100 Dagen van huis

Zaterdag 30 juni

Leo had zich graag nog een weekje willen laten vertroetelen door mevrouw Bouillon, “comme le soupe”. Maar de camino roept.

Bij het opstaan zie je al dat het heel warm gaat worden vandaag. Gisteravond is de regen nog met bakken uit de hemel komen vallen en heeft het flink geonweerd en daarmee de lucht afgekoeld. Maar bij vertrek is de temperatuur al weer flink opgeschroefd. Nadat we langs de bijzondere kerk van Ordiarp gelopen zijn beginnen we aan een flinke klim. Eerst modderen we wat aan door de modder, met dank aan de grote hoeveelheid regen die vannacht gevallen is. Daarna gaat het terrein over in gras en grind. We gaan zo’n 600 m stijgen vandaag. En warm dat het is! 

We lopen precies aan de warmste zijde van de berg, de berg op. Voor ons beiden geldt dat we niet eerder zo’n kwaad loopuur hebben meegemaakt als tussen 11 en 12 uur vandaag. Klimmen in de snoeihete zon zonder een zuchtje wind. Op ons shirt is geen droog plekje meer te ontdekken. Het zweet loopt in straaltjes van ons af. Er valt niet tegenop te drinken. 

Het is mede zo zwaar omdat we niet stil kunnen staan. Zodra je stilstaat vinden de steekvliegen je. Die lusten wel zo’n warm, zout stukje mensenhuid. De uitzichten op het berglandschap zijn daarentegen geweldig. Dat geeft de energie om door te gaan.

Het afdalen gaat gelukkig door een schaduwrijk bos, zonder al teveel insecten. Hier op een omgevallen boomstam lunchen we met het gisteren gekochte notenbrood van de Lidl. Smaakt erg lekker.

Vanuit het bos gaan we verder over hoofdzakelijk asfaltwegen, zonder schaduw, pal in de felle zon. Wat kost dit een energie! We lopen totaan de kerk van Saint-Just-Ibarre. Voor de kerkdeur is een schaduwrijk portaal. Daar gaan we op de koele tegels op de grond zitten, blij dat we niet verder gaan. We worden we met de auto opgehaald door Michèle van de chambres d’hotes waar we vanavond verblijven. Een adres, een eindje buiten de route. Michèle woont ook al in zo’n prachtig onderhouden wit huis met rode luiken. Op een heuvel met schitterende vergezichten. Ze kookt niet voor ons, maar brengt ons wel naar een restaurant. Fijn, zo’n taxiservice! Weer een superfijn adres!

Zondag 01 juli

En dan is daar dag 100 van onze tocht aangebroken! Al 100 dagen onderweg… In (bijna) 100 verschillende bedden geslapen, aan (bijna) 100 verschillende tafels gegeten…

Vandaag komen we aan in Saint-Jean-Pied-de-Port, voor de meeste pelgrims dé startplaats van hun Spaanse camino.

Na een perfect verzorgd ontbijt met eigengemaakte jammetjes en heerlijke cake zet Michèle ons af bij de kerk. 

We mogen meteen aan een pittige klim beginnen. Het is al vanaf de start bloedheet. Maar het klimmen naar de Col de Gamia gaat ons verrassend goed af. 

Ja, de straaltjes zweet voelen we overal lopen, maar dat kan niet anders met deze temperatuur. We worden weer omringd door prachtige groene bergen waar vogels met een reusachtige spanwijdte boven cirkelen. Dit zijn de laatste meters op de GR78. Vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port start de Camino Frances, de meest gelopen route naar Santiago de Compostela.

We arriveren rond 14 u in Donibane Garazi, dat is de Baskische naam van Saint-Jean-Pied-de-Port. Op alle straatnaam- en informatiebordjes staan ook de Baskische vertalingen vermeld. Een heel bijzondere taal, met veelvuldig gebruik van de letters ‘Z’ en ‘X’. De woorden zijn vaak van een enorme lengte en voor ons moeilijk uitspreekbaar.

Door de pelgrimspoort komen we het plaatsje binnen. En ineens zijn we niet meer de enige pelgrims! Overal om ons heen mensen met wandelschoenen en grote rugzakken. We hebben niets gereserveerd voor vanavond en gaan eerst naar het pelgrimsbureau. Stempel halen en vragen waar we kunnen overnachten. We willen graag een adres met halfpension. We krijgen 2 opties. De 1e (gerund door een stel dat elkaar 2 jaar geleden op de Camino heeft ontmoet) zit helaas vol. De 2e optie heeft plaats, zij het op de overloop van de 2e verdieping, waar 2 bedden staan. 

We hebben geen zin om nog verder te zoeken en gaan akkoord. We douchen, doen ons wasje en kuieren het stadje in. Goed toeristisch met veel winkeltjes vol snuisterijen. Voor ons uiteraard alleen kijken, kijken, niet kopen. We willen geen extra gewicht in de rugzak.

Samen met 8 andere pelgrims gebruiken we het diner. Twee jonge knullen (USA-Florida en Denemarken) en 6 Fransen. We hebben vooral contact met de 2 sympathieke jongens die elkaar bij het busstation voor het eerst getroffen hebben en morgen samen starten op de Camino Frances.

Onder het eten barst er weer een bui los! Eerst regen, daarna overgaand in hagel. Het koelt in ieder geval lekker af. Leo sprint als een haas naar de waslijn. Gelukkig weet hij de was droog binnen te halen!