100 Dagen van huis

Zaterdag 30 juni

Leo had zich graag nog een weekje willen laten vertroetelen door mevrouw Bouillon, “comme le soupe”. Maar de camino roept.

Bij het opstaan zie je al dat het heel warm gaat worden vandaag. Gisteravond is de regen nog met bakken uit de hemel komen vallen en heeft het flink geonweerd en daarmee de lucht afgekoeld. Maar bij vertrek is de temperatuur al weer flink opgeschroefd. Nadat we langs de bijzondere kerk van Ordiarp gelopen zijn beginnen we aan een flinke klim. Eerst modderen we wat aan door de modder, met dank aan de grote hoeveelheid regen die vannacht gevallen is. Daarna gaat het terrein over in gras en grind. We gaan zo’n 600 m stijgen vandaag. En warm dat het is! 

We lopen precies aan de warmste zijde van de berg, de berg op. Voor ons beiden geldt dat we niet eerder zo’n kwaad loopuur hebben meegemaakt als tussen 11 en 12 uur vandaag. Klimmen in de snoeihete zon zonder een zuchtje wind. Op ons shirt is geen droog plekje meer te ontdekken. Het zweet loopt in straaltjes van ons af. Er valt niet tegenop te drinken. 

Het is mede zo zwaar omdat we niet stil kunnen staan. Zodra je stilstaat vinden de steekvliegen je. Die lusten wel zo’n warm, zout stukje mensenhuid. De uitzichten op het berglandschap zijn daarentegen geweldig. Dat geeft de energie om door te gaan.

Het afdalen gaat gelukkig door een schaduwrijk bos, zonder al teveel insecten. Hier op een omgevallen boomstam lunchen we met het gisteren gekochte notenbrood van de Lidl. Smaakt erg lekker.

Vanuit het bos gaan we verder over hoofdzakelijk asfaltwegen, zonder schaduw, pal in de felle zon. Wat kost dit een energie! We lopen totaan de kerk van Saint-Just-Ibarre. Voor de kerkdeur is een schaduwrijk portaal. Daar gaan we op de koele tegels op de grond zitten, blij dat we niet verder gaan. We worden we met de auto opgehaald door Michèle van de chambres d’hotes waar we vanavond verblijven. Een adres, een eindje buiten de route. Michèle woont ook al in zo’n prachtig onderhouden wit huis met rode luiken. Op een heuvel met schitterende vergezichten. Ze kookt niet voor ons, maar brengt ons wel naar een restaurant. Fijn, zo’n taxiservice! Weer een superfijn adres!

Zondag 01 juli

En dan is daar dag 100 van onze tocht aangebroken! Al 100 dagen onderweg… In (bijna) 100 verschillende bedden geslapen, aan (bijna) 100 verschillende tafels gegeten…

Vandaag komen we aan in Saint-Jean-Pied-de-Port, voor de meeste pelgrims dé startplaats van hun Spaanse camino.

Na een perfect verzorgd ontbijt met eigengemaakte jammetjes en heerlijke cake zet Michèle ons af bij de kerk. 

We mogen meteen aan een pittige klim beginnen. Het is al vanaf de start bloedheet. Maar het klimmen naar de Col de Gamia gaat ons verrassend goed af. 

Ja, de straaltjes zweet voelen we overal lopen, maar dat kan niet anders met deze temperatuur. We worden weer omringd door prachtige groene bergen waar vogels met een reusachtige spanwijdte boven cirkelen. Dit zijn de laatste meters op de GR78. Vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port start de Camino Frances, de meest gelopen route naar Santiago de Compostela.

We arriveren rond 14 u in Donibane Garazi, dat is de Baskische naam van Saint-Jean-Pied-de-Port. Op alle straatnaam- en informatiebordjes staan ook de Baskische vertalingen vermeld. Een heel bijzondere taal, met veelvuldig gebruik van de letters ‘Z’ en ‘X’. De woorden zijn vaak van een enorme lengte en voor ons moeilijk uitspreekbaar.

Door de pelgrimspoort komen we het plaatsje binnen. En ineens zijn we niet meer de enige pelgrims! Overal om ons heen mensen met wandelschoenen en grote rugzakken. We hebben niets gereserveerd voor vanavond en gaan eerst naar het pelgrimsbureau. Stempel halen en vragen waar we kunnen overnachten. We willen graag een adres met halfpension. We krijgen 2 opties. De 1e (gerund door een stel dat elkaar 2 jaar geleden op de Camino heeft ontmoet) zit helaas vol. De 2e optie heeft plaats, zij het op de overloop van de 2e verdieping, waar 2 bedden staan. 

We hebben geen zin om nog verder te zoeken en gaan akkoord. We douchen, doen ons wasje en kuieren het stadje in. Goed toeristisch met veel winkeltjes vol snuisterijen. Voor ons uiteraard alleen kijken, kijken, niet kopen. We willen geen extra gewicht in de rugzak.

Samen met 8 andere pelgrims gebruiken we het diner. Twee jonge knullen (USA-Florida en Denemarken) en 6 Fransen. We hebben vooral contact met de 2 sympathieke jongens die elkaar bij het busstation voor het eerst getroffen hebben en morgen samen starten op de Camino Frances.

Onder het eten barst er weer een bui los! Eerst regen, daarna overgaand in hagel. Het koelt in ieder geval lekker af. Leo sprint als een haas naar de waslijn. Gelukkig weet hij de was droog binnen te halen!

Au revoir la France

Maandag 02 juli

De wekker staat op 05:45 u. Het voordeel van slapen op de overloop is dat je als eerste ‘s morgens in de badkamer bent. En zo staan we al om 06:15 u gepakt en gezakt voor de eetzaal om te gaan ontbijten. Om 7 uur moet iedereen de gite verlaten hebben.

Terwijl alle pelgrims door de porte d’ Espagne lopen om de Camino Frances op te pakken, gaan wij als enigen (voorzover wij kunnen zien) de andere kant op. Wij lopen nog een paar dagen door het Franse land voordat we Spanje binnen zullen gaan voor de Camino del Norte.

Heerlijk om zo vroeg al te starten met lopen. We hebben alletwee prima geslapen en zitten vol energie voor een nieuwe wandeldag. De voeten voelen goed. Wat een feestje is het vandaag weer. Om 10 uur zitten we al op de helft van de kilometers voor vandaag.

De ondergrond is makkelijk, veelal asfalt. We gaan over 2 cols heen, maar die zijn goed te doen. Dat komt ook door het aangename koele briesje, dat we regelmatig in ons gezicht voelen. Dan is de warmte van de zon goed te verdragen.
We lijken vandaag weer alleen op de wereld te zijn. Een prachtige wereld met al die optrekkende mist.

Sinds lange tijd zien we weer wijngaarden. Ze liggen zodanig op de helling dat het machinaal onderhouden ervan nauwelijks mogelijk is.

Wanneer we van de laatste col naar beneden lopen, stroomt er watertje met ons mee, de berg af. We hebben enorm warme voeten, dus zodra we een bereikbaar plekje zien, gaan we met onze (blanke) voeten het water in. Ook de bidon kan mooi afkoelen tussen de stenen waar het steenkoude water langs stroomt. Een ideale lunchplek.
Als we het plekje verlaten kan Leo het niet nalaten om zijn signatuur achter te laten in de vorm van een steenmannetje.

Het plaatsje Bidarray, de eindetappe voor vandaag, is erg uitgestrekt, waardoor het lijkt alsof er rond de kerk haast niemand woont. Er is een restaurant, een klein supermarktje (gesloten op maandag), een gemeentehuis en een gite, én een “fronton” (= kaatsmuur) voor het spel Pelote Basque. Een balspel dat net bezig is tussen 2 teams van jeugdige spelertjes op het moment dat wij ‘s avonds op weg zijn naar het restaurant.

In de onbemande gite kunnen we niet eten, maar slapen we alleen. Er overnachten meerdere personen in de gite of in een tentje op het grasveld van de gite. Toevallig allemaal tussen de 20 en 30 jaar en bezig met een stuk van de GR10, een pittig wandelpad door de Pyreneeën van de Middellandse Zee tot de Atlantische Oceaan. Wij, ouwetjes, zijn de enige Caminogangers.

Ik ga niet met honger naar het restaurant, want ik heb eten gekregen van een Spaans stel met wie ik in gesprek was. Ze boden me couscous aan met gewelde vruchten. Ik zei tot 3x toe “no, gracias”, maar ze schepten toch een kommetje voor me vol. Lief bedoeld van hen.
Na ons restaurantbezoek gaan we ons alvast eens oriënteren op onze Spaanse camino. Er is zowaar wifi in de gite, en nog eens snel internet ook.

En dan gaat de klok rap naar 23 uur, hoogste tijd om te gaan slapen!

Dinsdag 03 juli

We hadden vanmorgen wel weer zo vroeg op willen staan als gisteren, maar het kleine supermarktje opent pas rond 9 uur haar deuren. En aangezien we vandaag geen winkel meer tegen zullen komen, willen we hier op wachten.

Een flink benauwde dag met een hoge luchtvochtigheid. Het is een fijn parcours, slinger-de-slang door het groene heuvellandschap. Een bochtje naar links, een bochtje naar rechts, een beetje omhoog, een beetje omlaag.

We vinden een prachtig lunchplekje bij de ‘Pas de Roland’ (in het Baskisch: Atekagaitz). De legende vertelt dat de doorgang in de rots gemaakt zou zijn door Roland, de neef van Karel de Grote. Hij zou dat met het puntje van zijn zwaard hebben gedaan, genaamd Durandal, in oorlog met de Basken.

Onze lunchtijd is wat vroeg, maar het is goed dat we hier weer flink wat energie tot ons genomen hebben. Er volgt namelijk een pittige klim in de zon, die inmiddels de bewolking heeft weten weg te branden. Op de top hebben we een prachtig vergezicht over de dalen onder ons.
Zo steil als we stegen, nog steiler is het wanneer we dalen. Je krijgt er haast kramp in je tenen van.

We komen verhit aan in Espelette, onze eindbestemming. 

We logeren bij de 74-jarige Andy Le Sauce, die specifiek pelgrims onderdak biedt. Meneer Le Sauce heeft maar liefst 14x een wereldrecord diepzeeduiken op z’n naam gehad. Deze records heeft hij midden in de jaren 90 gehaald in de zee van La Réunion, een eiland en Frans overzees departement in Afrika ten oosten van Madagaskar en ten westen van Mauritius. Hij is nog steeds zo gefascineerd door de blauwe zee, dat hij al enkele jaren schilderijen maakt met als hoofdthema ‘blauw’. Beslist niet onaardig! De benedenverdieping van zijn huis fungeert als galerie.

Deze meneer zal vast een doos voor ons hebben, en ja, dat heeft ie, met tape. We gaan namelijk onze slaapzakken, donsjasjes en thermoshirt terugsturen naar huis. Die verwachten we echt niet meer nodig te hebben.

Op het postkantoor krijgen we van de mevrouw achter de balie enkele ansichtkaarten mee van de Tour de France. We snappen dit niet zo goed, maar bij nadere bestudering blijkt Espelette op 28 juli een aankomstplaats in de Tour te zijn (individuele tijdrit van 31 km). Espelette lijkt er al helemaal klaar voor te zijn. Op elk winkeltje tref je een ludieke raamtekening aan in het kader van de Tour de France.

Espelette is sowieso een gezellig dorp met weer die typische witte huizen met steenrode elementen. En bij vele huizen hangen er rode pepers aan de muren te drogen, want dit plaatsje staat bekend om het kweken van ‘piment’, het poeder van een speciale kleine peper. Het verhaal gaat dat Columbus het plantje meenam uit Mexico, maar dat het nergens kon gedijen, behalve dan in de streek Aquitane, waar Espelette ligt.

Meneer Le Sauce biedt onderdak inclusief ontbijt. Het avondeten moet buitenshuis gebeuren. We hebben zin in pizza. Er is een pizzeria, maar deze heeft geen fijne zitplaatsen. Een hoge statafel met normale stoelen eromheen. M’n neus steekt net boven tafel uit. Daar wil ik niet van eten. De pizzabakker reageert nonchalant op mijn vraag of hij een lagere tafel heeft. Zijn onverschilligheid doet ons vertrekken. Het is graag of niet. En zo komen we terecht bij het restaurant van het plaatselijke hotel. En daar eten we toch lekker! Met dank aan de pizzabakker!

Woensdag 04 juli

Met een lichtere rugzak verlaten we Espelette. En ondanks dat voelt Leo zich niet happy vanmorgen. Na 15 minuten klimmen zijn onze shirts al weer doorweekt. Leo heeft er last van dat hij zich plakkerig en niet schoon voelt. Ook die rugzakken van ons hebben een behoorlijk onaangenaam luchtje inmiddels. Zoveel liter zweet en regenwater dat er al door die schouderbanden en over het rugpand is gelopen in meer dan 3 maanden tijd! Bovendien lopen we ook weer met onze was aan de buitenkant van de rugzak. Deze is niet droog geworden tijdens onze overnachting. Tja, en ook aan die handwasjes zit een grens, zeker als je het net niet 100% droog krijgt. Dat neemt een luchtje aan…

En ondanks dat ik naast hem loop, is hij slecht bereikbaar voor me. Ik laat ‘m maar even; ook dat is onderdeel van de camino…

Wederom is de tocht vandaag schitterend. De vale gieren zweven duidelijk zichtbaar boven ons. Wat imposant!

In de bermen zien we bloeiende paarse hei. Een mooie kleurcombinatie met al dat groen.

Op de top van onze laatste beklimming vandaag, krijgen we een prachtig zicht over het laatste stuk Frankrijk met daarachter de Atlantische Oceaan! Wow, de zee gaat nu echt dichterbij komen…

We dalen af over een prachtig breed pad. Langs de berghelling liggen verspreid kleinschalige varkenshokken. Een heel contrast met de varkensflats in Nederland!

De afdaling brengt ons tot in Ascain, de laatste Franse overnachtingsplaats. In Ascain is geen pelgrimsgite. We weten nog niet waar we slapen, dus brengen we eerst weer een bezoekje aan de VVV. De jongedame weet 1 relatief goedkope chambres d’hotes. We lopen er naar toe en kloppen aan. Helaas… niemand doet open. Dan maar even een telefoontje er naar toe. Tot 2x toe het antwoordapparaat aan de andere kant van de lijn. Hmm, we kijken naar alternatieven, maar deze zijn beduidend duurder. We besluiten op het bankje voor het huis te blijven wachten. Het is nog maar 15 uur en wellicht is het nog siëstatijd. En terwijl Leo naar de supermarkt is om iets te drinken te kopen, bemerk ik activiteit achter de luiken. Ik heb contact! We zijn van harte welkom. Leo is er nog niet, dus de mevrouw des huizes biedt aan om zijn rugzak met stokken en pet alvast mee te nemen naar de kamer. Ik pak de drijfnatte pet van haar over. “Ah, die moet nog drogen?” vraagt de mevrouw. “Nou, die moet eerst gewassen worden…”. En prompt biedt mevrouw aan om onze spullen te wassen en te drogen. We hoeven het alleen maar in een teil te verzamelen en aan haar af te geven. Wat attent! Voor ons een hele zorg minder!
Intussen is het buiten flink donker geworden en nog geen enkele minuten later barst er een hele lange regenbui los. Op tijd binnen!

Het is een fijne chambres d’hotes. Behoorlijk gedateerd, maar royaal. Het komt nog uit de periode dat er op elke kamer standaard een asbak staat. Tot op de dag van vandaag is er niets veranderd…

Nadat we lekker gedoucht zijn lopen we nog het plaatsje in voor Leo’s kappersbezoek (het is weer exact 3 weken geleden) en de lunchinkopen voor morgen.

Dan gaan we nog lekker een uurtje op bed liggen, onder het genot van de alsmaar vallende regen. Om 19 uur terug naar het plaatsje waar we nu wel pizza gaan eten, aan een passend tafeltje;)!

Hola España

Donderdag 05 juli

Een keurig stapeltje wasgoed ligt voor ons klaar als we beneden komen om te ontbijten.

De hele nacht heeft het geregend en dat is nog niet gestopt. De animo om snel te vertrekken is daarom niet zo groot. Toch maar weer het hele regenpak aan en vertrekken! 

Leo rolt zijn regenhoes uit om over de rugzak te doen en wat komt hij tegen? Het Christoffel-plaatje uit zijn medaillon dat hij dacht verloren te hebben! Deze heeft toch de hele tijd meegereisd, zonder dat we het wisten. Dit voelt weer beschermd! De speldjes, sleutelhangers en schelpen reizen al bijna 2.200 km aan de buitenkant van de rugzak met ons mee.

We lopen vandaag de laatste kilometers door Frankrijk. We hebben nog nooit zoveel door de regen gelopen als de afgelopen maanden in Frankrijk. Deze bui vormt een passend afscheid!
Gelukkig klaart de lucht op na een dik uur. In Urrugne bezoeken we de kerk, waar we de toepasselijke tekst aantreffen: “Je suis avec vous tous les jours jusqu’a la fin du monde”. Onze finale bestemming is Finisterre, afgeleid van het Latijnse Finis Terrae, het einde van de wereld.

Het is een mooie wandelweg, die zich vooral vandaag kenmerkt door kleurrijke, volbloeiende hortensia’s. Roze, paars, blauw en alle teinten daartussen.

Over een graspad dalen we af naar Irun. We komen de bocht om, en daar zien we… de Atlantische Oceaan! Vlak voor Irun verruilen we Frankrijk via de brug St. Jacques voor Spanje!

De weg wordt heel duidelijk aangegeven met gele pijlen die overal op gekalkt zijn en schildjes op het asfalt.
En meteen is het een hele andere sfeer. Van het verzorgde Frans Baskenland naar het rommelig aandoende Spaans Baskenland. Spaanse kentekens op de auto’s en overal Spaans geratel om ons heen.

Om 15 uur staan we voor de gesloten deur van het pelgrimshostel. Om 16 uur gaan ze open. Ze hebben 50 bedden. Je kunt geen slaapplaats reserveren. Het is op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt. Er werken alleen vrijwilligers en je geeft een bedrag wat je het waard vindt (donativo).

Nog voor half 4 gaat de deur open. We hebben geluk, we krijgen een kamer voor ons tweetjes toegewezen, met een stapelbed en goed wat ruimte om de rugzak te stallen. We douchen met koud water, doen ons wasje met koud water en gaan Irun nog even in. We vinden er beiden niets aan, dus terug naar het hostel. De lucht wordt weer donkerder en donkerder en ja hoor, 400 meter voordat we er zijn valt me weer een bui. Gelukkig mogen we bij een interieurzaak binnen staan om de bui af te wachten.

Het hostel heeft een speciale prijsafspraak met een restaurant in de buurt. En zo eten we voor € 8,50 een driegangenmenu mét een glas wijn. We krijgen het pas om 20:30 u geserveerd. Poeh, dat is wel een erg lange overbrugging vanaf de lunch (rond 13 uur). Dat zullen we in Spanje waarschijnlijk nog wel vaker mee gaan maken!

Vrijdag 06 juli

Geen wekker nodig vandaag. Het gestommel op de gang in alle vroegte maakt het zetten van een wekker overbodig.

Het is lekker koel bij vertrek. Bij een bakker scoren we een ontbijtje, mét vers geperst sinaasappelsap (zumo de aranja). Hier kopen we ook meteen het brood voor de lunch.

We starten met een fikse klim naar een kerkje op een heuveltop. Tijdens onze tocht gisteren zagen we deze in de verte al hoog liggen. En nu sta je er, om 9 uur ‘s ochtends. Het blijft een machtige ervaring hoe je al lopende alles weet te bereiken. Ain’ t no mountain high enough…

Daarna blijven we op hoogte en gaan we via de flank van een berg door de bossen richting San Sebastian (Donostia in het Baskisch). Een lang stuk van zo’n 12 kilometer met een keienondergrond, waarbij het goed uitkijken is waar je je voeten zet. Door de bomen heen hebben we een inkijkje op de kustlijn van Irun en iets verderop Hendaye.

We zijn nu begonnen aan de Camino del Norte. Deze weg leidt ons via de kust naar Santiago de Compostela. Een weg met veel sterk stijgen en dalen én veel uitzicht op zee! Hij staat bekend als een zware tocht en wordt daarom minder belopen dan de Camino Frances. Maar voor ons is het ten opzichte van de afgelopen “druk”. We halen wandelaars in en worden ingehaald.

Na het rotsachtige bergpad dalen we af naar een baai. Wat een geweldig uitzicht hebben we vanaf boven! We lopen naar beneden en treffen een walhalla aan bankjes aan, die uitkijken op het water. Toevallig is het voor ons net lunchtijd, dus dat treft.

We moeten de baai oversteken en dat doen we met een pontje. Binnen enkele minuten staan we aan de overkant.

Via een lange stenen trap gaan we weer naar boven. Wat een uitzicht! We kunnen er geen genoeg van krijgen! De zon schijnt inmiddels en allle nevel is  nagenoeg verdwenen. Wandelend over de bergrand houden we constant de zee in ons zicht. Geweldig!

Vanaf grote hoogte zien we beneden ons San Sebastian liggen. Wat een stad, zo groot! San Sebastian heeft 3 stranden, waarvan 1 strand met hoge golven, ideaal voor surfers.

We logeren in een tijdelijke pelgrimsopvang, een school. Deze opvang is er alleen in de maanden juli en augustus, wanneer de school ongebruikt is. Er staan een stuk of 35 stapelbedden in de gymzaal en er staan nog wat luchtbedden aan de kant voor de laatkomers. Ook dit is allemaal vrijwilligerswerk op donativobasis.

Twee mannen op hoge leeftijd zitten aan een tafeltje in de hal uiterst consciëntieus het inschrijfwerk te verrichten. Geen woord komt over hun lippen, geen lachje kan eraf. Je laat je credencial en paspoort zien en zij schrijven met sierlijke letters alles over in hun register. Dit kost ruim 5 minuten per persoon. Er zijn zo’n 7 mensen voor ons, dus dat is een half uurtje staan wachten. Voor mij vermoeiender dan lopen…
Vanwege onze leeftijd (!) krijgen wij een benedenbed toegewezen. We krijgen aardige Spaanse mannen als bovenburen. Ze liggen vrij stil en maken geen lawaai, dus perfecte slaapmaten.

De school ligt werkelijk op een toplocatie in San Sebastian, bijna aan het surfstrand. Na een heerlijke warme douche wandelen we over de boulevard de stad in. Het is er gezellig druk. Opvallend is dat de Spanjaarden veel aandacht hebben voor hun uiterlijk. Er is geen Spaanse vrouw die zonder felrode lippenstift rondloopt. Nageltjes gelakt en haren perfect gekapt. En dan komt het moment waar ik al langere tijd naar uitkijk… paëlla eten! Heerlijk!

We zorgen dat we op tijd terug zijn, want om stipt om 22 uur gaat het licht uit!

Nieuwe gewoontes 

Zaterdag 07 juli

Om 05:45 uur loopt de eerste wekker af, het geluid van fluitende vogeltjes. En die vogeltjes blijven maar fluiten, want de telefoon is van iemand die aan de andere kant van de gymzaal in een bovenbed ligt…

Iedereen staat zo ongeveer op dezelfde tijd op. De één is vlug weg, de ander heeft wat meer tijd nodig. Wij behoren tot de laatste categorie.

De nacht is opvallend rustig verlopen en we hebben goed geslapen.

Als we buiten komen zien we twee regenbogen vanuit de stad in de zee ondergaan. Wat een “goede morgen”! Over de boulevard lopen we de regen tegemoet. De regen houdt gelukkig maar een uurtje aan. Dat is lekker verfrissend voor de temperatuur. De joggers over de boulevard lijken zich er niets van aan te trekken, en dat zijn me er veel!

We ontbijten bij een bakkertje en klimmen daarna hoog boven San Sebastian uit. Vandaag weer veel uitzicht op die prachtige zee. Op de pauzemomenten zien we veel medepelgrims van de afgelopen nacht terug. Italianen, Spanjaarden, Amerikanen, een Deense, een Litouwense. Veel hoog opgeleide jongeren tussen de 20 en 30 jaar. Velen spreken ontzettend goed Engels. Van de een op de andere dag spreek ik geen Frans woord meer, dat is even wennen!
De temperatuur is heerlijk en het lopen gaat voorspoedig. De volgende mijlpaal dient zich weer aan: 2.200 km bereikt!

Halverwege de middag komen we als één van de eersten aan bij de school voor de Hoge Kunsten in Zarautz. 

Hier bestiert slechts één vrijwilliger (ex-pelgrim) het tijdelijke pelgrimsonderkomen. Ook hier weer donativo + een glimlach! Daar doet ie voor! We krijgen een stapelbed in de hoek. Op basis van m’n leeftijd mag ik ook kiezen voor een onderbed, maar ik ga voor een bovenbed met Leo onder me. Net als gisteren was je je kleding met koud water én er is een centrifuge! Hiermee slinger je je was al een heel eind droog. Wat een uitkomst! Nog even het zonnetje erop en klaar!

Zarautz is een badplaats en het is er druk met toeristen, vooral Spaanse toeristen.

We eten aan de boulevard in één van de vele strandtentjes een menu. Goh, ook dit is wennen in vergelijking met Frankrijk. Ik denk dat we nu nog niet de helft krijgen ten opzichte van de overvloedige en lekker bereide Franse maaltijden. En waar ze in Frankrijk goed met crème en olie strooiden is het nu allemaal maar magertjes. Het kost hier dan niet veel, de kwaliteit en kwantiteit is er dan ook naar. En het groentequotum gaan we hier niet halen. We zullen er zelf voor moeten zorgen dat we via fruit aan onze vitaminen komen.

Nadat we bij de ober, die duidelijk zijn werk niet leuk vindt, hebben afgerekend, keren we “huiswaarts”. Voor ons is het bedtijd, eerder dan voor de meeste Spaanse kleutertjes…

Zondag 08 juli

Terwijl wij uitgerust aan een nieuwe dag beginnen en over de boulevard onze weg vervolgen zien we dat voor de Spaanse tieners de nacht er nog niet op zit. Ze hangen in grote groepen luidruchtig rond met aangesproken flessen alcohol. Wat een rotzooi zie je dan liggen op zo’n boulevard. De vuilnismannen hebben er hun handjes vol aan.

Via een wandelpad naast de weg volgen we de kustlijn naar het eerstvolgende plaatsje waar we eerst bij een bakkertje gaan ontbijten. 

Het licht van de opkomende zon geeft een warme gloed op het landschap. Op het terras bij de bakker raken we in gesprek met een dorpeling. “Impossible” is zijn reactie op ons verhaal dat wij uit Nederland zijn komen wandelen. Hij vertelt het aan elke klant die het winkeltje binnenkomt. Althans, dat vermoeden wij aan het feit dat het woord “Ollanda” veelvuldig wordt genoemd. De bakkersvrouw komt zelfs nog even naar ons toe om te vertellen hoe “bonita” ze Nederland vindt.

Veelvuldig hebben we uitzicht op de zee. Wat een genot! Onze eerste pauze is in het havenplaatsje Zumaia, waar we tegen de grote boot “Norwegian Gannet” aankijken. Een boot die hier is gebouwd en die in de Noorse wateren zalm gaat vangen, dat vervolgens op de boot consumptieklaar verwerkt wordt en via de Deense markt zal worden afgezet. Een uniek concept, te water gelaten in mei 2018.

Het is vandaag weer veel klimmen en dalen. 

En het gaat in tegenstelling tot gisteren bij mij niet lekker aan m’n voeten. Tijdens de lunchpauze check ik m’n hielen en wat ik vreesde is werkelijkheid: ik heb nu op m’n linkerhiel een flinke blaar gelopen. Is die aan m’n rechterhiel net aan het genezen, begint de volgende. Het parcours is lastig, veel stijgende keienondergrond en af en toe flinke blubber.

Met veel pijn kom ik aan in Deba. Hier slapen we in een stationsgebouw. Net als bij de Spoorzone in Tilburg is de oorspronkelijke functie aangepast en is er in 2014 een pelgrimsonderkomen van gemaakt. Fantastisch! En dat voor een bedrag van € 5 p.p. Ook nu krijgen we weer een fijn stapelbed in een hoekje toegewezen, nr 41 en 42 van de in totaal 56 bedden. Niet veel later wordt er op de deur geplakt dat het onderkomen vol zit. Op de deur kloppende pelgrims kunnen dan op zoek naar een ander onderkomen…

Het restaurantje tegenover het onderkomen speelt slim in op deze potentiële klantengroep en biedt een goedkoop pelgrimsmenu aan. Tja, ook hier geldt “alle waar naar zijn geld”…

De vrijwilligster van het onderkomen spreekt goed Engels en ik vraag haar of ze voor morgen voor ons wil reserveren in de etappeplaats Markina. Dat doet ze heel graag voor ons. We zijn er blij mee, want als ik aanhoor hoe zo’n gesprek in het ratelend Spaans verloopt… Ik versta er weinig van. Heerlijk, voor morgen een kamer voor ons tweetjes in een ‘hostel privado’.

Maandag 09 juli

Vandaag een pittig dagje, bijna 28 km met ruim 1.100 m stijgen en dalen. Compeed op m’n linkerhiel en we gaan weer.

Nog een paar laatste blikken op zee en dan trekken we tijdelijk het binnenland in.

De hoogste top is 500 meter, een behoorlijke hoogte in deze omgeving. Het is rond lunchtijd als we de top bereiken. Daar is een heerlijk schaduwplekje en een heerlijk koel windje. Daar word je weer mens van. Het blijft daarna nog wat rondslingeren om de berg heen. Heel gaaf om daar te lopen. En het valt ons toe dat we op deze heldere en daardoor warme dag veel schaduw van het bos hebben. We krijgen op onze weg nog een kadootje: een huiseigenaar heeft voor z’n hek een tafeltje met gekoeld drinken, reepjes en appels. Daar maken we graag gebruik van! Dit geeft energie, zowel het gebaar van de mensen als hetgeen ze aanbieden.

Veel braamstruiken staan in bloei; een mooi zicht die kleine roze bloemetjes. De route staat perfect aangegeven met behulp van prachtig massief houten wegwijzers en natuurlijk de gele pijlen.

Het enige geluid dat we horen is dat van de bosbouwers. Er wordt veel gekapt. De gekapte stammen liggen netjes opgestapeld en dat geeft een heerlijke geur als je er langs komt.

We eindigen vandaag in Markina. Een lange dag, waarvan de laatste kilometer nog even een hele pittige is. Die gaat door de volle zon over het asfalt. Wat een hitte! In het begin van Markina staat een bijzondere kerk. Als je er binnentreedt staan er 3 reusachtige stenen. Over deze stenen is 3 eeuwen geleden een kerk gebouwd. Heel bijzonder!

We snorren eerst de supermarkt op voordat we ons melden bij ons hostel. We hebben een reservering, dus geen reden tot haast.

Het hostel is klein, maar onze kamer is royaal. Er zijn nog 3 anderen in het hostel. Dat is even een verademing ten opzichte van die grote slaapzalen van afgelopen dagen. Heerlijk, een opgemaakt bed en een luxe, schone badkamer mét handdoek. In het bijbehorende restaurant eten we een pelgrimsmenu. Daarna is het tijd om het lijf rust te geven. Het is hard nodig…

Warme wandeldagen 

Dinsdag 10 juli

De wekker staat op 6 uur. We hebben gisteren ons ontbijtinkopen gedaan, dus we kunnen in de keuken van het hostel nog ontbijten. Eindelijk weer eens een kop thee erbij. Dat is even geleden. Er is alleen een magnetron om iets klaar te maken. Hmm, het water kookt niet, maar ik krijg er net een kop thee van getrokken. Het wordt vandaag een warme dag, dus we willen goed veel vocht tot ons nemen.

Het lopen doet veel pijn bij mij aan m’n linkerhiel. Maar na een uur zijn m’n voeten zo warm dat de pijn minder voelbaar is. Leo’s voeten zijn gelukkig nog steeds in topvorm.

Over een Middeleeuws stenen pad bereiken we een groot klooster uit de 11e eeuw. De kerkdeur zit op slot, maar het terrein eromheen en de binnentuin is vrij toegankelijk. De gebouwen zijn prachtig gerestaureerd en staan op de werelderfgoedlijst. We pauzeren er even.

Er volgt een mooi stuk klimmen door het bos. We vinden er heerlijk verkoeling, want het is vandaag goed warm. Het afdalen is dit keer een makkie, want vele houten trappen leiden ons naar beneden. Hierin is goed geïnvesteerd. Onder de traptreden zien we veel leisteen en modder. Blij dat we daar niet overheen hoeven te glibberen!

Het is zo warm vandaag dat we onszelf op 2 km voor de overnachting trakteren bij een barretje. Dit voorbeeld wordt snel gevolgd door medepelgrims. En dan merk je hoe snel zo’n camino verbroedert. We zitten gezellig met z’n allen rond één tafel. We zijn toch maar niet al te lang blijven zitten, want des te moeilijker is het om weer verder te gaan.

In Guernica slapen we in een hostel met 70 bedden. We zitten nog bij de eerste 30 die zich melden. Wanneer de medewerker onze credencial met de vele stempels ziet, knipoogt hij en zorgt ervoor dat wij de enige ruimte met slechts 2 stapelbedden krijgen, met de opmerking “the finest room in the building”.

We doen ons ding, rusten wat en gaan dan de stad in om een restaurantje te zoeken. Het stadje is groot zat en heeft talloze barretjes, maar nergens lijken we een fatsoenlijk menu te kunnen eten. Tapas genoeg, maar wij willen pelgrimsvoedsel.

Uiteindelijk spreken we een Spaanse dame aan die ook Engels spreekt en zij leidt ons naar een prima restaurant waarvan ze weet dat daar vaker pelgrims eten.

Met goed veel honger schuiven we aan een tafeltje buiten aan. En ook deze serveerster lijkt weinig arbeidszin te hebben. Het servet en het bestek wordt vanaf een eindje op onze tafel geworpen. Daarentegen eten we er heerlijk: een goede salade, veel zwaardvis en een lekker stukje taart na. En ook bij het afrekenen weer diezelfde onverschilligheid. We krijgen te weinig in rekening gebracht. Het lijkt ze zo weinig te interesseren. Ik laat het er ook maar eens bij.

We zijn een heel eindje van ons hostel vandaan, dus moeten nog doorstappen om voor 22:30 uur binnen te zijn. Toch pakken we een klein ommetje om een replica van Picasso’s “Guernica” te bewonderen.

Het grote schilderwerk heeft Picasso gemaakt naar aanleiding van het bombardement op het dorp tijdens de Spaanse burgeroorlog in 1937. Hierbij werd het dorp in enkele uren tijd nagenoeg met de grond gelijk gemaakt, teneinde de Basken een lesje te leren. Guernica staat vanaf dat moment goed op de kaart. 

Het lukt ons om voor sluitingstijd binnen te zijn en de vriendelijke medewerker heeft ervoor gezorgd dat we de enigen in onze kamer zijn!

Woensdag 11 juli

We doorkruisen de stad Guernika met z’n vele bijzondere gebouwen, pakken nog een geocache mee en trekken verder het binnenland in.

Het is weer een warme dag, maar gelukkig komen we onderweg voldoende waterpunten tegen om onze bidons weer bij te vullen. De route vandaag is niet al te moeilijk, de maandenlange training werpt z’n vruchten af;).

Voor vandaag staat een etappe van 20 km voorgesteld en voor morgen een etappe naar Bilbao van slechts 10 km. We besluiten om na 16 km bij de pelgrimsherberg in het plaatsje Larrabetzu te stoppen voor vandaag. Leo is flink moe en wil wat uren slapen vanmiddag.

We zijn één van de eersten als de herberg om 14 u de deuren opent. We kunnen daardoor een mooi plekje in de hoek bij het raam kiezen. Bij de inschrijving weet de vrijwilligster niet hoe ze m’n meisjesnaam opgeschreven moet krijgen. Met een lach maakt ze me in het Spaans duidelijk dat deze extra inspanning voor haar voor mij een extra donatie voor de pot betekent. Dan vouwt ze m’n credencial open en ziet ze het indrukwekkende aantal stempels. Pardoes verandert haar houding en buigt ze uit respect als een knipmes voor ons. En elke keer als ik haar vanmiddag passeer, begint ze tegen de andere pelgrims opgewonden te vertellen dat die “Ollanda” helemaal te voet hier naar toe zijn komen lopen…

Leo rust op bed en ik ga in het kleine dorpje op het dorpspleintje in de schaduw van een boom lekker op een bankje zitten, bellen met het thuisfront.

Er is één restaurantje in het dorp, waar wij om 19:30 u denken te kunnen eten. Vergeet het maar…, het is uiteindelijk 21 u geweest voordat we iets op tafel krijgen. We slaan het toetje maar over, want om 22 u sluit de deur van de herberg.