Pasen in Wallonië 

Zaterdag 31 maart

Op Paaszaterdag wandelen we over een Bels Lijntje, niet tussen Tilburg en Turnhout, maar tussen Eghezée en Namen, de RAVeL nr 142. Een lange, rechte verharde weg, dus dat schiet op. Met een warm zonnetje bereiken we het prachtige herenhuis van Anne-Marie bij wie we mogen overnachten.

We twijfelen of we ‘s avonds de Paaswake bijwonen en we laten dit afhangen of er houten banken zijn of een meer comfortabele zit. Mazzel, het zijn stoelen mét een kussenzitting. Een kwartier voor aanvang van de dienst zijn wij haast nog de enigen in de kerk. En het worden er uiteindelijk ook niet heel veel meer. Anne-Marie blijkt de dirigente van het koor te zijn. De parochiegemeenschap is er hecht en we voelen ons er erg welkom. De liederen worden geprojecteerd op een groot scherm (kostenbesparing op papier) en de rest luisteren we naar de Franse teksten. Gelukkig is de strekking van het Paasverhaal in elke taal hetzelfde, dus we kunnen het redelijk goed volgen.

Zondag 1 april

Na een heerlijke nachtrust lopen we op 1e Paasdag een etappe van ruim 28 km langs de Maas [la Meuse]. Wat een prachtige panden staan er langs de rivier met zijn steile rotswanden!  Het lijken af en toe wel paleizen.

We passeren een Mondri(h)aan.

Op ons eindpunt in Anhée eten en logeren we bij Christine en Jacques. Geweldig dat ondanks het Paasfeest de opvang van pelgrims gewoon doorgaat! Deze mensen leven ervoor.

Maandag 2 april

Al gaandeweg leren we steeds beter te doseren met ons looptempo. Langzaam beginnen en als we warm gelopen zijn, het tempo wat opvoeren. Bij beiden voelen de onderbenen, met name de enkels, wat overbelast. Dus op 2e Paasdag lopen we maar 7 km, tot aan de abdij van Leffe. We kunnen beiden heel goed op karakter lopen en daarmee door de pijn maar dat is voor deze monstertocht geen goede strategie. Ruim voor 11:00 u zijn wij de abdij om de mis bij te wonen in een kerk prachtig in eenvoud. Na afloop van de mis vangt de gastenpater ons op en brengt ons naar de gastenrefter voor het warme middagmaal.

Daarna brengt hij ons naar onze slaapplaats, eenvoudig maar met prima sanitaire voorzieningen. We besluiten een middagdutje te doen, met de voeten goed omhoog op een stapel dekens. Rond 15:30 u lopen we het zeer nabij gelegen Dinant in om een lekkere Belgische chocoladewafel te eten, met als afsluiting een Leffe blonde.

Na het avondeten op de abdij blijven we nog een tijdje in de refter om wat te ontspannen, Leo met een boek over de abdij en Ellen met haar tekenboekje.

Op het moment dat we denken dat de paters gaan slapen willen wij ook naar ons gebouw gaan. Wat blijkt? De deur op slot… Dan maar door de kloostergangen via de kerk eruit proberen te komen. Blijken het “complies” net te beginnen. We krijgen de tekst van de liederen in ons gedrukt en mogen bij de paters in de houten banken vooraan zitten. Mmm, dat was niet helemaal de bedoeling. Gelukkig duurt het niet lang en kunnen we daarna naar onze slaapplek!
Dankbaar voor:

  • (zieke) Anne die ons vrijdagavond door de stromende regen naar het centrum van Eghezée heeft vervoerd
  • de zelfgebakken koekjes en de Houppe na de Paaswake van Anne-Marie
  • de bereidheid van Christine om voor ons op 1e Paasdag te koken
  • de enorme gastvrijheid van de paters van de abdij van Leffe

Banjeren door de modder

Dinsdag 3 april

Met een mooie stempel van pater Bruno van de abdij van Leffe in ons boekje trekken we weer verder. We lopen door Dinant en daarna langs de steile wanden door het bos langs de Maas.

Er komt een stukje wel heel dichtbij de Maas, maar die is uiteindelijk makkelijk te nemen. Het is vandaag flink regenachtig. We komen in Frankrijk, voor 1 dag! De laatste 7 km gaan moeizaam. Beiden hebben we veel pijn rondom de enkel. Tegen 17:30 u komen we bij de poort van het parochiecentrum in Givet aan. Gesloten. Gebeld en de Iraanse medewerker zegt eraan te komen. Hij laat ons een “hok” zien waar 3 bedden, 4 matrassen, 3 stoelen en een keukenblok staan. Allemaal erg dicht op elkaar en niet bepaald schoon. Met nog 2 pelgrims zitten/liggen met z’n vieren op een paar vierkante meters. Het echte pelgrimeren gaat beginnen, maar wij moeten nog heel erg aan de overgang wennen…

Woensdag 4 april

We besluiten om de dag te beginnen met een geocache bij een mooie toren vlakbij. De benen weten meteen weer wat klimmen is. We vervolgen onze weg langs de Maas over een lang graspad, totdat we langs de weg moeten lopen. Gelukkig niet lang. Dan wordt het een minder drukke weg. We hebben beiden veel last van een opgezette rechterenkel, dus de tocht verloopt zwijgzaam. Ieder bezig met z’n eigen lijf.

We klimmen de heuvels in, met een flink stijgingspercentage en volgen zo precies het lijntje van de GPS. Het lijntje leidt ons op een gegeven moment over een pad, maar we zien alleen een akker met van die plakkerige klei. We worstelen ons er doorheen, maar het gaat heel langzaam. Kilo’s klei blijft er aan de schoenen hangen. We zijn er bijna doorheen tot we bij het riviertje komen. Hmm, de keuze is of terug of door het water. We kiezen voor het laatste…

Daarna verloopt de route zonder verdere ongemakken. Al blijven de laatste kilometers (boven de 20) erg zwaar. We zijn dan ook blij dat we aankomen bij Hotel Le petit Mesnil.

Er lijkt niet meer gestoft te zijn nadat Napoleon vertrokken is. Maar er is warm water en het bed ligt prima. ‘s Avonds eten we beneden in het restaurant een heerlijke forel.

Donderdag 5 april

De eerste kilometers  zijn meteen klimmen geblazen. Hiermee wordt het 26 km naar Rocroy i.p.v. 31. In het eerstkomende dorp kopen we brood, een appelflap en ham. Zo, de lunch is binnen. Door een bosrijk gebied lopen we nu definitief naar Frankrijk. In het bos is het modderig, maar goed te doen.

In een verlaten feestschuur midden in het bos eten we onze lunch op, een mooie schuilplaats voor de regen. Het weer is vandaag halen en brengen, van hagel tot warme zonneschijn. Aan het einde van het bos smikkelen we bij een stapel boomstammen nog lekker onze appelflap op. Aan het einde van het bos staat de grenspaal. Hier eindigt de Via Monastica en begint een nieuw stuk pelgrimsroute, de Via Campaniensis.

Over de verharde weg lopen we rechtstreeks naar het vestingstadje Rocroy. Bij de VVV halen we eerst een stempel en kopen we het boekje van de Via Campaniensis. Hier staan o.a. alle mogelijke overnachtingsadressen in voor de komende 375 km totaan Vézelay.

We logeren op het centrale marktplein bij Hotel Le Commerce, een eenvoudig maar goed hotel.

We blijven hier een dag extra om wat bij te rusten en weer eens goed onszelf en onze spullen te wassen/verzorgen.

‘s Avonds trakteren we onszelf op kaasfondue in het restaurant van het hotel. We zijn de enigen in het restaurant. Daarna gaan we slapen en worden we rond middernacht beiden wakker van de dorst. Dat is de keerzijde van kaasfondue…

Dankbaar voor:

  • het uurtje zonneschijn op een regenachtige dag
  • de heerlijke forel
  • de rustdag in Rocroy

Rustig begin in Frankrijk

Vrijdag 6 april

Op onze rustdag komen we pas om 09:00 u aan het ontbijt. Ook nu zijn we de enigen. Een goed ontbijt, inclusief sinaasappel ;). Na het ontbijt lokt de zon ons naar buiten, maar de wind laat het nog steeds koud aanvoelen. Dus donsjasjes aan en aan de hand van een serie geocaches maken we een wandeling over de vestingwerken van het stadje Rocroy.

We doen lunchinkopen en eten deze op een bankje, uit de wind in de zon, op. Na nog een geocache in een grot gaan we rond 15 uur terug naar het hotel om wat op bed te rusten, blog bijwerken etc. Rond 19:30 u naar een gezellig restaurantje gegaan waar we heerlijke tagliatelle bolognaise met een beetje salade eten. Heerlijk.

Zaterdag 7 april

Deze morgen pakken we ons boeltje weer op en zorgen ervoor dat we iets na 09:00 u bij de Carrefour zijn voor de ontbijt-/lunchinkopen. Met een laatste blik op Rocroy eten we ons ontbijtje.

Vandaag lopen een relatief makkelijke route over veelal verharde weg. Links en rechts zien we of een mooi donker bos of de uitgestrekte vredige velden van het Franse platteland. De enige mensen die we tegenkomen zijn boeren op trekkers.

Na ruim 22 km komen we aan bij ons logeeradres van vanavond. Een prachtig verbouwde schuur met authentieke elementen! Geweldig! We worden uitgenodigd om op het zonneterras iets te komen drinken. Dat slaan we niet af! Marie en Jose (de eigenaren van deze B&B) hebben vrienden te logeren en wij doen gewoon mee. Prachtige wijnen en een heerlijk  4 gangen menu. Niet echt als pelgrim, maar wel heel erg leuk.

Gastvrijheid, vaak met een grote “G” 

Zondag 8 april

Vier paar damesogen staren ons nieuwsgierig aan. Om ons heen alleen het gezang van vogels, het opschrikken van een duif uit een boom en verder helemaal niets dan een vredig, groen heuvellandschap onder een warme zon. De koeien blijven staan en wij stappen verder.

Hoe mooi kan de zondag beginnen…

Al snel komen we op modderpaden terecht, maar het is een gradatie minder blubberig dan de afgelopen dagen.

We lopen veel over weilanden waar de boer met prikkeldraad een pad voor wandelaars heeft gespannen. Krak… Leo draait zich iets teveel om en hups een gat in het elastische materiaal van het vak waar zijn bidon zit… In het kader van zelfredzaamheid hebben we een klein naaigarnituur bij ons, dus Ellen “borduurt” de stof weer naar elkaar toe.

Rond 17:30 uur bellen we aan bij Karin en Ton Rolvink in Lalobbe. Deze Nederlanders verwelkomen ons zeer hartelijk. We worden overladen met goede zorgen (we maken kennis met de ‘flageolettes’ boontjes) en veel gezelligheid. Het is haast jammer dat we er maar één nachtje blijven…

Maandag 9 april

Na een heerlijk ontbijt gaan we weer op pad. Vandaag geen zonneschijn, maar wel een heerlijke temperatuur. De jas gaat na een half uurtje al weer uit, verder in shirt. Geen moeilijke etappe vandaag, dus we maken nog tijd voor een geocache. Die ligt op een prachtig uitzichtspunt, oftewel flink klimmen geblazen. Maar de beloning is dan zo zoet! Net dit ene uurtje laat zelfs de zon zich wat voelen.
Deze avond slapen we in het gemeentelijke pelgrimslokaal van Château-Porcien. De code voor de deur halen we op bij het plaatselijke café. We blijken de enigen te zijn deze nacht. Het is een gloednieuw onderkomen, en wat voor één!

Prachtig sanitair, goed-krakende stapelbedden én een zeer goed voorziene keuken!

We doen eens gek, we gaan zelf koken. De supermarkt zit slechts 100 meter verderop. En zo vieren we de mijlpaal van onze 400 km met een heerlijk bord farfalle met groentesaus!

Dinsdag 10 april

We beginnen met inkopen voor ontbijt en lunch en keren terug naar de gîte. We ontbijten met een lekker bakje zelfgezette koffie en thee. We vertrekken, maar voordat we het tempo erin gaan zetten, gaat Leo eerst naar de kapper. Het is immers weer 3 weken geleden ;)…

Kilometers lange plattelandswegen liggen voor ons. Op deze manier lopen we van kerktoren naar kerktoren, hier en daar een geocache meepakkend.

Vandaag hebben we geen overnachting gereserveerd. We hebben een hotelletje uitgezocht en als we er binnen komen zegt de eigenaar vol te zitten. Hij doet geen verdere poging ons verder te helpen, dus pakken we ons boekje met overnachtingsadressen erbij. Eerst trakteren we ons op dé specialiteit van de Franse Ardennen, een lekkere puddingkoek. We bellen een hotel, 2,5 km verderop en die wil ons graag ontvangen. Dus tanden op elkaar (of beter gezegd, de rug weer recht) en gaan. ‘t Is een prima adres waar we terechtkomen!

Dankbaar voor:

  • de feestmaaltijd bij Marie en José Lagard
  • de ontluikende lente
  • het beschuitje met pure hagelslag bij Karin en Ton
  • de gemeente Château-Porcien voor hun prachtige pelgrimsonderkomen
  • de kapper die meteen tijd voor ons nam

Reims

Woensdag 11 april

Op de begane grond van ons hotelletje bevindt zich een café annex sigaretten-, tijdschriften- en loterijverkooppunt. Daar staat ons tafeltje gedekt voor diner en ontbijt. Boven ons 2 grote schermen met enerzijds een diepgaand RTL-programma en anderzijds de uitslagen van de lotto. Werkmannen  met witte tennissokken beproeven hier hun geluk met krasloten en een glas bier. En op z’n tijd een sigaret buiten. Het valt ons op hoeveel er hier in Frankrijk nog gerookt wordt.

Met een stukje stokbrood met jam en een croissantje op, staan we voor 09:00 u weer bepakt buiten onder een strakblauwe hemel. Al snel lopen we weer tussen de onmetelijk grote akkers, waarop we soms de gewassen zien groeien.

Kilometers ver zien we de 2 grote torens van de kathedraal van Reims al liggen. Het is goed warm, heerlijk. Heeft wel als consequentie dat de rugzak nu op oorlogssterkte is…

Reims komt dichterbij en we lopen via voorstad Bétheny de stad van “l’ange au sourire” binnen. In het centrum van de stad ligt een prachtige gotische kathedraal met 2.303 beelden erin verwerkt.

Eén ervan is de engel met de glimlach, hét symbool dat de in WO I zwaar getroffen inwoners altijd vol goede moed zullen blijven. Van 14:00 u tot 16:00 u zit er in de kathedraal een ontvangstcomité voor pelgrimgangers. We halen er onze stempel voor ons pelgrimsboekje (Credencial del Peregrino).

Ze bieden ons hulp aan bij het vinden van een slaapplaats, maar wij zijn al voorzien. We blijven namelijk 2 nachtjes hier, een extra dagje om de stad eens goed te bekijken en wat rust te pakken. Het lopen gaat bij beiden zo voorspoedig; dat moeten we zo zien te houden! We hebben een slaapplaats op een perfecte locatie, op zo’n 100 m van de kathedraal (via Airbnb). We moeten nog even wachten op de host, dus pikken een terrasje in de heerlijk warme zon. Het lijkt wel zomer!

We eten ‘s avonds een heerlijke pizza gaan naar huis, mogen al onze was in de wasmachine doen en gaan heerlijk slapen.

Donderdag 12 april

De volgende ochtend is de lucht lichtgrijs in plaats van blauw en het duurt tot het einde van de middag vooraleer we de zon nog even zien. Op z’n Frans ontbijten we in de koffiehoek van de bakker. Daarna verkennen we het centrum van Reims door enkele multicaches te doen. Prachtige gebouwen trekken onze aandacht. We aanschouwen allerlei bouwstijlen, zoals Art Deco. ‘Les Halles’ is er een voorbeeld van.

En zo vliegt deze “rustdag” om. We houden aan het eind van de middag nog een siësta en schuiven aan het begin van de avond aan bij de Chinees, waar alleen Chinese gasten aanwezig zijn. Het lijkt wel of we in een documentaire van Ruben Terlou beland zijn…

Champagne 

Vrijdag 13 april

Vandaag is het feest: ons moedertje is jarig! En naast dat zij attenties ontvangt worden ook wij overladen met kado’s, en dat begint met een bijzondere ontvangst in de basiliek van Reims. Voordat we de stad definitief gaan verlaten lopen we ‘s ochtends vroeg de Basiliek Saint-Remi binnen.

We worden verwelkomd door een enthousiaste man die ons meteen vraagt of we een stempel willen. De stempel is nog niet droog of hij nodigt ons al weer uit om met hem mee te komen. Onze rugzakken mogen we achter z’n tafeltje zetten. Met een grote rammelende sleutelbos opent hij speciaal voor ons de bronzen graftombe van Saint Remi. Zo bijzonder!

De oorverdovende stilte en de indrukwekkende schoonheid van deze kerk maken dit tot zo’n mooi moment! Een schril contrast met de kathedraal waar hordes toeristen met tasjes met champagne worden rondgeleid door gidsen…

Het tweede kadootje van deze dag is de blauwe lucht. Wat schijnt het zonnetje toch lekker op ons!
Zodra we de stad uit zijn lopen we de wijnvelden binnen. Deze bestaan nu nog uit rijen kale takken met voorzichtig doorkomende knopjes. Het laat zich niet lastig raden, dit is de ware champagnestreek. In de dorpjes waar we doorheen wandelen woont de ene champagneboer naast de andere.

Het derde kadootje van vandaag was de aankomst in onze gîte, een knusse studio van alle gemakken voorzien. ‘s Avonds verwent onze gastheer ons met een heerlijk 3-gangendiner en zelfs nog een lekkere koek bij de thee.

Als dit geen feestdag is…

Mijlpaal 500 kilometer

Zaterdag 14 april

In Rocroy hebben we vorige week een boekje van de Via Campanienses gekocht en die maakt dat we op onze route naar Vézelay gemakkelijker een overnachting vinden dan met de variant die wij thuis bedacht hadden. Vandaar dat we op onze oorspronkelijke routelijn hier en daar wat afwijken. We hebben weer een mijlpaal gehaald: de eerste 500 kilometer zitten erop!

“Of we mee willen helpen met het planten van wijnstekken?” Met een mandje vol op asperges lijkende stokjes nodigt een groep Franse landwerkers ons hiervoor uit. Met belangstelling kijken we even mee hoe de Chardonnay in wording in de grond gezet wordt. Pas over 4 jaar gaat ie z’n eerste druiven voortbrengen. Er zit een beschermingslaag omheen ter bescherming voor de konijnen. Mooi om te zien hoe die enorme champagne- en wijnvelden, waar we de zaterdag doorheen lopen, ontstaan. Ook lopen we deze dag door Hautvilles, de bakermat van de Champagne. Een mooie gelegenheid om ook de tombe van Dom Perignon even te bezoeken.

Eerder die dag survivallen weer flink door de modderige heuvels. De wandelstokken en onze jarenlange Nordic Walkingtraining komen ons hierbij goed van pas. Dit maakt het net makkelijker om van het ene naar het andere minder natte plekje te “springen”.

Aan het einde van onze tocht wordt de lucht boven ons flink donker, maar het blijft slechts bij dreigen. Droog komen we in de auberge voor die nacht aan.

Zondag 15 april

We zitten op zondag al om 07:00 u aan het ontbijt, want vandaag ligt onze slaapplaats ruim 30 km verderop. Bij ons vertrek hangt er een flinke nevel in het dal. Eenmaal daar bovenuit geklommen worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht! Meteen komt in mij de Bijbelse zin omhoog: ‘Sta stil en let op Gods wonderen’. Die is hier zeker van toepassing!
We verlaten de wijn- en champagnevelden en lopen weer door flink natte bospaden.

Soms is de situatie zodanig dat we er echt niet door kunnen en dan zoeken we ons heil in het naastgelegen bos. Niet dat het makkelijk is om daar onze weg te vinden, want het ligt er bezaaid met boomstammen en bramentakken. Maar we houden zo wel droge schoenen.

Hier en daar doemt een mooi vennetje op. Het valt ons op dat de kilometers bospad ligt bezaaid met maiskorrels. Ons is onduidelijk wat hier nut en functie van is. We kunnen het ook aan niemand vragen, want we komen geen sterveling tegen.

De training van de afgelopen 3 weken begint z’n vruchten af te werpen, want het lopen gaat bij beiden uitstekend. En zo komen we nog energiek aan in Baye waar de hoteleigenaar speciaal z’n hotel opent voor ons. Normaal is hij op zondag gesloten, maar voor pelgrims maakt hij een uitzondering!

Dankbaar voor:

  • de heerlijke millefeuille van de bakker in Cumières
  • de prachtig gekleurde bloemen in de voorjaarszon
  • mensen die ons spontaan stilhouden (zelfs een groep motorrijders stopten voor ons) en ons bemoedigend ‘bon courage’ toewensen
  • de opvang door de hoteleigenaar in Baye

Een vroege zomer

Maandag 16 april

Vandaag komen we op onze route geen boulangerie of cafeetje tegen. Er is wel een bakker in onze startplaats Baye, maar die is op maandag gesloten. We krijgen van de hoteleigenaar een stuk stokbrood mee, dus dat overleven we wel. Het is volop lente, lieflijk witte bloesem, frisgroene akkers en ontluikende gele koolzaadvelden. We zien die velden met de dag geler worden. Dat steekt zo mooi af tegen de blauwe lucht!
Rond 16 uur lopen we ‘la petite cité de caractère’ Sézanne binnen. Tegenover de kerk eten en drinken we nog wat op een terrasje. We krijgen een sandwich met ham en zure augurkjes geserveerd. Een lekkere combinatie!

Uitgerust gaan we richting het bejaardentehuis, dat bestuurd wordt door de nonnen van de orde van Françoise de Sales Ariat. We worden er heel hartelijk ontvangen en dat alles in een bejaardentempo… We krijgen ieder een kamer toegewezen, tegenover elkaar. In Leo’s ruimte schijnt de zon volop, dus ideaal om ons wasje te laten drogen.

Matthieu is vaste klant in het tehuis. Hij loopt de nodige afstanden, van binnen naar buiten en vice versa. Deze hond is hier echt een allemansvriend. Het opmerkelijke is dat we om de paar meter flessen voor het desinfecteren van de handen zien hangen, maar deze hond is ervan uitgezonderd. Wat ie allemaal wel niet mee naar binnen brengt…
We schuiven aan bij de bejaarden in de eetzaal en krijgen een heerlijk maal voorgeschoteld. Na afloop krijgen alle bejaarden nog een kopje thee Verveine. Deze thee zou rustgevende eigenschappen bezitten. Of we ook een kopje willen? Tuurlijk! Zo’n slaapmutsje slaan we niet af.
Na het eten nog even een wandelingetje door het stadje gemaakt. Daarna heerlijk gelezen en geslapen.

Dinsdag 17 april

We verlaten de nonnen en stappen vandaag zo’n 26 km naar Anglure. Maar oh, wat is het warm! Een strakblauwe lucht en een stralende zon. Er staat geen wind en wij lopen over akkers waarbij we de grond al zien scheuren. Langzamerhand maken de heuvels plaats voor meer vlak land. Onze lunchpauze laten we wat langer duren, heerlijk in het grasland een klein dutje meepakkend.

Met nog een laatste druppel water in onze bidon komen we met maar liefst 31 graden op de thermometer aan bij onze eindbestemming. We dampen eerst even uit op een terrasje onder het genot van een lekker koude consumptie.

Dan stappen we op om naar mevrouw Finot te gaan, onze gastvrouw voor vanavond. Ze is bijna klaar met grasmaaien. Ze biedt ons een consumptie aan in haar tuin, maar moet dan echt eerst weer verder met grasmaaien. Het moet allemaal netjes zijn voor haar ‘pèlerins’. Voor deze dame op leeftijd bestaat het leven voornamelijk uit het opvangen van pelgrims. Gaat de telefoon, dan roept ze meteen “ah, waarschijnlijk een pelgrim!” Ze laat vol trots haar pelgrimsonderkomen op zolder zien. Het is een prachtige ruimte met eigen sanitair. Ze houdt van koken en schotelt ons een heerlijk 4-gangendiner voor. Dat laten we ons goed smaken!

Woensdag 18 april

We beginnen de ochtend met een klein wandelingetje langs de L’ Aube, een mooi watertje door Anglure. En dat is niet het enige water dat we vandaag te zien krijgen. ‘s Ochtends lopen we langs het Canal du Déversoir en’ s middags langs het eindeloze Canal de la Haute-Seine. Rond lunchtijd komen we aan in Méry-sur-Seine waar we bij een boulangerie een lekkere baguette én 2 pain au chocolat kopen. Aangevuld met een pakje kaas en een fles plat water van de nabij gelegen supermarkt hebben we weer een heerlijke lunch bij elkaar gesprokkeld. We eten deze op in de schaduw, want de zon brandt inmiddels op onze ontblote armen.

Na een kleine 30 km komen we aan bij weer een dame op hoge leeftijd, mevrouw Noble. Ze is maar liefst 82 jaar en biedt ook onderdak aan pelgrims. Ook op dit adres krijgen we een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. Het lukt ons zelfs om ons wasje nog droog te krijgen voordat de zon ondergaat. Kortom, weer een prima adres!

Afzien 

De afgelopen dagen en ook de komende dagen is het afzien. De route tot Vézelay is dun bezaaid met overnachtingsplaatsen, dus we maken lange dagen. Lang in de zin van meer dan 30 kilometers en lang in de zin van veel uren. De afgelopen maanden heeft Frankrijk blijkbaar veel regen gehad, dus veel bospaden zijn slecht begaanbaar. Dat is vooral daar waar de houthakkers langs zijn geweest. Zo’n route maakt het heel zwaar en meestal zijn we dan pas na 18:00 uur op de plaats van bestemming. Ook is de temperatuur dicht tegen de 30 graden en staat er weinig wind. We weten dus inmiddels goed wat afzien is en we kunnen er (achteraf) ook goed van genieten.

Op weg naar Chablis

Donderdag 19 april

Gehuld in haar fluwelen zuurstokroze peignoir ontbijten we met madame Noble. Het traditionele Franse ontbijt met maar liefst keuze uit 3 soorten jam. Om 09:00 u zeggen we haar gedag en stappen we weer de warmte tegemoet. Eerst nog even langs de bakker die voor ons een sandwich met tonijn maakt.

We lopen terug naar de Voie Vert, de groene weg langs het kanaal. Je kunt of aan de linkerkant van het kanaal lopen door het gras of aan de rechterkant over het geasfalteerde pad. Deze ochtend kiezen we voor de kant met de meeste schaduw, de graskant. Na een kaarsrecht stuk van 11 km komen we aan in de bebouwde kom van een voorstadje van Troyes. Het is rond het middaguur en het is flink warm, zeker nu we over asfalt lopen. In de nabijheid van een kerk lunchen we. Even de schoenen uit om de voeten weer wat lucht te geven.

We lopen verder naar het centrum van Troyes. In Troyes zijn vele kerken te vinden én een kathedraal. Voor een bezoek aan de kathedraal wijken we even af van de route. In de kathedraal is het heerlijk koel. Het is een imposant bouwwerk met talloze dikke grijze pilaren in neo-gotische stijl.We treffen er ook glaskunst aan, waaronder een prachtig gekleurde kubus.Het voelt als een warmtegordijn wanneer we weer buiten komen. Oef, dat is weer even wennen… We lopen wat verloren de grote stad in. Het is overweldigend groot, op elke hoek staat wel een prachtig (kerk)gebouw. Opvallend is in wat voor kapitale panden de Kamer van Koophandel gehuisd zijn in Frankrijk. Ook in Troyes heeft het de allure van een ambassadegebouw. Voor het eerst eten we een ijsje. Mmm, maar kan niet tippen aan Italiaans ijs.

Onze overnachtingsaccomodatie is ADPS, een sportcomplex. Ondanks dat het pelgrimsboekje aangeeft dat je voor deze 6 km de bus beter kunt nemen, gaan wij lopen. Het is inmiddels 35 graden, er zijn veel stoplichten en het asfalt en de auto’s geven nog eens extra warmte af. Dit is vervelend lopen, elke keer stoppen en dan weer aanzetten. We lopen door naar ons overnachtingsadres en zetten de dagafstand op 30 km. Daar aangekomen is de ‘Accueil’ inmiddels gesloten. Na telefonisch contact blijkt er toch nog een mevrouw op ons gewacht te hebben. Ze leidt ons naar onze slaapcellen – ieder krijgt z’n eigen 1-persoonskamer. Hmm… klein, zwaar verouderd en niet bepaald schoon zijn onze kamertjes. Om vervolgens nog maar te zwijgen over de douche en de WC. Om bij de WC-pot te komen moet je na het openen van de deur eerst naast de pot gaan staan (ken net… ), dan de deur dicht doen en voor de pot zien te komen. De doucheruimte heb ik niet meer aan nadere inspectie onderworpen. Die stoot mij zo af, dan maar zonder douchen naar bed. Het restaurant van ADPS zou bekend staan als een plek waar je ongegeneerd zo vaak kunt opscheppen van het zelfbedieningsbuffet. Nou… dit ligt toch even anders. We treffen een ongezellige ruimte aan waar de kok (die duidelijk geen zin had om te gaan werken) ons min of meer dwingend verzoekt snel een keuze te maken tussen de 2 menu-opties. We kiezen voor de erwtjes met kippenboutje. De salade mogen we zelf opscheppen, en meteen je toetje uitkiezen. Eéntje maar! Tijdens het eten komen de jongens van de sportopleiding met veel lawaai binnen. Wat een haantjes! Maar wel stuk voor stuk perfect geknipt en geschoren naar de coupe van hun grote voetbalheld! Daar verdienen die kappers hier een fortuin aan. Binnen het uur moeten we klaar zijn, dus van nog even natafelen is geen sprake. We zitten nog even bij elkaar in de cel van Leo en besluiten dan maar te gaan slapen.

Vrijdag 20 april

Het ontbijt is tussen 7 en 8 uur, dus wij staan om 7 uur in het restaurant. Maar helaas, er is ons een’ petit déjeuner amélioré’ beloofd, maar het is gewoon het traditionele Franse ontbijt: stokbrood met jam. Op verzoek kun je 1 cupje Nutella krijgen. Die is op de bon. Ook nu worden we omringd met de Franse jongeren, waarbij het testosterongehalte ‘s morgens beduidend lager is dan’ s avonds. Er is één jongen die binnenkomt met een rugzakje en wat haalt hij daar uit?… z’n eigen maxipot Nutella!

We zijn blij om dit complex te verlaten. Daar gaan we weer, onder een strakblauwe hemel. We lopen eerst zo’n 10 km langs drukke wegen om Troyes definitief achter ons te laten. Gelukkig staat er een snelheidskast langs de weg, zodat de auto’s hun snelheid erop aanpassen. Worden we in ieder geval niet van de sokken gereden, want het randje waarop we lopen is maar smal.

Maar dan… eenmaal van de drukke weg af komen we in een landschap dat ons nog lange tijd zal heugen, zo mooi! Hier begint de Othe, een sprookjesachtige, bosrijke streek. We verlaten hiermee weer de bewoonde wereld. Op de weg die ons het bos in leidt komen we met 5 minuten verschil 2 mensen tegen, één die al luid toeterend en zwaaiend ons een ‘bon camino’ toeroept en een man op een tractor die met een norse uitdrukking ons gebaart aan de kant te gaan. En dat terwijl er voor hem een zee aan ruimte is om ons te passeren. Zoals mijn broer zou zeggen: tja, je hebt mensen en je hebt potloden…

Het bos waar we van 12 tot 16 uur doorheen wandelen is heerlijk koel en vooral goed begaanbaar. We genieten ervan met volle teugen. Als we er eenmaal uitkomen worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over het dal waar het plaatsje Sommeval zich bevindt. En, er is een speciale hut voor pelgrims, waar we heerlijk water kunnen tappen! Tegen 18 uur bereiken we ons overnachtingsadres, een B&B met aanliggende camping. Wow, wat een prachtig gebouw en wat een prachtige kamer hebben we! We kunnen er nu terecht, 1 dag later had niet meer gekund. We hebben een lange, snikhete tocht achter de rug. We kunnen er niet eten, maar de eigenaresse heeft voor ons gereserveerd bij het plaatselijke restaurant, zo’n 700 meter terug de heuvel op. Ze biedt aan om ons erheen te brengen met de auto nadat we gedoucht zijn en ons wasje gedaan hebben. We worden hartelijk verwelkomd in het restaurant en met liefde en zorg wordt ons het menu uitgelegd en dito bereid. We eten er heerlijk! Het is een superzachte avond, dus ideaal om buiten te eten. Het is dan ook geen straf om na het eten op onze slippertjes langzaam de heuvel af te dalen naar daar waar ons bed zich bevindt. Een zware dag, maar een topdag!

En dan te bedenken dat we op deze dag slechts € 15 pp duurder uit zijn dan de misère van de dag ervoor…

Zaterdag 21 april

Straaltjes zweet lopen over ons gezicht. Weer een snikhete dag. Het parcours van vandaag is ook nog niet eens makkelijk. Of over asfalt in de brandende zon, of door een moeilijk begaanbaar bos. Het bosonderhoud gaat hier op z’n Frans: met grote stappen snel thuis. Met zwaar materieel worden bomen gekapt, maar die machines laten zulke diepe sporen na dat het water niet meer weg kan zakken. Het is af en toe één grote modderpoel. Zie daar maar eens omheen te komen. Bovendien is het funest voor onze snelheid. Op deze manier ben je in 1 uur maar 2 km verder. En dat schiet niet op, als je weet dat er voor die dag meer dan 30 km gepland staat.

Rond 11 uur verlaten we zo’n stuk bos met een op hol geslagen koekoek en komen we weer op een weg uit. Een auto stopt en maar liefst 3 mensen stappen uit. Of we pelgrims zijn? We hebben nog geen ‘oui’ gezegd of we worden overladen met pelgrimsadviezen. En we moeten vooral over 200 m even iets gaan drinken bij het huis met de schelp op de muur. Heel hartelijk bedoeld maar we moeten nog wel de bakker zien te halen in het dorp 4 km verderop. Het is zaterdag, dus dan gelden weer aparte sluitingstijden. Maar, dit is de Camino en die leert je vooral in dankbaarheid te aanvaarden wat er op je pad komt. Heerlijk onder de parasol drinken we een kop thee met een droog Marie-koekje. Mevrouw (die telefonisch ingelicht was door haar man) heeft voor onze komst nog speciaal haar beste tafelkleed uitgezocht. Bij navraag blijkt de bakker pas om 13 uur te sluiten, dus dat gaan we nog wel redden. Ze vraagt ons welke route we in Spanje nemen. Gelukkig belopen we niet de Camino Frances, want naar haar zeggen is dat de Champs Elysees van Spanje, zo druk.

Bij de bakker kopen we onze lunch en deze peuzelen we op een bankje in de schaduw op.

Het gaat hard in de natuur. De bloesem die we aan het begin van de week aan de bomen zagen komen dwarrelt nu al weer als sneeuw naar beneden.

De tocht in de middag valt ons zwaar. Het is veel lopen in de directe zon en dan lijkt bij mij zo’n rugzak zich met lood te vullen. Ik probeer hevig te visualiseren dat ik een zak met veertjes draag, maar ergens zit er teveel scepsis in me en popt het elke keer in me op dat het toch echt 10 kg is. Na zo’n 20 km begin ik m’n rug te voelen en daar wordt mijn humeur niet beter op.

Ik ben dan ook blij dat we uiteindelijk bij onze B&B van deze avond aankomen. Als de rugzak eenmaal af is, is alle leed weer geleden. We worden heerlijk verwend met een bescheiden diner onder de parasol. Ook nu weer een heerlijk windstille, zachte avond!

Zondag 22 april

Voor de derde achtereenvolgende dag staat er een etappe van ruim 30 km op de rol. Maar, hét grote verschil vandaag is dat er een heerlijk verkoelend briesje staat! Bovendien hangt er voor de zon nagenoeg de hele dag een licht wolkendek, dat scheelt bergen energie!

We lopen eerst naar Chablis, zo’n 19 km. Vanuit de wijngaarden van de Grand Cru’s komen we Chablis binnen, prachtig! We verwennen onszelf met onze eerste croque madame (en voor Leo een glas Chablis uiteraard) op een gezellig terras. Bij de toeristeninformatie halen we nog een mooie stempel op voor in ons pelgrimsboekje. Om 14:30 uur verlaten we het sjieke stadje vol wijnboeren en trekken we verder het platteland in. We besluiten iets van de route af te wijken en pakken de meest directe weg, over het asfalt.

Tegen 18:00 uur bereiken we onze slaapplaats voor vanavond, wederom een B&B met speciale pelgrimstarieven. Blij dat de rugzak weer af mag. We hebben een kamer zo groot, dat je er kunt dansen. De eigenaresse maakt een heerlijk avondmaal voor ons klaar.

En zo is onze 725e kilometer een feit!