weer een mijlpaal vieren: 2.700 km! Het gaat hard met die kilometers…

We komen terecht in een kerkelijke pelgrimsopvang. Het is een massaal gebeuren: 48 mensen in één slaapzaal. Omdat we voor pelgrimsbegrippen aan de late kant zijn, zijn er alleen nog bovenbedden over. Gelukkig kunnen we er 2 vinden in de buurt van een raam. Hebben we in ieder geval frisse lucht.

Vlak voordat bij de albergue aankwamen, hebben we een restaurantje gezien waar ze paëlla hebben. Daar hebben we zin in, dus daar gaan we ‘s avonds naar toe. Het is lekkere paëlla. Misschien zouden ze er ook lekkere toetjes gehad hebben, maar de bediening was weer zo abominabel onklantvriendelijk, dat we dat er maar bij hebben laten zitten.

Dinsdag 31 juli

Vanaf 5 uur is het al een geritsel met plastic zakjes en schijnsels van headlights van pelgrims die zich opmaken voor een nieuwe wandeldag. Diverse alarmen van telefoons gaan af, terwijl hun eigenaren doorslapen of elders zijn. Tja, ontspannen wakker worden is het niet met zoveel mensen in 1 ruimte. Het is mooi dat er dit soort (goedkope) opvang is, maar het heeft voor ons zeker z’n prijs. Geen privacy, geen stoel om zelf te zitten of iets op te leggen. Sanitaire voorzieningen die je met velen moet delen, wat met name bij de vrouwen betekent dat je in de haren staat te “dabberen”. We zijn in staat onze rugzak blindelings in te pakken en dat is maar goed ook, als dat allemaal in slechts het schijnsel van je headlight moet gebeuren.

We zijn dus blij dat we de albergue kunnen verlaten. Bij een barretje pakken we een ontbijtje. Dit is de enige mogelijkheid, want de supermarkten gaan pas vanaf 9 of soms 10 uur open.

We lopen Avilés uit en zien dan pas haar charme. Wij hebben gisteren alleen de weinig fraaie hoogbouw gezien. Het hart van de stad daarentegen herbergt veel moois uit vroeger tijden.

Het miezerregent en alles om ons heen doet somber aan. In het eerstvolgende stadje doen we onze lunchinkopen. Rond 11 uur houden we pauze met onze ‘pain au chocolat’ ofwel ‘chocolatine’, dat hier ‘Napolitana de chocolate’ genoemd wordt. Gelukkig is de regen inmiddels opgehouden.

Het is veel onverhard pad. Het balanceren over de stenen vraagt concentratie en vinden we afwisselender dan het lopen over het saaie asfalt. Het enige is dat je concessies moet doen ten aanzien van de snelheid. Halen we op asfalt ruim 5,5-6 km per uur, op onverhard pad zullen we net 4 km/u halen. En dan moet het niet al teveel stijgen of dalen. Voor het eerst in 5 dagen krijgen we af en toe weer eens een glimp van de oceaan te zien. 

Na een kleine 22 km zijn we waar we willen zijn, in Muros de Nalón. We hebben een commercieel hostel op het oog en we hopen dat ze nog stapelbedden vrij hebben. De Engelssprekende jongedame bij de ontvangst bevestigt dat ze nog plaats heeft op de slaapzalen met de stapelbedden, maar voor een ‘couple’ als wij heeft ze een nog mooiere overnachtingsplek: in de meer dan 100 jaar oude hórreo! Zo’n oude graanschuur is ruim 4 meter in het vierkant, heeft een kleine deur, geen ramen en is net voldoende hoog zodat Leo binnen kan staan. Bij de deur moeten we allebei goed bukken. Deze is onlangs gerenoveerd en wordt sinds enkele dagen verhuurd. Wow! Een superoriginele plek voor ons tweetjes mét een heerlijk opgemaakt 2-persoonsbed! Dat is nogal een contrast met gisteren! Dit is op en top genieten!

Keienstranden

Woensdag 01 augustus

Het bed in de hórreo lag fantastisch! Na de goede nachtrust krijgen we bij het hostel nog een mediterraan ontbijt: geroosterd brood met olijfolie en gepureerde tomaten. Een lekkere combinatie. We starten de dag weer met onze regenjas aan. Het lijkt deze dagen een patroon te worden. Na een uurtje stopt het met het vallen van vochtigheid en kunnen de regenjas en – hoes weer uit c.q. af.

De temperatuur om te lopen is heerlijk, zo rond de 20 graden. We komen door El Pito, waar een prachtige kerk en het paleis van Selgas staan, ook wel het Versailles van Asturia genaamd. Dit is de nalatenschap van de Spanjaarden die naar Zuid-Amerika gegaan zijn om daar hun geluk te beproeven. Ze hebben daar fortuin gemaakt en zijn teruggekeerd naar Spanje en hebben prachtige bouwwerken laten neerzetten, niet alleen voor hunzelf maar ook ten behoeve van de gemeenschap.

Bij een supermarkt iets buiten de route kopen we onze lunch in en eten we in de coffeecorner, bij de ballenbak, onze Napolitana op. Buiten is het te nat om ergens te kunnen zitten.

We lopen veel over bospaden en gaan de snelweg een paar keer onderdoor. Het wegdek overspant de dalen en wordt door gigantisch hoge pilaren ondersteund. En dan… zien we de zee weer beneden voor ons opdoemen! Het is een prachtige baai en we besluiten er heen te lopen om daar lekker ons brood op te eten. Het is er frisjes. We kunnen ons fleecevest er goed gebruiken. Maar het is zo genieten, aan het water. Het kijken naar het golvenspel verveelt geen moment.

Na de lunch trekken we weer verder door de prachtige heuvels. De heuvels lijken hier weer wat hoger te worden. Er staat geen zuchtje wind.

In Soto de Luiña eindigen we onze etappe. Het is een gehucht waar evenveel te huur en te koop staat als dat er bewoond is. We slapen er in een hostel dat een gemeenschappelijke receptie heeft met het ernaast gelegen hotel. We hebben een eenvoudige 2-persoonskamer. Aangezien we de eerste pelgrims zijn die binnen zijn, hebben we nog een schone badkamer tot onze beschikking. We doen er ook onze was en hangen deze buiten op aan de waslijn. Maar het lijkt weer op het punt van regenen te staan, dus droog wordt het niet. Dan maar weer in de kamer een lijntje spannen.

‘s Avonds eten we het lekkerste diner dat we tot nu toe in Spanje gegeten hebben. Het hotel heeft een speciaal pelgrimsmenu: spaghetti, salade en tonijn. Ontzettend smakelijk klaargemaakt. Dat is smullen!

Donderdag 02 augustus

Voor het ontbijt wijken we uit naar het laatste hotel voor we het dorp verlaten. Vanaf 07:30 u serveren ze er een ontbijt. Dit keer geen regen als we vertrekken. Sterker nog, we zien zelfs al kleine strookjes blauwe lucht! Het bijzondere vandaag is dat de bewolking boven zee hangt en het binnenland nagenoeg wolkenvrij is. De wind komt, in tegenstelling tot de vorige dagen, dit keer uit het binnenland.

Terwijl we wandelen wordt het alleen maar zonniger. Gelukkig zitten er vandaag veel bosrijke stukken in ons parcours, zodat we hiermee directe zonneschijn ontlopen.

De weg kent vandaag 2 varianten: door het binnenland en langs de kust. Wij kiezen voor de weg van de costa. Het is heel veel klimmen en sterk dalen. Je bent net met de ene heuvel klaar en dan komt de volgende al. Een pittige route. Maar ook deze keer zo de moeite waard! We lopen een extra kilometer om ‘Playa Silencio’ te bewonderen. Een stuk strand waar mensen niet kunnen komen, zulke steile rotswanden staan eromheen! Zo betoverd mooi!

Ook nu lopen we regelmatig door bosgebied en moeten we enkele keren kleine beekjes oversteken, al balancerend over de keien.

‘s Middags bereiken we een stuk keienstrand. Ook daar kunnen we het niet nalaten om naar de zeerand door te steken. Gigantische rotspartijen waar de golven van de zee tegenaan beuken. Zo indrukwekkend mooi! We kunnen er wel uren naar kijken…

Maar we gaan weer door, want we weten dat het voor vanavond moeilijk wordt om aan een overnachting te komen. Ik heb al wat rondgebeld en nul op request gekregen. Onze eindbestemming voor vandaag is Cadavedo, een populaire vakantiebestemming omdat het zo dicht bij zee ligt. We gaan wat hotels en hostels langs, maar alles zit vol. Ook op de camping hebben ze geen faciliteiten voor ons. Er rest ons nog 1 adres op ons lijstje, een dame die een albergue runt voor alleen pelgrims. We bellen bij haar aan en ook zij geeft aan dat ze vol zit. Er moeten weliswaar nog wat pelgrims komen, maar theoretisch zijn alle bedden bezet. Hmm… we leggen in ons beste Spaans uit dat we alle adressen in Cadavedo geprobeerd hebben. Dan laat ze ons een kleine, aparte ruimte zien waar o.a. een slaapbank voor 1 persoon staat. Eventueel kan ernaast op de grond nog een matras gelegd worden. In grote dankbaarheid aanvaarden wij deze noodoplossing. Het alternatief is zo’n 10 km verder lopen en dat zit er voor ons na ruim 23 km klimmen en dalen niet meer in. Ze wil voor ons ook een vegetarische maaltijd koken. Fijn, dan hoeven er niet meer uit. En mocht er nog een pelgrim niet op komen dagen, dan kunnen wij alsnog dat bed krijgen. Eén pelgrim die gereserveerd had, blijkt inderdaad niet te komen. Maar wij hebben met elkaar afgesproken dat we bij alleen bij 2 vrijkomende bedden verkassen, dus we blijven samen in ons “hok”.

Lekker gedoucht, goed en voldoende gegeten én kunnen liggen op een matras is het ook voor deze dag weer helemaal goed gekomen!

Mist

Vrijdag 03 augustus

‘s Ochtends zitten we om 7 uur als eersten aan het eenvoudige, maar goed verzorgde ontbijt. De eigenaresse van deze herberg heeft een groot hart voor pelgrims. Voor in totaal € 16 p.p. hebben we gedoucht, gedineerd, geslapen en ontbeten. Daar hou je in geldelijke zin niet echt iets aan over. Daarentegen zoekt ze het contact met de pelgrims niet. Ze zet het eten klaar en verdwijnt naar boven, naar haar eigen privé-woongedeelte. We kunnen haar dus ook niet bedanken. Dan schrijven we maar een mooi dankwoord in het pelgrimsschrift, dat in de keuken ligt. Knap, hoe ze dit als introvert type toch runt.

De dag start mistig en het zal lang duren voordat die een beetje optrekt. We lopen eerst naar Luarca, een toeristische havenplaats. We lopen dus weer richting kust. We denken dat we af en toe zicht op zee hebben, maar zeker weten doen we het niet, want de wereld om ons heen is wit en zeker boven water. Het  krijsen van de zeemeeuwen geeft ons aan dat we echt dicht bij zee zijn.

In Luarca ligt op een hoog gelegen landtong aan het einde een mooi wit kerkje en een vuurtoren. Met de witte mist als achtergrond is de kerk nauwelijks te onderscheiden. Er hoort ook een begraafplaats bij. Wat een prachtige plek!

We dalen af naar de haven waar we bij een visrestaurantje lekker inktvis [pulpo] gaan eten. We worden vlot bediend, dus kunnen weer bijtijds onze weg vervolgen. 

We hebben een hotelkamer gereserveerd in Villapedre. Dat ligt nog 12 km van Luarca vandaan. Het is veel stijgen, vooral veel vals plat en dat is goed vermoeiend. Zeker als het drukkend warm is. Het is flink op de tanden bijten. Het pad loopt een stuk door agrarisch land, waar het wemelt van de insecten. En wij, warm en bezweet, zijn een mooi doelwit voor ze.

De laatste 5 km zijn zo zwaar, dat ik er m’n oortjes er maar eens bij pak. Zoals m’n aerobicslerares Daniëlle zegt: “met een vrolijk muziekske erbij gaat het veel makkelijker”. En gelijk heeft ze! Voor mij werkt muziek als doping.

We lopen een bijzondere brug van de snelweg onderdoor. We klimmen weer wat om vervolgens heel geleidelijk over een breed, groen pad af te dalen totaan ons 1*hotel in Villapedre.

Na 30,5 km melden we ons moe bij de receptie. Een goed Engels sprekend meisje ontvangt ons allerhartelijkst. We hebben een kamer op de hoek van de 3e verdieping met in de verte (potentieel) uitzicht op zee. Wow, en wat voor een kamer! Royaal, modern en met balkon! We snappen niet dat dit slechts een kwalificatie van 1 ster heeft. En het mooie is ook nog dat ze voor pelgrims een stevig gereduceerd tarief hanteren.
We zouden er nog wel een nachtje willen blijven, maar helaas, de volgende dag is volgeboekt. Ons lijf, en dan met name onze voeten, kunnen een dagje rust gebruiken. Dan nu maar er intens van genieten. We eten bij de cafetaria in het gehucht en gaan daarna heerlijk slapen. Een superbed!

Zaterdag 04 augustus

De nacht met diepe slaap heeft ons goed gedaan. Bij dezelfde cafetaria als waar we gisteravond gegeten hebben, gaan we nu ontbijten. Het ontbijt in het hotel start pas om 08:30 u en dat is voor pelgrims aan de late kant. We hoeven niet vroeg te starten om warmte te ontvluchten, want ook vandaag is het weer dikke, zeer laaghangende bewolking. De zon komt er niet doorheen.

Na zo’n 8 km komen we aan in het havenplaatsje Navia. Ligt Luarca nog op een klif met een haven beneden aan zee, Navia heeft alles bijna “gelijkvloers”, een stuk minder spectaculair. We passeren als eerste een kapel gewijd aan San Roque, de Franse patroonheilige voor de pelgrims. Altijd te herkennen aan het feit dat hij zijn wond op zijn ontbloot bovenbeen laat zien.

In het centrum gaan we bij supermarkt Alimerka (onze favoriet in Spanje) onze lunchinkopen doen én onze Napolitana scoren. Op een bankje in een verzorgd parkje langs het water smikkelen we deze op. Een goede en lekkere gewoonte van ons, zo rond 11 uur. Een mooi standbeeld van een Spaanse dichter kijkt ons hierbij aan. De route gaat verder over de brug en dan het binnenland in. Wij wijken er van af en lopen naar de haven, richting open zee. Daar loop je via een prachtig wandelpad naar toe. “Toevallig” ligt er ook een geocache. Die vinden we en we keren weer terug naar de route van de camino. Een extraatje van 4 km. 

We lunchen enkele kilometers verderop bij een dicht kapelletje. Het vervolg van onze route daarna is ronduit saai en nietszeggend. En dat geldt ook voor het plaatsje waar we vanavond slapen. Veel leegstand. Je zou er nog niet dood gevonden willen worden. We hebben gereserveerd in een pensionnetje. De ontvangst is weinig hartelijk. Ook hier stralen ze uit dat ze het heel zwaar hebben. Jammer…

De kamer is klein, maar de sanitaire voorzieningen zijn goed en het bed is schoon en ligt lekker. Meer hebben we niet nodig.

Na het douchen en wassen kopen we bij de supermarkt onze lunch voor morgen, aangezien het dan zondag is en de meeste supermarkten gesloten zijn. We verkennen meteen het plaatsje en vinden er ook alvast een eettentje voor vanavond.

We rusten nog wat en gaan rond 20 uur naar het eettentje. Ons lijf is inmiddels gewend aan laat eten. Het zit nu in ons systeem. We eten er goed en voldoende. We zullen vannacht zeker niet wakker worden van de honger!

Zondag 05 augustus

We gebruiken een ontbijtje in het bijbehorende café van het pension en verlaten dit nietszeggende dorp. Voor vandaag staat een korte etappe op de planning. Het is de laatste dag aan de kust en daar willen we optimaal van genieten. In een plaatsje 10 km verderop, Tapia de Casariego, zit een gemeentelijke pelgrimsherberg op een fantastische locatie aan zee. Ook nu starten we met veel mist.

Om 11:30 u arriveren we als één van de eersten bij de albergue, waar een mevrouw net klaar is met het schoonmaken. We kiezen een stapelbed uit en lopen naar de achterkant van de albergue. Wat een prachtplek! Een toplocatie! Er staan fijne stoeltjes om van daaruit uren te genieten van het getijdenspel in de baai. En… langzaam maar zeker weet de zon door de bewolking heen te prikken! Dat maakt het af. Het is hier paradijselijk!

De hospitalero van de albergue is een fijne man. Om 15 uur houdt hij een praatje waarin hij onder andere wat over de omgeving vertelt. Zijn dochtertje Ambre  is zijn assistente en heeft als belangrijke taak om de stempel in de credencial te zetten. Als je haar bedankt, zegt ze netjes “you’re welcome!” Zo leuk!

De albergue is voorheen een kerk geweest. Hij vertelt over de bezienswaardigheden in het dorp, over de enig vuurtoren op een (schier)eiland in Asturia en tipt ons waar we een goed pelgrimsmenu kunnen eten. Momenteel is de laatste dag van een soort braderie in het dorp met veel kraampjes ambachtelijk werk.

In de 2e helft van de middag doen we een rondje door het dorp. Heerlijk om de zon op je huid te voelen terwijl er een lekker verfrissend windje waait. We trakteren onszelf op een heerlijk ijsje en kopen een leren armbandje bij een hele aardige vakman. We krijgen nog allerlei tips over welke plaatsen we beslist moeten bezoeken. Helaas, ze liggen niet op onze route. Die doen we dan ooit nog wel eens tijdens onze comebacktour, met de auto ;).

Na ons rondje dorp rusten we nog wat en rond 19 uur gaan we richting het geadviseerde restaurant. De maaltijd is niet bijzonder, maar het voedt. Na het eten gaan we met een ommetje terug richting albergue. Om 21 uur liggen we in ons stapelbed. Het duurt niet lang voor we beiden in diepe slaap zijn…

Galicië

Maandag 06 augustus

Het is nog donker als de eersten opstaan. Op een gegeven moment is het zo’n geritsel en gefluister dat je er alleen maar op ligt te luisteren. Slapen lukt dan toch niet meer, dus kunnen we net zo goed zelf ook opstaan. Er is een “free breakfast”, ofwel je kunt een klein voorverpakt cakeje uit een doos pakken. Met wat water is dat de basis waarop wij nog voor 07:00 u weer aan de wandel zijn. Het is nog schemerig en door de mist is het een kleine wereld om ons heen. We zoeken in Tapia naar een barretje dat open is, maar helaas, alles is gesloten. Dan zo maar op pad. Als doorgewinterde pelgrims kunnen we inmiddels wel wat hebben. We weten dat het altijd weer goed komt, dus vandaag vast ook.

Gisteren zijn we van de historische caminoroute afgeweken om naar de albergue op de bijzondere locatie aan zee te gaan. Vandaag pakken we met een eigen route van zo’n 5 km de historische route weer op. Handig dat we onze GPS bij ons hebben. Elk weggetje of zandpad is voor ons vindbaar.

Het kadootje van zo vroeg vertrekken is een prachtige zonsopkomst, net zichtbaar door de mist heen.

We verlaten nu definitief de kust aan de noordkant van Spanje. We gaan nu zuidwestwaarts richting Santiago de Compostela! Een bord geeft ons aan dat Santiago nog 209 km van ons verwijderd is. Tot op heden zijn we helemaal niet bezig geweest met de nog resterende kilometers. Langzaam maar zeker begint het tot ons door te dringen dat we aan de laatste wandelweken bezig zijn…

De route is op enkele stukken weer flink modderig. Het blijft een kunst om hier elke keer weer doorheen te komen.

Tijdens onze 1e pauze geen Napolitana, maar een mueslireep en een handje nootjes. We zullen het tot aan de eindstreep vandaag zonder eten moeten doen, want we komen geen barretje of supermarkt meer tegen. En dat blijkt best goed te doen voor een keertje. 

Als we de eindplaats Vegadeo al in zicht hebben passeren we een huis waar een jong meisje buiten aan het spelen is. Ik zeg haar ‘hola’ en er komt een bescheiden ‘hola’ terug. Nog geen 500 meter verderop zien we een bankje om even op uit te rusten. Zitten we goed en wel, stopt er een auto en reikt de bestuurster ons een fles gekoeld water aan, net nu ons water ook echt op is. Ik pak het aan en zie tegelijkertijd dat meisje op de achterbank zitten. Wat lief! Zo zie je maar dat vriendelijkheid met vriendelijkheid beloond wordt!

Rond 12 uur bereiken we na ruim 20 km de gemeentelijke albergue waar we willen slapen. De herberg gaat pas om 15 uur open. We parkeren op het pleintje achter de albergue onze rugzakken onder de waslijn. We gaan eerst een hapje eten, een menú del día. Nadat onze magen goed gevuld zijn en we nog wat rondgelopen hebben in het levendige stadje keren we terug naar de herberg. Een klein vrouwtje met een prachtige lach, Liliam, ontvangt ons in de nieuwe herberg. We zijn de eerste Nederlandse pelgrims! Zowel de slaapzaal als de douches zijn royaal. De inrichting heeft een ZEN-sausje. Zo liggen er veel hoopjes stenen, klinken er mantra’s door de geluidsboxen en verkoopt ze edelstenen.

We douchen, wassen en doen een dutje. ‘s Avonds bereidt Liliam een heerlijk vegetarische, biologische maaltijd. De herberg heeft plaats voor 23 pelgrims, maar we zijn vandaag maar met z’n vieren. Naast ons nog een Fransman en een Spanjaard, beiden jonge knullen die weinig behoefte hebben aan contact. Ze nemen zowel ‘s avonds als de volgende ochtend niet deel aan de maaltijd. Ieder z’n eigen camino…

Dinsdag 07 augustus

Vanuit de albergue start meteen een flinke klim. Al snel zijn we ver boven Vegadeo uit gestegen, met een allerlaatste blik op de uitloper van de zee. Nu zullen we tot Fisterra moeten wachten voordat we de zee weer gaan zien.

We klimmen vandaag maar liefst 760 meter en dalen er 580. En dat over prachtige groene, brede paden, waar het doodstil is. We horen alleen onze eigen voetstappen. Aan weerszijden van de bospaden komt de paarse heide er goed door.

Zodra we over de brug komen waaronder Rio Eo stroomt, steken we over naar de laatste Spaanse regio die wij aandoen: Galicië. 

We pauzeren even bij een terras van een dicht restaurantje. Op het moment dat we daar vertrekken begint het te spetteren. Ha, staat Galicië daar niet bekend om? Om z’n vele regen…? 

Het eerste dat ons opvalt in deze nieuwe regio zijn de prachtige betonnen wegwijspaaltjes met daarop het aantal kilometers vermeld die ons nog resten tot Santiago. De afstand staat er tot op de meter aangegeven. Bijzonder… 

Een tweede opvallend iets is de vorm van de hórreo’s, de graanschuurtjes. Die zijn hier rechthoekig in plaats van vierkant, zoals in Asturia. Ook wordt hier een combinatie van steen en hout gebruikt, terwijl ze in Asturia volledig van hout waren. En het derde dat ons opvalt is het ontbreken van hekwerk en afrastering rondom de huizen. Tot op heden stonden we er soms versteld van hoeveel hekwerk inclusief videobewaking rondom de meest simpele huizen kon staan. Hier is dat compleet anders. Maar… dit heeft ook consequenties voor de honden waarvan we tot op heden gewend waren dat ze achter een hek stonden en dus niet bij ons konden komen. Bij één huis komt er hond van het erf af en ja, deze bijt Leo lichtjes in zijn enkel. Vanaf nu zijn we toch net iets meer op onze hoede.

De regen zet niet door. De zon wint van de wolken. We kunnen lunchen in een heerlijk schijnend zonnetje, zodat ook onze regenkleding goed droog kan worden. Qua temperatuur kunnen we het goed hebben. Veel meer dan 20 graden zal het hier niet zijn. Overigens wel een heerlijke looptemperatuur.

Rond 14:30 u komen we aan in Trabada. Doordat geen meter vlak was is het een pittig tochtje. We trakteren onszelf op iets te drinken bij een barretje. De albergue voor vandaag (de enige op deze route) zit nog 3 km klimmen verderop.

Onze komst wordt aangekondigd door de 2 honden die bij Casa Xico horen. José verwelkomt ons in het Engels. Ik laat hem het schelpje zien dat we op 27 juli van z’n vriendin Montse hebben meegekregen en hij is er helemaal vervuld mee. We mogen het schelpje houden, maar vol trots maakt hij eerst een foto ervan met ons erbij om naar haar door te sturen.

Hij heeft een deel van zijn huis omgebouwd tot pelgrimsverblijf en doet alles op donativobasis. Hij heeft 10 slaapplaatsen, waarvan er 4 bezet zijn. We kunnen nog net beiden een benedenbed bemachtigen. Later komen nog 3 jonge Spaanse fietsers aan, die de bovenbedden zullen bezetten.

We douchen, wassen en gaan op bed lekker lezen. José kookt ook voor ons. We zouden er niet aan moeten denken terug af te moeten dalen (en dus ook weer stijgen) naar het dorp.

José heeft een heerlijke pasta gekookt met daarbij een lekkere salade.

Tijdens het eten wordt er natuurlijk volop over de Camino gesproken. Omdat wij niet zoveel fietsers treffen hebben wij veel belangstelling voor hun tocht. Zij zijn 10 dagen geleden in Irun gestart en hopen over 3 dagen in Santiago te zijn. Ook voor hen zijn de afgelopen kilometers erg zwaar. In plaats van 80 kilometers of meer halen ze er nu ook maar amper 60. Als het gesprek vervolgens op onze tocht terecht komt straalt het ongeloof van de gezichten. Dat er mensen zo gek zijn om zoiets moois gewoon te doen… Voor alle anderen aan tafel echt een droom en een mooi moment om te gaan slapen.

Woensdag 08 augustus

Ook voor vandaag staat er veel klimmen en dalen op ons programma, 680 meter stijgen en 720 meter afzakken. Dat dalen is misschien nog wel vervelender voor de gewrichten dan het klimmen. Regelmatig moeten we even stil houden om de knieën rust te geven. 

Het is mooi, helder weer als we vertrekken en zo’n 20 graden. Ideaal! Na de eerste heuvel bedwongen te hebben komen we in een plaatsje met een mooi kasteel, maar verder is het er doods. Zelfs geen barretje te bekennen terwijl er toch heel wat huizen staan. Na een paar kilometer redelijk vlak dit plaatsje te hebben doorkruist maken we ons op voor de tweede heuvel. Vooral de afdaling ervan is lang. We gaan de autosnelweg onderdoor, die ver boven ons ligt. Dat blijft toch indrukwekkend, hoe hoog die pilaren zijn!

In het begin van de middag lopen we Mondoñedo binnen, de eindplaats voor vandaag na een kleine 20 km. Een toeristisch plaatsje met diverse overnachtingsmogelijkheden. We willen graag weer eens een 2-persoonskamer en gaan hiervoor te rade bij de VVV. De dame bij de VVV prijst ons de pelgrimsalbergue vol lof aan, maar daar hebben we echt nu even geen zin in. We willen even geen stapelbed zonder enige vorm van privacy. Ze belt de ene na de andere accommodatie af, maar alles zit vol. Tot het laatste pension, dat ze belt! Die hebben nog een 2-persoonskamer! Heerlijk. Er zit ook een restaurant aan verbonden, dus we kunnen er ook eten. Daar hebben we wel zin in na zo’n pittige wandelochtend. Ze hebben er een goede dagmenukaart. Er staat zelfs kalfstong tussen. Mmm… die laten we ons goed smaken!

Na het eten lopen we naar de naastgelegen supermarkt voor de lunchinkopen voor morgen. Leo keert terug naar het pension en ik doe nog een rondje dorp. Er staat een mooie kathedraal in het centrum en ik loop nog over de oude begraafplaats, waar de personen gecategoriseerd liggen op stand. De rijke lui boven, het “gewone” volk ligt een etage lager. Zo ging dat hier vroeger.

Ik ben goed en wel terug op de kamer of de regensluizen gaan weer open. Heerlijk, als je binnen zit!

Voor het avondeten kunnen we om 21 uur terecht, maar we zijn beiden nog voldaan van de middagmaaltijd, dus die laten we aan onze neus voorbij gaan. Lekker luisterend naar de regen door het openstaande raam gaan we de nacht in.

Op hoogte

Donderdag 09 augustus

Eén klim maar vandaag, maar wel eentje van 15 km lang. Nu we definitief van de kust weg zijn gaan we de hoogte meer opzoeken. Uiteindelijk komen we op 500 m uit. Niet bijzonder hoog, maar het lijkt alsof het er frisser is door het koele windje.

De klim begint meteen zodra we het pension verlaten. We hebben er heerlijk geslapen en kunnen er vol energie tegenaan. In het centrum kopen we nog 2 Napolitana’s. De klim gaat heel gelijkmatig en is heel goed te doen. Het loopt over asfalt, dus het is alleen een kwestie van de ene voet voor de andere zetten.

Het landschap is wonderlijk mooi. Prachtige vergezichten over groene dalen met her en der kleine gehuchtjes. Leuk om langs voorbij te lopen, maar ik zou er niet aan moeten denken om daar te wonen. 

Het zonnetje laat zich regelmatig zien en die hebben we ook wel nodig als we pauzeren. Anders is het echt frisjes.

Voor onze Napolitana-pauze komen we niets tegen waar we kunnen zitten. Toch willen we even rust; dan maar zitten op het asfalt.

In de verte zien we windmolens. In tegenstelling tot gisteren draaien ze vandaag. Dat geeft al aan dat er boven wind staat.

Op de top van de klim pakken we onze lunchpauze. We zien een stapel dikke boomstammen waar we op kunnen zitten. Schoenen en sokken uit, en smikkelen maar van ons stokbroodje met kaas.

Iets na 14 uur komen we aan in Abadin, een dorpje van niets, maar wel 3 bankkantoren. Onbegrijpelijk. We kunnen terecht in een prachtig hostel. We zijn één van de eersten, dus de sanitaire voorzieningen zijn nog “schoon”. Er is ook een wasmachine en droger aanwezig. Dit staat al langer op ons verlanglijstje: nog 1x al onze kleding machinaal wassen. Heerlijk dat dit nu ook weer gebeurd is.

‘s Avonds steken we de straat over om naar het restaurant te gaan voor een pelgrimsmenu. Pasta als eerste gang en een lekker visje als tweede gang. We zijn weer goed gevuld.

In het hostel is inmiddels een grote groep Polen binnen gekomen, waarvan 4 rolstoelers. Knap, hoe ook zij een stuk camino kunnen beleven.

Wij zoeken tegen 21:30 uur ons bed op. Nog even lezen en dan slapen. Hopelijk liggen onze buurvrouwen boven ons in het stapelbed vannacht stil…

Vrijdag 10 augustus

Het lag niet aan onze bovenbuurvrouwen, maar we hebben beiden niet best geslapen. Kan gebeuren. We hadden in ieder geval een talentvolle snurker op zaal.

Na een lekker ontbijt met vers geperst sinaasappelsap vertrekken we goedgemutst voor weer een nieuwe wandeltocht, die ons vandaag naar Vilalba gaat brengen. Er zit maar een 320 meter klimmen en 350 meter dalen in, dus dat is voor dit gebied nagenoeg vlak.

Het is frisjes bij ons vertrek. Het eerste uur zouden we best handschoenen kunnen gebruiken. De lucht is heel helder. Het belooft een prachtig dag met veel zonneschijn te worden.

We komen door een stuk bos, waar we de tamme kastanjes al aan de boom zien zitten.

We komen meer en meer kruisbeelden tegen en het bijzondere eraan is, dat ze aan beide zijden een beeld hebben: Jezus en een kleinere vrouwenfiguur.

Niet ver van onze route valt mijn oog op een heel bijzondere begraafplaats. Die willen we even bezoeken. Het is in neogotische stijl gebouwd. Ten opzichte van alle andere Spaanse begraafplaatsen die we zijn tegengekomen, vind ik dit tot nu toe de mooiste. En we hebben weer een mijlpaal te vieren: we gaan over het 2.900 km routepunt heen!

Intussen is het goed warm geworden. Rond 13 uur lopen we Vilalba binnen. Bij de gemeentelijke albergue zien we al een heel aantal pelgrims voor de nog gesloten deur liggen/zitten wachten. Langzaam maar zeker wordt het drukker met pelgrims op onze route. Wij lopen het stadje in op zoek naar een hotelletje. Bij het 2e hotel slagen we. Zaten ze gisteren nog helemaal vol, vandaag is er een 2-persoonskamer beschikbaar voor ons. De kamer wordt op dat moment nog schoongemaakt, maar we kunnen onze rugzakken bij de receptionist achterlaten. We krijgen van hem een prima adresje voor onze lunch. Ongelooflijk, voor € 9 p.p. een lekker 3-gangenmenu inclusief drinken. 

Na het eten gaan we een ronde door het stadje lopen. We zoeken en vinden in een mooi park een geocache, we bezoeken de kerk en bewonderen de 8-hoekige toren. Een vorm die in Galicië nauwelijks voorkomt.

Tegen 16 uur keren we terug naar het hotel. We hebben een mooie kamer toegewezen gekregen. Daar zijn we blij mee. We douchen en rusten wat. ‘s Avonds trekken we nog eenmaal het stadje in om een kleine pizza te eten. We voelen ons goed voorbereid om morgen een 35+km tocht te lopen!

De laatste 100 tot Santiago 

Zaterdag 11 augustus

Brrr… wat is het koud als we weglopen uit het hotel! Je moet echt je vingers bewegen om ze warm te houden. Via de kerk en een standbeeld dat een boerenechtpaar uitbeeldt dat een offer gaat brengen lopen we Vilalba uit. Nu we het standbeeld gezien hebben snappen we steeds beter waarom over het algemeen genomen de Spanjaarden hier zo moeilijk kijken. Als dit het voorbeeld is…

Het is flink mistig en die mist is hardnekkig. En dat heeft 2 grote voordelen: het levert mystieke plaatjes op én het blijft lang lekker koel.

Het is pas tegen 12 uur dat de zon het heeft gewonnen van de mist en hoe! De temperatuur schiet als een speer omhoog. En het is lekkere, droge warmte. Dat is heel goed te verdragen.

We doen onze lunchinkopen in Baamonde en eten deze een paar honderd meter verder bij de kerk op. In de tuin bij de kerk staat een heel bijzondere boom, een levende boom met daarin een kapelletje en houtsnijwerk.

We hebben er nu ruim 18 km op zitten en voelen ons nog heel erg energiek. We kunnen er nog wel 18 km bij hebben.
Als we er goed en wel weggelopen zijn komen we op een heel speciaal punt: de wegwijzer waarop vermeld staat dat Santiago de Compostela nog maar 100 km van ons verwijderd is! Of beter gezegd, op de paal staat 99,994 km. Dus hebben pelgrims zelf maar 6 meter ervoor en hoop stenen gelegd ter markering van het zuivere 100 km punt.

Alle pelgrims die minstens 100 km te voet (of 200 km per fiets) hebben afgelegd kunnen in Santiago hun ‘compostela’ op gaan halen. Als bewijs dat je die 100 km afgelegd heb moet je in je credencial 2 stempels per dag kunnen laten zien.

‘s Middags lopen we vooral door prachtig bosgebied, soms wat stijgend, dan weer wat dalend. We komen langs een Romeinse brug en een kerk, zo maar midden in het bos. Het is warm op een lekkere manier, de omgeving is prachtig, de lucht is helderblauw en wij lopen vol energie. Hoe gelukkig kan een mens zich voelen…!

De route die we nu lopen is nagenoeg onbewoond en het door ons vooraf gereserveerde hostel is de enige slaapplek. 

Het hostel is nieuw (2016) en heeft 2 slaapzalen met stapelbedden én een 2-persoonskamer. Het is ons gelukt om over de 2-persoonskamer te beschikken. En wat voor een kamer! Die komt in de top 3 van de kamers die we tot nu toe gehad hebben. Met een eigen badkamer, waar je kunt dansen zo groot. Wow, dat maakt deze dag tot een absolute topdag!

De enige smet op het geheel is de ontvangst. We voelen ons werkelijk geschoffeerd. Je wordt toegesnauwd door een om en nabij 20-jarige alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Als er een alternatief was geweest, waren we opgestapt.

Na een heerlijke douche doen we ons wasje. Er is wat wind gekomen, maar de zon schijnt ook nog steeds, dus die was is met een uurtje droog. Wat een luxe!

We eten bij de “vriendelijke” dames een goed pelgrimsmenu. We tafelen nog wat na en zoeken dan ons bed op. Na de fikse inspanning van 36,6 km (onze langste dagafstand) is het in slaap vallen geen probleem!

Zondag 12 augustus

We hebben zalig geslapen. Wat een lekker bed was dit!

Na het ontbijt stappen we rond 8 uur weer weg. We zijn de laatsten die het hostel verlaten. Voor vandaag staan er ruim 26 km op het programma. Het is het vervolg op het onherbergzame stuk waar we gisterenmiddag mee geëindigd zijn. Wederom wandelen we door prachtige natuur. We starten met een zonnetje, maar in tegenstelling tot gisteren gaan de wolken het zwerk al snel overheersen. Een voorbode voor de tegenstellingen die vandaag nog meer zullen volgen…

Het lopen gaat prima. Dat we meer en meer pelgrims voor ons zien werkt stimulerend. Het enige dat we vandaag tegen zullen komen zijn 2 barretjes.
Bij barretje 1 nemen we onze koffiepauze, met ‘tarte de Santiago’, een lekkere amandelcake. Wanneer we goed en wel op weg zijn naderen we 3 pelgrims, een vader, een moeder en hun dochtertje. Het meisje wil niet meer lopen en moeder gaat me daar met harde stem tegen haar tekeer! We kunnen het niet verstaan, maar liefdevol kan het niet geweest zijn. Dus dat meisje blijft stil staan en zet het op een jammeren, waarop moeder nog bozer reageert. Ik reik het meisje m’n hand en zowaar accepteer ze die. Samen lopen we richting moeder, die gelukkig haar andere hand pakt. Zo, de rust is even wedergekeerd in pelgrimsland. Maar we hebben nog 13 km te gaan en dat gaat op deze manier en met dit lage tempo natuurlijk niet lukken. Dus na een halve kilometer laat ik haar hand los en laat ze gaan. Hebben ze in ieder geval weer 500 meter overbrugd…

We krijgen daarna een traject over een 70 km weg, oftewel achter elkaar lopen. Niet leuk, maar ook lastig als je een sanitaire stop wil maken. Gelukkig kwam er binnen afzienbare tijd een zijweg waar ik in kon duiken.
Bij het 2e barretje zijn we weer gestopt, want het was lunchtijd. Zo waar! Een vriendelijke barvrouw, die ons zelfs in het Engels probeert te woord te staan! Ze heeft op de bar 2 essentiële “pelgrimsbenodigdheden” klaar staan: een stempel en de wifi-code;). We eten er een lekkere tosti, bedanken haar vriendelijk en gaan verder voor de laatste 5 km.

We lopen op een hoogte van ruim 700 meter. In de komende dagen zal het alleen maar meer en meer dalen.

Na een groot meer vol waterlelies voorbij gelopen te zijn komen we aan in Sobrado dos Monxes. Het geluid van live-muziek komt ons al tegemoet. Dit weekend is er feest in het dorp en het is er gezellig druk. We lopen rechtstreeks door een stenen poort  het kloostercomplex op waar wij zullen overnachten. De aanmelding voor de slaapplek is pas mogelijk vanaf 16:30 uur. We moeten nog 2 uur zien te overbruggen, mét rugzak. Na ruim 26 km willen wij graag wat uitrusten en de schoenen uit. We zijn genoodzaakt het dorp al weer uit te lopen om er een muurtje te vinden waar we kunnen zitten. Het is inmiddels flink bewolkt en er staat een koud windje. Dat voelt niet prettig op onze rug, die nat is van het zweet. En zo slenteren we min of meer doelloos rond, wachtend op 16:30 uur. Je gaat je bijna afvragen waarom mensen toch ‘s ochtends zo vroeg vertrekken.

In het kloostercomplex zijn maar liefst 120 slaapplaatsen. Er verzamelen zich veel pelgrims voor de poort. In het klooster wonen nog monniken. In groepjes van 6 pelgrims worden we binnen gelaten. De ontvangst door 2 zeer goed Engels sprekende monniken is bijzonder hartelijk. Wanneer er tijdens onze registratie tussentijds ongeduldig op een deur geklopt wordt reageert een monnik met een grote lach dat hij er zo aankomt en gaat door met waar hij bezig is. “Dit zullen jullie ook wel geleerd hebben tijdens jullie (lange) camino: neem het leven met een lach en laat je niet meeslepen in de stress van een ander”. Oh, zo waar!

Lopend door de kloostergangen worden we naar één van de vele slaapvertrekken gewezen. Ahum, dat is even slikken… Een vertrek met 12 stapelbedden dicht op elkaar en nauwelijks daglicht. Deze orde van monniken leven sober en dat komt ook hier tot uitdrukking. De sanitaire voorzieningen zijn ook eenvoudig en vooral druk bezet. We kunnen beiden de knop bij onszelf niet omgeschakeld krijgen om in de vieze nattigheid tussen de talrijke andere pelgrims een straal water te gaan bemachtigen. Morgen weten we dat we in een pension zitten en dan lukt het wel.

We zetten onze rugzak weg en lopen door de kloostergangen naar de ruïne van de kerk. Wat indrukwekkend! Geen pracht en praal, maar groen uitgeslagen muren en groene klimop in de kerk!

We lopen daarna weer het stadje in, waar het feest net op de overgang van het middag- naar het avondprogramma zit. En wie komen we tegen? De barvrouw van het 2e barretje! Ze herkent ons en begroet ons hartelijk!

We willen eten, maar ondanks alle reclame over pelgrimsmenu’s worden die vanavond niet geserveerd. Dat wordt ons op onbeschofte wijze duidelijk gemaakt. Waar we wel betaalbaar kunnen eten? Je zoekt het maar uit…

De redding komt van de eigenaar van de supermarkt. Die maakt voor ons een lekkere ham-kaas-baguette warm. En zo komt ook dit weer helemaal goed. We willen nog niet terug naar het klooster en zitten op een bankje nog wat mensen te kijken. Dan stopt er vlakbij ons bankje een grote bus met jonge muzikanten. Knullen in strakke leggings in allerlei kleuren. Ze zijn een “lopende” band, met de naam Mekanika Rolling Band. Ze spelen wat in en dat klinkt me goed! Het lijkt wel de Spaanse Rowwen Hèze! We raken met ze in gesprek en hoe kan het weer… de vader van één van de jongens heeft een albergue in een plaats die nog op onze route ligt. Die gaan we zeker bezoeken!

Helaas spelen zij pas vanaf 23 uur. We hadden er heel graag naar geluisterd! Maar het klooster sluit om 22 uur haar poorten en dan moeten wij dus binnen zijn. Wij zijn en blijven pelgrims…

Santiago in zicht

Maandag 13 augustus

Met onze regenjas aan verlaten we het klooster. Het miezert flink. Het schijnt dat ze in Noord-Spanje wel 100 benamingen hebben voor de soort neerslag die er kan vallen. Net zoals de Eskimo´s wel 100 benamingen hebben voor de soort sneeuw.

Met nog een laatste blik op het grote kloostercomplex lopen we Sobrado dos Monxes uit en duiken we weer de natuur in. Het is frisjes als we langs de weilanden en over de boerenerven lopen.

Vandaag is de laatste dag dat we op de Camino del Norte lopen. Het stadje waar we vanmiddag aankomen heet Arzúa en daar loopt ook de Camino Francés langs. Op dit punt komen de Camino del Norte en de Camino Francés samen. De Camino Francés is de bekendste weg onder de wegen naar Santiago en wordt dus door heel veel pelgrims belopen. Dat zal voor ons wennen worden om zoveel mensen om ons heen te gaan hebben.
We pauzeren bij een kerkje en wat ons daar opvalt is dat het pad naar de kerkdeur met oude grafstenen is belegd. Terwijl we daar zitten komt er een kudde koeien over de weg voorbij die door de boer naar een andere wei wordt gebracht. Eén oud boertje op een oude Solex voorop en een andere boer met een klein vrachtautootje erachter, de koeien met een stok opdrijvend.

Nog steeds in somber, maar wel droog weer komen we rond 13 uur al aan bij onze bestemming voor vandaag, een pension. Dat is het voordeel van koel weer, je loopt als een speer.

We hebben een fijne kamer met eigen sanitair. Voordat we gaan douchen gaan we eerst het plaatsje in om te lunchen bij Casa Teodora. Hier serveren ze een kwalitatief heel goed menú del día. En dat weten heel veel mensen, want er is zelfs een wachtrij om aan tafel aan te schuiven. Onze wachttijd bedraagt minder dan een half uurtje. We eten er inderdaad fantastisch. De zaal is overigens bijna volledig gevuld met pelgrims. Een hoog rugzakkengehalte.

Terug in het pension douchen we en doen we ons wasje. Er is weinig zo lekker als na het douchen even op bed liggen. Dat staat garant voor een heerlijk dutje, zeker na 23 km lopen!

Als we wakker worden is de zon er inmiddels doorgekomen en is de lucht bijna helemaal vrijgemaakt van wolken. Vanuit ons raam hebben we een mooi uitzicht op het heuvellandschap in de verte, ons traject voor morgen!

´s Avonds eten we bij een Italiaans restaurantje een pizza, die voor onze ogen vers klaargemaakt wordt. Deze smaakt dan ook heerlijk!

Dinsdag 14 augustus
Tijdens het ontbijt in een barretje in Arzúa zien we op de televisie het weerbericht. Dat ziet er goed uit voor vandaag en morgen! ´s Ochtends is het fris met zo´n 13 graden, maar ´s middags kan de temperatuur oplopen naar 30-32 graden. Dat is weer een tijdje geleden dat we de warmte van de zon gevoeld hebben.

We zien het aan de lucht als we aan de 29 km van vandaag beginnen, heel veel blauw! En ja, daar gaan we dan. We stappen in de “trein” van de pelgrims die komen van de Camino Francés. Overal om je heen zie je pelgrims, in alle soorten en maten. Met kleine dagrugzak of zo´n zware als de onze, vlot lopend of met zichtbare pijn zich voortslepend. Opvallend is dat de gemiddelde leeftijd flink toegenomen is nu we hier lopen. Waren we op de Camino del Norte vaak met afstand de oudsten, nu zien we vele rijpere en grijzere koppies. Voor heel veel pelgrims die alleen de laatste 100 km lopen is dit wandeldag 3. En wandeldag 3 staat altijd bekend om de openbaring van blaren en andere voetproblemen. Er zijn er daarom een hoop die op sandalen verder lopen, om zo hun blaren te ontzien.

Onderweg is het aanbod aan terrassen ontzettend groot. Het lijkt erop dat velen van de plaatselijke bevolking een graantje mee willen pikken van de alsmaar toenemende groei van het pelgrimeren naar Santiago de Compostela. Dat is hier echt een hele bedrijfstak geworden. Het lijkt de “80 van de Langstraat” wel, zowel qua drukte als qua verzorgingsposten.

Maar ondanks dat lopen wij onze eigen camino, wat voor ons betekent dat we het heerlijk vinden om op een bankje/muurtje zelf ons eigen stokbroodje te beleggen en op te smikkelen onder het genot van een paar slokken jus d´orange:). En vandaag gebeurt dat bij een oude kapel. 

De kilometers naar Santiago worden minder en minder en de temperatuur stijgt meer en meer. Het is lekkere droge warmte, dus dat scheelt zoveel in het transpireren! Daarentegen blijft in de volle zon lopen flink vermoeiend. Op zo´n 15 kilometer voor Santiago vieren we onze mijlpaal: het 3.000 kmpunt is bereikt! Het getal begint onwerkelijk te worden, maar is toch echt werkelijkheid na 144 dagen lopen!

Elf kilometer voor Santiago hebben we een overnachting gereserveerd in een hotel dat goede recensies heeft. Bij aankomst zien we waarom, het is een prachtig ***hotel. Ietwat overdone voor ons, maar we kunnen er terecht voor een speciale pelgrimsprijs.
Morgen nog 11 km en dan zullen we nog fris en fruitig aankomen bij de kathedraal. We zijn er helemaal klaar voor; laat maar komen…!

Santiago de Compostela

Woensdag 15 augustus

Vandaag gaat het gebeuren! 15 Augustus, de feestdag vanwege Maria ten Hemelopneming, én ook onze feestdag!

Om 11:00 uur is het moment daar… wij lopen hét grote plein voor Catedral de Santiago de Compostela op! Een onwennig moment om zoveel mensen bij elkaar te zien. Even een uitbundig vreugdevol gevoel en een foto (laten) maken. Daarna naar de stenen bank aan de zijkant van het plein om dit eens rustig te verwerken. En dan branden in de ooghoeken de tranen. Tranen van ongelooflijke dankbaarheid.

Waar we zoveel jaren onze mond vol van gehad hebben, is nu werkelijkheid! En dat in 145 dagen en na 3.111 effectief daadwerkelijke kilometers afgelegd te hebben. We voelen ons zo ongelooflijk gelukkig!

Onze camino is nog niet ten einde. Morgen een rustdag in Santiago en dan pakken we onze rugzak weer op om richting het einde van de wereld (Finisterre) te gaan…

Santiago – deel 2

Woensdag 15 augustus (deel 2)

We hebben Santiago bereikt! De laatste 11 kilometers waren anders dan anders. Nu hadden we echt heel veel pelgrims om ons heen. Er werd luidruchtig om ons heen gekletst. Een sfeer van verhoogde opwinding dat het vandaag gaat gebeuren! Het was al heel vroeg warm en de lucht was strakblauw. Voor ons een gedroomde aankomst!

Voordat we Santiago binnenliepen mochten we nog één berg op, de Monte del Gozo (berg van vreugde). Op deze heuvel staat een groot monument, gewijd aan de pelgrim. Ik ontmoette er een Zuid-Koreaans meisje met exact dezelfde rugzak. Het schiep meteen een band;).

Daarna liepen we het stedelijk gebied van Santiago binnen. Je kunt niet fout lopen. Vanaf het moment dat we de aanduiding zagen dat het nog slechts 1.000 meter naar de kathedraal is, begon het echt te kriebelen. Al zoveel foto’s gezien van pelgrims die aangekomen zijn op hét plein, en nu is het voor ons waarheid aan het worden!
Na ons moment op het plein (zie vorige blog) besloten we om de pelgrimsmis van 12 uur bij te wonen. Maar met rugzak kom je de kathedraal niet in, dus moesten we eerst deze stallen. Dit kon bij het postkantoor. Vervolgens gingen we terug om aan te sluiten in de rij om de kathedraal in te gaan. Niet normaal! Een rij die helemaal om de grote kathedraal heen z’n begin had. We hebben er een kwartier in gestaan, maar het was volledig kansloos. De mis zou al lang en breed voorbij zijn voordat we de deur überhaupt in zicht zouden krijgen. Mede door de landelijke feestdag was het ook zo ontzettend druk door de toeristen.

De Huiskamer van de Lage Landen was onze volgende bestemming. Dit is een locatie die bemenst wordt door Nederlandse vrijwilligers vanuit het Nederlands Genootschap van Sint Jacob. Je kunt daar wat bijkomen onder het genot van een kopje koffie/thee. De vrijwilligers bieden een luisterend oor. Het is tevens een ontmoetingsplaats voor andere Nederlandse pelgrims. Toen wij er waren zaten er 2 Nederlandse fietsers, uit Breda.

De Huiskamer is gevestigd in het gebouw waar op de begane grond het officiële pelgrimskantoor is, waar de compostela’s uitgedeeld worden. De compostela is het officiële document waarmee het Kapittel van de kathedraal van Santiago erkent dat de persoon die erom vraagt, gekomen is om eer te bewijzen aan de apostel Jacobus. En ja, ook daar stond een rij van 1,5 uur… Maar met het uitwisselen van pelgrimspraat verstreek de tijd snel. Er zijn maar liefst 15 loketten waar de compostela’s worden uitgereikt. Het is werkelijk een bedrijfstak. Wij hebben ieder 2 compostela’s, naast de traditionele ook één met de afstandsvermelding.

We hadden nog geen overnachtingsadres, dus dat was de volgende stap. Ondanks dat het knetterdruk is wisten we al snel een pension te vinden, niet ver van het centrum vandaan. Een kleine kamer met gedeeld sanitair, schoon en niet duur. Die hebben we meteen voor 2 nachten vastgelegd. Na een verlate lunch en het ophalen van onze rugzakken hebben we ons geïnstalleerd op onze kamer. Niet voor lang, want we wilden nog heel graag vandaag naar de pelgrimsmis. Er wordt er om 19:30 uur ook elke dag één gehouden. Met de ervaring van de middag sloten we al rond 18 uur in de nog kleine rij aan. We waren binnen no time binnen. In deze kathedraal bevinden zich de crypte van Sint Jacobus en een groot beeld van de apostel. We hebben het beeld aan de achterkant omhelst en de crypte aanschouwd.

De pelgrimsmis werd niet alleen bijgewoond door pelgrims, maar ook door hordes toeristen. Hierdoor heeft deze mis bij lange na de beleving niet zoals we die in Le Puy-en-Velay of in Conques hebben ervaren. Bovendien was de hele mis in het Spaans, en dat terwijl er ook zoveel pelgrims zijn die deze taal niet machtig zijn.

Niet alleen aan de buitenzijde maar ook aan de binnenkant is het een prachtkathedraal. We hebben er een kaarsje opgestoken voor allen die op dat moment in onze gedachten waren.

Na het bezoek aan de kathedraal hebben we een adresje opgezocht, waar we gegeten hebben en waar Leo, op aandringen van de serveerster, een extra wijntje gedronken heeft om de prestatie te vieren. Het was een heerlijk zachte avond; een mooie afsluiting van een gedenkwaardige dag!

Donderdag 16 augustus

Een nacht met onderbreking hebben we achter de rug. Een goed aangeschoten man heeft rond 4 uur wel een half uur aan staan te bellen bij ons pension. De beheerster van het pension woont elders, dus er grijpt niemand in. Onze kamer ligt aan de straatzijde en wij hebben de ramen half open staan. Naast het aanbellen begint hij met een plastic flesje naar ons raam op de 1e verdieping te gooien. Dit wordt toch wel een beetje beangstigend. Leo springt uit bed, gooit het flesje terug en scheldt hem de huid vol. Schijnbaar indrukwekkend genoeg, want hij druipt eindelijk af.

Door het nachtelijke gespook is het pas 09:00 u voor we opstaan. Het weer is omgeslagen, er zijn heel wat wolken waarneembaar.

We ontbijten bij een naburig cafeetje en lopen dan richting het pelgrimskantoor, waar ook een reisadviseuse zit. We halen er informatie op over de thuisreis. De vriendelijke dame staat er toch wel even van te kijken dat wij graag een langzame terugreis willen, het liefst met een boemeltreintje. Die vraag verrast haar zichtbaar. Als we haar onze compostela met afstandsvermelding en startdatum laten zien kan ze het goed begrijpen. We zouden onze lange camino onrecht aandoen door heel gemakkelijk en zonder inspanning in 2 uur vliegen thuis te komen. Hetgeen overigens los staat van hoe graag wij ook weer naar huis willen. En dat blijkt inderdaad een aardige puzzel. Maar we kennen nu de beperkingen en de alternatieven en zullen deze eerst rustig laten “processen”. Helemaal in stijl van onze camino.

Santiago is meer dan alleen een schitterende kathedraal. Er staan vele prachtige gebouwen, waaronder die van de universiteitsfaculteiten. We wandelen eromheen. Er is ook een fraai hogergelegen park, waarvandaan we een mooi totaalplaatje op de kathedraal krijgen.

Wandelen door het centrum trekt ons niet, want ook vandaag is het ontzettend druk. Het is weer een wettelijke feestdag, ditmaal het feest van San Roque.

‘s Avonds eten we op een gezellig terrasje. Weliswaar op ongemakkelijke stoeltjes, maar wel met hele goede live-muziek. Echte aanstekelijke Spaanse muziek met een paar gitaarvirtuozen. We hebben onze fleecevestjes al tot bovenaan dicht, en het wordt alsmaar kouder. Dus stappen we op. Hopelijk een rustige nacht in het pension en dan morgen weer lekker aan de wandel! Het is verslavend…

Op weg naar Fisterra

Vrijdag 18 augustus

Yes! We mogen weer! Na een rustige nacht starten we vanaf de kathedraal de camino de Fisterra y Muxía. We volgen weer de bekende stenen wegwijspaaltjes. Het eerste paaltje geeft aan dat Fisterra (de Gallicische naam voor Finisterre) nog ruim 89 km van ons verwijderd is. Er zijn veel pelgrims onderweg naar het einde van de wereld. Het is een aardige stoet waarin we lopen. We krijgen de indruk dat het vooral veel Spanjaarden zijn die deze tocht lopen.

We lopen door landelijk gebied en passeren vele hórreo’s. Het lijkt wel of de hórreo’s steeds langer worden naarmate we meer westwaarts lopen.

We zien veel huizen met een overkapping van druivenranken. Bij een cafeetje zien we zelfs een overkapping van kiwi’s!

Na een paar uur wandelen merk ik dat ik op m’n linkerhiel een nieuwe blaar mag verwelkomen. Gelukkig heb ik Compeed bij de hand, dus we kunnen verder. Mysterieus hoe na weken probleemloos lopen er toch weer een blaar kan ontstaan…

We lopen over talrijke bospaden en het gaat veel op en af. We zien ook geblakerd bos en dan valt op hoe sterk de varens en de eucalyptusbomen zijn. Je denkt dat de zwartgeblakerde bomen dood zijn, maar toch vormen er zich nieuwe takken met jong, lichtgekleurd blad.

We steken de Rio Tambre over via een prachtige stenen brug, de Ponte Maceira. Alsof je met een tijdmachine terug naar de Middeleeuwen bent gebracht.

Het is heerlijk wandelweer, dus de 23 km voor vandaag zijn vlot volbracht. 

We slapen in albergue San José, de albergue van de vader van de muzikant die we afgelopen zondag ontmoet hebben. 

Het is een heel verzorgde herberg. Ruim van opzet en met een grote tuin. Er is ook een nette keuken aanwezig. En voor het eerst sinds lange tijd kan ik er een lekkere grote mok thee groen-jasmijn zetten. Mijn meegenomen theezakjes van thuis zijn nog steeds niet op:). In de tuin, in het zonnetje, met een stukje chocolade erbij. Paradijselijk…

We kunnen ons wasje in de zonnige tuin ophangen. Met het windje erbij is het zo droog. Leo had in Santiago naar de kapper willen gaan, maar vanwege de 2 achtereenvolgende feestdagen waren alle kappers gesloten. Gelukkig vindt hij er hier in Negreira eentje.

We hebben weer eens zin in paëlla. Het is een eindje lopen, maar we vinden een restaurant die dat klaar kan maken. Het is een goede paëlla. Lekker veel met de handen moeten werken om de langoustines en de garnalen te openen. Het blijft een gevuilak, maar zo lekker!

Het is al donker voor we terugkeren naar albergue San José. Daar aangekomen zit vader achter de receptie. We vertellen hem dat we dankzij zijn zoon hier zijn. Vol trots laat hij via YouTube zien hoe muzikaal zijn zoon Dany en ook zijn andere zoon Diego, zijn. Hij blijft maar filmpjes afspelen en zo wordt het een latertje voordat we ons stapelbed op de slaapzaal opzoeken…

Zaterdag 18 augustus

Vandaag gaan we naar Oveiroa, 34,4 km verderop. We vertrekken met een temperatuur van 15 graden, maar die loopt al snel op. We lopen Negreira uit, een plaatsje waar een paar mooie beelden staan.

De zon schijnt volop en het is veel klimmen en dalen vandaag: 725 m op en 600 m af. De natuur op de glooiende heuvels om ons heen is prachtig. Veel groen en de paden zijn breed. Vaak net te breed om in de schaduw te kunnen lopen. Bij elk waterpunt tappen we water. Het zal rond de 30 graden zijn en er valt haast niet tegenop te drinken.

We hebben brood en beleg bij ons, want we komen nauwelijks iets tegen waar we zouden kunnen eten. Op een grasveld met schaduw planten we onszelf neer. Maar de zon draait zo hard, dat we al na een kwartier mee moeten bewegen om in de schaduw te kunnen blijven zitten.
Regelmatig lopen we over asfalt. Dat schiet lekker op, maar het vreet ook energie. Waarschijnlijk ook omdat dit gewoonweg saaier lopen is. 

Vlak voor Olveiroa zien we voor een grote villa nog een bijzonder beeld van Sint Jacobus op een toegangshek. Zeker een van de mooiere die we gezien hebben. 

Flink moe bereiken we rond 17:30 uur het pension voor vanavond. Wat een zware, lange etappe was dit!

Gelukkig hebben we een fijne kamer met een haast even grote badkamer voor ons tweetjes, dus dan is het leed al snel vergeten. Naast een pension is er ook een albergue en een restaurant op hetzelfde terrein, dus dat is zeker op zo’n zware dag als deze, erg aangenaam. Na een goed dagmenu kunnen we deze keer snel ons bed opzoeken voor een welverdiende nachtrust!