100 Dagen van huis

Zaterdag 30 juni

Leo had zich graag nog een weekje willen laten vertroetelen door mevrouw Bouillon, “comme le soupe”. Maar de camino roept.

Bij het opstaan zie je al dat het heel warm gaat worden vandaag. Gisteravond is de regen nog met bakken uit de hemel komen vallen en heeft het flink geonweerd en daarmee de lucht afgekoeld. Maar bij vertrek is de temperatuur al weer flink opgeschroefd. Nadat we langs de bijzondere kerk van Ordiarp gelopen zijn beginnen we aan een flinke klim. Eerst modderen we wat aan door de modder, met dank aan de grote hoeveelheid regen die vannacht gevallen is. Daarna gaat het terrein over in gras en grind. We gaan zo’n 600 m stijgen vandaag. En warm dat het is! 

We lopen precies aan de warmste zijde van de berg, de berg op. Voor ons beiden geldt dat we niet eerder zo’n kwaad loopuur hebben meegemaakt als tussen 11 en 12 uur vandaag. Klimmen in de snoeihete zon zonder een zuchtje wind. Op ons shirt is geen droog plekje meer te ontdekken. Het zweet loopt in straaltjes van ons af. Er valt niet tegenop te drinken. 

Het is mede zo zwaar omdat we niet stil kunnen staan. Zodra je stilstaat vinden de steekvliegen je. Die lusten wel zo’n warm, zout stukje mensenhuid. De uitzichten op het berglandschap zijn daarentegen geweldig. Dat geeft de energie om door te gaan.

Het afdalen gaat gelukkig door een schaduwrijk bos, zonder al teveel insecten. Hier op een omgevallen boomstam lunchen we met het gisteren gekochte notenbrood van de Lidl. Smaakt erg lekker.

Vanuit het bos gaan we verder over hoofdzakelijk asfaltwegen, zonder schaduw, pal in de felle zon. Wat kost dit een energie! We lopen totaan de kerk van Saint-Just-Ibarre. Voor de kerkdeur is een schaduwrijk portaal. Daar gaan we op de koele tegels op de grond zitten, blij dat we niet verder gaan. We worden we met de auto opgehaald door Michèle van de chambres d’hotes waar we vanavond verblijven. Een adres, een eindje buiten de route. Michèle woont ook al in zo’n prachtig onderhouden wit huis met rode luiken. Op een heuvel met schitterende vergezichten. Ze kookt niet voor ons, maar brengt ons wel naar een restaurant. Fijn, zo’n taxiservice! Weer een superfijn adres!

Zondag 01 juli

En dan is daar dag 100 van onze tocht aangebroken! Al 100 dagen onderweg… In (bijna) 100 verschillende bedden geslapen, aan (bijna) 100 verschillende tafels gegeten…

Vandaag komen we aan in Saint-Jean-Pied-de-Port, voor de meeste pelgrims dé startplaats van hun Spaanse camino.

Na een perfect verzorgd ontbijt met eigengemaakte jammetjes en heerlijke cake zet Michèle ons af bij de kerk. 

We mogen meteen aan een pittige klim beginnen. Het is al vanaf de start bloedheet. Maar het klimmen naar de Col de Gamia gaat ons verrassend goed af. 

Ja, de straaltjes zweet voelen we overal lopen, maar dat kan niet anders met deze temperatuur. We worden weer omringd door prachtige groene bergen waar vogels met een reusachtige spanwijdte boven cirkelen. Dit zijn de laatste meters op de GR78. Vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port start de Camino Frances, de meest gelopen route naar Santiago de Compostela.

We arriveren rond 14 u in Donibane Garazi, dat is de Baskische naam van Saint-Jean-Pied-de-Port. Op alle straatnaam- en informatiebordjes staan ook de Baskische vertalingen vermeld. Een heel bijzondere taal, met veelvuldig gebruik van de letters ‘Z’ en ‘X’. De woorden zijn vaak van een enorme lengte en voor ons moeilijk uitspreekbaar.

Door de pelgrimspoort komen we het plaatsje binnen. En ineens zijn we niet meer de enige pelgrims! Overal om ons heen mensen met wandelschoenen en grote rugzakken. We hebben niets gereserveerd voor vanavond en gaan eerst naar het pelgrimsbureau. Stempel halen en vragen waar we kunnen overnachten. We willen graag een adres met halfpension. We krijgen 2 opties. De 1e (gerund door een stel dat elkaar 2 jaar geleden op de Camino heeft ontmoet) zit helaas vol. De 2e optie heeft plaats, zij het op de overloop van de 2e verdieping, waar 2 bedden staan. 

We hebben geen zin om nog verder te zoeken en gaan akkoord. We douchen, doen ons wasje en kuieren het stadje in. Goed toeristisch met veel winkeltjes vol snuisterijen. Voor ons uiteraard alleen kijken, kijken, niet kopen. We willen geen extra gewicht in de rugzak.

Samen met 8 andere pelgrims gebruiken we het diner. Twee jonge knullen (USA-Florida en Denemarken) en 6 Fransen. We hebben vooral contact met de 2 sympathieke jongens die elkaar bij het busstation voor het eerst getroffen hebben en morgen samen starten op de Camino Frances.

Onder het eten barst er weer een bui los! Eerst regen, daarna overgaand in hagel. Het koelt in ieder geval lekker af. Leo sprint als een haas naar de waslijn. Gelukkig weet hij de was droog binnen te halen!

Au revoir la France

Maandag 02 juli

De wekker staat op 05:45 u. Het voordeel van slapen op de overloop is dat je als eerste ‘s morgens in de badkamer bent. En zo staan we al om 06:15 u gepakt en gezakt voor de eetzaal om te gaan ontbijten. Om 7 uur moet iedereen de gite verlaten hebben.

Terwijl alle pelgrims door de porte d’ Espagne lopen om de Camino Frances op te pakken, gaan wij als enigen (voorzover wij kunnen zien) de andere kant op. Wij lopen nog een paar dagen door het Franse land voordat we Spanje binnen zullen gaan voor de Camino del Norte.

Heerlijk om zo vroeg al te starten met lopen. We hebben alletwee prima geslapen en zitten vol energie voor een nieuwe wandeldag. De voeten voelen goed. Wat een feestje is het vandaag weer. Om 10 uur zitten we al op de helft van de kilometers voor vandaag.

De ondergrond is makkelijk, veelal asfalt. We gaan over 2 cols heen, maar die zijn goed te doen. Dat komt ook door het aangename koele briesje, dat we regelmatig in ons gezicht voelen. Dan is de warmte van de zon goed te verdragen.
We lijken vandaag weer alleen op de wereld te zijn. Een prachtige wereld met al die optrekkende mist.

Sinds lange tijd zien we weer wijngaarden. Ze liggen zodanig op de helling dat het machinaal onderhouden ervan nauwelijks mogelijk is.

Wanneer we van de laatste col naar beneden lopen, stroomt er watertje met ons mee, de berg af. We hebben enorm warme voeten, dus zodra we een bereikbaar plekje zien, gaan we met onze (blanke) voeten het water in. Ook de bidon kan mooi afkoelen tussen de stenen waar het steenkoude water langs stroomt. Een ideale lunchplek.
Als we het plekje verlaten kan Leo het niet nalaten om zijn signatuur achter te laten in de vorm van een steenmannetje.

Het plaatsje Bidarray, de eindetappe voor vandaag, is erg uitgestrekt, waardoor het lijkt alsof er rond de kerk haast niemand woont. Er is een restaurant, een klein supermarktje (gesloten op maandag), een gemeentehuis en een gite, én een “fronton” (= kaatsmuur) voor het spel Pelote Basque. Een balspel dat net bezig is tussen 2 teams van jeugdige spelertjes op het moment dat wij ‘s avonds op weg zijn naar het restaurant.

In de onbemande gite kunnen we niet eten, maar slapen we alleen. Er overnachten meerdere personen in de gite of in een tentje op het grasveld van de gite. Toevallig allemaal tussen de 20 en 30 jaar en bezig met een stuk van de GR10, een pittig wandelpad door de Pyreneeën van de Middellandse Zee tot de Atlantische Oceaan. Wij, ouwetjes, zijn de enige Caminogangers.

Ik ga niet met honger naar het restaurant, want ik heb eten gekregen van een Spaans stel met wie ik in gesprek was. Ze boden me couscous aan met gewelde vruchten. Ik zei tot 3x toe “no, gracias”, maar ze schepten toch een kommetje voor me vol. Lief bedoeld van hen.
Na ons restaurantbezoek gaan we ons alvast eens oriënteren op onze Spaanse camino. Er is zowaar wifi in de gite, en nog eens snel internet ook.

En dan gaat de klok rap naar 23 uur, hoogste tijd om te gaan slapen!

Dinsdag 03 juli

We hadden vanmorgen wel weer zo vroeg op willen staan als gisteren, maar het kleine supermarktje opent pas rond 9 uur haar deuren. En aangezien we vandaag geen winkel meer tegen zullen komen, willen we hier op wachten.

Een flink benauwde dag met een hoge luchtvochtigheid. Het is een fijn parcours, slinger-de-slang door het groene heuvellandschap. Een bochtje naar links, een bochtje naar rechts, een beetje omhoog, een beetje omlaag.

We vinden een prachtig lunchplekje bij de ‘Pas de Roland’ (in het Baskisch: Atekagaitz). De legende vertelt dat de doorgang in de rots gemaakt zou zijn door Roland, de neef van Karel de Grote. Hij zou dat met het puntje van zijn zwaard hebben gedaan, genaamd Durandal, in oorlog met de Basken.

Onze lunchtijd is wat vroeg, maar het is goed dat we hier weer flink wat energie tot ons genomen hebben. Er volgt namelijk een pittige klim in de zon, die inmiddels de bewolking heeft weten weg te branden. Op de top hebben we een prachtig vergezicht over de dalen onder ons.
Zo steil als we stegen, nog steiler is het wanneer we dalen. Je krijgt er haast kramp in je tenen van.

We komen verhit aan in Espelette, onze eindbestemming. 

We logeren bij de 74-jarige Andy Le Sauce, die specifiek pelgrims onderdak biedt. Meneer Le Sauce heeft maar liefst 14x een wereldrecord diepzeeduiken op z’n naam gehad. Deze records heeft hij midden in de jaren 90 gehaald in de zee van La Réunion, een eiland en Frans overzees departement in Afrika ten oosten van Madagaskar en ten westen van Mauritius. Hij is nog steeds zo gefascineerd door de blauwe zee, dat hij al enkele jaren schilderijen maakt met als hoofdthema ‘blauw’. Beslist niet onaardig! De benedenverdieping van zijn huis fungeert als galerie.

Deze meneer zal vast een doos voor ons hebben, en ja, dat heeft ie, met tape. We gaan namelijk onze slaapzakken, donsjasjes en thermoshirt terugsturen naar huis. Die verwachten we echt niet meer nodig te hebben.

Op het postkantoor krijgen we van de mevrouw achter de balie enkele ansichtkaarten mee van de Tour de France. We snappen dit niet zo goed, maar bij nadere bestudering blijkt Espelette op 28 juli een aankomstplaats in de Tour te zijn (individuele tijdrit van 31 km). Espelette lijkt er al helemaal klaar voor te zijn. Op elk winkeltje tref je een ludieke raamtekening aan in het kader van de Tour de France.

Espelette is sowieso een gezellig dorp met weer die typische witte huizen met steenrode elementen. En bij vele huizen hangen er rode pepers aan de muren te drogen, want dit plaatsje staat bekend om het kweken van ‘piment’, het poeder van een speciale kleine peper. Het verhaal gaat dat Columbus het plantje meenam uit Mexico, maar dat het nergens kon gedijen, behalve dan in de streek Aquitane, waar Espelette ligt.

Meneer Le Sauce biedt onderdak inclusief ontbijt. Het avondeten moet buitenshuis gebeuren. We hebben zin in pizza. Er is een pizzeria, maar deze heeft geen fijne zitplaatsen. Een hoge statafel met normale stoelen eromheen. M’n neus steekt net boven tafel uit. Daar wil ik niet van eten. De pizzabakker reageert nonchalant op mijn vraag of hij een lagere tafel heeft. Zijn onverschilligheid doet ons vertrekken. Het is graag of niet. En zo komen we terecht bij het restaurant van het plaatselijke hotel. En daar eten we toch lekker! Met dank aan de pizzabakker!

Woensdag 04 juli

Met een lichtere rugzak verlaten we Espelette. En ondanks dat voelt Leo zich niet happy vanmorgen. Na 15 minuten klimmen zijn onze shirts al weer doorweekt. Leo heeft er last van dat hij zich plakkerig en niet schoon voelt. Ook die rugzakken van ons hebben een behoorlijk onaangenaam luchtje inmiddels. Zoveel liter zweet en regenwater dat er al door die schouderbanden en over het rugpand is gelopen in meer dan 3 maanden tijd! Bovendien lopen we ook weer met onze was aan de buitenkant van de rugzak. Deze is niet droog geworden tijdens onze overnachting. Tja, en ook aan die handwasjes zit een grens, zeker als je het net niet 100% droog krijgt. Dat neemt een luchtje aan…

En ondanks dat ik naast hem loop, is hij slecht bereikbaar voor me. Ik laat ‘m maar even; ook dat is onderdeel van de camino…

Wederom is de tocht vandaag schitterend. De vale gieren zweven duidelijk zichtbaar boven ons. Wat imposant!

In de bermen zien we bloeiende paarse hei. Een mooie kleurcombinatie met al dat groen.

Op de top van onze laatste beklimming vandaag, krijgen we een prachtig zicht over het laatste stuk Frankrijk met daarachter de Atlantische Oceaan! Wow, de zee gaat nu echt dichterbij komen…

We dalen af over een prachtig breed pad. Langs de berghelling liggen verspreid kleinschalige varkenshokken. Een heel contrast met de varkensflats in Nederland!

De afdaling brengt ons tot in Ascain, de laatste Franse overnachtingsplaats. In Ascain is geen pelgrimsgite. We weten nog niet waar we slapen, dus brengen we eerst weer een bezoekje aan de VVV. De jongedame weet 1 relatief goedkope chambres d’hotes. We lopen er naar toe en kloppen aan. Helaas… niemand doet open. Dan maar even een telefoontje er naar toe. Tot 2x toe het antwoordapparaat aan de andere kant van de lijn. Hmm, we kijken naar alternatieven, maar deze zijn beduidend duurder. We besluiten op het bankje voor het huis te blijven wachten. Het is nog maar 15 uur en wellicht is het nog siëstatijd. En terwijl Leo naar de supermarkt is om iets te drinken te kopen, bemerk ik activiteit achter de luiken. Ik heb contact! We zijn van harte welkom. Leo is er nog niet, dus de mevrouw des huizes biedt aan om zijn rugzak met stokken en pet alvast mee te nemen naar de kamer. Ik pak de drijfnatte pet van haar over. “Ah, die moet nog drogen?” vraagt de mevrouw. “Nou, die moet eerst gewassen worden…”. En prompt biedt mevrouw aan om onze spullen te wassen en te drogen. We hoeven het alleen maar in een teil te verzamelen en aan haar af te geven. Wat attent! Voor ons een hele zorg minder!
Intussen is het buiten flink donker geworden en nog geen enkele minuten later barst er een hele lange regenbui los. Op tijd binnen!

Het is een fijne chambres d’hotes. Behoorlijk gedateerd, maar royaal. Het komt nog uit de periode dat er op elke kamer standaard een asbak staat. Tot op de dag van vandaag is er niets veranderd…

Nadat we lekker gedoucht zijn lopen we nog het plaatsje in voor Leo’s kappersbezoek (het is weer exact 3 weken geleden) en de lunchinkopen voor morgen.

Dan gaan we nog lekker een uurtje op bed liggen, onder het genot van de alsmaar vallende regen. Om 19 uur terug naar het plaatsje waar we nu wel pizza gaan eten, aan een passend tafeltje;)!

Hola España

Donderdag 05 juli

Een keurig stapeltje wasgoed ligt voor ons klaar als we beneden komen om te ontbijten.

De hele nacht heeft het geregend en dat is nog niet gestopt. De animo om snel te vertrekken is daarom niet zo groot. Toch maar weer het hele regenpak aan en vertrekken! 

Leo rolt zijn regenhoes uit om over de rugzak te doen en wat komt hij tegen? Het Christoffel-plaatje uit zijn medaillon dat hij dacht verloren te hebben! Deze heeft toch de hele tijd meegereisd, zonder dat we het wisten. Dit voelt weer beschermd! De speldjes, sleutelhangers en schelpen reizen al bijna 2.200 km aan de buitenkant van de rugzak met ons mee.

We lopen vandaag de laatste kilometers door Frankrijk. We hebben nog nooit zoveel door de regen gelopen als de afgelopen maanden in Frankrijk. Deze bui vormt een passend afscheid!
Gelukkig klaart de lucht op na een dik uur. In Urrugne bezoeken we de kerk, waar we de toepasselijke tekst aantreffen: “Je suis avec vous tous les jours jusqu’a la fin du monde”. Onze finale bestemming is Finisterre, afgeleid van het Latijnse Finis Terrae, het einde van de wereld.

Het is een mooie wandelweg, die zich vooral vandaag kenmerkt door kleurrijke, volbloeiende hortensia’s. Roze, paars, blauw en alle teinten daartussen.

Over een graspad dalen we af naar Irun. We komen de bocht om, en daar zien we… de Atlantische Oceaan! Vlak voor Irun verruilen we Frankrijk via de brug St. Jacques voor Spanje!

De weg wordt heel duidelijk aangegeven met gele pijlen die overal op gekalkt zijn en schildjes op het asfalt.
En meteen is het een hele andere sfeer. Van het verzorgde Frans Baskenland naar het rommelig aandoende Spaans Baskenland. Spaanse kentekens op de auto’s en overal Spaans geratel om ons heen.

Om 15 uur staan we voor de gesloten deur van het pelgrimshostel. Om 16 uur gaan ze open. Ze hebben 50 bedden. Je kunt geen slaapplaats reserveren. Het is op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt. Er werken alleen vrijwilligers en je geeft een bedrag wat je het waard vindt (donativo).

Nog voor half 4 gaat de deur open. We hebben geluk, we krijgen een kamer voor ons tweetjes toegewezen, met een stapelbed en goed wat ruimte om de rugzak te stallen. We douchen met koud water, doen ons wasje met koud water en gaan Irun nog even in. We vinden er beiden niets aan, dus terug naar het hostel. De lucht wordt weer donkerder en donkerder en ja hoor, 400 meter voordat we er zijn valt me weer een bui. Gelukkig mogen we bij een interieurzaak binnen staan om de bui af te wachten.

Het hostel heeft een speciale prijsafspraak met een restaurant in de buurt. En zo eten we voor € 8,50 een driegangenmenu mét een glas wijn. We krijgen het pas om 20:30 u geserveerd. Poeh, dat is wel een erg lange overbrugging vanaf de lunch (rond 13 uur). Dat zullen we in Spanje waarschijnlijk nog wel vaker mee gaan maken!

Vrijdag 06 juli

Geen wekker nodig vandaag. Het gestommel op de gang in alle vroegte maakt het zetten van een wekker overbodig.

Het is lekker koel bij vertrek. Bij een bakker scoren we een ontbijtje, mét vers geperst sinaasappelsap (zumo de aranja). Hier kopen we ook meteen het brood voor de lunch.

We starten met een fikse klim naar een kerkje op een heuveltop. Tijdens onze tocht gisteren zagen we deze in de verte al hoog liggen. En nu sta je er, om 9 uur ‘s ochtends. Het blijft een machtige ervaring hoe je al lopende alles weet te bereiken. Ain’ t no mountain high enough…

Daarna blijven we op hoogte en gaan we via de flank van een berg door de bossen richting San Sebastian (Donostia in het Baskisch). Een lang stuk van zo’n 12 kilometer met een keienondergrond, waarbij het goed uitkijken is waar je je voeten zet. Door de bomen heen hebben we een inkijkje op de kustlijn van Irun en iets verderop Hendaye.

We zijn nu begonnen aan de Camino del Norte. Deze weg leidt ons via de kust naar Santiago de Compostela. Een weg met veel sterk stijgen en dalen én veel uitzicht op zee! Hij staat bekend als een zware tocht en wordt daarom minder belopen dan de Camino Frances. Maar voor ons is het ten opzichte van de afgelopen “druk”. We halen wandelaars in en worden ingehaald.

Na het rotsachtige bergpad dalen we af naar een baai. Wat een geweldig uitzicht hebben we vanaf boven! We lopen naar beneden en treffen een walhalla aan bankjes aan, die uitkijken op het water. Toevallig is het voor ons net lunchtijd, dus dat treft.

We moeten de baai oversteken en dat doen we met een pontje. Binnen enkele minuten staan we aan de overkant.

Via een lange stenen trap gaan we weer naar boven. Wat een uitzicht! We kunnen er geen genoeg van krijgen! De zon schijnt inmiddels en allle nevel is  nagenoeg verdwenen. Wandelend over de bergrand houden we constant de zee in ons zicht. Geweldig!

Vanaf grote hoogte zien we beneden ons San Sebastian liggen. Wat een stad, zo groot! San Sebastian heeft 3 stranden, waarvan 1 strand met hoge golven, ideaal voor surfers.

We logeren in een tijdelijke pelgrimsopvang, een school. Deze opvang is er alleen in de maanden juli en augustus, wanneer de school ongebruikt is. Er staan een stuk of 35 stapelbedden in de gymzaal en er staan nog wat luchtbedden aan de kant voor de laatkomers. Ook dit is allemaal vrijwilligerswerk op donativobasis.

Twee mannen op hoge leeftijd zitten aan een tafeltje in de hal uiterst consciëntieus het inschrijfwerk te verrichten. Geen woord komt over hun lippen, geen lachje kan eraf. Je laat je credencial en paspoort zien en zij schrijven met sierlijke letters alles over in hun register. Dit kost ruim 5 minuten per persoon. Er zijn zo’n 7 mensen voor ons, dus dat is een half uurtje staan wachten. Voor mij vermoeiender dan lopen…
Vanwege onze leeftijd (!) krijgen wij een benedenbed toegewezen. We krijgen aardige Spaanse mannen als bovenburen. Ze liggen vrij stil en maken geen lawaai, dus perfecte slaapmaten.

De school ligt werkelijk op een toplocatie in San Sebastian, bijna aan het surfstrand. Na een heerlijke warme douche wandelen we over de boulevard de stad in. Het is er gezellig druk. Opvallend is dat de Spanjaarden veel aandacht hebben voor hun uiterlijk. Er is geen Spaanse vrouw die zonder felrode lippenstift rondloopt. Nageltjes gelakt en haren perfect gekapt. En dan komt het moment waar ik al langere tijd naar uitkijk… paëlla eten! Heerlijk!

We zorgen dat we op tijd terug zijn, want om stipt om 22 uur gaat het licht uit!

Nieuwe gewoontes 

Zaterdag 07 juli

Om 05:45 uur loopt de eerste wekker af, het geluid van fluitende vogeltjes. En die vogeltjes blijven maar fluiten, want de telefoon is van iemand die aan de andere kant van de gymzaal in een bovenbed ligt…

Iedereen staat zo ongeveer op dezelfde tijd op. De één is vlug weg, de ander heeft wat meer tijd nodig. Wij behoren tot de laatste categorie.

De nacht is opvallend rustig verlopen en we hebben goed geslapen.

Als we buiten komen zien we twee regenbogen vanuit de stad in de zee ondergaan. Wat een “goede morgen”! Over de boulevard lopen we de regen tegemoet. De regen houdt gelukkig maar een uurtje aan. Dat is lekker verfrissend voor de temperatuur. De joggers over de boulevard lijken zich er niets van aan te trekken, en dat zijn me er veel!

We ontbijten bij een bakkertje en klimmen daarna hoog boven San Sebastian uit. Vandaag weer veel uitzicht op die prachtige zee. Op de pauzemomenten zien we veel medepelgrims van de afgelopen nacht terug. Italianen, Spanjaarden, Amerikanen, een Deense, een Litouwense. Veel hoog opgeleide jongeren tussen de 20 en 30 jaar. Velen spreken ontzettend goed Engels. Van de een op de andere dag spreek ik geen Frans woord meer, dat is even wennen!
De temperatuur is heerlijk en het lopen gaat voorspoedig. De volgende mijlpaal dient zich weer aan: 2.200 km bereikt!

Halverwege de middag komen we als één van de eersten aan bij de school voor de Hoge Kunsten in Zarautz. 

Hier bestiert slechts één vrijwilliger (ex-pelgrim) het tijdelijke pelgrimsonderkomen. Ook hier weer donativo + een glimlach! Daar doet ie voor! We krijgen een stapelbed in de hoek. Op basis van m’n leeftijd mag ik ook kiezen voor een onderbed, maar ik ga voor een bovenbed met Leo onder me. Net als gisteren was je je kleding met koud water én er is een centrifuge! Hiermee slinger je je was al een heel eind droog. Wat een uitkomst! Nog even het zonnetje erop en klaar!

Zarautz is een badplaats en het is er druk met toeristen, vooral Spaanse toeristen.

We eten aan de boulevard in één van de vele strandtentjes een menu. Goh, ook dit is wennen in vergelijking met Frankrijk. Ik denk dat we nu nog niet de helft krijgen ten opzichte van de overvloedige en lekker bereide Franse maaltijden. En waar ze in Frankrijk goed met crème en olie strooiden is het nu allemaal maar magertjes. Het kost hier dan niet veel, de kwaliteit en kwantiteit is er dan ook naar. En het groentequotum gaan we hier niet halen. We zullen er zelf voor moeten zorgen dat we via fruit aan onze vitaminen komen.

Nadat we bij de ober, die duidelijk zijn werk niet leuk vindt, hebben afgerekend, keren we “huiswaarts”. Voor ons is het bedtijd, eerder dan voor de meeste Spaanse kleutertjes…

Zondag 08 juli

Terwijl wij uitgerust aan een nieuwe dag beginnen en over de boulevard onze weg vervolgen zien we dat voor de Spaanse tieners de nacht er nog niet op zit. Ze hangen in grote groepen luidruchtig rond met aangesproken flessen alcohol. Wat een rotzooi zie je dan liggen op zo’n boulevard. De vuilnismannen hebben er hun handjes vol aan.

Via een wandelpad naast de weg volgen we de kustlijn naar het eerstvolgende plaatsje waar we eerst bij een bakkertje gaan ontbijten. 

Het licht van de opkomende zon geeft een warme gloed op het landschap. Op het terras bij de bakker raken we in gesprek met een dorpeling. “Impossible” is zijn reactie op ons verhaal dat wij uit Nederland zijn komen wandelen. Hij vertelt het aan elke klant die het winkeltje binnenkomt. Althans, dat vermoeden wij aan het feit dat het woord “Ollanda” veelvuldig wordt genoemd. De bakkersvrouw komt zelfs nog even naar ons toe om te vertellen hoe “bonita” ze Nederland vindt.

Veelvuldig hebben we uitzicht op de zee. Wat een genot! Onze eerste pauze is in het havenplaatsje Zumaia, waar we tegen de grote boot “Norwegian Gannet” aankijken. Een boot die hier is gebouwd en die in de Noorse wateren zalm gaat vangen, dat vervolgens op de boot consumptieklaar verwerkt wordt en via de Deense markt zal worden afgezet. Een uniek concept, te water gelaten in mei 2018.

Het is vandaag weer veel klimmen en dalen. 

En het gaat in tegenstelling tot gisteren bij mij niet lekker aan m’n voeten. Tijdens de lunchpauze check ik m’n hielen en wat ik vreesde is werkelijkheid: ik heb nu op m’n linkerhiel een flinke blaar gelopen. Is die aan m’n rechterhiel net aan het genezen, begint de volgende. Het parcours is lastig, veel stijgende keienondergrond en af en toe flinke blubber.

Met veel pijn kom ik aan in Deba. Hier slapen we in een stationsgebouw. Net als bij de Spoorzone in Tilburg is de oorspronkelijke functie aangepast en is er in 2014 een pelgrimsonderkomen van gemaakt. Fantastisch! En dat voor een bedrag van € 5 p.p. Ook nu krijgen we weer een fijn stapelbed in een hoekje toegewezen, nr 41 en 42 van de in totaal 56 bedden. Niet veel later wordt er op de deur geplakt dat het onderkomen vol zit. Op de deur kloppende pelgrims kunnen dan op zoek naar een ander onderkomen…

Het restaurantje tegenover het onderkomen speelt slim in op deze potentiële klantengroep en biedt een goedkoop pelgrimsmenu aan. Tja, ook hier geldt “alle waar naar zijn geld”…

De vrijwilligster van het onderkomen spreekt goed Engels en ik vraag haar of ze voor morgen voor ons wil reserveren in de etappeplaats Markina. Dat doet ze heel graag voor ons. We zijn er blij mee, want als ik aanhoor hoe zo’n gesprek in het ratelend Spaans verloopt… Ik versta er weinig van. Heerlijk, voor morgen een kamer voor ons tweetjes in een ‘hostel privado’.

Maandag 09 juli

Vandaag een pittig dagje, bijna 28 km met ruim 1.100 m stijgen en dalen. Compeed op m’n linkerhiel en we gaan weer.

Nog een paar laatste blikken op zee en dan trekken we tijdelijk het binnenland in.

De hoogste top is 500 meter, een behoorlijke hoogte in deze omgeving. Het is rond lunchtijd als we de top bereiken. Daar is een heerlijk schaduwplekje en een heerlijk koel windje. Daar word je weer mens van. Het blijft daarna nog wat rondslingeren om de berg heen. Heel gaaf om daar te lopen. En het valt ons toe dat we op deze heldere en daardoor warme dag veel schaduw van het bos hebben. We krijgen op onze weg nog een kadootje: een huiseigenaar heeft voor z’n hek een tafeltje met gekoeld drinken, reepjes en appels. Daar maken we graag gebruik van! Dit geeft energie, zowel het gebaar van de mensen als hetgeen ze aanbieden.

Veel braamstruiken staan in bloei; een mooi zicht die kleine roze bloemetjes. De route staat perfect aangegeven met behulp van prachtig massief houten wegwijzers en natuurlijk de gele pijlen.

Het enige geluid dat we horen is dat van de bosbouwers. Er wordt veel gekapt. De gekapte stammen liggen netjes opgestapeld en dat geeft een heerlijke geur als je er langs komt.

We eindigen vandaag in Markina. Een lange dag, waarvan de laatste kilometer nog even een hele pittige is. Die gaat door de volle zon over het asfalt. Wat een hitte! In het begin van Markina staat een bijzondere kerk. Als je er binnentreedt staan er 3 reusachtige stenen. Over deze stenen is 3 eeuwen geleden een kerk gebouwd. Heel bijzonder!

We snorren eerst de supermarkt op voordat we ons melden bij ons hostel. We hebben een reservering, dus geen reden tot haast.

Het hostel is klein, maar onze kamer is royaal. Er zijn nog 3 anderen in het hostel. Dat is even een verademing ten opzichte van die grote slaapzalen van afgelopen dagen. Heerlijk, een opgemaakt bed en een luxe, schone badkamer mét handdoek. In het bijbehorende restaurant eten we een pelgrimsmenu. Daarna is het tijd om het lijf rust te geven. Het is hard nodig…

Warme wandeldagen 

Dinsdag 10 juli

De wekker staat op 6 uur. We hebben gisteren ons ontbijtinkopen gedaan, dus we kunnen in de keuken van het hostel nog ontbijten. Eindelijk weer eens een kop thee erbij. Dat is even geleden. Er is alleen een magnetron om iets klaar te maken. Hmm, het water kookt niet, maar ik krijg er net een kop thee van getrokken. Het wordt vandaag een warme dag, dus we willen goed veel vocht tot ons nemen.

Het lopen doet veel pijn bij mij aan m’n linkerhiel. Maar na een uur zijn m’n voeten zo warm dat de pijn minder voelbaar is. Leo’s voeten zijn gelukkig nog steeds in topvorm.

Over een Middeleeuws stenen pad bereiken we een groot klooster uit de 11e eeuw. De kerkdeur zit op slot, maar het terrein eromheen en de binnentuin is vrij toegankelijk. De gebouwen zijn prachtig gerestaureerd en staan op de werelderfgoedlijst. We pauzeren er even.

Er volgt een mooi stuk klimmen door het bos. We vinden er heerlijk verkoeling, want het is vandaag goed warm. Het afdalen is dit keer een makkie, want vele houten trappen leiden ons naar beneden. Hierin is goed geïnvesteerd. Onder de traptreden zien we veel leisteen en modder. Blij dat we daar niet overheen hoeven te glibberen!

Het is zo warm vandaag dat we onszelf op 2 km voor de overnachting trakteren bij een barretje. Dit voorbeeld wordt snel gevolgd door medepelgrims. En dan merk je hoe snel zo’n camino verbroedert. We zitten gezellig met z’n allen rond één tafel. We zijn toch maar niet al te lang blijven zitten, want des te moeilijker is het om weer verder te gaan.

In Guernica slapen we in een hostel met 70 bedden. We zitten nog bij de eerste 30 die zich melden. Wanneer de medewerker onze credencial met de vele stempels ziet, knipoogt hij en zorgt ervoor dat wij de enige ruimte met slechts 2 stapelbedden krijgen, met de opmerking “the finest room in the building”.

We doen ons ding, rusten wat en gaan dan de stad in om een restaurantje te zoeken. Het stadje is groot zat en heeft talloze barretjes, maar nergens lijken we een fatsoenlijk menu te kunnen eten. Tapas genoeg, maar wij willen pelgrimsvoedsel.

Uiteindelijk spreken we een Spaanse dame aan die ook Engels spreekt en zij leidt ons naar een prima restaurant waarvan ze weet dat daar vaker pelgrims eten.

Met goed veel honger schuiven we aan een tafeltje buiten aan. En ook deze serveerster lijkt weinig arbeidszin te hebben. Het servet en het bestek wordt vanaf een eindje op onze tafel geworpen. Daarentegen eten we er heerlijk: een goede salade, veel zwaardvis en een lekker stukje taart na. En ook bij het afrekenen weer diezelfde onverschilligheid. We krijgen te weinig in rekening gebracht. Het lijkt ze zo weinig te interesseren. Ik laat het er ook maar eens bij.

We zijn een heel eindje van ons hostel vandaan, dus moeten nog doorstappen om voor 22:30 uur binnen te zijn. Toch pakken we een klein ommetje om een replica van Picasso’s “Guernica” te bewonderen.

Het grote schilderwerk heeft Picasso gemaakt naar aanleiding van het bombardement op het dorp tijdens de Spaanse burgeroorlog in 1937. Hierbij werd het dorp in enkele uren tijd nagenoeg met de grond gelijk gemaakt, teneinde de Basken een lesje te leren. Guernica staat vanaf dat moment goed op de kaart. 

Het lukt ons om voor sluitingstijd binnen te zijn en de vriendelijke medewerker heeft ervoor gezorgd dat we de enigen in onze kamer zijn!

Woensdag 11 juli

We doorkruisen de stad Guernika met z’n vele bijzondere gebouwen, pakken nog een geocache mee en trekken verder het binnenland in.

Het is weer een warme dag, maar gelukkig komen we onderweg voldoende waterpunten tegen om onze bidons weer bij te vullen. De route vandaag is niet al te moeilijk, de maandenlange training werpt z’n vruchten af;).

Voor vandaag staat een etappe van 20 km voorgesteld en voor morgen een etappe naar Bilbao van slechts 10 km. We besluiten om na 16 km bij de pelgrimsherberg in het plaatsje Larrabetzu te stoppen voor vandaag. Leo is flink moe en wil wat uren slapen vanmiddag.

We zijn één van de eersten als de herberg om 14 u de deuren opent. We kunnen daardoor een mooi plekje in de hoek bij het raam kiezen. Bij de inschrijving weet de vrijwilligster niet hoe ze m’n meisjesnaam opgeschreven moet krijgen. Met een lach maakt ze me in het Spaans duidelijk dat deze extra inspanning voor haar voor mij een extra donatie voor de pot betekent. Dan vouwt ze m’n credencial open en ziet ze het indrukwekkende aantal stempels. Pardoes verandert haar houding en buigt ze uit respect als een knipmes voor ons. En elke keer als ik haar vanmiddag passeer, begint ze tegen de andere pelgrims opgewonden te vertellen dat die “Ollanda” helemaal te voet hier naar toe zijn komen lopen…

Leo rust op bed en ik ga in het kleine dorpje op het dorpspleintje in de schaduw van een boom lekker op een bankje zitten, bellen met het thuisfront.

Er is één restaurantje in het dorp, waar wij om 19:30 u denken te kunnen eten. Vergeet het maar…, het is uiteindelijk 21 u geweest voordat we iets op tafel krijgen. We slaan het toetje maar over, want om 22 u sluit de deur van de herberg.

Bilbao 

Donderdag 12 juli

Er is een waterkoker aanwezig! We starten op een kop thee en lopen daarna met onze regenjas aan naar een ontbijtcafeetje in het eerstvolgende plaatsje, zo’n 4 km verderop. We ontbijten met ieder 2 pintxos. Dit zijn kleine Spaanse hapjes, die op de toonbank staan uitgestald. Een stukje tortillataart en een klein broodje tonijn. Zeer smakelijk!

We ontbijten aan hetzelfde tafeltje met 2 jonge knullen, 1 uit Madrid en 1 uit London. Ze kennen elkaar van de universiteit in Sheffield. Zij lopen vandaag ook naar Bilbao en blijven daar 3 dagen. In Bilbao start vandaag 1 van Spanje’s bekendste muziekfestivals: BBK Live. Dit festival duurt tot en met zondag. Dit heeft als consequentie dat er in Bilbao geen bed meer te krijgen is. Wat zijn wij blij met onze pelgrimsstatus, dan zijn onze kansen op een overnachting in pelgrimshostels in een keer veel groter.

Voordat wij Bilbao binnen komen mogen we nog 1 heuvel van ruim 350 m over.

Rond half 12 zijn we er. Dé trekpleister van Bilbao is het Guggenheim museum. Wij blijven een extra dagje in Bilbao om morgen dit museum te bezoeken. Dichtbij het museum zit een commercieel hostel. Een bed zou er € 18 kosten. Als we ons melden is er nog plaats op een slaapzaal met 14 bedden. Alleen kost één bed nu € 45! Hoezo marktwerking…
Om € 90 te betalen voor een stapelbed op een grote slaapzaal gaat ons te ver. We kiezen toch maar voor een pelgrimsopvang waar alleen pelgrims toegang krijgen op basis van hun credencial, maar wel een paar kilometer van het Guggenheim museum vandaan. Het gaat om 15 u open. Wij zitten al vanaf 13:30 u voor de deur, als eersten. In de winter wordt het gebouw gebruikt als opvang voor dak- en thuislozen. De buurt leent zich hier ook goed voor…

Na het douchen en wassen lopen we op onze slippers Bilbao in, verlaat lunchen met pintxos. We vinden een hele leuke tentje met lekkere vishapjes. Ondertussen lezen we ons in over het Guggenheim museum, een architectonisch hoogstandje van wereldformaat. We besluiten alvast een kijkje te nemen naar de buitenkant. We bewonderen niet alleen het gebouw in al haar vormen, maar ook een met bloemen versierde ‘Puppy’ (Jeff Koons) en ‘Maman’ (Louise Bourgeois), een reuzenspin. Allemaal heel indrukwekkend en de verwachtingen voor morgen zijn hierdoor alleen maar groter geworden!

In een Italiaans restaurantje eten we een lekker bord pasta. Heerlijk! Bij het afrekenen geeft het pinapparaat een foutmelding. Als wij onze bankapp raadplegen zien we wel de afschrijving staan. Wij geven dit aan bij de serveerster die er een foto van maakt. Achteraf blijkt er net een storing in het Europese betalingsverkeer geweest te zijn. De volgende dag heeft de bank een correctieboeking uitgevoerd. Dat lijkt dus op een gratis maaltijd…

Vrijdag 13 juli

Het duurde even voordat we de slaap konden vatten. Er zijn regels over wanneer het licht uitgaat en wanneer het stil moet zijn en die worden goed opgevolgd. Maar er zijn geen regels voor smartphonegebruik in bed. Wij lagen in de buurt van een Spaanse die nog een uur zat te swipen op haar telefoon, met haar schermintensiteit op maximumniveau. Het leek wel een schijnwerper…

Wij hebben niet zo’n haast om het pand te verlaten, want het Guggenheim museum gaat pas om 10 uur open. Iedereen moet om 8 uur weg zijn, dus ook wij lopen op dit tijdstip al weer buiten, onder een strakblauwe hemel. We hebben een ontbijt gekregen, maar het was erg karig. We besluiten om met uitzicht op het Guggenheim museum te ontbijten bij een café met een mooi terras. Een gevoel van intens geluk overvalt me als we daar zitten.

Om 10 uur zijn we binnen in het museum. Niemand voor ons bij de kaartverkoop. Onze rugzakken gaan bij de garderobe onder de scanner en kunnen we er stallen. Ideaal.

Het museum is om 2 redenen interessant, om haar fantastische architectonische vormgeving en om haar collectie moderne kunst. Wij kwamen vooral voor het gebouw, al hebben we ook zeker genoten van enkele onderdelen van de kunstcollectie. Je mag er geen foto’s maken, maar er zijn er weinigen die zich daar aan houden. En dat is ook bijna niet te handhaven door de suppoosten. We zijn ieder een keer op de vingers getikt.

Rond half 2 houden we het voor gezien, pakken onze rugzak weer op en lopen naar een albergue aan de andere kant van de stad. Deze ligt op een berg, waar ook het BBK Live festival gehouden wordt. We bereiken de albergue met een trap, de langste trap die we tot op heden hebben beklommen!

De albergue is groot. Er zijn meerdere slaapzalen. Nadat we ingecheckt en gedoucht zijn gaan we verlaat lunchen bij een cervecería, een eindje verderop de berg. Het is er druk met festivalbezoekers en we voelen ons er niet helemaal tussen thuis. Het voornaamste is dat onze magen voorlopig weer gevuld zijn.

Bij terugkeer in de albergue help ik de hospitalero met het bereiden van de maaltijd, penne met salade. Dit doe ik samen met nog een Italiaanse en een Spaanse pelgrim. We verstaan elkaar niet, maar toch lukt het prima om samen een lekkere maaltijd te bereiden. Gezamenlijk met nog een stuk of 15 pelgrims eten we de schalen leeg. We hebben contact met de Ierse Helen, die we al in de voorafgaande dagen zijn tegengekomen. Ik weet dat ze voetproblemen heeft. Oef, maar het is nog ernstiger dan ik dacht. Voor haar eindigt hier in Bilbao noodgedwongen haar camino. Haar blaren zijn gaan ontsteken en ze heeft hiervoor het ziekenhuis moeten bezoeken. Ze kan alleen nog slippers aan en slikt volop medicatie.

Ik krijg van haar nog wat Compeed, maar ik hoop deze niet meer te hoeven gebruiken. Mijn blaren zijn ver genezen, gelukkig!

De vriendelijke hospitalero reserveert voor ons een overnachting voor morgen. Het wordt dan een relatief vlakke etappe van 30 km, en zonder druk van het zoeken naar een overnachtingsplaats moet dat goed lukken!

Luidruchtige Spanjaarden 

Zaterdag 14 juli

We hebben bijna geen oog dicht gedaan. Vanwege de warmte stonden de ramen op de slaapzaal wagenwijd open. De decibellen van de muziek hadden we verwacht, maar niet de festivalgangers die onder onze ramen luidruchtig richting centrum liepen. En als Spanjaarden iets goed kunnen, dan is het ratelen op stadionsterkte…

We lopen vandaag voornamelijk door stedelijk gebied. Op zich niet vervelend, want het geeft veel afleiding. Het lastige is alleen de sanitaire stop. Weinig bosjes om even door de knieën te gaan…

Na een paar dagen binnenland lopen we vandaag weer naar de kust. Het blijft toch elke keer een prachtig moment wanneer we die grote blauwe plas zien! De laatste 7 km naar Ontón zijn geweldig! Een wandelpad (vroeger treinspoor) boven op het duin met beneden ons voortdurend zee, baai en strand.

De ontvangst in de albergue is allervriendelijkst. Er is plaats voor 25 mensen en we blijken met 15 pelgrims te zijn. We kunnen er ook eten en ontbijten. Fijn!
Salade en vegetarische paëlla wordt er geserveerd. Voorafgaand aan het diner doen we een voorstelrondje. Er wordt voor ons geapplaudiseerd wanneer we vertellen dat we al een kleine 4 maanden aan de wandel zijn. Het is al heel wat als je een pelgrim treft die vanaf de Frans-Spaanse grens ook helemaal naar Santiago de Compostela loopt. Het zijn namelijk heel veel etappelopers. Pelgrims die bijvoorbeeld kijken hoe ver ze in 2 weken kunnen komen.

We krijgen een bijzonder “toetje”. Een zekere Félipe is uitgenodigd. Hij geeft voor het slapen gaan een klankschalen-meditatie.

Of het aan de klankschalen of aan de 30 km lag, we slapen goed!

Zondag 15 juli

Het ontbijt is goed verzorgd. Een prima basis voor een nieuwe wandeldag. We lopen eerst een stuk langs een normaal gesproken druk bereden autoweg, maar ‘s zondagochtends vroeg is er geen auto te bekennen.

We lopen inmiddels in een nieuwe provincie. Geen Spaans Baskenland meer, maar Cantabria.

Het is warm vandaag. Het is dan elke keer weer lekker om de verkoelende zeewind te voelen, zoals in de kustplaats Castro Urdiales. 

Daarna duiken we weer het binnenland in om uiteindelijk te eindigen in Islares, dat weer aan de kust ligt. En opnieuw zijn de laatste kilometers ernaartoe prachtig! 

Met voortdurend uitzicht op zee wandelen we naar een camping. Islares heeft een pelgrimsopvang, maar deze is tijdelijk gesloten. De camping heeft daarom plaatsen voor pelgrims. Het is nog aan het begin van de middag, maar we vinden het genoeg geweest voor vandaag. Op de camping krijgen we een bouwcontainer voor ons tweetjes toegewezen. Dat is weer eens iets anders dan een slaapzaal. Het staat heerlijk in de schaduw. Binnen zijn 2 losse bedden, 2 stoelen en een tafeltje. 

Voor het douchen en wassen kunnen we gebruik maken van het centrale wasgebouw. We lunchen voor onze container en kunnen ons ondertussen vergapen aan de talrijke vakantiegangers. ‘s Middags gaat Leo een tijdje op bed liggen en ik trek weer de wandelschoenen aan voor een stukje sightseeing.

Aan het einde van de middag betrekt de lucht en vallen er zelfs wat druppeltjes. Het koelt flink af en dat vinden wij niet erg.

We dineren in het restaurant van de camping tussen de voornamelijk Spaanse gasten. Wat een herrie! Het lijkt wel of de Spanjaarden elkaar constant aan het overschreeuwen zijn. En uiteraard doen hun kinderen dit na…

We zijn blij dat we het restaurant verlaten. Terug naar de rust van onze container…

Opmerkelijke overnachtingen

Maandag 16 juli

Het lijkt wel herfst als we opstaan. Er waait een harde, frisse wind. Boven ons hangen donkere wolken. De camping slaapt nog als wij rond half 8 vertrekken.

We lopen het binnenland in om uiteindelijk bij de kustplaats Laredo te eindigen.
Het is zwaarbewolkt en donker. Regelmatig valt er regen, dus het is vandaag regenjas aan, regenjas uit. We lopen langs bosrijk gebied met lange eucalyptusbomen. Ze kraken onheilspellend, net alsof een piepende deur in het slot wil vallen, maar de deurstijl ontbreekt. Spooky…

We komen een kerk tegen, maar deze zit potdicht. We hebben in Spanje nog geen kerk met geopende deuren gezien. We kunnen er onder het afdakje wel even zitten om te pauzeren.

Als pelgrims elkaar passeren wensen we elkaar ‘buen camino’. Ook de lokale Spanjaarden wensen het ons soms toe. En we kwamen deze wens zelfs tegen op een spandoek bij een woonhuis. Dat doet ons goed, zeker als het parcours pittig is en je een tijdje gelopen hebt in de cocon van de capuchon van je regenjas!

Na een klim lopen we boven over de heuvelrand richting zee. En dan worden we toch weer getrakteerd op een mooi zeezicht!

Nog even verder klimmen en dan gaan we al glibberend over de gladde stenen afdalen naar Laredo.

We hebben geen reservering en bellen aan bij een kerkelijke pelgrimsopvang. Ja, ze hebben plek voor ons! Toch bekoelt onze aanvankelijke blijdschap ietwat als we nader kennis maken met de non, die ons ontvangt. We mogen geen enkel eigen initiatief tonen. Wil je staan, zegt (of liever: beveelt) zij dat je moet gaan zitten. Ze spreekt alleen Spaans en legt een een hele hoop uit. Wij kijken elkaar aan en zeggen maar een keer ‘si’ en ‘gracias’, want als ze merkt dat je haar niet begrijpt gaat ze alleen maar harder en op meer dwingende toon praten. Ga ik sinaasappelsap in de (verder lege) koelkast zetten, corrigeert ze me. De fles moet in de deur in het ondervak staan. Ga ik m’n telefoon opladen in het stopcontact in de ruimte waar ik ook wifi heb, word ik weer gecorrigeerd. Troont ze mee naar de slaapkamer en wijst ze me dat ik het stopcontact bij mijn bed moet gebruiken…

Maar verder is het een prima albergue, met een onberispelijk schone badkamer en een opgemaakt bed mét handdoek. We delen de vierpersoonskamer met een introvert echtpaar uit Singapore. Lekker rustig.

We willen rond 19:30 u graag gaan eten, maar helaas… de koks starten pas om 20 uur, oftewel rond 20:30 u komt het eerste gerecht. We raken er bijna aan gewend…

Dinsdag 17 juli
Om half 8 sluipen we zo zachtjes mogelijk de albergue uit. We voelen weinig behoefte om de non nog eens onder ogen te komen…

Het is compleet ander weer dan gisteren. We starten met een strakblauwe lucht boven ons. De eerste 5 km van onze wandeling vandaag gaat over het strand, waar we ons 2.400 km routepunt passeren! Het enige geluid op deze ochtend is het ruige geluid van de neerslaande golven.

We zijn op weg naar de veerboot die ons het water overbrengt, naar Santoña. We moeten er een tijdje wachten, want de eerste vaart gaat pas vanaf 9 uur. In Santoña gaan we eerst lekker ontbijten en onze lunchinkopen doen. Het is een stevig ontbijt. We zijn niet gewend om ‘s morgens Spaanse tortilla te eten, oftewel een mengsel van ei en aardappelen. Valt best zwaar op de maag.

Onze wandeling kent vandaag een variant. Ofwel rechtdoor langs een weg, ofwel over een berg naar het strand van Noja. Dat is een eind om, maar de omgeving is zoveel mooier. Dus wij kiezen voor de berg. Daar hebben we geen spijt van! Zeker met het heldere weer van vandaag kunnen we bovenop kilometers ver de kustrand afkijken. Geweldig!

We dalen en komen weer op een stuk strand uit. Inmiddels is het goed warm geworden en we hebben nog wat kilometers voor de boeg. Het lopen gaat goed, maar gaandeweg valt het ons zwaarder. De weg is nu alleen maar geasfalteerd en is stijgende.

Het valt ons op dat paaltjes en lantaarnpalen bezaaid zijn met kleine slakjes. Of dat iets met de overvloedige waterval te maken heeft weten we niet. We zien in ieder geval wel vaak een ondergelopen weiland.

Tijdens de laatste 6 kilometers naar Güemes zijn we ieder met onze eigen strijd met onszelf bezig. Een kleine kilometer voor het eindpunt van vandaag zie ik een bankje en val er op neer. Ik ben aardig uitgeput. Achter ons zitten 2 Franse pelgrims en als ze me zien, vragen ze me of ze iets voor me kunnen betekenen. Ze bieden me een sinaasappel aan. Ik heb nog nooit zoveel genoten van een sinaasappel als nu! Plakkerige vingers of niet…

Tegen 17:30 uur komen we aan bij ons onderkomen. Het is een pelgrimsonderkomen, opgezet door de bijzondere pater Ernesto.

Deze inmiddels 80-jarige man heeft over de hele wereld gereisd met zijn Landrover en zamelt geld in voor meerdere projecten, in met name Guatemala. 

Eén van zijn financieringsbronnen is deze grote pelgrimsopvang met plaats voor zeker 70 pelgrims. Voor het diner is er een uitleg over de werkwijze van deze opvang. Je moet jezelf zien als onderdeel van een sociaal project, waarbij je de verantwoordelijkheid mede draagt voor het in stand houden van de goede werken van deze pater. Er wordt geen concreet bedrag gevraagd, maar wel een substantiële bijdrage. 

In ruil hiervoor krijg je een warme ontvangst door de vrijwilligers, een slaapplaats, gezamenlijke avondmaaltijd en gezamenlijk ontbijt. Een hele bijzondere plek! Aan tafel komen we pelgrims tegen die we al eerder zijn tegen gekomen. Leo zit naast een Spaans echtpaar, dat alleen Spaans spreekt. In plaats van met woorden zorgt de taal van de wijn voor een bijzondere verbinding tussen de 2 mannen ;)…

Bootje varen 

Woensdag 18 juli

Met het net iets te diep gaan van gisteren heb ik helaas een nieuwe blaar op m’n linkerhiel gelopen. Dacht ik er vanaf te zijn… Dus weer Compeed erop en we kunnen.

Vandaag lopen we naar Santander. Over de weg is het iets meer dan 10 km, maar langs de kust zijn het er 16,5. Deze variant werd ons ook sterk aangeraden vanwege haar schoonheid. En dat was niets teveel gezegd! 

We starten met een lichte miezerregen en zien veel donkere lucht boven ons. Maar naarmate we de kust naderen wordt het steeds lichter en daarmee droger. Wow, wat een prachtige baaien met ruige golfslag! Je blijft ernaar kijken…

Wat zijn we blij dat we voor deze route gekozen hebben! Het lopen over dit onverhard, maar gebaand pad is zoveel fijner dan asfalt.

Nadat we de laatste baai ingedraaid zijn, krijgen we prachtig zicht op de stad Santander. Maar hier zit een behoorlijk groot water tussen, hetgeen we gaan overbruggen met de boot. Leuk, varen als afwisseling met het lopen. De overtocht duurt een half uur. Ondanks dat het hoogseizoen is, is het niet bijzonder druk onderweg.

Inmiddels is de zon goed tevoorschijn gekomen. We zouden nog wat verder door kunnen lopen maar we houden het vandaag verder voor gezien. Na de ruim 30 km van gisteren vinden we dat we het verdiend hebben.

We vinden een commercieel hostel in het centrum. Een verzorgd hostel, met 3 slaapzalen en een gezellige gemeenschappelijke ruimte. We doen ons ding en daarna kan ik het niet nalaten om even de televisie aan te zetten voor de Tour de France. Vandaag zitten de renners in de Alpen, met een slotklim naar La Rosière. Nu we zelf zoveel door Frankrijk gelopen hebben, genieten we nog meer van de beelden van het natuurschoon.
‘s Avonds lopen we door Santander, lopen om de kathedraal heen en strijken vervolgens neer bij een Italiaans restaurant. Vanavond even geen paëlla…

Donderdag 19 juli
We hebben niet bijzonder goed geslapen. Leo lag boven in een stapelbed met beneden onder zich een zwaarlijvig iemand die veel draaide, oftewel je schommelt boven elke keer mee. Ik lag ook in een bovenbed maar ondervond veel geluidsoverlast van de ventilator. Die moest wel aan, want degene die bij het raam lag had besloten om het raam dicht te doen.

Na een goed ontbijt in het hostel gaan we er weer tegenaan. Eerst de stad uitlopen, niet ons meest favoriete ding. Veel bebouwing, maar weinig inspirerend. En veel inspirerender wordt het traject vandaag ook niet. Het is praktisch allemaal asfalt. Het is bewolkt, maar er valt geen regen. 

De temperatuur komt niet boven de 23 graden en de zon laat zich nauwelijks zien. Oftewel, ideale omstandigheden om flink kilometers te maken. En het loopt ook echt heerlijk, bij beiden. Er zit één stukje in de route waar we een rivier over moeten steken. Maar, op die plek is alleen een spoorbrug. Of je loopt hiervoor 12 km om, of je neemt de trein voor een traject van nog geen kilometer. Wij kiezen voor het laatste. Je bent nauwelijks ingestapt of je kunt er al weer uit. Zelfs de conducteur neemt de moeite niet om aan pelgrims kaartjes te verkopen. De tijd in de trein is eenvoudigweg te kort.

Het is rond het middaguur als we gaan lunchen op een bankje bij een mooie (dichte) kerk. Kunnen we rustig kijken hoe de hoveniers aan het werk zijn in het omliggende park. De bladblazer is toch wel een favoriet onder de Spanjaarden. Die hebben we al zeer regelmatig aan het werk gezien.

We pauzeren niet lang, omdat we nog een flinke afstand voor de boeg hebben.
Bij onze 2e pauze smikkelen we van de grote Spaanse kersen. Heerlijk. 

We nemen dan de beslissing om in het eerstvolgende plaatsje weer eens een hotelletje te pakken. We hebben behoefte aan wat comfort en privacy. Eindelijk weer eens zelf beslissen wanneer je het licht uitdoet…

En zo hebben we er vandaag weer bijna 30 km op zitten en komen nog energiek aan bij het hotel waar een fijne kamer voor ons beschikbaar is.

“Toevallig” hebben we een televisie tot onze beschikking, zodat we de spannende rit naar de top van de Alpe d’Huez met smaakmaker Steven Kruijswijk kunnen volgen.

We laten ons het comfort van de badkamer goed welgevallen, doen onze was en spannen in de kamer een mooi waslijntje. Nu maar hopen dat het op tijd droog is.

Tegen 20 uur lopen we naar beneden om in het restaurant een hapje te gaan eten, maar dat kan pas vanaf 21 uur… Gelukkig is er een cafetaria verbonden aan het hotel waar we ook uitstekend kunnen eten. Zo kunnen we op tijd de koffer in!

Lange dagen

Vrijdag 20 juli

De zonnebril kan vandaag in de rugzak blijven. Daarentegen kan ons regenpak en -hoes er weer uit. Het is gisteravond begonnen met regenen, dat is vannacht doorgegaan en dat doet het bij ons vertrek nog steeds.

We laten het ons goed smaken bij het ontbijtbuffet. We hebben prima doorgeslapen en zijn helemaal klaar voor een nieuwe wandeldag. Nog even afrekenen bij de receptie en dan kunnen we gaan. Als we de nota onder ogen krijgen zien we dat ze vergeten zijn om in rekening te brengen wat we gisterenavond als avondeten genuttigd hebben. Aanvankelijk willen we het erbij laten, maar we kijken elkaar nog eens goed aan. Dat is niet de wijze waarop wij pelgrims zijn. Op deze manier willen we niet in Santiago aankomen. De beste man aan de receptie spreekt alleen Spaans. We proberen hem duidelijk te maken dat we ‘más’ willen betalen. Dat is hij duidelijk niet gewend. Er komt nog een receptioniste bij, die enkele woordjes Engels verstaat. Zij lijkt ons te begrijpen, al moeten we praten als Brugman. Vanuit de cafetaria worden de bonnetjes erbij gehaald, maar er zit geen bonnetje tussen met ons kamernummer. Dan gaan we in het Spaans opschrijven wat we gegeten hebben en wordt er alsnog een factuur aangemaakt. “Muchas gracias” klinkt het in koor als we het hotel definitief verlaten. Waar het daar mis gaat weten we niet, maar dat daar nog eens een keer naar de administratieve organisatie gekeken mag worden is voor ons duidelijk…

Zo, dat loopt een stuk lichter. Ook al komt de regen met bakken uit de lucht. Het is toch wel vreemd te bedenken dat in Nederland zoveel behoefte is aan regen en hier in Noord-Spanje er veel te veel water is gevallen en nog steeds valt. De waterafvoer kan het nauwelijks aan.

Het is maar stil op de weg. In geen velden of wegen een pelgrim te zien. Het is wel druk met het slakkenverkeer. Je moet er omheen slalommen.

We komen door het schilderachtige stadje Santillana del Mar. Ondanks de naam ligt het niet aan de kust. Het stadje heeft, mede door de bestrating, een Middeleeuwse sfeer en is nationaal erfgoed. Omdat het zo hard regent lukt het bijna niet om er een foto van te maken. 

Aan het eind van het plaatsje bevindt zich een camping met een kleine supermarkt. We gaan er onze lunchinkopen doen. Op het moment dat wij er als verzopen katten binnen komen worden we aangesproken door 2 Nederlandse pelgrims, Rob en Ellen. Ze zijn de eerste Nederlanders die we op de Camino del Norte ontmoeten. Ze drinken er een kopje koffie. Vanwege het weer in combinatie met voetproblemen zijn ze niet gestart. Ze bieden ons koffie/thee aan. Dat slaan we niet af! Even bijkomen van alle regen die al over ons heen gekomen is. We wisselen gezellig wat camino-ervaringen uit. Het ziet er niet naar uit dat het binnen afzienbare tijd minder gaat regenen, dus we zetten de tanden op elkaar en dompelen ons weer onder in de nattigheid. We soppen inmiddels in onze schoenen. Als het regent is het moeilijk om een plek te vinden om te picknicken. Gelukkig treffen wij op ons pad een kapelletje. Leo spant ons waslijntje, zodat we onze druipnatte spullen op kunnen hangen.

Na de lunch lopen we weer verder en wordt het tussendoor zowaar heel even droog.
We lopen weer richting kust, dus af en toe vangen we een glimp van de zee op. We zijn in de veronderstelling dat we net zo nat zijn als dat we in die zee zouden staan.

Na een kleine 20 km komen we aan in Cóbreces, waar we tegen een barretje aanlopen. Leo lust wel wat, dus we stoppen er. Even die natte regenjas uit. De bar wordt bestierd door een sympathieke barman en je blijkt er lekker te kunnen eten. Tegenover de bar zit een grote albergue met maar liefst 158 bedden (2.500 m2). Spontaan besluiten we hier te blijven. We hebben het gehad met het door de regen lopen. Het is rond 16:30 u en we moeten onze spullen (met name onze schoenen) nog droog zien te krijgen voor morgenvroeg. Dat is al haast onmogelijk.

In de albergue kunnen we zelfs een eigen kamer met 2-persoonsbed krijgen. In deze albergue mag je niet je eigen slaapzak/-laken gebruiken. Je krijgt bedlinnen. Waarschijnlijk hebben ze ooit te maken gehad met bedwantsen. Dat wil je als hostelhouder niet nog eens meemaken.

De vroegere bestemming van dit pand is een kostschool. Wij zitten in een ruimte bij de biblioteca, hoe kan het ook anders ;)…

Na het douchen blijkt het buiten op te klaren. Leo gaat op bed wat lezen en ik loop nog even het plaatsje in om de kerk te bezoeken, die tussen 18 en 20 uur open is. Een grote kerk in een opvallende kleurstelling. Een Spaanse dame wil mij een rondleiding geven, maar ik begrijp er helaas niets van van wat ze vertelt. Dan in ieder geval wel de geocache meepakken die er in de buurt ligt ;).

Tegen 20:30 u schuiven we opnieuw in de bar aan tafel aan. Naast een salade bestellen we ‘bonito de la norte a la plancha’, oftewel een moot gebakken tonijn. Die smaakt heerlijk!

Zaterdag 21 juli

Aan de ontbijttafel treffen we Christian, een Duitse pelgrim met Italiaanse roots. Al snel komen we hem onderweg weer tegen en we lopen de eerste 10 kilometer met elkaar op. Dat is ook wel eens gezellig en bovendien schieten al pratende de kilometers lekker snel op. We passeren bij het strand ons 2.500 km punt en daar moeten we toch even stil bij blijven staan. 

In Comillas scheiden onze wegen, want wij gaan even koffie drinken op een terras in het gezellige centrum. We bezoeken er ook de kerk, die net z’n deuren opent. We kunnen er zowaar een echt kaarsje opsteken. Dit in tegenstelling tot de “elektrische” kaarsjes die je ook tegenkomt in Spaanse kerken.

En dan gaat de route weer verder langs de kust. Het is nog flink bewolkt, dus soms is het moeilijk om onderscheid te maken tussen wolkendek en zee. De temperatuur zal net de 20 graden halen, dus het is heerlijk wandelweer.

Na ruim 31 kilometer komen we aan in Serdio, een klein dorp met een algemene albergue. Ben je op tijd, dan heb je een bed. We zijn op tijd. Er zijn nog een aantal bedden beschikbaar. De hospitalero is er nog niet. 

De herberg is maximaal bezet met bedden, dus er is weinig plaats om je te keren. Dat is altijd even wennen. Je kunt nergens zitten. Zo’n slaapplek kost maar € 6 p.p., maar je krijgt er dan ook alleen een plaats in een stapelbed en een koude douche voor. Alleen de eersten hebben nog enigszins warm water. Met koud water heeft wassen op deze dag geen zin, want eenmaal goed en wel binnen is het weer flink aan het regenen gegaan. Je krijgt je was dus niet droog. Dan maar een dag overslaan.

Dan komt de hospitalero de albergue binnen, een kenau 1e klas. Er kan geen lachje af en snauwt alleen maar. Wat jammer voor haar en voor ons dat zij zo verbitterd en met zoveel ongenoegen haar werk doet. Als een kampbewaarster komt ze de komende uren nog een paar keer de bedden controleren of er toch niet iemand ligt, die niet betaalt.

Bar Gloria in het dorpje serveert gelukkig ook een maaltijd, dus daar eten we een hapje. In onze regenjas keren we terug naar de albergue. Niet omdat het regent, maar voornamelijk omdat het zo fris is. Gelukkig liggen er dekens op de bedden, zodat we toch goed in slaap kunnen vallen.

Zondag 22 juli

In alle vroegte vertrekken we, want we hebben vandaag een lange etappe voor de boeg. De langste van onze reis tot nu toe. De eindteller zal op 36 km uitkomen.

In het barretje ontbijten we. Onze tocht begint met een gematigde afdaling, mooi om de spieren langzaam warm te laten worden. Het is veelal asfalt, maar we komen ook overhard pad tegen. Het is weer een kunst hier overheen te komen met die blubber.

Na onze lunchinkopen gedaan te hebben krijgen we een klimmetje. Bijna aan de top staat aan de kant van het pad een kapelletje. Er staat een oude man bij die ons in het Spaans aanspreekt. Hij opent het hek van het kapelletje om ons erin te laten kijken. Meteen pakt hij een kaarslichtje en steekt dit ongevraagd aan. En meteen laat hij zijn mandje met muntjes zien. Hmm, toevallig had ik over deze man gelezen. Hij probeert dit bij elke pelgrim. Ik kan zijn opdringerigheid niet waarderen. Ik vind het haast godslastering. We halen onze schouders op ten teken dat we het allemaal niet begrijpen en trekken verder.

Toch sneller dan verwacht laat de zon zich vandaag zien. We lopen richting kust. Als we landinwaarts kijken zien we donkere wolken tegen de bergen (Los Picos de Europa) hangen. Kijken we richting het noorden, dan zien we strakblauwe lucht van zee.

En dan start er een heel lang grintpad langs de kust. Zo mooi! We passeren prachtige baaien. Het zeewater is ongelooflijk mooi helder en blauw. Het zijn paradijselijke plaatjes. We lunchen aan zee, aan een kiezelstrand. Het zit dan weliswaar niet comfortabel, maar dat wordt helemaal goedgemaakt door het uitzicht. Voordat we gaan bouwt Leo nog een steenmannetje. We zijn goed en wel opgestapt en zien meteen 2 mensen er een foto van maken. Dan heb je “eer van je werk” ;).

We passeren een prachtig natuurverschijnsel, Bufones de Arenillas. Dit zijn spleten in het gesteente waaronder de zee doorloopt. Bij hoog water spuit het water als een geiser door het gesteente wel 20 meter omhoog. Door de druk van het water hoor je een “snurkend” geluid. Dit natuurverschijnsel is nationaal monument, maar wordt volgens ingewijden weinig bezocht, omdat het moeilijk bereikbaar is met de auto. Alleen lopers en fietsers komen er langs.

Door het heldere weer is het prachtig om langs de kustrand te lopen, maar de keerzijde is dat het er flink warm is. De warmte vreet extra energie van ons. 

Zo’n 5 km voordat we de albergue in Llanes bereiken drinken we nog wat op een terrasje. Maar desondanks blijven het 5 zware kilometers. Het is meer jezelf voortduwen dan lopen. Iets na 18 uur zijn we er. We hebben gereserveerd, dus we weten dat we een bed hebben. De extra reden dat we gereserveerd hebben is dat we vanavond een ‘date’ hebben! We gaan Sabine, één van de Franse nichtjes die we in mei ontmoet hebben, weer zien! Zij start morgen hier haar vakantie. We hebben afgesproken om samen te dineren vanavond. We hebben er de afgelopen dagen flink wat wat kilometers voor moeten verzetten, maar het is een ontzettend leuk weerzien!