2.000 Kilometer 

Woensdag 27 juni

Nadat we met de pastoor ontbeten hebben kunnen we rond 8 uur vertrekken. We hoeven niet af te wassen, want de ‘madame’ komt vandaag. En dat is nodig, want erg schoon is het niet bij meneer pastoor. De vliegen die hij bijvoorbeeld doodmept, laat hij liggen waar ze doodvallen.

Zoals verwacht loop ik met m’n rugzak aan de buitenkant volbeladen met wasgoed. De zon schijnt vandaag, dus dat droogt wel. Gelukkig is er ook veel bewolking, waar de zon zich op z’n tijd achter verschuilt. Het is stukken aangenamer dan gisteren!

Na ons bezoek aan de bakker steken we nog een kaars op in de kerk.

Het eerste stuk van onze route vandaag is achter elkaar lopen op een drukke weg. Niet ongevaarlijk. Soms wordt er door een automobilist geclaxoneerd. We weten niet of het ter bemoediging is of dat we nog meer aan de kant moeten lopen, maar wij gaan voor het eerste. We zwaaien in ieder geval altijd vriendelijk terug.

In Ogue-Les-Bains eten we op een gezellig pleintje voor de kerk en de mairie onze chocolatine op. We hebben nog geen beleg voor de lunch en ruim 1 km verderop (niet op onze looproute) is een supermarkt. Leo loopt er zonder rugzak “even” heen, terwijl ik de wacht houd bij de rugzakken en ondertussen het blog bijwerk.

We trekken weer verder en rond het middaguur is het moment daar… we passeren ons 2.000 kilometerpunt!

De ondergrond van de route vandaag is niet al te lastig en we slagen erin om rond 16 uur aan te komen bij de gemeenteherberg van Oloron-Saint-Marie, nog maar 3 jaar oud. Hier worden we hartelijk verwelkomd door de vrijwilligers met een paar glazen koud water met wat citroensiroop erin. Heerlijk! 

We zijn nr 4 en 5 in deze herberg. In eerste instantie hebben we een royale eigen kamer. Er staan 4 bedden met elk een eigen nachtkastje en stopcontact, dus er kunnen er nog 2 bij. Er is ook een weegschaal voor de rugzakken in de herberg aanwezig. Leo is toch wel heel benieuwd hoeveel kg hij op z’n rug draagt… 14 zijn het er inmiddels. Met volle bidon en lunch zit hij normaal gezien dus rond de 15 kg. Ik gok erop dat mijn rugzak 9 kg weegt en daarin word ik door de weegschaal bevestigd.

Na het gebruikelijke ritueel van douchen en wasje lopen we het stadje in voor ons ontbijt voor morgenochtend. Oloron is een leuk stadje met riviertjes en bruggen, rijkelijk behangen met veelkleurige bloembakken.

‘s Avonds gaan we eten in het restaurant van een hotel dat de hospitalier van onze auberge heeft aangeraden. Een prima maaltijd. Terug in de herberg blijken er nog 6 Spaanse pelgrims zich gemeld te hebben, waarvan er 2 op onze kamer gestald zijn. Zij zijn de stad in om een hapje te eten. Als we op bed liggen horen we ze “thuis” komen, niet al te zachtjes…

Donderdag 28 juni
En ook ‘s nachts maken de Spanjaarden lawaai, ze snurken. Om en om. Is de ene klaar begint de ander. Om 06:15 u lopen hun wekkers af, dus ook wij zijn dan wakker. We moeten voor 8 uur de herberg uit zijn. En dat lukt.

De dag begint met miezerregen. Net te weinig om een regenjas aan te trekken. We verlaten de stad en na een tiental kilometers komen we aan in een park bij een klein dorpje. Ondanks dat alle bankjes flink nat zijn, moet ik even zitten. Ik heb pijn aan m’n voeten. Sinds vorige week heb ik een kleine blaar aan m’n rechterhiel en er steekt en prikt van alles onder mijn voetzolen. Ik kan wel janken van de pijn. Heel even flitst er een gedachte in me dat ik het genoeg vind, al dat lopen. Het sombere weerbeeld van deze ochtend helpt er niet bij. Maar zo snel als de gedachte opkwam, zo snel is ie ook weer weg. Ik smeer nog wat voetencrème op wat pijnlijke plekjes (het enige “cosmetica” dat ik bij me heb) en we trekken weer verder. Het gaat wel weer. En dan krijgt Leo een dip wanneer we door een bosgebied lopen. Met dit vochtige weer zwermen er een ontelbare hoeveelheid muggen om ons heen. En ze hebben het allemaal op Leo gemunt. Minstens 100x wordt hij gestoken. Met z’n buff zwaait hij als een dolle om zich heen om de insecten van zich af te houden.

Gelukkig stopt ook dat een keer en wanneer we weer op een asfaltweggetje lopen is alle leed weer geleden. Als we een watertje oversteken valt ons op hoe helder het water is. Je ziet hele scholen vissen zwemmen.

We lopen door weides en nog een bosgedeelte en komen dan aan in een plaatsje met alleen een kerk, een mairie (gemeentehuis), 2 restaurants en een paar huizen én een pelgrimsgite, L’Hôpital-Saint-Blaise. We hebben niet gereserveerd en melden ons bij de kerk. Daar is toevallig net een rondleiding bezig voor een bus toeristen, waar wordt uitgelegd hoeveel betekenis dit plaatsje voor pelgrims heeft door de eeuwen heen. En exact op dat moment komen wij de kerk binnen! Wat een timing…

De pelgrimsgite heeft 8 slaapplaatsen en wij zijn er alleen. Een verzorgde gite met zelfs per bed een handdoek. Bij de mairie is een automaat met wat drinken en enkele versnaperingen. We lusten wel een drankje. Alleen het blikje bier van Leo blijft steken… Gelukkig staat er een telefoonnummer vermeld en na een telefoontje arriveert Antoine. “Gered”.

Aan het eind van de middag komt het zonnetje tevoorschijn. Ideaal voor ons wasje!

We eten bij de auberge tegenover de kerk. Geen menu dit keer, maar enkel een hoofdgerecht. Dat kan wel voor een keertje.

Vrijdag 29 juni

Bij de broodautomaat halen we een brood op en uit de automaat bij de mairie enkele cupjes jam. Met een kom thee en oploskoffie erbij is ons ontbijt weer compleet.

We lopen eerst een heel stuk achter elkaar over de weg. Niet gezellig, maar wel effectief voor de kilometers.

Op een bepaald moment moeten we volgens de route het bos in. Dit is afgesloten met een slagboom vanwege aardverschuivingen. Tja, moeten we ons hier iets van aantrekken na alles wat wij tijdens onze 2.000 km-tocht al tegengekomen zijn? Nee, dus. Er is ook niets aan het handje, blijkt.

We lopen Frans Baskenland in en dat zien we aan de stijl van de huizen. Glad gestucte muren in hoofdzakelijk witte kleur met de luiken in prachtig steenrood. Het ziet er heel verzorgd en vaak goed onderhouden uit.
We komen langs een mooi kapelletje gewijd aan Notre-Dame de Lourdes. We rusten er even, want Leo heeft pijn aan z’n rug. Vanmorgen bij het inpakken van de rugzak net een verkeerde beweging gemaakt…

En dan gaan we flink klimmen, zo’n 6 km lang. We treffen het dat het flink bewolkt is en dus niet zo warm. De eindplaats voor vandaag had Mauléon kunnen zijn, maar wij hebben ervoor gekozen om onze slaapplaats 5 km verderop te hebben, vlak voor Ordiarp.

Rond 12 uur zijn we al in Mauléon. We doen onze lunchinkopen en eten deze op in een parkje aan het water dat door Mauléon stroomt. En vanaf dat moment komt de zon door. Omdat we vanmorgen zo goed doorgelopen hebben nemen we ruim de tijd voor onze pauze. Om 14 uur beginnen we aan de laatste 5 km voor vandaag. Wat een verschil in temperatuur, nu de zon vol op ons schijnt!

We gaan slapen en eten bij mevrouw Bouillon, “comme le soupe”, zoals ze me heeft uitgelegd aan de telefoon. Ze woont niet aan de route en om haar te bereiken moeten we over een redelijk drukke weg achter elkaar aan lopen. Er is nauwelijks schaduw en daarmee erg warm. Zo heeft mevrouw Bouillon (78 jr) ook gedacht en ze is ons tegemoet gaan rijden met de auto. Er wordt geclaxoneerd en er stopt een auto. Wat een verrassing! Ze verontschuldigt zich dat ze geen Mercedes rijdt, maar wij vinden haar initiatief helemaal geweldig! Al gaat het maar om ruim een kilometer voordat we bij hun grote huis het erf opdraaien. Haar man (81 jr) is meubelmaker en heeft een groot atelier aan huis. Hij is ex-pelgrim en is maar liefst al 8 keer naar Santiago de Compostela gelopen, elke keer met een verschillend startpunt en langs een verschillende route.

Mevrouw neemt ons mee het grote, koele huis in. Nu snap je meteen waarom ze overdag de luiken potdicht hebben. Je bekomt meteen een stuk van de warmte. We krijgen een lekker koel drankje aangeboden en mogen op de bank in de salon plaatsnemen, ondanks onze bezwete ruggen. We slapen in de 2e woonlaag van het immense huis. Zelden een Frans huis gezien dat zo tot in de puntjes verzorgd is. Ik complimenteer mevrouw ermee en ze reageert direct met de vraag “Willen jullie het huis niet kopen?” We zullen erover nadenken…

‘s Avonds eten we gezamenlijk en hebben we het heel erg gezellig. Mevrouw Bouillon kookt heerlijk en als we haar daarvoor goed bedanken wordt dit meteen door meneer Bouillon ontkracht. “Nee, ze is geen goede kokkin”. Waarop mevrouw Bouillon naar ons toe reageert met: “Ach, zo zijn Baskische mannen, die maken geen complimentjes”. En zo kibbelen ze, met een knipoog, wat af. Voor ons is dit een warm nest!