Waden door het water

Donderdag 31 mei

We lopen nu op het traject Conques-Toulouse en dit traject wordt nauwelijks belopen. We weten dat Stefan 1 dag voor ons uit loopt, maar die kan in zijn eentje het pad ook niet begaanbaar maken. We banen ons af en toe een weg door gras dat tot onze oksels reikt. We “knieheffen” wat af! Het gras is uiteraard drijfnat, dus ondanks dat het niet regent, zijn met name onze schoenen weer binnen het uur van buiten en van binnen drijfnat. We krijgen de nodige uitdagingen op ons pad om langs omgevallen boomstammen te komen. Het lijkt net een stormbaan.

Een bospad leidt ons naar de top van de plaats Aubin. Bovenaan de kruisweg komen wij het bos uit. Beneden in de verte zien we de kerk liggen. Nog geen half uur later zitten we op het bankje bij de kerk. Ongelooflijk, hoe snel je hoogtes overbrugt. Dan begint een lang stuk door een donker bos. Een ongelooflijk zwaar parcours met vele hoogtemeters. Voor vandaag staan er ruim 25 km op het programma, maar met het tempo dat we in het bos lopen gaat het erop lijken dat we niet voor het donker bij onze overnachtingsplek zijn. We komen het bos uit en bevinden ons op een plateau. De laatste spetters komen nog uit de lucht vallen. Te weinig om ons regenpak aan te trekken. De weg wordt en blijft geasfalteerd totaan Peyrusse-le-Roc, de plaats waar we overnachten.

Dat schiet op. En, wat helemaal fijn is…. we zien witte wattenwolken aan een blauw zwerk! De kerkklok slaat 6 keer op het moment dat we ons melden bij de bar-restaurant van het pittoreske dorpje. Mevrouw heeft ook een gite én verzorgt ons eten. Een wittebonenschotel met saucijzen, goed wandelvoer. Na het eten doen we nog een klein rondje door het piepkleine dorpje, dat zich prachtig laat zien in de avondzon. Dat belooft mooi weer voor morgen!

Vrijdag 01 juni

Middeleeuwse resten komen op ons pad als we onze route vervolgen. Een donjon, een kerk, een graf, een pelgrimshospitaal. Maar de meeste indruk maakt toch wel de 2 torens op de rots bij Peyrusse-le-Roc. Op het moment dat wij ze zien hangt er nog een wolkenlaag omheen. Het is nog vroeg.

De zon weet de wolkenlaag weg te branden en er verschijnt een prachtig blauwe lucht, tot aan de avond toe. Het is niet te warm, het is precies goed. De neerslag van de afgelopen dagen leidt op diverse plaatsen tot overlast. We weten niet of koning Willem-Alexander het onderwerp ‘watermanagement’ nog in zijn portefeuille heeft, maar hier in Frankrijk ligt nog een groot braakliggend terrein voor hem open! 

Wegen zijn overstroomd, viaducten zijn ondergelopen en weilanden staan compleet blank. En ook ons wandelpad kon de hoeveelheid water niet meer verwerkt krijgen. We staan voor een grote, lange plas. Wat te doen? Er is geen alternatieve route. Ok, dan schoenen en sokken uit en op onze blote voeten door het ijskoude water! En voor de zoveelste keer met vochtige voeten in onze schoenen…

We hebben geen lunch bij ons. Onze gastheer heeft ons aangegeven dat we rond lunchtijd al wel op onze bestemming voor vandaag zouden zijn. De Fransen benaderen dit via de weg en hebben geen idee hoe onbegaanbaar de wandelpaden kunnen zijn. Eigenlijk kunnen we daar dus niet op vertrouwen. Gelukkig hebben we nog altijd het superfood van 21 mei achter de hand, dus we redden het wel. 

Uiteindelijk lopen we rond 15 uur het stadje Villeneuve binnen. Geen supermarkt te bekennen. Dan maar op een terrasje iets eetbaars bestellen. Nee, niet mogelijk, de kok is al naar huis toe… Dan in ieder geval wat drinken. Leo ziet een bakker en haalt daar 2 (warmgemaakte) pizzapunten op. Die eten op het terras erbij op. We worden hier steeds makkelijker in.

Bij de VVV informeren we naar een slaapplaats: of een mobilhome op een camping of bij een particulier. We kiezen voor de particuliere familie in de hoop dat we er ook kunnen mee-eten. En daar hebben we geen spijt van! 

Het is een kleine kilometer lopen naar hun bungalow met mooie grote tuin. Een prachtige kamer met “echte” handdoeken, een dekbed, een schone badkamer, wifi, een waslijn in de zon en vooral een heel hartelijk en gastvrij onthaal door Jean-Claude en Eveline. Hun 2 kinderen zijn de deur uit en ze hebben een royale slaapkamer over. We worden ontzettend verwend met oprechte aandacht en interesse, heerlijk eten en goede wijn. Het blijft zo speciaal om te ervaren dat mensen 2 wildvreemde buitenlanders, waarvan ze alleen de voornaam kennen, zo dichtbij in hun privédomein laten komen. Fantastisch!

Zaterdag 02 juni

Tijdens het diner gisterenavond zijn de cultuurverschillen tussen Frankrijk en Nederland veelvuldig onderwerp van gesprek geweest. Zo ook de ontbijtgewoontes.

Speciaal voor ons snijdt Jean-Claude (met zijn Laguiole-mes) worst af en bakt Eveline 4 eieren voor bij het ontbijt. Dit is wat anders dan een paar sneetjes oud stokbrood met een dotje fabrieksjam! Of we ook nog een sandwich als lunch mee willen nemen? “Ja, graag!” Jean-Claude legt saucijsjes op de barbecue, waarna Eveline deze belegt op een halve baguette. Ze stopt er nog een lekkere kiwi bij voor de nodige vitamientjes. En dat allemaal op hun weekenddag om 8 uur. We kunnen onszelf nauwelijks uitdrukken hoe dankbaar we hen zijn.

De dag begint warm en de temperatuur loopt pijlsnel op. In de schaduw op een bankje bij een kerk lunchen we en hebben we prachtig zicht op een kasteel. Ondanks dat we “maar” 15 km lopen zorgt de warmte ervoor dat we redelijk uitgeput aankomen in de stad Villefranche-de-Rouergue. Aan de rand van de stad zien we supermarkt Carrefour liggen. We besluiten erheen te gaan om iets te drinken te kopen, eens iets anders dan water. Met onze grote rugzakken op lopen we langs de klantenservice. Ik probeer bewust oogcontact te maken, maar de dames hebben alleen oog voor elkaar. Na enkele minuten willen we met onze flesjes drinken aansluiten bij de kassa, maar we worden door een hoofdkassière tegengehouden. Of we ons bij de klantenservice willen melden om onze rugzakken te laten openen. De combinatie van warmte en vermoeidheid zorgt ervoor dat ik er niet meer aan denk om de ‘5-seconds-rule’ [Mel Robbins] toe te passen, maar direct reageer vanuit mijn reptielenbrein: ik ontplof! Alsof we onze volgepakte rugzakken nog eens extra gaan vullen met een 40-inch beeldscherm! Gelukkig was de bedrijfsleidster heel goed getraind in het omgaan met verontwaardigde, onschuldige klanten. Zonder de rugzak af te hoeven doen of te openen wist ze me te kalmeren en af te laten rekenen. Schijnbaar hebben ze een groot probleem met diefstal, en dan geldt dat de goeden onder de kwaden moeten lijden. Heeft niets meer met het echte pelgrimeren te maken. Ik moet weer even wennen aan deze wereld…

We melden ons bij de VVV voor een slaapplaats. De alleraardigste jongedame belt voor ons de vrijwilligster van de gite voor pelgrims en wandelaars, gelegen even buiten de stad. Binnen 10 minuten staat mevrouw er om ons op te halen. Ze vindt het geen probleem om op ons te wachten als wij nog even boodschappen doen voor ons avondeten. Wat een fijn mens! Dat ze 5 kwartier in een uur volratelt, nemen we op de koop toe. Voordat ze ons naar de gite brengt halen we eerst een andere mevrouw op. Volgens de “regels” moeten ze met z’n tweeën zijn bij de ontvangst van gasten. Eigenlijk zijn Fransen naar eigen zeggen niet zo van de regels. Bij stoplichten lopen ze steevast door rood licht, maar als het op papierwerk aankomt, dan krijgt het een ander gewicht. Stempels zetten, kwitanties uitschrijven… très important!

Ook in deze gite zijn we vannacht helemaal alleen. Het is mooi gelegen aan de rivier de Aveyrone. We kunnen er niet meer buiten zitten, want zoals verwacht begint het te rommelen en even later komt de regen met bakken uit de hemel. De temperatuur keldert. Gelukkig, want de warmte was heel extreem. De verwarming werkt, dus we weten ons wasje droog te krijgen. We maken een heerlijke maaltijd voor onszelf klaar om daarna als een roos te gaan slapen…


Meters maken

Zondag 03 juni

We zijn op tijd weg omdat de afstand naar de eerstvolgende (mogelijke) slaapplaats ruim 25 km is. We kiezen ervoor om eerst een afstand te overbruggen over de geasfalteerde weg. Het is zondag en alleen daarom al is er nauwelijks autoverkeer. In 2 uur en een kwartier weten we ruim 12 kilometer af te leggen. Dit kan alleen onder ideale omstandigheden: droog weer, niet te warm, geplaveide weg, nauwelijks hoogtemeters. Deze keuze hebben we niet vaak. De laatste 13 kilometers belopen we weer de wandelwegen, op zich wel mooier ten aanzien van de uitzichten en afwisselender.

Nog voor 15 uur zijn we aan de voet van Najac. Hoog boven ons zien we het kasteel van Najac liggen. 

We logeren in een gite aan de oevers van de Aveyron. Ditmaal één die toebehoort aan een centrum voor buitensporten als kanoën, paintball, mountainbiketochten en klimmen. Ook nu hebben we de hele gite voor onszelf. Ik heb afgesproken dat het ernaast gelegen restaurant ons avondeten zal verzorgen. Dit is op zondagavond altijd moeilijk, want restaurants zijn per definitie gesloten op zondagavond, net als dat de bakker niet bakt op maandag.

Als enigen zitten we heerlijk op het buitenterras, uitkijkend op het wasrek met ons wasje, dat we laten meeverhuizen met de zon. We krijgen stevige kost geserveerd, want “You walk”, aldus de sympathieke jonge kerel die ons bedient. We krijgen nog een stuk brood van hem mee voor morgen. Een kerel die waarschijnlijk weet wat pelgrimeren is…

Het is een zachte avond en ik zou toch nog wel naar boven willen klimmen naar Najac. Onder de belofte dat ik voor het donker “thuis” ben, neem ik nog even de benenwagen. Een stadje gebouwd op een smalle hoge rots, met als blikvanger het kasteel. Prachtig!

Maandag 04 juni

Bijna 30 km lang en een zeer pittig parcours, dat is wat ons vandaag te wachten staat. Het is veel klimmen door donkere bossen. Inmiddels door ons omgedoopt naar ‘Franse regenwoud’. We volgen een stuk van de brede Aveyron. Vandaag passeren we zowel bovenlangs als onderlangs enkele boogbruggen in Romaanse stijl. 

We krijgen een stuk klauterwerk over grote rotsen voor de kiezen. En dat met wandelschoenen, waarvan het profiel aardig begint te slijten. En dan komen komen we op een vlak wandelpad, dat aan weerszijden volhangt met mos. Nog nooit hebben we zoveel mos aan boomtakken zien hangen!

Na het passeren van een waterval komen we aan in Laguépie. We zijn er nog voor 13 uur en er is nog een supermarkt open. Maar helaas, ze heeft geen brood. Aan de overzijde van het pleintje zien we een bar annex snackbar. Eens kijken of ze daar iets hebben dat wij als lunch kunnen gebruiken. Nee, de keuken is aan het afsluiten. Maar de uitbater geeft ons aan dat de camping wellicht nog iets voor ons kan verzorgen. Hmm, uit die richting komen we net… We lopen weer een kleine kilometer terug en ja hoor, ook daar krijgen we te horen dat de kokkin net naar huis is. Met dat bijltje hebben we eerder gehakt… we gaan de uitbater deel uitmaken van ons eetprobleem. Een beetje Nederlandse charme in de strijd erbij en… ja, hij belt de kokkin om terug te komen :). Ze maakt een heerlijke omelet voor ons! En met nog een stuk brood erbij van de restaurateur van gisterenavond hebben we weer een complete lunch. Wat is het toch fijn als je zo geholpen wordt!

Al met al heeft deze lunchexpeditie ons veel tijd gekost en moeten we flink doorlopen naar onze slaapplek voor vanavond. Dat valt niet mee, want de zon schijnt al enige tijd en je voelt de temperatuur oplopen. We volgen netjes de wandelroute, maar die leidt ons over paden die nagenoeg onbegaanbaar zijn. Helemaal uitgesleten door het constant stromende water; het is aanmodderen door de modder. 

De laatste 7 kilometer gaan dus over de weg. Een smalle weg waar nauwelijks autoverkeer is. Het klimt behoorlijk, en dat in de volle zon. Oh, wat kost dit ons veel kruim…

Om 18 uur bereiken we de (bemande) gite voor vanavond. We zijn de enige gasten. Er komen hier niet veel pelgrims, ja toevallig 2 dagen geleden, een Nederlandse jongen… Dat moet Stefan zijn geweest!

Beheerder Michel maakt een goede maaltijd voor ons klaar, met veel groenten. Dat maken we niet vaak mee in Frankrijk. Terwijl hij kookt en wij douchen barst buiten het onweer los, gevolgd door hevige regen. Maar wij zijn lekker binnen!

Op de camping

Dinsdag 05 juni

Op zolder hangt onze was die we gisterenavond nog machinaal hebben mogen wassen. Nog net niet helemaal droog, maar wel ver.

We schuiven bij Michel aan bij het ontbijt. Tijdens het ontbijt vertelt hij zijn levensfilosofie: leven als kunstenaar, zodat hij de dingen doet die hij het liefste doet. Als aanvulling op zijn inkomen beheert hij de gite. Geen pensioenopbouw, maar er zich dagelijks van bewust dat hij leeft. Elke ochtend voor zijn koffietje naar het café, om te discussiëren en te filosoferen. Bij het afscheid geeft hij ons als raad mee: “Aller au café avant le debut de la journée”.

Voordat we weer meters gaan maken, bezoeken we eerst het bijzondere stadje Cordes-sur-Ciel. Zoals de naam al doet vermoeden ligt dit stadje hoog op een heuvel. Het doet ons denken aan Vézelay, ook op een heuvel. Alleen is dit plaatsje een stuk groter. En kennelijk een grote inspiratiebron voor schilders, pottenbakkers, sieradenmakers en alle andere denkbare vormen van kunst. We passeren het ene atelier na het andere. Gelukkig mochten we onze rugzak nog even stallen bij de gite, zodat we de steile straatjes zonder bepakking konden beklimmen.

Aan het eind van de ochtend vertrekken we. Het is heel erg benauwd. De luchtvochtigheid is hoog; het zweet gutst al snel van ons gezicht en irriteert m’n ogen. De wandelpaden zijn door de kleverige modder moeilijk begaanbaar. Wat wil je ook met die regenval van afgelopen nacht. Noodgedwongen kiezen we op sommige stukken voor het asfalt. 

In de bermen en de tarwevelden bloeien de klaprozen weelderig. Voor het eerst na de Bourgogne zien we weer druivenstokken met grote trossen piepkleine druifjes. We zien ze niet alleen, we ruiken ze ook, want er wordt driftig met zwavel gesproeid.

Rond 16 uur doen we een nieuwe ontdekking… er bestaat nog een paradijs!: camping ‘Le soleil des Bastides’ in Cahuzac-sur-Vère. Mooi in het groen, ruim opgezet en een variatie aan accommodaties: blokhutten, kleine tenten, grote lodgetenten en mobilhomes in diverse maten. Wij hebben een kleine mobilhome met eigen sanitair voor een pelgrimsprijs. Heerlijk rustig en de eigenaren geven aan dat hun deur openstaat als we iets nodig hebben. Dat is geweldig. Zo hebben we een opgemaakt bed, krijgen we theezakjes, oploskoffie, wc-papier, afwasmiddel, een theedoek en kruiden om te kunnen koken.
We zijn nu inmiddels in het stadium beland dat mensen het nauwelijks kunnen geloven dat we uit Nederland zijn komen wandelen. Mevrouw biedt meteen aan of ik in het golfkarretje mee wil rijden naar onze mobilhome, 150 meter verderop. Zo’n aanbod kan ik niet weerstaan ;).

We installeren ons en lopen meteen daarna het dorp in om boodschappen te doen. Vanavond hebben we zin in Hollandse pannenkoeken. 

En ongelogen waar, we stappen onze veranda op en de eerste regendruppels vallen. Totaan de vroege ochtend blijft het regenen, een melodieus concert op het kunststof dak. Gezellig en ideaal om mee in slaap te vallen! Een plek als deze is de ideale rustplaats voor ons. Lekker rustig met comfort en privacy én een veranda met ligstoel. Dat vraagt om het inlassen van een rustdag!

Woensdag 06 juni

Dat is lekker voor Leo, een keertje uitslapen! Ik ben weer voor 7 uur wakker, maar blijf toch liggen. Best moeilijk voor mij, verplicht rust nemen. Maar zoals Joop Zoetemelk altijd zegt, je wint de Tour de France in bed, dus die wijze raad volg ik op.

We inspecteren elkaar ook weer eens grondig op teken. En jawel! Ze zijn soms heel klein, maar we ontdekken ze gelukkig. Beiden hebben we nu een stuk of 7 teken verwijderd de afgelopen dagen. En het maakt eigenlijk niet uit of er nu wel of niet een kledingstuk overheen heeft gezeten.

Tussen de middag lunchen we met pannenkoeken, lekker!

Verder rommelen we wat aan in en rond de mobilhome. Het is droog en windstil en vanaf 17 uur laat de zon zich zelfs zien. Een kadootje!

Het diner gebruiken we in het restaurant van de camping. Simpel, maar lekker eten. Met de rust van vandaag kunnen we er weer tegenaan!

Bijzondere ontmoetingen

Donderdag 07 juni

Niet alleen wij, maar ook het weer is tot rust gekomen. Weliswaar in de ochtend nog flinke, donkergrijze wolken boven ons, maar het is droog en de temperatuur is heerlijk. Dit deel van de route gaat door wijngaarden en langs kastelen.

In de verte denk ik een glimp van de Pyreneeën op te vangen. We lopen deels over asfalt en deels over karrensporen. Het gras zit vol mooie bloemetjes. 

We lopen langs een machtig grote cypres. Het tempo zit er goed in. In minder dan 3 uur zijn we op de plaats van bestemming voor vandaag, alleen nog zonder slaapplaats. Ik ben al veel aan het bellen geweest gisteren en vandaag, maar nog zonder succes. De één heeft net z’n huis verkocht, de ander zegt geen plaats te hebben (zonder mij te vragen voor welke nacht…), het 1-sterrenhotel reageert niet en de campinghouder van Gaillac vraagt de hoofdprijs voor 1 nacht in een chalet. We lunchen eerst op een bankje in het stadje en lopen vervolgens naar de VVV. Deze is gehuisvest in de prachtige abdij van Saint-Michel. De mevrouw van de VVV heeft een adres van een ‘Accueil pèlerins’. Ze belt er naar toe en meneer neemt op. Hij zegt dat ze dat aan zijn vrouw moet vragen, want de pelgrimsopvang is haar “hobby”. Hij geeft haar 06-nummer. De VVV-dame belt tot 2x toe het nummer, maar helaas… er wordt niet opgenomen. De mevrouw van de VVV vraagt ons of ze een ander adres zal proberen te bereiken. Ja, dat is goed. Een vriendelijke dame neemt op en we kunnen bij haar in huis terecht!

We lopen naar buiten, drentelen nog wat rond en we worden aangesproken door een Franse dame. Bescheiden vraagt ze of wij de 2 pelgrims zijn die bij de VVV geweest zijn? Meteen, denk ik, ‘oh ben ik m’n stokken vergeten?’ Nee, zij geeft aan dat zij de dame is die pelgrims in haar huis opvangt. Ah, maar we hebben al een ander adres… In heel haar wezen merk ik dat ze het zo jammer vindt dat ze het telefoontje gemist heeft. We praten nog wat verder en we spreken af dat we morgenochtend nog even langs komen bij haar thuis. Ze wil ons nog iets meegeven. Ze schrijft haar naam en adres op een briefje. Ze blijkt Elisabeth te heten. Enthousiast zeg ik haar dat ik ook een “Betje” ben. Dit vindt ze helemaal fantastisch. We nemen afscheid en lopen verder, totdat… er getoeterd wordt vanuit een auto. Elisabeth wil ons graag naar onze slaapplek brengen. Dat nemen we in dank aan!

De dame van onze slaapplek, Anne, is aardig, alleen wat gereserveerder en meer op zichzelf. Voor haar is dit duidelijk een welkome bijverdienste. Ze heeft een kleine bungalow met een royale tuin waar we heerlijk onder de parasol kunnen genieten. We mogen haar hele huis gebruiken. Dat geldt ook voor de keuken, maar we hebben geen zin om te koken. Het stadje kent vele restaurantjes, dus daar kunnen we onze keus wel maken.

Vrijdag 08 juni

De inhoud van onze rugzakken ruikt heerlijk naar lavendel! Wat een attent kadootje van Elisabeth, zo’n warme vrouw! We brengen haar een bezoekje nadat we bij Anne afscheid genomen hebben. Ongelooflijk dat je weer zo’n verbondenheid kunt voelen met iemand die je in 5 minuten leert “kennen”. Elisabeth is ex-pelgrim en laat vol trots haar pelgrimsstok die in de gang staat. Ik merk in alles dat ze zo met ons mee zou willen lopen…We lopen door Gaillac, waar het vandaag markt is. Het ziet er aantrekkelijk uit om even overheen te lopen, maar met die grote rugzakken met stokken eraan is dat niet handig. We laten de markt en de stad voor wat ze zijn en trekken de natuur weer in. Het is prachtig weer. We lopen een makkelijk traject, deels asfalt en deels karrensporen langs en door wijngaarden. We zien kersenbomen vol kersen en machtig grote seqoiua’s. We hebben de tijd vandaag, want we kunnen pas na half 6 terecht bij de familie bij wie we vanavond slapen. We nemen tot 2x toe een lekkere rustpauze in de schaduw. 

Na ruim 22 km komen we aan in Rabastens. Een leuk stadje met een prachtige kerk, die dit jaar 700 jaar bestaat. Heel kleurrijk met een aparte kapel gewijd aan Saint Jacques. We gaan bij de VVV naar binnen voor een stempel en laten ons foldertjes in de handen drukken, waar we niets mee willen. Allemaal zo goed bedoeld, maar elke gram is er 1…Tegen 18 uur bellen we aan bij Valerie & Arnaud en hun 12-jarige zoon Colin (liefkozend “Coco” genoemd). We worden ongelooflijk hartelijk onthaald. We hebben een prachtige kamer tot onze beschikking, met opgemaakt bed en heerlijke handdoeken. Het is er schoon en de oprechte interesse van het gezin in ons is hartverwarmend. De laptop wordt erbij gehaald om via onze website onze tocht nader toe te lichten. Valerie zet een heerlijke maaltijd op tafel, zet de lekkerste wijn op tafel en Arnaud verzorgt onze was. Ik “mag” niet eens helpen om deze op te hangen. We “mogen” alleen maar ontspannen. Dit doe ik o.a. in de “treinstoel”. Beiden werken bij de SNCF, de Franse Spoorwegen. Met name Valerie weet zeer onderhoudend van alles te vertellen over Rabastens en Toulouse. Ze haalt er prachtige fotoboeken bij om haar (Franse) verhaal te verduidelijken. Ze geeft ons tips voor het stadsbezoek aan Toulouse. Geweldig! Het wordt hierdoor een latertje…

Toulouse 

Zaterdag 09 juni

Voordat we Rabastens verlaten steken we eerst in de kerk een kaarsje op uit dankbaarheid. We zijn behoorlijk onder de indruk van zoveel ontvangen goedheid gisteren en vanochtend. Valérie ontvangt pelgrims uit liefdadigheid, oftewel op (onverplichte) donativobasis. Uiteraard geven we een bijdrage, maar wat zij voor ons gedaan heeft is onbetaalbaar!

We lopen door de heuvels richting Montastruc-la-Conseillère, ons beoogde einddoel voor vandaag. Bovenop een heuvel ligt een kapel met een kleine begraafplaats én bankjes. Daar gaan we even zitten om te bellen naar een overnachtingsadres voor vanavond. Ik heb diverse adressen met vaste en mobiele nummers, maar haast niemand neemt op. Eén neemt wel op, maar die geeft aan vol te zitten. Hmm, over op plan B. In het eerstvolgende dorp zit een VVV; laten we eens kijken wat die voor ons kan betekenen.

We steken de brede rivier de Tarn over en komen er rond lunchtijd aan. Eerst even eten op een bankje in het park, onder een Tilleul-boom. De gedroogde bloemetjes van deze boom vormen een heerlijke thee, weet ik inmiddels.

Bij de VVV hebben ze geen aanvullende adressen op het lijstje dat ik al heb. Het meisje biedt aan ook nog eens met haar telefoon alle adressen af te bellen. En ook bij haar neemt er niemand op.

We bevinden ons vlak voor Toulouse. We kiezen ervoor om naar Toulouse-Matabiau af te reizen met de trein. 

Een grote stad inlopen met veel autoverkeer om ons heen vinden we verre van prettig en bovendien zitten we niet al te ruim in de tijd. Hartje centrum stappen we uit. Wow, dat is even wennen, zoveel mensen om ons heen. We lopen naar de basiliek Saint-Sernin, waar tussen 15 en 18 u een pelgrimsopvang is. Voor zondagavond heb ik op 100 m afstand van de basiliek een auberge / jeugdherberg (voor alle leeftijden) gereserveerd, maar daar kunnen we vanavond niet terecht omdat ze volgeboekt zijn. De vrijwilliger bij de pelgrimsopvang heeft nog een ander adres van een kerkelijke opvang, wel 4 km buiten het centrum. We moeten ons voor 18 u melden, dus adviseert hij ons met klem om met de bus te gaan. Om de bushalte te kunnen bereiken moeten we nog een kleine kilometer door het centrum. Het is zaterdagmiddag, barstensdruk en notabene komen we midden in de Gay Pride terecht! Elkaars hand vasthoudend om elkaar niet kwijt te raken in al dit regenbooggedruis, komen we met horten en stoten bij de bushalte aan.

Na het bussen en een klein stukje lopen staan we voor Maison Diocésaine de Christ Roi. Na heel veel inefficiënt geneuzel wijst de vrijwilligster ons de kamer in een oud gebouw. We delen de piepkleine kamer met een Spanjaard, die al meer dan 40 maanden onderweg is om de wereld rond te fietsen. Hij heeft zoveel bagage bij zich, dat het kamertje vol staat. Het beddengoed is schoon, maar verder lijkt het alsof het alsof het minimaal 3 jaar geleden is dat er schoongemaakt is. Onze schoenen plakken aan de vloer, overal waar we lopen. Er is een zelfbedieningsrestaurant waar een maaltijd voor ons is klaargezet. We zijn er als enigen. We hebben honger en lusten normaal gesproken alles, maar het stukje draadjesvlees wat op ons bord ligt is niet te verteren. Zo, dit is even een knop omzetten na gisteravond!

Zondag 10 juni

De fietsende Spanjaard is om 5 uur opgestaan, dat is voor ons nog wat te vroeg.

Wij lopen rond 9 uur het terrein af, terug naar het centrum. Het is zondagochtend en Toulouse slaapt nog grotendeels en dan is het makkelijk om zo’n grote stad te doorkruisen.

We gaan eerst onze rugzakken wegzetten bij de auberge / jeugdherberg om zo met enkel een dagrugzakje de stad te bezoeken.

We bezoeken de basiliek en pakken daar nog net het laatste stukje van de mis mee. Op vertoon van onze credencial mogen we gratis de crypte bezoeken waar zich allerlei relekwieën van heiligen bevinden, waaronder Jacobus de Meerdere (= St. Jacques / Santiago).

Toulouse is een stad met geld en dit straalt de stad uit. De afgelopen 200 jaar heeft de stad een flinke rol in Frankrijk gespeeld. Status en allure is op veel plaatsen goed zichtbaar. Alleen al het Place de Capitole in het hart van de stad. Alle zaken/hotels hebben op hun gevel hun naam in dezelfde “gouden” stijl. Daar staat ook het Capitole, waarin het stadhuis en het theater gevestigd zijn.

De 1e verdieping is toegankelijk voor publiek en daar zijn indrukwekkende schilderingen te zien! De Salle des Illustres is eind 19e eeuw verbouwd en is een samentrekking van 3 zalen en hierbij is al het schilderwerk door beroemde Franse schilders op maat gemaakt. 

Dankzij de informatie die Valérie ons gegeven heeft weten we dat er 2 kerken zijn met een ‘Vierge noire’, die we beide bezoeken.

‘s Avonds gaan we heerlijk Italiaans eten, geen pizza’s, maar een volledige maaltijd met heerlijke pasta. 

Onder het eten gaat mijn telefoon… Valérie! Blijk ik mijn zwarte broek vergeten te zijn. Omdat ze in Toulouse werkt, biedt ze aan om me deze morgenochtend te brengen. Ik mag tijd en plaats aangeven. Wat een supermeid! Dat ik uitgerekend bij haar thuis iets vergeten ben…

Nieuwe schoenen 

Maandag 11 juni

Om half 9 voor de poort van de basiliek staan we Valérie op te wachten. Yes, daar is ze! Met broek én nog twee kadootjes: savon Violette (specifieke zeep uit Toulouse) en een blikken doosje met een afbeelding van Toulouse erop met daarin een paar bonbonnetjes. Wat vind ik het moeilijk haar los te laten! Maar een pelgrim komt aan en gaat weer weg, dus ook wij. We verlaten Toulouse te voet. Op de planning van vandaag staat dat we nog “boodschappen” gaan doen, te weten… nieuwe schoenen! Na 80 dagen met in totaal bijna 1.700 km lopen is het profiel van onze schoenen nagenoeg verdwenen. Bij mijn rechterschoen ben ik zelfs bij de hak door de zool heen. Zo kunnen we niet de bergen in.

We hebben via internet een outdoorzaak opgespoord, 10 km buiten Toulouse. We worden er vakkundig geholpen en laten ze er nu precies hetzelfde schoenenmerk hebben als Leo nu aan heeft (Scarpa)! We kopen beiden nieuwe Scarpa’s, maar nu een hoog model. Bij lage schoenen komt er vrij makkelijk een steentje in de schoen en met hoge schoenen wordt dit wat moeilijker. Leo vult zijn garderobe nog aan met een shirt en een (passende) afritsbroek. De broeken die hij nu draagt slobberen om zijn vermagerde lijf. Best spannend, verder op nieuwe, niet ingelopen schoenen. Maar volgens mij zijn onze voeten nu zo door-en-door getraind en daarmee gehard dat blaren er niet zoveel vat op hebben. Valt onder de categorie “de wens is de vader van de gedachte” ;).

We lunchen op een bankje aan de Garonne en lopen naar Muret, nog zo’n 9 km. Dit worden er uiteindelijk 17, want de “officiële” route (GR861) loopt anders dan ons blauwe lijntje op de GPS. Intussen is het gaan regenen, zo’n gordijn dat maar langzaam optrekt. Een mooie test voor de schoenen. Zijn we goed en wel een beetje opgedroogd, komt er nog een verrassing uit de lucht vallen: een pittige bui van maar 5 minuten maar die in 1x je tot op je ondergoed nat weet te maken. Jonge, jonge, en het parcours is daarbij ook nog eens zeer ongemakkelijk. We maaien ons met de armen een weg door een bospad.

Het is al half 7 voordat we goed nat aanbellen bij ons overnachtingsadres, dat ik via Airbnb gevonden heb. Blij dat we er zijn. We hebben een mooie grote kamer met eigen badkamer op de 1e verdieping. Het echtpaar helpt ons goed met onze natte spullen. Nadat we warm gedoucht zijn, moeten we weer onze natte schoenen aan om buitenshuis een hapje te gaan eten. Meneer geeft ons een goede tip voor een betaalbaar restaurant, 1,5 km verderop. “Dat moet er nog wel bij kunnen als je al vanuit Nederland bent komen lopen”, en gelijk heeft hij. Zo staat de kilometerteller op ruim 33 km voor vandaag, een ideale basis voor een heerlijke nachtrust!

Dinsdag 12 juni

Via Airbnb heb ik 2 adressen benaderd, maar helaas kunnen ze ons niet ontvangen. We gaan dus op pad zonder nog te weten waar we slapen vanavond. De pelgrimsroute tussen Toulouse en Saint-Bertrand-de-Comminges is vrij nieuw en staat daarmee nog in de kinderschoenen ten aanzien van de overnachtingsmogelijkheden voor pelgrims.

We lopen hoofdzakelijk over het asfalt en dat is maar goed ook, want voor vandaag is veel regen voorspeld. 

Voordat we Muret definitief verlaten, gaan we eerst bij het gemeentehuis een stempel halen en bij de supermarkt onze lunch. Bij binnenkomst van de supermarkt vragen we eerst bij de klantenservice of we de rugzakken af moeten doen. Nee hoor, “allez-y vous” zegt de medewerkster met een begrijpende glimlach. We verzamelen brood, beleg en drinken en sluiten aan bij de kassa. En ja hoor, daar gaan we weer… Of we bij de klantenservice onze rugzakken willen laten openen… Dit keer is het Leo, die uit z’n slof schiet. We hebben het notabene gevraagd! “Des règles…” is de onverbiddelijke reactie. De klant voor ons herkent ons Nederlands tegen elkaar. Het is een gepensioneerde vrachtwagenchauffeur die op Nederland heeft gereden met bloemen. Hij neemt het voor ons op, maar hij kan ook niet verhinderen dat Leo zijn rugzak moet openen. Eerst moet de regenhoes er vanaf. Vervolgens het koord losmaken om de zak in te kunnen kijken, maar de dienstdoende dame gelooft het verder wel. Wat een farçe!

Het brengt me van mijn stuk om de ene keer bij volslagen vreemde mensen thuis het volledige vertrouwen te krijgen en de andere keer in een winkel als potentieel crimineel te worden beschouwd.

Vanaf het moment dat we de supermarkt verlaten gaat het regenen en hoe! De lucht is bewegingsloos grijs. Er valt me een water! We komen pas in een dorp een overdekte plaats tegen om te kunnen lunchen, een “halle”. Er zijn geen bankjes. Dan maar zitten op de grond. We trekken onze drijfnatte regenjassen uit en doen ons donsjasje aan, want het is koud als je stil zit. En de regen blijft maar vallen. Het lijkt wel of het met honderden emmers per m2 wordt uitgestort. Het vooruitzicht om hier weer doorheen te moeten zorgt ervoor dat we dit uitstellen. We moeten uiteindelijk toch verder, dus daar gaan we weer… 

Gelukkig is het water boven een keer op en bereiken we redelijk droog het plaatsje Noé. 

Op naar het gemeentehuis om te vragen of er pelgrimsopvang is. Nee, dat zit op de lange termijn wel in de planning, maar daar hebben wij nu niets aan. De 2 dames van het secretariaat én de burgemeester denken over een oplossing voor ons. Diverse telefoontjes worden gepleegd, maar vinden geen gehoor. Totdat Marie-Laure van chambre d’hôtes L’Apouticayre wordt gebeld. Zij wil ons graag ontvangen. Ze woont op het platteland, maar wil ons graag komen halen en morgenochtend weer terugbrengen. Wow, wat komen we op een prachtplek terecht! Het is een verbouwde boerderij, zo sfeervol ingericht! Eigenlijk te luxe voor pelgrims… Marie-Laure ontvangt ons met koffie/thee, verzorgt onze was, helpt ons aan een lijst met adressen voor onze toekomstige overnachtingen en kookt heerlijk voor ons. We kunnen kiezen tussen lasagne of ‘varkenswangetjes’ met spaghetti. We laten ons verrassen en kiezen het laatste. Heerlijk!

Makkelijk of moeilijk 

Woensdag 13 juni

Ook nu hebben we het weer getroffen met een schat van een gastvrouw! Marie-Laure verwent ons bij het ontbijt met eigen gebakken brood en een brioche. Wat overblijft van de brioche krijgen we mee voor onderweg. Bovendien geeft ze me ook nog een zakje kruiden mee voor de “tisane” (kruidenthee), waarvan ze me gisteravond zo zag genieten! Ze zet ons af op de route en roept ons nog na dat we bij problemen haar altijd mogen bellen.

We kunnen onze route op 2 manieren vervolgen: of via de GR861 of over de weg via de route die Leo van te voren heeft uitgezet. De GR861 laat meteen een heuvel met vette klei zien, de weg is vlak en geasfalteerd. Ik ga over de GR861 en Leo neemt de weg. Een mooie afspiegeling van hoe wij zijn: Leo denkt ‘waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan’ en ik denk precies andersom, waarbij ik ‘moeilijk’ vertaal als ‘uitdagend’. We spreken af dat we elkaar bij de kerk van het eerstvolgende dorp weer zien. En zo zit Leo al ruim een uur lekker op het bankje in het zonnetje voor de kerk, terwijl ik ondertussen door de klei glij, onder omgevallen bomen kruip en een pad baan door het hoge, natte gras. Maar genieten dat ik dan doe;)…

De rest van de tocht leggen we weer samen af, over de GR861, maar zonder terreinobstakels.
Onze lunch genieten we precies op het moment dat we 1.700 km afgelegd hebben, een prachtige plek langs de Garonne. 

Het woeste water in de Garonne neemt complete boomstammen mee. Bomen staan tot ver met de stam in het water.
Als we bijna in Rieux-Volvestre zijn, doemen voor ons de Pyreneeën op, gaaf!

In Rieux-Volvestre brengen we eerst een bezoekje aan de kathedraal en aan de VVV voor een stempel. Het meisje bij de VVV zegt ons te hebben zien lunchen in Carponne, haar woonplaats. Tja, we zijn opvallende verschijningen met die grote rugzakken.

We zouden overnachten in de gemeenteherberg, maar die is dicht vanwege werkzaamheden. Als alternatief hebben we een mobilhome op de gemeentecamping voorgesteld gekregen. Ook prima, maar dan moeten we wel zelf ons avondmaal bijeen scharrelen. Terwijl Leo naar de kapper gaat voor een ‘coupe tondeuse’, haal ik bij de slager vantevoren klaargemaakte moussaka en bloemkoolschotel op. Hoeven we alleen nog maar op te warmen. Dit is zeker zo handig ten opzichte van zelf koken, waarbij je dan ook kruiden, boter etc moet aanschaffen. Dat kunnen we niet meesjouwen.

De camping ligt een eindje buiten het plaatsje en we worden er met de auto heen gebracht. Dat is nog eens service. De mobilhome is behoorlijk verouderd maar prima bruikbaar. Totdat we er binnen zijn hebben we het droog gehouden vandaag! ‘s Avonds en vooral nachts gaan de hemelsluizen weer open. Niet normaal…

Donderdag 14 juni

Vanwege het geluid van de veelvuldige regen op het kunststoffen dak van de mobilhome zijn we veel wakker geweest. Ons wasje is niet droog, want het is te vochtig in de mobilhome. Er is een gaskachel aanwezig, maar die krijgen we niet aan de praat. Dit keer geen camping die “sparkt”.

We worden met de auto teruggebracht naar het stadje. De etappe van vandaag is vlak. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is heerlijk. Na enkele kilometers leidt de route ons naar een fietspad langs een kanaal van 4,5 km. 

Dat schiet lekker op. We weten lange tijd een gemiddelde van 6 km/u vast te houden. En dan komen we Cazères binnen, prachtig gelegen, direct aan de Garonne. Bijzonder om zo dicht langs het water te lopen! 

We vinden bij de kerk een bankje met rugleuning. Schoenen uit, slippers aan. Broodje erbij. Heerlijk.

En dan gaan we het over de vervolgroute hebben. Nemen we de grote omweg via de GR861 of de rechtstreekse / meest efficiënte route? Het wordt de laatste. Deze leidt ons naar een grote grindafgraving, waar de stenen uit de grond via een enorm lange lopende band worden afgevoerd. Indrukwekkend om te zien. Een druppeltje smeerolie zou geen kwaad kunnen, want het kraakt en piept aan alle kanten.

Iets na 16 uur komen we aan bij La Maison Saint Roch. Een prachtig, groot pand uit 1805. Het wordt bewoond door een jong gezin, bestaande uit Matthieu, Séverine, de 7-jarige Valentine, de 2-jarige Camille én Charly, le teckel. Ze hebben een royale slaapzaal met stapelbedden en prachtig sanitair. We kunnen er goed ons wasje doen en buiten in het zonnetje laten drogen. Om 19u30 eten we gezellig met het gezin mee aan hun eettafel. Séverine houdt van koken en dat proef je. Met ingrediënten uit eigen tuin maakt ze de lekkerste dingen klaar. Ze zijn groot voorstander van biologisch eten. Na het avondeten nemen ze ons nog mee voor een rondje door de tuin. We hebben het weer getroffen met zo’n overnachtingadres!

Champignons aan het plafond 

Vrijdag 15 juni

We ontbijten samen met het gezin, want ook de kleine dametjes gaan de deur uit, naar school/crèche. Naast de zelfgemaakte jam, een spiegeleitje van de eigen kippen staat er ook al ‘gateau’ op tafel. Ze weten er wat lekker eten is! We krijgen van Séverine een lunchpakket mee.

We gaan in eerste instantie over de GR861, maar deze is echt onbegaanbaar. Het gras komt tot onze oksels. Er is geen pad meer zichtbaar. We gaan verder over de weg. Soms niet de meest gezellige optie met al het verkeer om ons heen. Maar er zitten ook rustige wegen tussen en stukken fietspad. Er is in geen velden of wegen een fietser te bekennen, dus we hebben er het rijk alleen. Lopers zien we overigens op dit traject ook niet. We gaan een paar keer de Garonne over via prachtige bruggen. 

Over de weg zijn het minder kilometers naar ons overnachtingsadres van vandaag in Saint Martory. We hebben dus onderweg nog wat tijd beschikbaar voor een paar geocaches :). Vandaag loggen we nr 1.200!

Ons lunchpakket is rijkelijk gevuld. Alleen al de muffin is een lunch op zich.

We komen rond 14 uur aan bij het hotel van vandaag. De uitbater weet zijn diensten goed te verkopen. Het is een eenvoudig hotel, maar hij prijst de kamer aan alsof het een 5-sterrenhotel is met een Michelin-ster voor het restaurant. We krijgen een royale kamer toegewezen. 

Bij nadere inspectie blijkt het plafond te lekken. De champignons groeien er al aan. Het druppelt op het extra bed, zo om de 10 seconden, dus dat bed wordt zeiknat. We halen de beste man erbij en hij reageert alsof hij het voor het eerst ziet en doet vervolgens… niets. Voor ons geen probleem, maar de situatie wordt er voor hem niet beter op.

We gaan er ‘s middags nog even op uit om het stadje te verkennen. Mooi, maar veel vergane glorie. We klimmen nog een heuvel op om naar het Mariabeeld te gaan. Vandaar hebben we een prachtig zicht over het stadje én kunnen we de contouren van de Pyreneeën zien!

We laten ons het avondeten goed smaken, al is het verre van hoogstaand.
Terug op onze kamer zoeken we ons bed op en vallen onder het regelmatige getik van een druppel heerlijk in slaap.

Zaterdag 16 juni

We hebben vandaag een flink aantal kilometers voor de boeg, bijna 27 naar Saint-Gaudens. De route is niet bijster interessant. 

We maken de tocht wat enerverender door af en toe eens een geocache mee te pakken. De weg slingert zich om de snelweg (A64), het spoor en de rivier de Garonne heen. Het weer is wat mistroostig en doet soms koud aan, zo koud dat we zelfs af en toe (zeker bij pauzes) ons donsjasje aan doen. En dat voor half juni in Zuid-Frankrijk!

We lopen door enkele dorpjes waar je een kanon kunt afschieten zonder iets of iemand te raken. Uitgestorven is het er. Rond lunchtijd zitten we in een dorpje waarbij we ineens toch wat geluid uit een huis horen komen. Het is gejuich: het fluitsignaal van de scheidsrechter heeft geklonken en Frankrijk heeft zijn eerste poulewedstrijd gewonnen!

We bereiken weer een mijlpaal: we passeren ons 1.800-kilometerpunt!

Rond 17 uur komen we in Saint-Gaudens aan. We hebben deze keer een overnachting via Airbnb. Dat betekent dus alleen een slaapplaats. Ons eten moeten we buitenshuis vinden. We huren een kamer bij een jonge vrouw, Marine, die vanaf 19 uur gaat werken. Ze werkt in een nabij gelegen bioscoop. Ons contact verloopt meer digitaal dan ‘real-life’. De kamer beschikt over een heerlijk bed en we mogen gebruik maken van haar badkamer, ook prima verzorgd. Marine geeft ons een adres van een pizzeria waar we heerlijk eten en zeer vriendelijk bediend worden. 

We bestellen er ook een toetje. Als de serveerster ons complimenteert over de leeg gegeten borden, geeft ze aan dat dat voor morgen wel sporten wordt na zoveel calorieën. Nou… reken maar dat wij die calorieën er wel af “sporten”!

Leermoment 

Zondag 17 juni

Ondanks dat Marine tot laat heeft moeten werken, heeft ze nog vannacht de ontbijttafel voor ons gedekt. Dit zit niet in de (toch al lage) prijs inbegrepen, maar ze wilde ons niet op een lege maag laten vertrekken. Wat ontzettend attent!

Iets voor 9 uur sluiten we aan bij de rij wachtenden voor de supermarkt om onze lunchinkopen te doen.

Vandaag gaan we naar Saint-Bertrand-de-Comminges, een echte pelgrimsplaats waar diverse wandelroutes samenkomen. Hier stappen wij over op de Voie Piémont (GR78), die ons via Lourdes naar Saint-Jean-Pied-de-Port leidt.

We starten met al ons wasgoed aan de buitenkant van de rugzak hangend, want helaas is deze niet droog geworden in het appartement van Marine.

Heel toepasselijk lopen we langs ‘Porte des Pyrenées’; we naderen steeds dichter de Pyreneeën.

Het is heel ander weer dan gisteren. De zon schijnt en dan is het lekker warm. De donsjasjes kunnen vandaag in de rugzak blijven.

We lopen veelal over het asfalt en zien bermen met de prachtigste bloemencombinaties, vooral veel klaprozen.

Als het bijna lunchtijd is, komen we net langs een picknickplaats aan de Garonne. Een vroege lunch vandaag, want zo’n plek laten we ons niet voorbij gaan.

We zien steeds meer Maria-vereringen langs de kanten van de weg. Lourdes komt dichterbij!
Als we de plaats Saint-Bertrand-de-Comminges naderen, zien we hoog bovenop de heuvel een imposante kathedraal opdoemen. Het plaatsje bestaat uit een kathedraal en enkele huizen. Weer schilderachtig mooi.

We logeren in een pelgrimsonderkomen van een oudere mevrouw met een groot hart, Marie Uchan. Ze heeft een appartement dat geheel ter onze beschikking staat. Er kunnen 4 pelgrims slapen, maar wij zijn vandaag de enigen. Ze verwent ons bij aankomst met een cake én chocolade. De koelkast en de keukenkastjes staan vol etenswaren en we mogen zoveel pakken als we willen. Rond 19u30 u komt ze met haar dienblad een heerlijk 3-gangenmenu brengen. Wat een geweldig adres!

Na het eten maken we op de slippers nog een wandelingetje naar basiliek Saint-Just in het nabijgelegen plaatsje Valcabrère. Een basiliek van voor 1.200, die als een belangrijke opvangplaats voor pelgrims heeft gediend. De duisternis valt in en dat maakt de basiliek helemaal tot een plaatje!

Maandag 18 juni
We krijgen van mevrouw Uchan brood, een pakje rauwe ham, reepjes, bananen en de rest van de cake mee. We mochten nog veel meer meenemen, maar dat kunnen we niet meesjouwen en bovendien vertrouwen we meer en meer erop dat er zich altijd een oplossing voordoet, ook bij etensnood.

Mevrouw Uchan doet dit allemaal op donativobasis! We mogen in een bonbonpotje stoppen wat we het waard vinden. Wat een prachtige levensinvulling.

142. Dat is het aantal treden dat je moet beklimmen om hoog in het dorp bij de kathedraal te komen. Ook deze willen wij graag bezoeken, omdat ook hier zoveel oude pelgrimssporen van oudsher liggen.

In de kathedraal is binnenin een houten “binnenkerk”. Naar het schijnt nodig voor de rust van de monniken, wanneer de kerk voortdurende aanloop had van pelgrims. Ook staat er een heel oud hoek orgel. Ooit voor een groot deel afgebroken, wordt het nu sinds 1970 weer helemaal gerestaureerd. We halen er nog een stempel op en gaan dan starten met de Voie Piémont. 

Het is meteen raak. We gaan eerst dalen om vervolgens weer te stijgen, en hoe! Er komt geen vlakke meter meer aan te pas. Wow, we gaan nu echt de Pyreneeën in! En mooi dat het er is! Een heerlijk zonnetje, een prima wandeltemperatuur en de prachtigste groene vergezichten. Wat een genot om hier te zijn.

De route is goed gemarkeerd met wit-rood. Verkeerd lopen is haast niet mogelijk. Het pad is veelal breed, maar heeft ook hier goed te lijden gehad van de zware regenval. Hierdoor blijft het vaak glibberen geblazen en is het goed uitkijken waar je je voet zet. We lijken op dit pelgrimspad de enigen te zijn. Voor en achter ons niemand te bekennen. Wie er wel met ons meereizen zijn de grote hoeveelheden insecten. Ook voor hen zijn dit nu ideale weersomstandigheden. En als er dan 2 van die warme, bezwete lichamen langs komen, willen ze die wel even “proeven”/steken. Met name die platte, grijze steekvliegen vinden ons aantrekkelijk. Ze zijn moeilijk weg te slaan en laten een gemene beet achter.

We zijn eigenlijk te laat vertrokken vanwege het bezoek aan de kathedraal en ons tempo ligt laag vanwege stukken moeilijk begaanbaar pad. Dat opgeteld bij een route van 33 km, dat wordt dus een latertje. We hebben gereserveerd bij een gite in Lortet, gerund door de Engelse Ian en Alison. De gite ligt nog een stukje buiten Lortet. We bellen dat we later zijn dan aangegeven. “Dat is prima, niet haasten, en geef maar een belletje wanneer je bij de brug bent”. De klok slaat 7x op het moment dat wij de brug van Lortet oversteken. Ik ben helemaal aan het einde van m’n Latijn. Het kaarsje lijkt helemaal opgebrand. Wanneer we bellen dat we bij de brug zijn, bieden ze ons aan ons te komen halen, want het is nog een aardig stukje klimmen om bij hen te komen. Oh, wat ben ik daar blij mee! 

Bij aankomst blijken we de hele gite voor onszelf te hebben. We hebben honger en gaan ongedoucht aan tafel, eerst brandstof tanken. Ian en Alison hebben als publiek fietsers in de zomer en skiërs in de winter, dus ze weten wat voor voeding wij nodig hebben. Na een heerlijk koolhydraatrijk diner en een warme douche vallen we beiden als een blok in slaap. Leerpunt: in de bergen is een afstand van 25 km of meer voor ons teveel!

Besneeuwde bergtoppen 

Dinsdag 19 juni

Geen Engels ontbijt, maar een Frans ontbijt met extraatjes zoals smeerkaas en een gekookt eitje. Dat vormt onze basis voor het eten vandaag. In dit gebied zijn in de gehuchten geen bakkers of kleine supermarktjes. De eerstvolgende plaats met winkels is Bagnères-de-Bigorre, maar daar komen we pas morgenavond aan. Volgens Ian komen we na een paar uur lopen in Esparros, waar een restaurantje is. We gaan vandaag eens op z’n Frans lunchen oftewel warm eten rond het middaguur.

Alison wenst ons een hartelijk “bonne continuation” met Engels accent en dan mogen we weer! Zodra we de weg opstappen zien we voor ons een blauwe lucht met in de verte besneeuwde bergtoppen. Geniet, geniet! We blijven ons verbazen over hoe geweldig mooi de bergen zijn en hoe weids de uitzichten. Je moet er hard voor werken, maar als je eenmaal boven gekomen bent, dan is de beloning zo groot! Ik blijf foto’s maken, maar het rechtstreekse zicht met onze ogen is zoveel mooier nog. Na een lange afdaling over een goed beloopbaar pad wandelen we tegen 12 uur het gehucht Esparros binnen. 

We lopen naar restaurant Relais d’Esparros. We zijn één van de eersten. Nog geen 3 kwartier later zit het hele terras vol. We bestellen het menu du jour, zoals eigenlijk iedereen doet. Een vier-gangenmenu inclusief water/wijn voor maar € 13 p.p. Heerlijk eten, een stoel en qua tijd een goed lange pauze. Daar hebben we veel profijt van merken we tijdens het vervolg van onze wandeling ‘s middags. Meteen na het eten een klim, het lijkt het eerste stuk van de Alpe d’ Huez wel, zo steil! En dan komen we boven. Quelle vue magnifique! Het is wel flink bewolkt, maar het uitzicht blijft prachtig. 

We gaan dan weer een bos in om te dalen en ik denk sporen van een echte Pyreneeënse beer te zien, maar volgens Leo zijn die na 1940 hier niet meer gespot…

Het laatste stukje loopt langs het riviertje L’Arros. We gaan slapen in een gite op een camping, de enige overnachtingsmogelijkheid hier. Bij de reservering is verteld dat er ook een winkeltje is om iets te eten te kopen. Wij zien bij aankomst alleen een souvenirwinkeltje. Hmm. Goed dat we goed geluncht hebben vanmiddag. Maar dan trekt het meisje van het winkeltje nog een voorraadkast open, gevuld met zakjes, pakjes en magnetronmaaltijden. Volledig tegen onze principes kiezen we een zakje soep, een magnetronmaaltijd en een toetje. Een fles goede “druivensap” erbij maakt alles weer goed. We hebben de royale gite voor onszelf. Wasje doen, “koken” en wat schrijven en dan is het al weer bedtijd. De was hangen we in een slaapkamer die toevallig niet afgesloten is en waar we de verwarming mooi kunnen opstoken. En dan kruipen we weer ieder onze eigen slaapzak in. Dat is even geleden dat deze uit de rugzak geweest zijn!

Woensdag 20 juni

Vandaag een dag met zulk mooi weer! Je moet zoeken naar een wolk!

De route loopt over de camping heen, dus dat is gemakkelijk opstappen. We lopen door een gebied met de naam Les Baronnies. 

Meteen na 100 meter wordt het wandelpad slecht. Het is heel erg modderig en we weten de talrijke plassen soms nauwelijks te ontwijken. En denk je dat je een droog stuk hebt, zakt je voet er totaan de enkel in weg. Het lijkt wel drijfzand. En ook hier weer regelmatig een omgevallen boom, waar we onder of overheen moeten zien te kruipen. En daar komt er weer één, waar we een man en vrouw bij aan het werk zien. Wat een mazzel! Hier was echt geen doorkomen aan geweest, maar mevrouw (niet meneer!) zaagt met het zweet op de rug ter plekke voor ons de meest in de weg hangende takken weg. Dit is allemaal vrijwilligerswerk, chapeau! 

Het pad blijft aanmodderen, kilometerslang. Het is het ideale omgevingsklimaat voor insecten. We zijn beiden blij met onze lange wimpers, want die doen goed werk. Regelmatig vis ik er een beestje uit, die anders zo in mijn oog gezeten zou hebben. Dat gezoem rond je gezicht is overigens wel gekmakend (al beweert Leo dat je daar aanleg voor moet hebben). Het schiet niet op en het is vreselijk vermoeiend. Rond lunchtijd zijn we nog lang niet op de helft.

Maar als we het bosgedeelte langs het water gehad hebben en we weer op hoogte komen, komt er een smile op mijn gezicht die er niet van af te poetsen is! Besneeuwde bergtoppen, waaronder de Pic du Midi de Bigorre! Die geeft zo’n energieboost! Om hier te mogen lopen is voor mij bijna het mooiste wat er bestaat. Wat een bofkonten zijn wij! Alleen hiervoor al is het zo de moeite waard geweest om 1.900 km te lopen!

We lopen van kerkhof naar kerkhof, want daar is altijd een kraan. Dit is dé plaats om bidons bij te vullen, Leo’s pet nat te maken, je rugzak van modder te ontdoen en je polsen lekker te koelen. Het is vandaag warm, de temperatuur komt boven de 30 graden uit. 

Tegen 18 uur staan we op de top van Col des Palombières (810 m), flink moe. Een Palombière is een duif. En die veroorzaakt eind september nogal wat beroering in het zuiden van Frankrijk. Als het 29 september is geweest, Saint Michel, dan begint ca 1,5 maand de jacht op de Palombière. Deze houtduif komt dan in grote getale uit Spanje over de Pyreneeën. De duif wordt gevangen want in dit deel van Frankrijk is het een lekkernij. De jacht gaat vaak met een net maar ze worden ook “uit de lucht geschoten”.

We hebben nog een kleine 5 km te gaan. Een beetje verstopt achter bebossing zien we een uitspanning met uitnodigende parasols. Laat is laat, dus we nemen er een lekker koud glas bier/cola. De uitbater verklaart ons voor gek dat we uit Nederland zijn komen lopen, haalt er de kok bij en deze wil ons nog 2 (zware) coquille-schelpen meegeven. Goed bedoeld, maar het ene exemplaar op onze rugzak is toch echt voldoende…

De verfrissende pauze (en het dalende terrein) laat ons weer lopen als een speer! Om 19u15 melden we ons bij “ons” hotel, Hotel Des Pyrenées. Al in Nederland wisten dat we hier wilden overnachten. We hebben hier 5 jaar geleden overnacht en aan dit adres met zijn sympathieke eigenaar, Ahmed, hebben we een zeer goede herinnering.

Toen ik gisteren belde om te reserveren, meldde Ahmed me dat het hotel helaas helemaal vol zat. Dat was even een tegenvaller. Ik gaf hier blijk van en legde hem uit waarom wij dit zo jammer vonden. En toen gebeurde er weer zoiets moois! Hij gaf aan dat hij ook nog een appartement had en dat we daar dan wel in mochten, waarbij we dan in het hotel weer kunnen ontbijten. Fantastisch! Wat valt het ons weer toe!

We herkennen Ahmed meteen bij onze aankomst en hij is nog even sympathiek. Hij geeft ons nog een leuk adresje om te gaan eten. Eigenlijk zouden we het liefst op bed gaan liggen, maar dan is de kans groot dat we er niet meer uitkomen. Zo moe zijn we. We zetten toch door: douchen en met schone kleren het stadje in. Het is een hippe tent waar we lekker eten. Buiten op het volle terras speelt een band, “Crazy dolls and The Bollocks”, niet verkeerd! Als “toetje” luisteren we naar de laatste nummers die ze ten gehore brengen. Ik geniet er vooral van om te zien hoe Leo van deze muziek staat te genieten…

En dan, veel te laat, terug naar het appartement met het heerlijke bed, waar we haast comatueus in slaap vallen!

Donderdag 21 juni

Gisteren opperde Leo al om een rustdag te pakken in Bagnères-de-Bigorre. We hebben een paar pittige en lange dagen achter de rug. De volgende etappe is naar Lourdes, met een lengte van ruim 33 km. We hebben geleerd deze week dat dit teveel voor ons is. Bovendien wil ik de omgeving maximaal in me opnemen, dus ik sta nog al eens een keertje stil om te letten op Gods wonderen!

Volgens de digitale informatie waar wij over beschikken is er alleen geen overnachtingsmogelijkheid in dit gebied. We willen ons laten adviseren door de VVV, die om 9 uur open gaat. Het lijkt ons onwaarschijnlijk dat wij de eersten zijn met deze vraag.

Onder het ontbijt vragen we Ahmed of we nog een nachtje in het appartement kunnen blijven. “Geen probleem!” Super! Dat geeft rust.

Bij de VVV zit een dame die voorrang geeft aan haar beeldschermwerk ten opzichte van het helpen van klanten aan de balie. We krijgen een lijstje met overnachtingsmogelijkheden mee vanaf hier tot Lourdes. En daar houdt haar service op. Geen nadere informatie over de route of over de omstandigheden. We houden het daar voor gezien en lopen verder het stadje in. Bagnères-de-Bigorre is, naast een thermen-plaats, een geliefde uitvalsbasis voor wandelaars, mountainbikers en parapente. Er zijn verschillende winkeltjes die daarop inspelen. We komen in een winkeltje terecht met een uitgebreid assortiment aan wandelgidsen. De eigenaar kan ons goed op weg helpen en zo lopen wij met de gids die de GR78 beschrijft, naar buiten. Hierin staan de route, een lijst met overnachtingsmogelijkheden en interessante culturele informatie in opgenomen.

We worden erin bevestigd dat we de etappe naar Lourdes gaan halveren. Halverwege zou “un coin de paradis” moeten liggen waar we kunnen overnachten en eten. Ik bel en we kunnen er morgen terecht!

We lopen wat rond in het gezellige plaatsje, vullen onze voorraden nootjes, reepjes, chocolade en gedroogd fruit aan, rusten wat en lunchen “thuis”. ‘s Middags gaan we lekker buiten op één van de talrijke bankjes op het plein voor het hotel zitten, blog bijwerken en de tocht voor de komende dagen voorbereiden. Tegen 17 uur verdwijnt de zon achter opkomende bewolking en keren we terug naar het appartement. De voetbalmatch tegen Peru gaat beginnen. En nu we al zo lang in Frankrijk rondhobbelen, ontwikkelen we toch min of meer een soort van plaatsvervangend chauvinisme.

‘Les Bleus’ hebben gewonnen en zijn zeker van een vervolg op het WK. Reden voor een opperbeste stemming bij de Fransen. Maar er is nog een reden: het is vandaag landelijk ‘Fête de la Musique’. Hier in Bagnères-de-Bigorre zien we overal op de pleinen, in de kleine straatjes of onder de arcades van gebouwen kleine muziekgezelschappen. Het varieert van een Franse chansonnier tot een Rowen Hèze-achtige band (hier is het het meest druk). Na het eten in het hotel maken we hierlangs een rondje. In ons nieuwe GR78 boekje hebben we net iets gelezen over de Chanteurs Montagnards de Bagnères, een zangkoor dat al ruim 180 jaar bestaat en in die tijd wereldberoemd was. Ook van dat koor hebben we even van een optreden kunnen genieten. 

Het is gezellig druk, maar het toetje (ijs) is bij mij verkeerd gevallen en leidt ertoe dat we snel terugkeren naar het appartement. Liggen we in ieder geval op tijd in bed…